LOUISA LATEAU,
zy droegen eeri zwarten bet met witten boord,
be bef der Broeders is ivil. Een dezer bemin-
nelyke figuranten droeg een valschen baerd en
smeerige baerlokkcn tot op de schouders. Zy
ledigden met groote teugen eenigc wynfles-
sclien, waerschynlyk om hart in den buik
te krygen, zooals M. Bara zou zeggen.
Twee schoelies, in fanlastieke gendarmen
kostumen, zaten naest deze ellendelingen, ge
last met de Broeders der Christelyke leering
aen de openbare spotterny over te leveren.
Achter die halfdronken groep bemerkte men
een opschrift met de woorden Liberalen past
op uwe zakken.
Toen de wagen zich in beweging zette, gc-
baerde de eene dervalsche broeders de kinde
ren te willen slaen, terwyl de ander hen wilde
omhelzen. Dan schoten de pseudo-gendarmen
toe en legden hen de hand op den kraeg...
Dit looncel had op den platten wagen plaels
en eene haeg van policie-beambten, welke
men er rond geschaerd had, moesten deze
persoonen beschermen in hel uitoefenen hun
ner bediening. En dit waren echte policieman-
nen
Eene gansche wolk bedelacrs, verkleed in
fransehc gendarmen, zouavcn enz., vielen met
blikken bussen onder de omstanders, doch zy
ontvingen schier niets.
Op den tweeden wagen bevond zich een
persoon in de klcedy van een kermisduivel,
de Plutonsvork in de hand, met rooden mantel
en hoornen op den kop. Te midden van den
wagen stond cenen ketel en daer boven ver
hiel zich eene galg, waeraen men vooreerst
een strooien man met een priesterloog optrok
waerschynlyk het kleed van Mouls of Op-
somer en gedekt met een spaenschen pries-
terhoed. Die pop droeg een opschrift op de
borst met de woorden pastoor Santa-Cruz.
Wanneer de scherprechters van het libera
lism genoeg gehuild hadden*Ala chaudière!
en de pop met vorksteken hadden overladen,
hing men haer af en men hing een tweede in
de plaets.
Dit was nu het beeld eener boerin met gryze
baeien kleederen en witte muts. De naekte
handen en voelen waren met roode ver! ge
vlekt en wanneer men het beeld aen de galg
optrok, bemerkte men op de borst het op
schrift: Louise La Peau.
De laetste wagen van den-stoet was dien van de
Maetschappg der Studenten en Studentinnen van
devrye Universiteit van Brussel. Dry godinnen
die er zeer ziek uitzagen, bekleedden 't ach
terste gedeelte van den wagen en men zegde
dat zy de vrye liefde, de gekheid en de jeugd
verbeeldden
De studenten van den wagen keerden zich
van tyd tot tyd naer die godheden om hen een
soort van eerbied te bewyzen. De een was in
advokaten toga en muts, een andere droeg het
rechterskleed. Voorden wagen ging een per
soon in het kostuem van een middeleeuwschen
ridder, met nummers van den Courrier de
Bruxelles en den Dien public op eene lans.
De wagen der studenten en die waerop men
het spotbeeld van Louisa Laleau bemerkte,
waren insgelyks door eene gansche groep
policie-mannen beschermd.
Op de zyden van den wagen der studenten
was eenen ezel geschilderd, die eene plakkaert
ODat waerop men las wet van 1842.
Het zou inderdaed moeilyk zyn den stryd van
hel liberalism tegen het lager onderwys beter
af te beelden
De overige wagens en groepen van den stoet
verdienen niet genoemd te worden zeggen
wy slechts dat menschen en dieren er aller-
smeerigst uit zagen.
Op verschillende plactsen hebben eenige
moedige burgers hunne afkeuring door luid
getluit te kennen gegeven de mannen van den
penning antwoorden door den geliefkoosden
kreet van M. Van Humbeeck, A bas la Calotte
de beschermende policie wierp zich op de
fluiters en hield twee of dry persoonen aen,
beschuldigd van gefloten te "hebben.
De stoet trok over de Croote-Markt voor het
balkon van het stadhuis, ahvaer zich de Ge-
meenteraedsleden en hunnefamiliën bevonden.
Deze heeren en hunne dames hebben de be-
leedigers der Broedors van de Christelyke
leering en van Louisa Lateau.
Verleden zondag morgend hebben eenige
catholyke burgers der hoofdstad, ten stadhuize
eenen brief neergelegd, waerin de beleedigin-
gen die door de inrichters der kavalkade voor
bereid werden by de overheid op voorhand
werden aengeklaegd.
LOUISA LATEAU.
Terwyl onze geuzen, de vrienden van het
lichtalle onderzoek weigeren wanneer zich
een godsdienstig vraegpunt opdoet, maer het
zelve liever doen dienen tot voorwerp hunner
laffe spotternyen, vindt men in het buitenland
nog liberale dagbladen die het niet beneden
zich achten, aen dergelyke vraegpunten hunne
aendacht te verleenen.
Als een voorbeeld van onpartydigheid voor
onze gcuzenpers halen wy hier het artikel aen
dat een liberael, doch eerlyk dagblad, la Liber-
tè van Parys, toewydt aen het wonder van
Bois-d'IIaine, waervan de vrydeukende stu
denten te Brussel met den karnaval het voor
werp hunner heiligsehendende spotternyen
Itebben gemaekt. Ziehier het artikel van la Li-
berté getiteld De wonddragende van Bois-
d'llaine
De brusselsche akademie van geneeskun
de, na langentyd geweigerd te hebben zich
met het wonddragend meisje van Bois d'Haine
te bemoeien, heeft eindelyk de feiten, op deze
laetste betrekkelyk, weiensehappelyk onder
zocht. De kommissie door de akademie be
noemd, ten einde het werk van eenen doktor
over de ziekten der mystieken te onderzoeken,
heeft vooreerst de feilen moeten besiatigen
die het werk tot grondslag dienden, en de
verslaggever, M. Warlomont, verklaert dat
geene de minste hindernis de kommissie by
dit onderzoek in den weg stond. Op het eerste
aenzoek werd hem volkomen vryheid van han
delen verleend. Hoe onbescheiden eenige on
zer eischen ook waren, zegt liy, geen enkele
werd van de hand gewezen. De nasporingen
hebben zich echter moeten bepalen lot do fei
ten die by klaren dage voorvallen. Iletnachte-
lyk onderzoek blyft nog te doen....
Louisa Lateau is geboren te Bois-d'IIaine,
naby Manage, provincie Henegauw, tn 1850.
In hare jeugd was zy altyd ziekelyk in 1808
werd zy aengevallen door zeer hevige, pynen,
doch welke dikwyls van plaets veranderden.
De eetlust verdween geheel en zy had verschil
lende bloedspuwingen. Na eene maend vasten,
werd zy zoo zwak dat men noodig oordeelde
haer de 11. Sakiamenten der stervende toe te
dienen alsdan kwam er verzachting en de na-
luerlyke krisis duerde dry dagen de genezing
vorderde spoedig en het meisje kon1 te voet
naer de kerk gaen op een kilometer afstand
van hare woning. Hare gezondheid kwam
voor goed terug.
Sedert dien tyd beminde Louisa Lateau al
tyd de eenzaemheid en de stilte. Zy is bezield
door eene vellichte godsvrucht en heeft eene
byzondere devotie voor het lyden van den Za
ligmaker. Op zekere tydstippen valt zy in op
getogenheid gedurende welke hare wonden te
voorscliyn komen. Deze verschynsels vertoo-
neu zich eiken vrydag. Eindelyk, zy bevestigt,
dat zy sedert 50 meert 1871, noch geëten,
noch gedronken heeft.
Hare lengte is I meter 05 centimeters en zy
weegt 53 kilos. Zy heeft thans liet uiterlyk van
iemand die eene bloeicude gezondheid geniet.
Hare ademhaling is die van een gewoon
mensch. Andere uitwerpingen van het lichaem
beslaen, volgens hare verklaring, by haar niet.
De opgetogenheden van den vrydag kondi
gen zich reeds den donderdag aen door hevige
pynen, vooral in het hoofd en die langzamer
hand zich in de gewonde lidmaten samentrek
ken. Van den donderdag avond ten 8 uer, tot
den vrydag morgend rond 6 uer, blyft zy
gansch alleen in hare kamer.
De verslaggever heeft Louisa Lateau be
zocht, diymael op eenen vrydag en viermael
op andere dagen, en haer aen lange en zorg
vuldige waernemen onderworpen.
Wanneer men 's vrydags, rond 6 uer 's mor-
gends, hare kamer binnen treedt, vindt men
haer gezeten op een houten stoel leunende
tegen den muer tegenover het venster en by-
gevolg in volle licht. Zy zit een weinig voor
over gebogen en houdt hare handen saemge-
vouvven onder een wil linnen dat be\ lekt is
met versch gevloeid bloed. Zy bevindt zich
alsdan in haer volle bewustzyn.
By het eerste bezoek van M. Warlomont,
op 18 september 1874, werden bevonden 1°
Aen het voorhoofd, gestold bloed dal by de af
wassing volkomen verdwynt zonder op de
bovenhuid het minste teeken na te laten. 2°
Aen de beide handen, zoowel langs buiten als
langs binnen, twee bloedende wonden, ge-
plaets in het midden van twee blinkende ge
zwellen, welke hard zyn en pyn veroorzaken
by de aenraking even als het toppunt eener
genezende zweer. 3° Aen de beide voeten, ge-
lyke wonden, waeruit weinig bloed vloeit, on-
getwyfeld omdat hare wollen kousen de bloed
vloeiing tegen houden. 4° Aen de linkerzij, tus-
schen de vyfde en zesde ribben, buiten en een
weinig onder het midden der linker borst eene
ringvormige wonde, welke weinig bloedt. 5°
Aen den rechter schouder, eene wonde gelyken-
de op de ontblootte plaets waer eene ammoni-
acplaester heeft gelegen. Uit deze wonde
vloeien groote druppels waterachtig vochten
eenige klGine druppeltjes bloed.
Kwart na zes uer wordt aen de lyderes de
H. Communie gebracht en vervolgens bljft zy
omtrent een half uer opgetogen. Gedurende
dien tyd is zy volkomen ongevoelig. Na ver
loop vari een half uer zet zy zich terug op
haren stoel en herneemt hare voorover gebo
gen houding, waerin zy blyft tot kwart na twee
uer.
Op dit oogenblik vervalt zy in eene nieuwe
opgetogenheid welke zich in'dry overgangen
verdeelt. Vooreerst blyft Louisa voorover ge
bogen op haren stoel gezeten en is ongevoelig
aen elke prikkeling, zelfs omtrent hare won
den die weinig te voren zou pvnlyk waren.
Vervolgens valt zy op de knieën èn zet zich na
verloop van een kwarts uers terug. Eindelyk,
rond dry uer, buigt zy zich eer. weinig voor
over, staet langzaem op en strekt zich daerna
met het aengezicht tegen den grond uit, zon
der styflieid en ook zonder overhaesting. Hare
armen liggen kruisgewys en hare voelen dicht
by elkander. Gedurende dit laetste gedeelte
barer opgetogenheid, dat omtrent onderhall
uer duert, ondergaen de bloedsomloop en de
ademhaling verschillende wyzigingen, waero-
ver het verslag geene byzouderheden geeft.
Rond 4 1/2 uer staet Louisa op. Zy komt
onmiddeliyk tot zichzelve hare pynen keeren
terug, doch nemen trapsgewyze af tot 8 uer
's avonds, op welk uer zy eindigen om de vol
gende week opnieuw te beginnen.
Het is dus alleen het feit der wonden dat
bewezen blyft. Hare armen werden gesloten
ieder in een glazen bol welke de hand omvatte
en vast was aen eene mouw in caoutchouc,
welke zorgvuldig toegezegeld werd. Niettemin
heeft de bloedvloeiing regelmatig plaels gehad
en verschynt zy wezenlyk overhoeds en zon
der de tusschenkomst van eenige uitwendige
aenraking.
Men weet dat dit feit niet eenig is in zynen
aerd de heiligen Fransiscus van Assisen,
Philippus van Bequéria, Benediktus van Reg-
gio, Karei van Gaëta, Angela del Paz, Nikolaes
van Ravenna en Catharina van Senen zyn met
de kruiswonden geteekend geweest vóór
Louisa Lateau en de andere hedendaegsche
gewondleekenden van België en andere plaet-
sen doch nooit, zonder twyfel, werd de echt
heid van het verschynsel zoo zorgvuldig onder
zocht en zoo klaer bewezen. De omstandighe
den, waerin het zich voordoet, zyn ten ande
ren niet voldoende om het den naem van mir
akel te geven.
Wat het vrargpunl aengaet of Louisa La
teau, al of niet eet, dit is niet zoo duidelyk be
wezen. Het feit dat zy koolstofgaz uitademt,
zonder er in hare levensorganen te ontvangen
door het nemen van spyzen, is niet iu de orde
der natuer en spreekt de opgaven der weten
schap tegen. Er blyit dus te bewyzen dat die
onthouding van spys waerlyk bestaet.
DAVIDFOA'DS.
Met genoegen vernemen wy dat men einde
lyk de handen gaet aen 't werk slagen om,
gelyk de arróndissementen Audenaerde en
St. Nieolacs ons 't voorbeeld hebben gege
ven, iu ons zoo vlaemsch en catholyk arron
dissement Aelst eene afdeeling van 't DAVÏü-
FONDS in te richten. De eerste voetstappen
zullen moeilyk en hard vallen, doch zonder
arbeid en moeite bekomt men niets. Wy spo
ren den heeren inrichters aen in hunne aen-
genomene laek te volharden en hopen dat
alle ware voorstaenders van Godsdienst, Vrij
heid, Vaderland en Moedertael het hoogst nuttig
werk zullen bytreden. Naer wy uil goede bron
vernemen zou eene eerste algemeene vergade
ring, op Maendag 29 Maert, zynde den
Paesschdag, te Aelst, belegd worden.
Wy begrypen niet om welke rede 't Land
van Aelst opnieuw zynen snater komt steken
of zich vermengen in de kwestie der verwy-
dering van den Denderbode uit den catholyken
kring van Geerardsbergen. Wy hebben goed on
zen brief dien wy,op 28 Februari 11., hebben af
gekondigd te lezen en te herlezen en onmogelyk
is het ons er eene zinsnede, zelfs een woordje,
in aen te treffen, die 't Land van Aelst en des-
zelfs opsteller, den lieer Daens{van verre of
van naby raekt. Waerlyk wy begrypen die
tusschenkomst van den heer Daens niet, welke
door niets gewettigd is. En daerby, waerom
ons, wetens en willens, wéér woorden doen
neérschryven die wy nooit hebben neerge
schreven, en gedachten toeëigenen die nooit
de onze geweest zyn. Wat belang mag de
opsteller van 't Land van Aelst daer in hebben?
En inderdaed, c de Denderbode, zegt de heer
Daens, bedreigt ons met eene scheuring,
omdat liy te Geerardsbergen en elders een
abonnement of twee verloren heeftDat
is een haeslig en onbedacht woord, want
alle nieuwsbladeren verliezen en winnen by
tyd eenige abonnementen.
Wy vragen het aen al wie onzen brief ge
lezen heeft of er daer eene bedreiging van
scheuring van onzenlwege in vervat is Wy
hebben slechts eene lage kuipery bekend ge
maekt, ten opzichte van den Denderbode in
't werk gelegd, om hem uit eene catholyke
maetschappy te verwyderen waer hy, op tyd
en stond, de oogen aen velen zou kunnen
doen openen.
Wy willen in geenen verderen pennentwist
niet 'l Land van Aelst treden; het zy ons ge
noeg te doen uitschynen dat deszelfs schryver
weer zynen snater in zaken komt steken
waer in hy zich in 't geheel niet te vermengen
heelt, en ook hem te zeggen dat hy beter dan
iemand weet dat wy nooit eene scheuring
zullen verwekken, al verloren wy meer dan
de helft onzer abonnementen. De scheurma
kers zullen dezen zyn die ons arrondissement
onder hunnen despotieken knout willen het
hoold doen buigen, die het hooge woord over
alles willen voeren en wier dwaze pretentiën
door de overgroote meerderheid der catho
lyken van 't arrondissement Aelst altyd zullen
verstooten worden. Overigens, 't Land van
Aelst weet immers ook dat, moest eene scheu
ring zich voordoen, hare verwekkers aen hun
proefstuk niet zouden zyn. 't Verledene is daer
om het ons te erinnerenMaer wat is't?
De memorie van den mensch is op onze dagen
zoo vroegtydig versleten
VOLKSKAMER.
De Kamer heeft deze week het wetsontwerp
betrekkelyk de omschryvingen der notarissen
onderzocht. Verscheidene redeuaers voor en
tegen het wetsontwerp hebben het woord
gevoerd.
Haallcrt, 11 Maart 1875.
Heer Opsteller,
Hoe meer de Geestelijken prediken, hoe meer zij
door sommigen bcgekt cn bespot worden. Zichiereen
bewijs, heer Opsteller Dynsdag laatst bevond ik
mij in de statie van Aalsteen aldaar wandelende
priester, werd door twee heerkens van omstreeks
-20 tot 25 jaren oud, zoodanig bespol en begekt dat
hel bijna nioi jinorliik vyas. Zich naar dien priester
kcerende, maaKlen zij met hunne handen kiuiocn,
even of zij de Benedictie wilden geven en zongen
luidkeels: huizen des Heeren, zijn bordeelcn, daar
komen papen kwezels nonnen en beggijnom bij
malkaar in 't h ....kot te zijnWij vertrokken met
den trein in de statie van Lede aangekomen zijnde,
stapten daar twee religieusc zusters van den trein
af, en die zelfde heerkens riepen meermaals zie
zie tuee gentsche hzij gaan bij dc papen om te
spelen hunne loerenZij riepen en zongen zulke
walgelijke en vuile dingen, immers te vuil om op
het papier geplaatst te worden. Lie heer Jozef Raes,
landbouwer te Ilaallert, vroeg hen zeer beleefdelijk
mijne heeren, is het mij gepermeteerd te weten van
waar gij zijl van Brussel, was hun antwoord
Ah gij zijl van dat volk 't welkzijnckorslen brood in
de straatjes opeet!Zij waren verontwaardigd
en vroegen van waar bij was, en hij antwoordde
van Ilaallert, mijne heeren. Doch zij wilden hem
niet gelooven, zeggende op Ilaallert woonen geene
patoormannen, wij zullen uw signalement mede
nemen en het den Burgemeester van Ilaallert vra
gen, die treffelijke heer is onze vriend, en hij
zal de waarheid zeggen, en zongen hun liedeken
voort: huizen des lleeren, zijn bordcelen, enz., enz.
Aan de statie te Melle hei) ik hen verlaten en zij
vertrokken naar Gent.
Intnsschen groet ik UEd.
X.
Wy moeten den schryver van bovenstaenden
brief doen opmerken dat hy grootelyks aen
zyne plicht te kort is gebleven. Als die twee
schaemtelooze brusselsche vuilerikken hun
beestig gezang begonnen en priester en reli
gieuzen in zulke zedelooze bewoordingen be-
leedigden, moest hy dadelyk de politie van de
statie gerekwireerd hebben en tegen die brus
selsche pelit-créve doen proces-verbael op
maken. In alle statiën waer geen bezondere
politiekommissaris aengesleld is, zyn de sta
tieoversten met de politie gelast en verplicht
gehoor aen alle billyke reklamen te geven
bezonderlyk als deze op de getuigenis van
verscheidene persoonen geslaefd zyn.
KERKELYK NIEUWS.
Onder de Aertsbisschoppen welke,in 't Con
sistorie van 15 dezer maend, tot de weerdig-
heid van Kardinael zullen verheven worden,
treft men den naem aen van Mgr. Deschamps,
Aertsbisschop van Mechelen.
Mgr. Deschamps zal dus zyn
De eerste belgische Kardinael welke in 't
Bisdom van Gent, geboren werd hy werd ge
boren te Melle, den 6 December 1810
De eerste leerling der catholyke Universi
teit van Leuven welke tot deze weerdigheid
geroepen wordt
Het eerste lid van 't orde der Redemptoris
ten in Belgie 't welk tot het Kardinaelschap
verheven wordt.
Mgr. Deschamps is reeds in de eeuwige
Stad aengekomen.
Bf.uevaert naer Lolrdes. De persoonen
verlangende de bedevaert, op 18 April vast
gesteld, te ondernemen worden dringend ver
zocht hunne inschryving zoo haest mogelyk te
nemen, daer er dilmael maer een trein zal in
gericht worden er is dus ten hoogste plaets
voor 500 persoonen.
De lyst van inschryving wordt den 20 dezer
des middags gesloten. Alle giften tot bekosti
ging der ex-voto's zullen met dank aenveerd
worden.
Z. D. H. de Bisschop heeft van nu af
de groote bedevaerleu in zyn bisdom vastge
steld voor het loopende jaer, opdat er zich
geen beletsel aenbiede ter gelegenheid der
zendingen van het H. Jaer. De eerste bede
vaert op 2" Sinksendag is reeds gekend zy
wordt gedaen door 15 tot 20 duizend Xaveria-
nen tot O. L. V. van Lourdes ie Oostakker.
Dc 2C is te Meerbeke, by de II. Berlindis,
den Zondag G Juni.
De 5' te Zele.op Zondag 20 derzelfde maend.
De 4e te Melsele, by O. L. V. van Gaverland,
den 8 Sepiember.
De 5e te Lede, by O. L. V. der VII Weeën,
den 5n Zondag van September.
PRIESTERLYKE BENOEMINGEN.
De eerw. lieer Van Wassenhove, onderpas
toor van Bazel, is professor benoemd in het
collegie van Eecloo, in plaets van den eerw.
heer Dauwels, die hem te Bazel opvolgt. De
eerw. heer De Wolf,onderpastoor te Nukerke,
is coadjutor-deservitor benoemd te Neder-
zwalm de eerw. beer Van der Meulen, beden
coadjulorte Nederzwalm, vervangt hem.
Dynsdag 11., 9 dezer,hebben dc Iiberhaters van
Nieuwerkerken, hunnen liberalen Burgemees
ter feesteljk ingeliaeld. Wy hebben den stoet
onze straten zien doorkruisen en hebben hem
zeer wel bezichtigd. Maer wat zouden wy er
van zeggen
Moesten wy bandelen gelyk T Verbond, de
moniteur onzer afgesloofde Iiberhaters, ten
opzichte der gemeente Erembodegem gehan
deld heeft, wy zouden, gelyk dit blad in zyn
nummer van 25 October 1874 schreef, kunnen
zeggenDynsdag laetst had de inhaling
plaets van den nieuw benoemden Bttrge-
meester van Nieuwerkerken (in plaels van
Erembodegem.) Een afzichtclyke en wanor-
delyke stoet, zoo als de gemecmte Nieu-
werkerken, (altyd in de plaets van Erembo-
degem) er alleen weel samen te stellen, is
des middags in onze stad gekomen om er
den Burgemeester af te halen. Moeilyk zou
men zich een denkbeeld kunnen maken van
den wanordelyken tocht dezer wildemans-
bende door onze straten en van bet oorver-
scheurend gedruisch waermede zy dezelve
deden weêrgalmen, enz., enz.
Waren wy zulke laeggevailen en miskweck-
te straetjongens, gelyk de Verbondschryvelaers,
wy zouden op onze beurt hunne liberale par-
tygehoten kunnen beleedigen en beschimpen
met zelfs onrechtveerdiglyk tegen Nieuwer
kerken de beleedigingen te herhalen die zy
tegen Erembodegem uitbraeklen. Doch zoo wil
len wy niet handelen; wy laten den Nieuwer-
kerkschen stoel gelyk hy was. Ten andere die
beleedigingen zouden niet alleen naer 't hoofd
van de Nieuwerkerksche gemeentenaren ge
smeten worden maer ook naer dit van vele
inwooners van Aelst-St Job, van Erpe, van
Meire en van Haeltert, welke aen den stoet
deelnamen.
Wy hebben verscheidene onzer vrienden,
onzen heer Burgemeester hooreu beknibbelen
omdat hy aen den Nieuwerkerkschen stoet
toegelaten heeft de Stad binnen te treden. Vol
gens ben, zou hy dit moeten weigeren hebben
omdat de beer Baeten, de nieuw benoemde
Burgemeester, in 1867, aen de aelsterschc
Bokkenrijders de intrede van Nieuwerkerken
geweigerd heeft, en nu aen Nieuwerkerken 't
affront moest bakken dat hy, M. Baeten, aen
Acl&i desiyds gebakken heeft. Wy üeelen die
gedachten onzer vrienden niet. Volgens ons
moet het kwaed met goed in plaets van met
kwaed geloond worden. En wat meer is
omdat de heer Baeten, in 1867, getoond heeft
dat hy als een kleingeestige overdraegzame en
partijdige dommerik handelde zou de heer Van
Wambekenu ookdiedwaesheid moeten begaen
hebben
Wat ons betreft, dat denken wy niet....
VAN HEDEN AP IS
Verkrygbaer ten bureele van den Denderbode,
in de Molenslraet n° 6, beter geker.d onder
den naem van 't gat van de Merkt, naby 't
Landhuis, te Aelst.
LEVENSBESCHRYVING
van
de kruiswonddragende van Bois-D'Haine, vol
gens geloofwaerdige dokumenten, door Hen-
derik Van Looy, Baccalaureus in Godgeleerd
heid, letteren en wetenschappen.
Een schoon boekdeel in 8° van 21Gbladz.
PRYS 75 CENTIMEN.
'T Handelsblad heeft deze week aenge-
kondigd, dat de groote klok van Erembode
gem, geborsten was. Dit is eene misgreep 't
is de groote klok van Erondegem, eene staelen
klok van de duitsche maetschappy, die ge
borsten is.
Men beeft in de Kamer het wetsontwerp
uilgedecld, waerdoor het patentrecht vooi de
dokiers wordt afgeschaft.
In 1874 waren er 1885 gepatenteerde dok
ters, wier patent te samen 50,157 IV. 20 cent.
opbracht.
Het gemiddelde palent is zoo wat 26IV. 59 c.
Welnu, wy zyn het niet eens met liet goe -
vernement, die belasting af te schaffen.
Wy vinden er ook geene vaste reden voor.
Men haelt de advokaten aen doch die zou
den wy doen betalen gelyk de rest.
Dokters en advokaten winnen goed geld,
en kunnen dus ook zeer goed betalen.
Men doet integendeel neeringdoende men
schen patent betalen, die men beter doen zou
vry te laten.
Verleden zondag zyn te Brussel eene
groep mannen aengeliouden, voor het uniform
van het belgisch leger te dragen een hunner
droeg eene plakkaert met de woorden de
tucht in 1874. Er is proces-verbael tegen hen
opgemaekt. En wat zal men doen met de
smeerlappen, welke de Godsdienst en bet
priesterkleed door liet modder hebben ge
sleept?
Verscurikkelyke Misdaeo. Een ver-
schrikkelyk schelmstuk is op de Rhynkaei, te
Antwerpen gepleegd.
De genaemde Richard Mestdag, steenhou-
wersgast, woonende in de Waeistraet, kwam
onverwachts de wooning binnengedrongen
van M. Charles, huisbewaerder voor de buree-
len van M. Huger. Hy vond vrouw Charles al
leen te huis, greep de niets vermoedende
vrouw vast, wierp haer ten gronde en bracht
haer met een grooten steenhouwershamer,
talryke slagen op het hoofd toe.
Ziehier de inlichtingen welke wy hierover
hebben ingewonnen
In hei huis, bewoond door M. Charles en
zyne vrouw, bevinden zich verscheidene bu-
reelen, te weten van MM. Huger, De Leeuw,
Phillipse en Roosen, enz.
M. Charles bewoont de derde verdieping.
Zyne vrouw, Maria Van den Broeck, dochter
van den ouden huisbewaker van het konink-
lyk atheneum, was gisteren middag alleen op
hare kamer, toen eensklaps Richard Mestdag,
die onopgemerkt het huis was binnengedron
gen, de kamerdeur opende en zich woedend
op de arme vrouw wierp.
Maria Van den Broeck bezweek onder de
eerste slagen, die de woeste kerel haer met
ecu grooten hamer op liet hoofd toebracht. Zy
viel bewusteloos, badend iu haer bloed, ten
gronde.
Slechts een enkele kreet had het slachtoffer
geuit, doch deze was gehoord door een per
soon die zich op de tweede verdieping bevond.
Men kwam onmiddeliyk ter hulp gesneld
een vcrschrikkelyk tooneel deed zich voor de
oogen der eerst toegesnelde persoonen op.
In het midden der kamer lag het beweging
loos lichaem van Maria Van den Broeck. Het
bloed was langs alle zyden heengespat.
Nevens haer zat de moordenaer op de
knieën. Hy sloeg nog voortdurend met zynen
hamer op het hoofd der arme vrouw. Zyne
houding was als die van eenen steenhouwer,
welke eenen ordinairen steen aen 't kappen is.
In een oogenblik stond de gelieele omtrek
overhoop de moordenaer deed niet de rain-
sle poging om te vluchten by scheen over
zyn werk voldacn te zyn. Hy stoorde zich niet
liet minsle aen de verwvtingen, die de opge
wonden menigte hem naer hel hoofd wierp.
l)e kommissaris van policie der 7e wyk, M.
Maillard en zyne adjunkten begaveii ziclt
oogenblikkelyk ter plaetse, en hielden Richard
Mestdag aen. Deze liet zich zonder den min
sten tegenstand naer het policiebureel bren
gen en verklacrde, dat hy de moordenaer der
vrouw Charles wasdat hv gehandeld had
met voorbedachtheid en dat. ingeval zyn
slachtoffer aen den dood mocht ontsnappen,
hy later, wanneer hy uit de gevangenis zou
komen, wel met haer zou afrekenen.
Hy weigert voor het oogenblik de oorzaek
der misdaed bekend te maken, zeggende, dat
hy die later voor de rechtbank wel zal verkla
ren.
Het parket ter plaetse geroepen, heeft een
eerste onderzoek gedaen. De steenhouwers-
hamer is in beslag genomen. Maria Van den
Broeck is nog maer sedert 8 maenden met M.
Charles getrouwd. Men denkt dat jaloezie niet
vreemd is aen de misdaed.
Het slachtoffer heeft zeven gevaerlyke won
den bekomen. Zy is tot op dit oogenblik niet
ter sprake gekomen. Men vreest voor haer le
ven.
Terwyl dc Broeders der christelyke lee
ring te Brussel door het schuim worden be-
leedigdhebben de catholyken van Bergen
dry nieuwe scholen aen hunne zorgen toever
trouwd. Elke parochie dezer stad zal dus
weldra eene kostelooze school hebben, waer
de behoeftige jeugd een godsdienstig onder
wys kan genieten.
Men schryft uit Bergen, 10 maert.
Een 19jarig meisje, dat verleden maendag
haren broeder was komen bezoeken, die al
hier in garnizoen ligt, en terug naer Jurbise
wilde keeren, was by misgreep in eenen trein
gestapt, die naer Quiévrain vertrok. Zy be
speurde hare dwaling slechts toen de trein
reeds aen het ryden was, opende schielyk liet
portel en sprong uit den trein doch met liet
ongelukkig gevolg, dat zy zware wonden be
kwam, waeraen zy weldra overleed.
Eene nieuwe kerkliofschennis beeft te
Dampremy plaets gehad op hevel van den
burgemeester dier gemeente, is een man als
vrydenker in het gewyde kerkhof begraven,
niettegenstaendc er aldaer een zeer fatsoen-
Ij ke begraefplaets bestaet voor de lieden,welke
builen het catholyk geloof sterven.
Was het Cornil. Een der stoutmoe
digste diefstallen in verleden zondag nacht, in
de Duquesuoyslraet te Doornyk gepleegd, waer
zich de woning van den policiekommissaris en
een policiebureel voor vier nachtwakers be
vinden.
Na den muer van het Atheneum te zyn over-
gekloinmen, heeft de dief het huis van M.
Bourgeois, kruidenier, bereikt, alwaer hy op
de binneiiplaels gekomen, zeer behendig eene
ruit uit liet raem heeft genomen en binnen is
gedrongen.
In de eetkamer cn in den winkel beeft de
boosdoener genomen hetgeen liera hel meest
beviel, zooals eenige pakken chocolade, eene
mat vygen en andere voorwerpen. In eens kas
vond hy een mandje eieren die ;hy allen heeft
gebroken en er een gedeelte van heeft opgeë-
len liet overige heeft hy by de schelpen ge
laten.
De nachielyke bezoeker vergat ook niet eens
lustig te drinken van de voetjes brandewyn
die in den winkel lagen hy droeg even eens
zorg, al de laden en kassen te doorsnuffelen
en zich hel geld toe te eigenen dal hy vond
doch dat slechts ongeveer 12 of 15 frank kan
bedragen hebben.
Volgens men zegt heeft hy eveneens het
huis van een naburigen holleblokmaker be
zocht, alwaer hy ook eenige voorwerpen zou
meegenomen heblien, en men beweert, dat,
iri zyne reis over de muren, de dief zelfs door
den hof van den policie-kommissaris beeft ge-
loopen.
Dit soort van diefstal, de stoutmoedigheid
waermede hy bedreven werd, en de wyze van
handelen, doen hier een nieuw exploit van
Cornil vermoeden en men denkt over het algo-
meen dat de ontsnapte uit de celgevangenis,
de stad niet verlaten heeft, en er waerschyn
lyk niet zonder medeplichtigen is.
De Echtscheiding. Onze lezers kennen
ongetwyleid het schoone gedicht van Tollens,
waerin een gehuwd paer, dat voorden rechter
verschynt om gescheiden te worden, verzoend
wordt door het kind dat beiden willen behou
den, cn dat zich van geen hunner scheiden
wil.
Ziehier eene variatie op hetzelfde thema
Voor den vrederechter te X..., de plaets
doet weinig ter zaek, verschenen man en
itouw en verzochten wettig gescheiden te
tvorden. Na tien jaren gehuwd te zyn geweest
liadden beiden er genoeg van en wilden de.
ayp aen Marten geven.
Uit liet huwelyk waren dry kinderen gebo-.
-en en de rechter zou beslissen wie van de
nan of de vrouw de kindereu zou by zich hou-