LOUISA LATEAU, zy droegen eeri zwarten bet met witten boord, be bef der Broeders is ivil. Een dezer bemin- nelyke figuranten droeg een valschen baerd en smeerige baerlokkcn tot op de schouders. Zy ledigden met groote teugen eenigc wynfles- sclien, waerschynlyk om hart in den buik te krygen, zooals M. Bara zou zeggen. Twee schoelies, in fanlastieke gendarmen kostumen, zaten naest deze ellendelingen, ge last met de Broeders der Christelyke leering aen de openbare spotterny over te leveren. Achter die halfdronken groep bemerkte men een opschrift met de woorden Liberalen past op uwe zakken. Toen de wagen zich in beweging zette, gc- baerde de eene dervalsche broeders de kinde ren te willen slaen, terwyl de ander hen wilde omhelzen. Dan schoten de pseudo-gendarmen toe en legden hen de hand op den kraeg... Dit looncel had op den platten wagen plaels en eene haeg van policie-beambten, welke men er rond geschaerd had, moesten deze persoonen beschermen in hel uitoefenen hun ner bediening. En dit waren echte policieman- nen Eene gansche wolk bedelacrs, verkleed in fransehc gendarmen, zouavcn enz., vielen met blikken bussen onder de omstanders, doch zy ontvingen schier niets. Op den tweeden wagen bevond zich een persoon in de klcedy van een kermisduivel, de Plutonsvork in de hand, met rooden mantel en hoornen op den kop. Te midden van den wagen stond cenen ketel en daer boven ver hiel zich eene galg, waeraen men vooreerst een strooien man met een priesterloog optrok waerschynlyk het kleed van Mouls of Op- somer en gedekt met een spaenschen pries- terhoed. Die pop droeg een opschrift op de borst met de woorden pastoor Santa-Cruz. Wanneer de scherprechters van het libera lism genoeg gehuild hadden*Ala chaudière! en de pop met vorksteken hadden overladen, hing men haer af en men hing een tweede in de plaets. Dit was nu het beeld eener boerin met gryze baeien kleederen en witte muts. De naekte handen en voelen waren met roode ver! ge vlekt en wanneer men het beeld aen de galg optrok, bemerkte men op de borst het op schrift: Louise La Peau. De laetste wagen van den-stoet was dien van de Maetschappg der Studenten en Studentinnen van devrye Universiteit van Brussel. Dry godinnen die er zeer ziek uitzagen, bekleedden 't ach terste gedeelte van den wagen en men zegde dat zy de vrye liefde, de gekheid en de jeugd verbeeldden De studenten van den wagen keerden zich van tyd tot tyd naer die godheden om hen een soort van eerbied te bewyzen. De een was in advokaten toga en muts, een andere droeg het rechterskleed. Voorden wagen ging een per soon in het kostuem van een middeleeuwschen ridder, met nummers van den Courrier de Bruxelles en den Dien public op eene lans. De wagen der studenten en die waerop men het spotbeeld van Louisa Laleau bemerkte, waren insgelyks door eene gansche groep policie-mannen beschermd. Op de zyden van den wagen der studenten was eenen ezel geschilderd, die eene plakkaert ODat waerop men las wet van 1842. Het zou inderdaed moeilyk zyn den stryd van hel liberalism tegen het lager onderwys beter af te beelden De overige wagens en groepen van den stoet verdienen niet genoemd te worden zeggen wy slechts dat menschen en dieren er aller- smeerigst uit zagen. Op verschillende plactsen hebben eenige moedige burgers hunne afkeuring door luid getluit te kennen gegeven de mannen van den penning antwoorden door den geliefkoosden kreet van M. Van Humbeeck, A bas la Calotte de beschermende policie wierp zich op de fluiters en hield twee of dry persoonen aen, beschuldigd van gefloten te "hebben. De stoet trok over de Croote-Markt voor het balkon van het stadhuis, ahvaer zich de Ge- meenteraedsleden en hunnefamiliën bevonden. Deze heeren en hunne dames hebben de be- leedigers der Broedors van de Christelyke leering en van Louisa Lateau. Verleden zondag morgend hebben eenige catholyke burgers der hoofdstad, ten stadhuize eenen brief neergelegd, waerin de beleedigin- gen die door de inrichters der kavalkade voor bereid werden by de overheid op voorhand werden aengeklaegd. LOUISA LATEAU. Terwyl onze geuzen, de vrienden van het lichtalle onderzoek weigeren wanneer zich een godsdienstig vraegpunt opdoet, maer het zelve liever doen dienen tot voorwerp hunner laffe spotternyen, vindt men in het buitenland nog liberale dagbladen die het niet beneden zich achten, aen dergelyke vraegpunten hunne aendacht te verleenen. Als een voorbeeld van onpartydigheid voor onze gcuzenpers halen wy hier het artikel aen dat een liberael, doch eerlyk dagblad, la Liber- tè van Parys, toewydt aen het wonder van Bois-d'IIaine, waervan de vrydeukende stu denten te Brussel met den karnaval het voor werp hunner heiligsehendende spotternyen Itebben gemaekt. Ziehier het artikel van la Li- berté getiteld De wonddragende van Bois- d'llaine De brusselsche akademie van geneeskun de, na langentyd geweigerd te hebben zich met het wonddragend meisje van Bois d'Haine te bemoeien, heeft eindelyk de feiten, op deze laetste betrekkelyk, weiensehappelyk onder zocht. De kommissie door de akademie be noemd, ten einde het werk van eenen doktor over de ziekten der mystieken te onderzoeken, heeft vooreerst de feilen moeten besiatigen die het werk tot grondslag dienden, en de verslaggever, M. Warlomont, verklaert dat geene de minste hindernis de kommissie by dit onderzoek in den weg stond. Op het eerste aenzoek werd hem volkomen vryheid van han delen verleend. Hoe onbescheiden eenige on zer eischen ook waren, zegt liy, geen enkele werd van de hand gewezen. De nasporingen hebben zich echter moeten bepalen lot do fei ten die by klaren dage voorvallen. Iletnachte- lyk onderzoek blyft nog te doen.... Louisa Lateau is geboren te Bois-d'IIaine, naby Manage, provincie Henegauw, tn 1850. In hare jeugd was zy altyd ziekelyk in 1808 werd zy aengevallen door zeer hevige, pynen, doch welke dikwyls van plaets veranderden. De eetlust verdween geheel en zy had verschil lende bloedspuwingen. Na eene maend vasten, werd zy zoo zwak dat men noodig oordeelde haer de 11. Sakiamenten der stervende toe te dienen alsdan kwam er verzachting en de na- luerlyke krisis duerde dry dagen de genezing vorderde spoedig en het meisje kon1 te voet naer de kerk gaen op een kilometer afstand van hare woning. Hare gezondheid kwam voor goed terug. Sedert dien tyd beminde Louisa Lateau al tyd de eenzaemheid en de stilte. Zy is bezield door eene vellichte godsvrucht en heeft eene byzondere devotie voor het lyden van den Za ligmaker. Op zekere tydstippen valt zy in op getogenheid gedurende welke hare wonden te voorscliyn komen. Deze verschynsels vertoo- neu zich eiken vrydag. Eindelyk, zy bevestigt, dat zy sedert 50 meert 1871, noch geëten, noch gedronken heeft. Hare lengte is I meter 05 centimeters en zy weegt 53 kilos. Zy heeft thans liet uiterlyk van iemand die eene bloeicude gezondheid geniet. Hare ademhaling is die van een gewoon mensch. Andere uitwerpingen van het lichaem beslaen, volgens hare verklaring, by haar niet. De opgetogenheden van den vrydag kondi gen zich reeds den donderdag aen door hevige pynen, vooral in het hoofd en die langzamer hand zich in de gewonde lidmaten samentrek ken. Van den donderdag avond ten 8 uer, tot den vrydag morgend rond 6 uer, blyft zy gansch alleen in hare kamer. De verslaggever heeft Louisa Lateau be zocht, diymael op eenen vrydag en viermael op andere dagen, en haer aen lange en zorg vuldige waernemen onderworpen. Wanneer men 's vrydags, rond 6 uer 's mor- gends, hare kamer binnen treedt, vindt men haer gezeten op een houten stoel leunende tegen den muer tegenover het venster en by- gevolg in volle licht. Zy zit een weinig voor over gebogen en houdt hare handen saemge- vouvven onder een wil linnen dat be\ lekt is met versch gevloeid bloed. Zy bevindt zich alsdan in haer volle bewustzyn. By het eerste bezoek van M. Warlomont, op 18 september 1874, werden bevonden 1° Aen het voorhoofd, gestold bloed dal by de af wassing volkomen verdwynt zonder op de bovenhuid het minste teeken na te laten. 2° Aen de beide handen, zoowel langs buiten als langs binnen, twee bloedende wonden, ge- plaets in het midden van twee blinkende ge zwellen, welke hard zyn en pyn veroorzaken by de aenraking even als het toppunt eener genezende zweer. 3° Aen de beide voeten, ge- lyke wonden, waeruit weinig bloed vloeit, on- getwyfeld omdat hare wollen kousen de bloed vloeiing tegen houden. 4° Aen de linkerzij, tus- schen de vyfde en zesde ribben, buiten en een weinig onder het midden der linker borst eene ringvormige wonde, welke weinig bloedt. 5° Aen den rechter schouder, eene wonde gelyken- de op de ontblootte plaets waer eene ammoni- acplaester heeft gelegen. Uit deze wonde vloeien groote druppels waterachtig vochten eenige klGine druppeltjes bloed. Kwart na zes uer wordt aen de lyderes de H. Communie gebracht en vervolgens bljft zy omtrent een half uer opgetogen. Gedurende dien tyd is zy volkomen ongevoelig. Na ver loop vari een half uer zet zy zich terug op haren stoel en herneemt hare voorover gebo gen houding, waerin zy blyft tot kwart na twee uer. Op dit oogenblik vervalt zy in eene nieuwe opgetogenheid welke zich in'dry overgangen verdeelt. Vooreerst blyft Louisa voorover ge bogen op haren stoel gezeten en is ongevoelig aen elke prikkeling, zelfs omtrent hare won den die weinig te voren zou pvnlyk waren. Vervolgens valt zy op de knieën èn zet zich na verloop van een kwarts uers terug. Eindelyk, rond dry uer, buigt zy zich eer. weinig voor over, staet langzaem op en strekt zich daerna met het aengezicht tegen den grond uit, zon der styflieid en ook zonder overhaesting. Hare armen liggen kruisgewys en hare voelen dicht by elkander. Gedurende dit laetste gedeelte barer opgetogenheid, dat omtrent onderhall uer duert, ondergaen de bloedsomloop en de ademhaling verschillende wyzigingen, waero- ver het verslag geene byzouderheden geeft. Rond 4 1/2 uer staet Louisa op. Zy komt onmiddeliyk tot zichzelve hare pynen keeren terug, doch nemen trapsgewyze af tot 8 uer 's avonds, op welk uer zy eindigen om de vol gende week opnieuw te beginnen. Het is dus alleen het feit der wonden dat bewezen blyft. Hare armen werden gesloten ieder in een glazen bol welke de hand omvatte en vast was aen eene mouw in caoutchouc, welke zorgvuldig toegezegeld werd. Niettemin heeft de bloedvloeiing regelmatig plaels gehad en verschynt zy wezenlyk overhoeds en zon der de tusschenkomst van eenige uitwendige aenraking. Men weet dat dit feit niet eenig is in zynen aerd de heiligen Fransiscus van Assisen, Philippus van Bequéria, Benediktus van Reg- gio, Karei van Gaëta, Angela del Paz, Nikolaes van Ravenna en Catharina van Senen zyn met de kruiswonden geteekend geweest vóór Louisa Lateau en de andere hedendaegsche gewondleekenden van België en andere plaet- sen doch nooit, zonder twyfel, werd de echt heid van het verschynsel zoo zorgvuldig onder zocht en zoo klaer bewezen. De omstandighe den, waerin het zich voordoet, zyn ten ande ren niet voldoende om het den naem van mir akel te geven. Wat het vrargpunl aengaet of Louisa La teau, al of niet eet, dit is niet zoo duidelyk be wezen. Het feit dat zy koolstofgaz uitademt, zonder er in hare levensorganen te ontvangen door het nemen van spyzen, is niet iu de orde der natuer en spreekt de opgaven der weten schap tegen. Er blyit dus te bewyzen dat die onthouding van spys waerlyk bestaet. DAVIDFOA'DS. Met genoegen vernemen wy dat men einde lyk de handen gaet aen 't werk slagen om, gelyk de arróndissementen Audenaerde en St. Nieolacs ons 't voorbeeld hebben gege ven, iu ons zoo vlaemsch en catholyk arron dissement Aelst eene afdeeling van 't DAVÏü- FONDS in te richten. De eerste voetstappen zullen moeilyk en hard vallen, doch zonder arbeid en moeite bekomt men niets. Wy spo ren den heeren inrichters aen in hunne aen- genomene laek te volharden en hopen dat alle ware voorstaenders van Godsdienst, Vrij heid, Vaderland en Moedertael het hoogst nuttig werk zullen bytreden. Naer wy uil goede bron vernemen zou eene eerste algemeene vergade ring, op Maendag 29 Maert, zynde den Paesschdag, te Aelst, belegd worden. Wy begrypen niet om welke rede 't Land van Aelst opnieuw zynen snater komt steken of zich vermengen in de kwestie der verwy- dering van den Denderbode uit den catholyken kring van Geerardsbergen. Wy hebben goed on zen brief dien wy,op 28 Februari 11., hebben af gekondigd te lezen en te herlezen en onmogelyk is het ons er eene zinsnede, zelfs een woordje, in aen te treffen, die 't Land van Aelst en des- zelfs opsteller, den lieer Daens{van verre of van naby raekt. Waerlyk wy begrypen die tusschenkomst van den heer Daens niet, welke door niets gewettigd is. En daerby, waerom ons, wetens en willens, wéér woorden doen neérschryven die wy nooit hebben neerge schreven, en gedachten toeëigenen die nooit de onze geweest zyn. Wat belang mag de opsteller van 't Land van Aelst daer in hebben? En inderdaed, c de Denderbode, zegt de heer Daens, bedreigt ons met eene scheuring, omdat liy te Geerardsbergen en elders een abonnement of twee verloren heeftDat is een haeslig en onbedacht woord, want alle nieuwsbladeren verliezen en winnen by tyd eenige abonnementen. Wy vragen het aen al wie onzen brief ge lezen heeft of er daer eene bedreiging van scheuring van onzenlwege in vervat is Wy hebben slechts eene lage kuipery bekend ge maekt, ten opzichte van den Denderbode in 't werk gelegd, om hem uit eene catholyke maetschappy te verwyderen waer hy, op tyd en stond, de oogen aen velen zou kunnen doen openen. Wy willen in geenen verderen pennentwist niet 'l Land van Aelst treden; het zy ons ge noeg te doen uitschynen dat deszelfs schryver weer zynen snater in zaken komt steken waer in hy zich in 't geheel niet te vermengen heelt, en ook hem te zeggen dat hy beter dan iemand weet dat wy nooit eene scheuring zullen verwekken, al verloren wy meer dan de helft onzer abonnementen. De scheurma kers zullen dezen zyn die ons arrondissement onder hunnen despotieken knout willen het hoold doen buigen, die het hooge woord over alles willen voeren en wier dwaze pretentiën door de overgroote meerderheid der catho lyken van 't arrondissement Aelst altyd zullen verstooten worden. Overigens, 't Land van Aelst weet immers ook dat, moest eene scheu ring zich voordoen, hare verwekkers aen hun proefstuk niet zouden zyn. 't Verledene is daer om het ons te erinnerenMaer wat is't? De memorie van den mensch is op onze dagen zoo vroegtydig versleten VOLKSKAMER. De Kamer heeft deze week het wetsontwerp betrekkelyk de omschryvingen der notarissen onderzocht. Verscheidene redeuaers voor en tegen het wetsontwerp hebben het woord gevoerd. Haallcrt, 11 Maart 1875. Heer Opsteller, Hoe meer de Geestelijken prediken, hoe meer zij door sommigen bcgekt cn bespot worden. Zichiereen bewijs, heer Opsteller Dynsdag laatst bevond ik mij in de statie van Aalsteen aldaar wandelende priester, werd door twee heerkens van omstreeks -20 tot 25 jaren oud, zoodanig bespol en begekt dat hel bijna nioi jinorliik vyas. Zich naar dien priester kcerende, maaKlen zij met hunne handen kiuiocn, even of zij de Benedictie wilden geven en zongen luidkeels: huizen des Heeren, zijn bordeelcn, daar komen papen kwezels nonnen en beggijnom bij malkaar in 't h ....kot te zijnWij vertrokken met den trein in de statie van Lede aangekomen zijnde, stapten daar twee religieusc zusters van den trein af, en die zelfde heerkens riepen meermaals zie zie tuee gentsche hzij gaan bij dc papen om te spelen hunne loerenZij riepen en zongen zulke walgelijke en vuile dingen, immers te vuil om op het papier geplaatst te worden. Lie heer Jozef Raes, landbouwer te Ilaallert, vroeg hen zeer beleefdelijk mijne heeren, is het mij gepermeteerd te weten van waar gij zijl van Brussel, was hun antwoord Ah gij zijl van dat volk 't welkzijnckorslen brood in de straatjes opeet!Zij waren verontwaardigd en vroegen van waar bij was, en hij antwoordde van Ilaallert, mijne heeren. Doch zij wilden hem niet gelooven, zeggende op Ilaallert woonen geene patoormannen, wij zullen uw signalement mede nemen en het den Burgemeester van Ilaallert vra gen, die treffelijke heer is onze vriend, en hij zal de waarheid zeggen, en zongen hun liedeken voort: huizen des lleeren, zijn bordcelen, enz., enz. Aan de statie te Melle hei) ik hen verlaten en zij vertrokken naar Gent. Intnsschen groet ik UEd. X. Wy moeten den schryver van bovenstaenden brief doen opmerken dat hy grootelyks aen zyne plicht te kort is gebleven. Als die twee schaemtelooze brusselsche vuilerikken hun beestig gezang begonnen en priester en reli gieuzen in zulke zedelooze bewoordingen be- leedigden, moest hy dadelyk de politie van de statie gerekwireerd hebben en tegen die brus selsche pelit-créve doen proces-verbael op maken. In alle statiën waer geen bezondere politiekommissaris aengesleld is, zyn de sta tieoversten met de politie gelast en verplicht gehoor aen alle billyke reklamen te geven bezonderlyk als deze op de getuigenis van verscheidene persoonen geslaefd zyn. KERKELYK NIEUWS. Onder de Aertsbisschoppen welke,in 't Con sistorie van 15 dezer maend, tot de weerdig- heid van Kardinael zullen verheven worden, treft men den naem aen van Mgr. Deschamps, Aertsbisschop van Mechelen. Mgr. Deschamps zal dus zyn De eerste belgische Kardinael welke in 't Bisdom van Gent, geboren werd hy werd ge boren te Melle, den 6 December 1810 De eerste leerling der catholyke Universi teit van Leuven welke tot deze weerdigheid geroepen wordt Het eerste lid van 't orde der Redemptoris ten in Belgie 't welk tot het Kardinaelschap verheven wordt. Mgr. Deschamps is reeds in de eeuwige Stad aengekomen. Bf.uevaert naer Lolrdes. De persoonen verlangende de bedevaert, op 18 April vast gesteld, te ondernemen worden dringend ver zocht hunne inschryving zoo haest mogelyk te nemen, daer er dilmael maer een trein zal in gericht worden er is dus ten hoogste plaets voor 500 persoonen. De lyst van inschryving wordt den 20 dezer des middags gesloten. Alle giften tot bekosti ging der ex-voto's zullen met dank aenveerd worden. Z. D. H. de Bisschop heeft van nu af de groote bedevaerleu in zyn bisdom vastge steld voor het loopende jaer, opdat er zich geen beletsel aenbiede ter gelegenheid der zendingen van het H. Jaer. De eerste bede vaert op 2" Sinksendag is reeds gekend zy wordt gedaen door 15 tot 20 duizend Xaveria- nen tot O. L. V. van Lourdes ie Oostakker. Dc 2C is te Meerbeke, by de II. Berlindis, den Zondag G Juni. De 5' te Zele.op Zondag 20 derzelfde maend. De 4e te Melsele, by O. L. V. van Gaverland, den 8 Sepiember. De 5e te Lede, by O. L. V. der VII Weeën, den 5n Zondag van September. PRIESTERLYKE BENOEMINGEN. De eerw. lieer Van Wassenhove, onderpas toor van Bazel, is professor benoemd in het collegie van Eecloo, in plaets van den eerw. heer Dauwels, die hem te Bazel opvolgt. De eerw. heer De Wolf,onderpastoor te Nukerke, is coadjutor-deservitor benoemd te Neder- zwalm de eerw. beer Van der Meulen, beden coadjulorte Nederzwalm, vervangt hem. Dynsdag 11., 9 dezer,hebben dc Iiberhaters van Nieuwerkerken, hunnen liberalen Burgemees ter feesteljk ingeliaeld. Wy hebben den stoet onze straten zien doorkruisen en hebben hem zeer wel bezichtigd. Maer wat zouden wy er van zeggen Moesten wy bandelen gelyk T Verbond, de moniteur onzer afgesloofde Iiberhaters, ten opzichte der gemeente Erembodegem gehan deld heeft, wy zouden, gelyk dit blad in zyn nummer van 25 October 1874 schreef, kunnen zeggenDynsdag laetst had de inhaling plaets van den nieuw benoemden Bttrge- meester van Nieuwerkerken (in plaels van Erembodegem.) Een afzichtclyke en wanor- delyke stoet, zoo als de gemecmte Nieu- werkerken, (altyd in de plaets van Erembo- degem) er alleen weel samen te stellen, is des middags in onze stad gekomen om er den Burgemeester af te halen. Moeilyk zou men zich een denkbeeld kunnen maken van den wanordelyken tocht dezer wildemans- bende door onze straten en van bet oorver- scheurend gedruisch waermede zy dezelve deden weêrgalmen, enz., enz. Waren wy zulke laeggevailen en miskweck- te straetjongens, gelyk de Verbondschryvelaers, wy zouden op onze beurt hunne liberale par- tygehoten kunnen beleedigen en beschimpen met zelfs onrechtveerdiglyk tegen Nieuwer kerken de beleedigingen te herhalen die zy tegen Erembodegem uitbraeklen. Doch zoo wil len wy niet handelen; wy laten den Nieuwer- kerkschen stoel gelyk hy was. Ten andere die beleedigingen zouden niet alleen naer 't hoofd van de Nieuwerkerksche gemeentenaren ge smeten worden maer ook naer dit van vele inwooners van Aelst-St Job, van Erpe, van Meire en van Haeltert, welke aen den stoet deelnamen. Wy hebben verscheidene onzer vrienden, onzen heer Burgemeester hooreu beknibbelen omdat hy aen den Nieuwerkerkschen stoet toegelaten heeft de Stad binnen te treden. Vol gens ben, zou hy dit moeten weigeren hebben omdat de beer Baeten, de nieuw benoemde Burgemeester, in 1867, aen de aelsterschc Bokkenrijders de intrede van Nieuwerkerken geweigerd heeft, en nu aen Nieuwerkerken 't affront moest bakken dat hy, M. Baeten, aen Acl&i desiyds gebakken heeft. Wy üeelen die gedachten onzer vrienden niet. Volgens ons moet het kwaed met goed in plaets van met kwaed geloond worden. En wat meer is omdat de heer Baeten, in 1867, getoond heeft dat hy als een kleingeestige overdraegzame en partijdige dommerik handelde zou de heer Van Wambekenu ookdiedwaesheid moeten begaen hebben Wat ons betreft, dat denken wy niet.... VAN HEDEN AP IS Verkrygbaer ten bureele van den Denderbode, in de Molenslraet n° 6, beter geker.d onder den naem van 't gat van de Merkt, naby 't Landhuis, te Aelst. LEVENSBESCHRYVING van de kruiswonddragende van Bois-D'Haine, vol gens geloofwaerdige dokumenten, door Hen- derik Van Looy, Baccalaureus in Godgeleerd heid, letteren en wetenschappen. Een schoon boekdeel in 8° van 21Gbladz. PRYS 75 CENTIMEN. 'T Handelsblad heeft deze week aenge- kondigd, dat de groote klok van Erembode gem, geborsten was. Dit is eene misgreep 't is de groote klok van Erondegem, eene staelen klok van de duitsche maetschappy, die ge borsten is. Men beeft in de Kamer het wetsontwerp uilgedecld, waerdoor het patentrecht vooi de dokiers wordt afgeschaft. In 1874 waren er 1885 gepatenteerde dok ters, wier patent te samen 50,157 IV. 20 cent. opbracht. Het gemiddelde palent is zoo wat 26IV. 59 c. Welnu, wy zyn het niet eens met liet goe - vernement, die belasting af te schaffen. Wy vinden er ook geene vaste reden voor. Men haelt de advokaten aen doch die zou den wy doen betalen gelyk de rest. Dokters en advokaten winnen goed geld, en kunnen dus ook zeer goed betalen. Men doet integendeel neeringdoende men schen patent betalen, die men beter doen zou vry te laten. Verleden zondag zyn te Brussel eene groep mannen aengeliouden, voor het uniform van het belgisch leger te dragen een hunner droeg eene plakkaert met de woorden de tucht in 1874. Er is proces-verbael tegen hen opgemaekt. En wat zal men doen met de smeerlappen, welke de Godsdienst en bet priesterkleed door liet modder hebben ge sleept? Verscurikkelyke Misdaeo. Een ver- schrikkelyk schelmstuk is op de Rhynkaei, te Antwerpen gepleegd. De genaemde Richard Mestdag, steenhou- wersgast, woonende in de Waeistraet, kwam onverwachts de wooning binnengedrongen van M. Charles, huisbewaerder voor de buree- len van M. Huger. Hy vond vrouw Charles al leen te huis, greep de niets vermoedende vrouw vast, wierp haer ten gronde en bracht haer met een grooten steenhouwershamer, talryke slagen op het hoofd toe. Ziehier de inlichtingen welke wy hierover hebben ingewonnen In hei huis, bewoond door M. Charles en zyne vrouw, bevinden zich verscheidene bu- reelen, te weten van MM. Huger, De Leeuw, Phillipse en Roosen, enz. M. Charles bewoont de derde verdieping. Zyne vrouw, Maria Van den Broeck, dochter van den ouden huisbewaker van het konink- lyk atheneum, was gisteren middag alleen op hare kamer, toen eensklaps Richard Mestdag, die onopgemerkt het huis was binnengedron gen, de kamerdeur opende en zich woedend op de arme vrouw wierp. Maria Van den Broeck bezweek onder de eerste slagen, die de woeste kerel haer met ecu grooten hamer op liet hoofd toebracht. Zy viel bewusteloos, badend iu haer bloed, ten gronde. Slechts een enkele kreet had het slachtoffer geuit, doch deze was gehoord door een per soon die zich op de tweede verdieping bevond. Men kwam onmiddeliyk ter hulp gesneld een vcrschrikkelyk tooneel deed zich voor de oogen der eerst toegesnelde persoonen op. In het midden der kamer lag het beweging loos lichaem van Maria Van den Broeck. Het bloed was langs alle zyden heengespat. Nevens haer zat de moordenaer op de knieën. Hy sloeg nog voortdurend met zynen hamer op het hoofd der arme vrouw. Zyne houding was als die van eenen steenhouwer, welke eenen ordinairen steen aen 't kappen is. In een oogenblik stond de gelieele omtrek overhoop de moordenaer deed niet de rain- sle poging om te vluchten by scheen over zyn werk voldacn te zyn. Hy stoorde zich niet liet minsle aen de verwvtingen, die de opge wonden menigte hem naer hel hoofd wierp. l)e kommissaris van policie der 7e wyk, M. Maillard en zyne adjunkten begaveii ziclt oogenblikkelyk ter plaetse, en hielden Richard Mestdag aen. Deze liet zich zonder den min sten tegenstand naer het policiebureel bren gen en verklacrde, dat hy de moordenaer der vrouw Charles wasdat hv gehandeld had met voorbedachtheid en dat. ingeval zyn slachtoffer aen den dood mocht ontsnappen, hy later, wanneer hy uit de gevangenis zou komen, wel met haer zou afrekenen. Hy weigert voor het oogenblik de oorzaek der misdaed bekend te maken, zeggende, dat hy die later voor de rechtbank wel zal verkla ren. Het parket ter plaetse geroepen, heeft een eerste onderzoek gedaen. De steenhouwers- hamer is in beslag genomen. Maria Van den Broeck is nog maer sedert 8 maenden met M. Charles getrouwd. Men denkt dat jaloezie niet vreemd is aen de misdaed. Het slachtoffer heeft zeven gevaerlyke won den bekomen. Zy is tot op dit oogenblik niet ter sprake gekomen. Men vreest voor haer le ven. Terwyl dc Broeders der christelyke lee ring te Brussel door het schuim worden be- leedigdhebben de catholyken van Bergen dry nieuwe scholen aen hunne zorgen toever trouwd. Elke parochie dezer stad zal dus weldra eene kostelooze school hebben, waer de behoeftige jeugd een godsdienstig onder wys kan genieten. Men schryft uit Bergen, 10 maert. Een 19jarig meisje, dat verleden maendag haren broeder was komen bezoeken, die al hier in garnizoen ligt, en terug naer Jurbise wilde keeren, was by misgreep in eenen trein gestapt, die naer Quiévrain vertrok. Zy be speurde hare dwaling slechts toen de trein reeds aen het ryden was, opende schielyk liet portel en sprong uit den trein doch met liet ongelukkig gevolg, dat zy zware wonden be kwam, waeraen zy weldra overleed. Eene nieuwe kerkliofschennis beeft te Dampremy plaets gehad op hevel van den burgemeester dier gemeente, is een man als vrydenker in het gewyde kerkhof begraven, niettegenstaendc er aldaer een zeer fatsoen- Ij ke begraefplaets bestaet voor de lieden,welke builen het catholyk geloof sterven. Was het Cornil. Een der stoutmoe digste diefstallen in verleden zondag nacht, in de Duquesuoyslraet te Doornyk gepleegd, waer zich de woning van den policiekommissaris en een policiebureel voor vier nachtwakers be vinden. Na den muer van het Atheneum te zyn over- gekloinmen, heeft de dief het huis van M. Bourgeois, kruidenier, bereikt, alwaer hy op de binneiiplaels gekomen, zeer behendig eene ruit uit liet raem heeft genomen en binnen is gedrongen. In de eetkamer cn in den winkel beeft de boosdoener genomen hetgeen liera hel meest beviel, zooals eenige pakken chocolade, eene mat vygen en andere voorwerpen. In eens kas vond hy een mandje eieren die ;hy allen heeft gebroken en er een gedeelte van heeft opgeë- len liet overige heeft hy by de schelpen ge laten. De nachielyke bezoeker vergat ook niet eens lustig te drinken van de voetjes brandewyn die in den winkel lagen hy droeg even eens zorg, al de laden en kassen te doorsnuffelen en zich hel geld toe te eigenen dal hy vond doch dat slechts ongeveer 12 of 15 frank kan bedragen hebben. Volgens men zegt heeft hy eveneens het huis van een naburigen holleblokmaker be zocht, alwaer hy ook eenige voorwerpen zou meegenomen heblien, en men beweert, dat, iri zyne reis over de muren, de dief zelfs door den hof van den policie-kommissaris beeft ge- loopen. Dit soort van diefstal, de stoutmoedigheid waermede hy bedreven werd, en de wyze van handelen, doen hier een nieuw exploit van Cornil vermoeden en men denkt over het algo- meen dat de ontsnapte uit de celgevangenis, de stad niet verlaten heeft, en er waerschyn lyk niet zonder medeplichtigen is. De Echtscheiding. Onze lezers kennen ongetwyleid het schoone gedicht van Tollens, waerin een gehuwd paer, dat voorden rechter verschynt om gescheiden te worden, verzoend wordt door het kind dat beiden willen behou den, cn dat zich van geen hunner scheiden wil. Ziehier eene variatie op hetzelfde thema Voor den vrederechter te X..., de plaets doet weinig ter zaek, verschenen man en itouw en verzochten wettig gescheiden te tvorden. Na tien jaren gehuwd te zyn geweest liadden beiden er genoeg van en wilden de. ayp aen Marten geven. Uit liet huwelyk waren dry kinderen gebo-. -en en de rechter zou beslissen wie van de nan of de vrouw de kindereu zou by zich hou-

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Denderbode | 1875 | | pagina 2