De Aardappel. tstolD en Groenti NEERHOF. Over Bijen. Voikswetenschap. De aarJappelteelt is vootzeker eene der \ooinaamste teelten van ons land én omdat ze zoo uitgebreid is, én omdat ze oedfcr verschaft voor menschenen dieren De aardappel is afkomstig uit Peru er Chili, groeit zeer gemakkelijk op bijna alle gronden. Geschikte grond om aard appelen te winnen is overal te vinden, lichte gronden, zandachtige of zand- leemachtige zijn echter het best gepast, indien ze genoeg voedende bestanddee- len inhouden en niet al te droog zijn. De weersomstandigheden hebben natuurlijk veel invloed op de teelt van dit gewaszoo kan men in een droog jaar eene schoone opbrengst winnen in klei grond, terwijl in een nat jaar de teelt beter zal gelukken in drogen zandgrond. De aardappel geeft echter goede opbrengsten in alle gronden, op voor waarde dat ze goed bewerkt en goed bemest worden, en dat de gewassen behoorlijk woraen verzorgdIn harden, slechtbebouwden en natten grond is de opbrengst klein en zijn de knollen slecht van smaak. Wat veel belang heeft bij de teelt der aardappelen is de goede bewerking van den grond. Vóór den Winter, op eenen akker die graan heeft voortgebracht, zal men 25 tot 30 centimeter diep ploegen, indien de ondergrond zulks toelaat. Op lichten grond volstaat deze herfstbeploe- ging,terwijl op zwaren grond :n de Lente nogmaals wordt geploegd en verscheidene malen geëgd. In lichten grond kan men de lente-beploeging vervangen door eene goede bewerking met den grubber of culti vator. De aardappel eischt eene nogal sterke bemesting. Volgens de uitslagen, die alge meen in ons land worden verkregen en ook volgens de hollandsche proeven, heeft men de beste uitkomst met eene bemesting «half en half», dit is e halve bmesting met stalmest, volledigd door kunstmeststoffen. Men kan alzoo aanraden 20.000 kg. stalmest per hectare en daarbij toepassing in de Lente, van 400 kg. superphosphaat en 200400 kg. nitraat.'t Is oc e g i> II Thomasphosphii >oie n de Lente superphosphaat Potaschmest mag gebruikt word - gronden nv kan in den HerLt de kaï- niet onderploegen, of, wat nog beter is, de kaïniet bij de voorafgaande teelt reeds toepassen Indien de potasch nog moet gebruikt worden in de lente, dan kan men alleen potaschsulfaat aanwenden. De meststoffen moeten over geheel het lai d uitgestrooid worden en niet in de kuilen of voren worden gelegd. Sommige landbouwers leggen de meststoffen in de plantkuilcn, dat is verkeerd de eerste scheuten der aardappels voeden zich in den plantknol, daarna verspreiden zich de wortels door den grond en zoeken hun voedsel elders dan in de dichte omgeving van den plantaardappel. De plantaardappels moeten tot eene goede soort behooren, ze moeten voort komen van sterk gegroeide gewassen, welke vaste eigenschappen bezitten. Men zal plantknollen kiezen van mid delmatige dikte, voortkomende van strui ken waaraan dikker knollen hebben gehangen zooniet zouden die aardappels van middelmatige grootte wel de dikke knollen kunnen zijn van slechte stiuiken. Nooit zal men de plantaardappels door snijden, dit bevordert de ziekte. De afstand tusschen de struiken heeft ook zijn belangin zeer vruchtbaren grond kan men 40 centimeter afstand tusschen de struiken in de rij en 60 cen timeter tusschen de rijen laten. De aardappels moeten niet te diep ge plant worden; van 8 tot 10 centimeter diepte is voldoende. In het begin van den groei zal men herhaaldelijk den grond ophakken opdat hij zuiver en los blijve. Men vergete ook de besproeiing met Bordeleesche pap niet. F. P. della Campagne. (Verboden nadruk). Wanneer een paard afschrik toont voor het een oander voorwerp, krijgt het- niet zelden zweepslagen om het te. dwingen zijn weg voort te zetten. Dat is eene. domme handelwijze doch zelden wordt door den voerman op eene andere manier te werk gegaan en toch zal hij heweeren zijn vak te kennen. Hij kent dit echter in"tgeheel niet en telkens dal het paard langs zulk voorwerp voorbij moet, zal hel af wij ken. Men zal integendeel het paard doen stil slaanhem den tijd laten om hel schrikbarend voorwerp te aan schouwen, terwijl men hem met zach te woorden toespreekt. Langzamer hand zal het paard met het voorwerp bekend geraken en later voor hetzelve niet meer terugdeinzen. In ons dicht bevolkt land, met de sterk toenemende bevolking der steden, met de aangroeiende belangrijkheid der fabrieken van opgelegde groenten, zien wij de groenteteelt van jaar tot jaar meer uit breiding nemen. 't Is echter te betreuren dat het gebruik van kunstmeststoffen niet gelijken tred houdt met de uitbreiding,welke de groen teteelt neemt. Belachelijke vooroordeelen bestaan er nog, zoo hoort men beweren dat het gevaarlijk zou zijn scheikundige stoffen te gebruiken bij de teelt van plan ten,die tot voedsel van den menschmoeten dienen en daarom gaat men voort met deze planten met drekwater in overvloed te begieten. Dit hindert niet, zegt men, vermits deze drekstoffen geheel en al moeten ver gaan, vooraleer ze door de planten kunnen ongenomen worden. Daarbij vergeet men echter dat deze drekstoffen waarlijk worden omgezet in scheikundige stoffen, die toch uit den organischen mest moeten ontstaan, maar welke wij rechtstreeks kunnen toepassen zoodat de planten ze onmiddellijk kun nen gebruiken en wij ze naar beliefte kunnen doen verschil.en volgens df noodwendigheden van plant en grond Erger nog,.sommige personen beweren dat de groenten, met scheikundige stoffen gewonnen, eenen apotheeksmaak hebben Die personen hebben voorzeker e zeer sterke verbeelding, doch een j zwakken smaak, zooniet zouden zij wel proeven dat krachtig gegroeide:grodnten beter zijn dan andere en door toepassing der scheikundige meststoffen groeien de groenten weelderiger en krijgen meer gewicht. Vooral het chilinitraat heeft eene uitmuntende uitwerking op de ont wikkeling der groenten, Daar nu echter sommige groenten ge voeliger zijn dan de veldgewassen over 't algemeen, zullen de meststoffen met over leg worden toegepast, volgens den aard en de vruchtbaarheid van den grond, volgens de noodwendigheid der getee'de gewassen 't Is echter niet noodig tijd en geld te verspillen om te onderzoeken wat men voor elk gewas noodig heeft. Ziehier eenige aanduidingen, die tot leiddraad kunnen dienen. Volgens den staat van vruchtbaarheid, waarin zich de grond bevindt, kan men de hoeveelheden wijzi gen. Voor bladgroenten kooien, selder, andijvie, prei, zurkel, peterselie, keiver, rhabarber, spinazie, salade, enz.80 gram pervierk mtterchilinitraat, 100totl50gram superphosphaat en 10 gr. potaschsulfaat. Voor woi telen, rutabaga, rapen, radij zen, schorseneeren, witloof, enz. 40 gr. chilinitraat, 100 gram superphosphaat en 15 gr. potaschsulfaat. Voor aardappelen 30 gram chilinitraat, 60 gram superphos phaat en 20 gram potaschsulfaat. Voor boonen, erwten, linzen: 20 gram chilinitraat, 100 gr. superphosphaat en I gram potaschsulfaat. Voor ajuin, look, sjalotten 50 gram chilinitraat, 100 gram superphosphaat en 15 gram potaschsulfaat. Voor aardbeziën 50 gr. chilinitraat, 150 gram superphosphaat en 30 gram potaschsulfaat. Voor aspergie 30 tot 40 gr. chilinitraat 100 150 gram superphosphaat en 15 gram pota chsulfaat Als algemcenen regel kan men aanne men dat het superphosphaat en het potasc sulfaat mo.ten ingewerkt worden, dat het chilinitraat deels mag ingewerkt worden en ook deels mag toegepast wor den tijdens den groei. G. Vandenhove. (Verboden nadruk) Tuinzaaiingen in AprilAndijvie aardappelen, artisjok, beet, struik- boon, erwt, kers, kervel, koolraap, salaad, raap, radijs, selderij, spinazie cichorei, tomaat, wortelen. VOEDING der LEGHOENDERS Benevens de pastei waarover we in een vorig artikel hebben geschreven, ont vangen de kippen ook graan, groen voed sel en soms dierlijk voedsel zooals vleeschmeel. De granen zijn maïs, tarwe, garst, haver, boekweit, wikken, enz. Volgens de proeven, eertijds genomen door de Yorkshire Post, bevindt men zich het best met een mengsel van half maïs en half haver, om het leggen te begunstigen. Daarna komt de tarwe. Ziehier overigens het aantal eieren voortgebracht door lóten van 5 opgesloten hennen van den zelfden ouderdom, van hetzelfde ras,enz. gevoed gedurende een jaar met verschil lende granen Maïs met haver ter helft 752 eieren Tarwe 723 Maïs 648 Haver 625 Garst 472 Maïs bevordert te zeer het vet worden, beter is het dit graan met ander af te wis selen. 't Is ook aan te raden de maïs te breken, vooral de soort paardentand, en dan te bevochtigen. Men zal steeds - mijden mengsels te geven waarvan de hennen slechts eten wat hun behaagt. Boekweit is bijzonder getch'kt voor de leghennen, evenals de sojazaden, welke veel eiwitstof bevatten. Haver kan ook geplet worden; doch beter nog is het ze te la .l i kiemen daartoe vult men een ketel met haver en alle twee dagen giet men daarover een weinig warm water. Na 10 dagen begint de haver te ontkiemen en dan eten te kippen ze met gretigheid. Opgesloten hennen moeten meer voed sel ontvangen dan niet opgesloten. Vol gens eene mededecling van M. Max Hessdorfer te Marburg at een italiaan- sche hen eiken dag 125 gram garst, wan neer ze was opgesloten en slechts 30 gr. wanneer ze.in vrijheid liep en kon gra- Wanneer het slecht weder de hen belet dat voedsel te zoeken, wat ze vooral noodig heeft om veel te leggen, dan zal men eiken dag van 10 tot 15 gr. vleeschmeel per vogel geven Groen voeder is Ook onmisbaar gras, kooien, salaad, paardebloemen, wilde salaad, beetwortels, klaver, luzern, hane- kam, enz. Het groen voeder wordt ofwel gekapt, ofwel in een kribbetje gelegd, of wel in busseltjes samengebonden en dan opgehangen in het bereik der hoenders. De warmte, de weersgesteldheid, de gezondheidstoestand komen in aanmer king voor het regelen der voeding. In den winter is graan onmisbaar,omdat het bij brengt tot verwarming van het lichaam men kan alsdan de hoeveelheid pastei •erminderen. Maïs vooral is zeer gepast in den winter, terwijl tarwe beter is in den zomer. Onnoodig hier nog eens uit te leggen, hoe noodzakelijk het is altoos voor gezond drinkwater te zorgen. Vestigen wij, om te eindigen, de aan dacht op de hoedanigheid van alle voeder; nooit geve men bedorven, beschimmeld, verhit of onrein voeder. Het u scheigoed klein graan van onder den wanmolen, bevat dikwijls zaden van onkruid en be dorven graankorrels, die soms ziekten verwekken. Men heeft er voordeel bij aan de leghoenders slechts gezond graan te geven. Een gewoon hoen heeft per dag onge veer 80 gram graan noodig, waarbij even veel groen voeder moet gevoegd worden. Met dit rantsoen, regelmatig toegediend, blijven de hennen in goede gezondheid indien ze verder in goede voorwaarden verkee r» n ook zullen ze dan maar zelden door besmettelijke ziekten aangetast worden Bij koud en nat weder is er wat krach tiger voeding noodig. Avicola. (Verboden nadruk). Sommige paarden eten de haver met te veel spoedzij knauwen de 'haver niet behoorlijk, waardoor dan een groot gedeelte der voedende bestanddeelcn aan de vertering ont snapt. Om dit te vermijden vermengt men de haver met evenveel gekapt stroo of IlakselHel paard kan onge knauwd haksel niet doorslikken en is dus verplicht de haver tezelfdertijd behoorlijk te pletteren. Ieder imker zal wel opgemerkt hebben, dat de bijen bepaalde bloemen bevliegen en van andere afblijven, niettegenstaande deze honing bevatten. Bij de laatste zijn de honigbakjés te diep, en ligt de honig te ver in de bloemen verborgen. Zij wor den bezocht door insecten met langere tongen, zooals hommels en vlinders. Van veel belang zou het zijn, dat de tongen onzer bijen wat langer waren, jal was het alleen maar om een bloem te kunnen bevliegen, de roode klaver, welke veel voorkomt en rijk is aan honing en waar van de honigbakjés een weinig te diep zijn. Op deze bloemen winnen de hom mels di uk en soms ziet men er bijen op. Dit is alleen in tijden, dat de honigklier- jes sterk sap afscheiden en de voorraad zeer hoog in de bakjes staat, zoodat de bijen er het bovenste gedeelte uit kun nen opzuigen. Er is in de imkeiwereld druk gesproken over de mógelijkheid om bijen met langere tongen te kweeken men vond het geenszins onmogelijk bij de bijen een bepaald orgaan tot meerdere ontwikkeling te brengen. Sv>mmige imkers sloegen al dadelijk de hand aan den ploeg en zoo verschenen al spoedig enkile toestelletjes, welke in de eerste plaats noodig zijn om de lengte der ton gen te meten. Het zijn eenvoudig voer- bakjes, waarop men in deelen v;an milli- mers kan aflezen, hoe diep de bijen den honig kunnen weghalen. De uitslagen der imkers in Euiopa zijn in den loop der jaren niet groot geweest, totdat eindelijk uit Amerika de mare kwam, dat de bijen met lange tongen waren verkregen. Moeders van zulke volken doopte men met den naam van roodeklaverkoninginnen, en men ver kocht bijzondere koninginnen tegen hooge prijzen van 100 dollai en meer Het volgende middel wordt aanbe volen tegen den afgang der veulens men klopt het wil van eeei totdat het geheel in schuim is opgegaanmen giet het dan in een halven Uier lauw warm water, en men geeft dit mengsel aan het muien. Is hel veulen nog zeer jong, dan is deze dosis toereikend zoo niet neemt men dubbele dosis het wit van twee eieren in een liter water. DE MUGGEN Met den Zomer zullen ook weer de muggen terugkomen, die hatelijke schep seltjes, die. in den warmen avond gon zend om ons heen vliegen, totdat ze de gelegenheid hebben ons te stekenDaar zijn velerlei soorten van muggen, doch die we hier bedoelen is de Culexpipiens aan dat insectje heeft de geleerde Reau mur eene merkwaardige studie besteed Die muggen zijn onze gezworen vijanden zegt hij in zijn voorwoord, t zijn lastige vijanden en toch zijn ze wel eene; kleine studie waard, want na een weinig onder zoeken, begin men zet reeds te bewonde ren en bewondert men zelfs het werktuig waaimede ze ons de wonden toebrengen. Overigens gansch hun levensloop levert belang op voor de weetgierige geesten, die de wonderen der natuui aanschouwen zoo grcot is die belang stelling dat men op een gegeven oogen- blik vergeel dat de mug zulk hatelijk dier is en men vreest zelfs voor het bestaan van dien vijand. De ruimte ontbreekt hitr echter om alles aan te halen wat de geleerde Reau mur over de muggen heeft geschreven wij moeten ons bepalen bij eenige bijzon derheden over het leven der mug. De mug is een kerfdiertje, met rolvor mig lichaam, di ie paar pooten en twee schelpachtige vleugels. Op haar hoofd draagt de mug voelhoorntjes en ook een langen fijnen tiomp, uit zes stukken samengesreld. Met dezen tromp dringt de mug in het lichaam, steekt en veroor zaakt pijn en opzwelling. Daar de muggen zich op alle voorwer pen nederzetten, kunnen ze ook aller hande ziekten aanvoeren, vooral de gele koorts, de koude of driedaagsche koorts Ook kan de steek der mug eene huid ziekte doen ontstaan, daarom moeten wij ons tegen dit insect verdedigen en het zelve zooveel mogelijk verdelgen. Het volmaakt insect kan moeilijk bereikt worden om het te vcrnielén, daar toe vliegt het te snel. doch wij moeten onze pogingen richten tegen de tieren de larven en de nimfen die in het water leven. De wijfjes-mug legt 300 tot 400 eieren, die na twee dagen waterlarven laten uit komen, welke na eene maand tot volko men insect veranderd zijn. Terwijl de larven in de stilstaande wateren, poelen, drinkbakken enz. verblijven, ondergaan ze 3 of 4 veranderingen vooraleer den nimfenvorm te bereiken, Daaina ver schijnt het volkomen insect. Wanneer deze laatste gedaanteverande ring plaats heeft, ziet men de nimf aan de oppervlakte des watc-rs diijven het voor ste gedeelte berst open om doorgang te leveren aan de mug. 't Is van dit oogen- blik dat Reaumur spreekt, wanneer hij zegt dat de toeschouwer voor het leven van het diertje vreest. Inderdaad van af het oogenblik dat de kop van het insect te voorschijn komt totdat het geheel en al uit zijne cel verlost is, kan het zachtste windje het diertje omverre blazen en doen verdrinken, 't Is waarschijnlijk daaraan toe te schrijven dat er nog niet meer van die bloeddorstige insecten ter wereld komen Zoolang het dier in 't watei leeft, moet het aan de oppervlakte komen ademen als larve bezit het daartoe een ademings- pijpje aan het achterdeel van zijn lichaam en als nimf twee pijpjes aan het voorste gedeelte, 't Is dank aan deze bijzonder heid, dat men de vermenigvuldiging dezer insecten kan tegenwerken. Men giete daartoe een weinig olie op het stil staande water in de nabijheid der woning vanneer de diertjes dan aan de opper vlakte komen vinden ze de lucht afgeslo ten. hunne adempijpjes schieten vol olie en de larven en nimfen verstikken. In moerasachtige plaatsen heeft het draineeren en het beplanten met struik gewas een goed uitwerksel. In de woningen verdedigt men zich tegen de muggen, door dichte netten voor het open venster te plaatsen en om ze uit de woning te verdrijven zou men eenig reukwerk kunnen branden, dat veel rook afgeeft. Om de pijn der vergiftige steken te verzachten, gebruikt men formol, iode- booi tinctuur en kamfer. Het beste middel is formol met water en alcool, dit behoeft sn maar eene enkele maal toe te passen. De iode werkt traagzamer en kan niet overal gebruikt worden onze juffertjes, wifcr aangezichtje toch ook niet gespaard blijft, zullen zich evenwel geene plek iodetinctuur daarop laten schilderen F. de Vineski (Verboden nadruk) On tern kadi met fore LI Brou (jde M. D Ti iet s erds end iet 'alen. dolf

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Denderbode | 1913 | | pagina 4