MELKERIJ. HET NEERHOF. Voeding der Dieren. Volkswetenschap. Boekennieuws. gerichte kweekerij hetzij van fruit- boomen.van bloemen, sierplanten of groenten. Stalmest brengt humus in den grond, verwarmt den grond en wijzigt zijne natuurlijke eigen schappen doch stalmest is ontoe reikend om den grond in zijne volle vruchtbaarheid te behouden: metaalslakken of superphosphaat, potaschmesten en stikstofmesten, moeten te zamen met den stalmest aangewend worden. Tusschen de stikstofmesten kan het Chilinitraat de grootste dien sten bewijzen en eene overwegende rol vervullen, omdat zijne werking krachtig en snel is. 't Is de ware regelaar van den groei door het nitraat vermeerderen de groei krachten, de bladeren ontwikkelen zich beter, waardoor het opnemen der nuttige bestanddeelen wordt bevorderd. Wil men dat het nitraat tot zijne volledige uitwerking kome, dan moet men natuurlijk zorg dragen dat ook de andere bestanddeelen niet te kort schieten. F. PlRARD Landbouw-1 ngenieur (Verboden nadruk) Om de koeien le beschermen tegen de plagerijen der vliegen, wrijft men ze in met een afkooksel van okker nootbladeren in water of azijn. Men kan ook eenvoudig met versche blade ren inwrijven. Ook benuttigt men af kooksel van aloes, tegen 15 gram per liter water. 't Is niet noodig eiken dag in te wrij ven éénmaal per week of driemaal in veertien dagen is voldoende. Ook behoeft men niet over geheel het'li chaam te wrijvenmen zal zich beper ken lot de plaatsen, waarop de vliegen vooral hunne aanvallen richten. De Melkopbrengst. De voeding heeft zeer grooten invloed op de hoeveelheid der melk, welke een dier voortbrengt, die invloed wordt maar begrensd door de bijzondere geschiktheid welk aan elk dier eigen is. Voor zooverre de melkklieren in staat zijn tot her voort brengen van meer melk, gebruiüt de melkkoe eene vermeerdering van rant soen tot het voortbrengen van meer melk, en omgekeerd, wanneer een rant soen verminderd wordt, geeft de koe min der melk, om zich met dat kleiner rant soen te kunnen bevredigen. Wat het vetgehalte der voortgebrachte melk betreft, daarop heeft de voeding maar betrekkelijk weinig invloed, zoodat het middel om vetrijke melk te verkrijgen bijna uitsluitelijk gelegen is in de teelt keus en de veredeling der melkkoe. In sommige gevallen bemerkt men nochtans ee: e vei meerdering of vermin dering der vetstoffen onder den invloed van het voeder, doch men moet dan nog nauwkeurig onderzoeken in hoeverre het voedsel in die wijziging tusschenkomt was de voeding toereikend of ontoerei kend vóór den invoer van het nieuwe rantsoen Is de verhooging van vetgehal te duurzaam of maar voorbijgaand Eene koe, die niet genoeg voedsel «nt- vangt, kan voorzeker de hoeveelheid vet stoffen niet afleveren, waartoe een goed gevoed dier van hetzelfde ras zou in stèat zijn; elde vermeerdering of verbeter i. g van rantsoen kan in zulk geval aanleiding geven tot verhooging van het vetgehalte der melk. Wanneer de koe een toereikend rant soen ontvangt, zoodat ze in staat gesteld is om de vetstoffen voort te brengen, waartoe een dier van hare soort bekwaam is, dan heeft het voedsel waarschijnlijk geen invloed op het vetgehalte der melk zou men nochtans bij de verandering van voedermiddelen eene verhooging van het vetgehalte kunnen waarnemen, dan zal dit toch maar van zeer korten duur zijn. Hetzelfde geldt, in dat geval, voor eene vermindering van het vetgehalte, op voorwaarde dat het totaal der voedende bestanddeelen in het nieuwe rantsoen niet verminderd is. Om den invloed der voeding op het vetgehalte der melk te bewijzen, komt men ook vooiuit met waarnemingen tij dens rantsoenveranderingen. Maar de wijzigingen in het vetgehalte op dat tijd stip zijn slechts voorbijgaand en moeten eerder toegeschreven worden aan eene stoornis in htt organism teweeggebracht door de verandering' van voedsel. Men heeft overigens vastgesteld dat zulke wij zigingen van weinig beteekenis zijn, wanneer men voorzichtig van het een voeder tot het ander overgaat Er valt aan te merken, zegt de land bouwkundige M. Mallèvre, dat de tijde lijke stoornis, welke door rantsoenveran dering in het organism ontstaat, het niet onmogelijk maakt dat ook sommige voe ders een eigenaardigen invloed, voor een korten tijd doen gevoelen. Het schijnt zelfs dat bij elke rantsoenverandering sommige voedermiddelen hun eigenaar dige uitwerking min of meer o.p het vet gehalte uitoefenen sommige voeders verminderen, andere vermeerderen het vetgehalte. Wanneer men in het rantsoen veel waterachtige bestanddeelen inbrengt zooals draf, pulp, wortels, drank, enz dan vermeerdert dikwijls de melkop brengst en vermindert het vetgehalte met eenige grammen per liter. Zoo ook wan neer men bij het rantsoen vetrijke voe- derstoffen voegt, voederkoeken bijvoor beeld, dan bemerkt men ook eene voor bijgaande yerhooging van vetgehalte. Uit deze opmerkingen hebben nu som mige veehouders ten onrechte opgemaakt dat waterachtig voedsel noodzakelijk vetarme melk en voederkoeken noodza kelijk vetrijke melk doen geven. Steunende op de gedachte dat het voedsel een grooten invloed kan hebben op de samenstelling der melk, en dat zeer waterachtig voedsel eene melk kan doen voortbrengen met het voorkomen van gedoopte melk heeft men zelfs ver keerde vonnissen zien uitspieken in zake melkvervalsching. Laat ons zeggen dat zij die zulks vertellen, van de natuurlijke afscheiding der melkdoor de melkklieren niet het minste begrip hebben. Sommige proefnemers hebben tot dien uitslag trachten te koijien ipet waterachtig voedsel en het Landbouw-Ministerie in Engeland beeft zelfs wetenschappelijke proeven daarover ingericht, doch allen zijn tot het besluit gekomen, dat de hoeveelheid water, door de koeien opge nomen, geen rechtstreekschen invloed uitoefent op de samenstelling der melk. F. Pirard. Landbouw-ingenieur (Verboden nadruk). Gedurende de maanden Maart, April en Mei heeft een italiaansche hoenderkweeker eene vergelijking ge. maakt tusschen het natuurlijk en het kunstmatig uitbroeden. Het natuurlijk broeden heeft opgele verd 158 kiekens van 242 bevruchte eieren Het kunstmatig uitbroeden 209 kie kens van 243 bevruchte eieren. Willende de vergelijking voortzetten met natuurlijke en kunstmatige voe ding, kwam men na drie maanden tot de volgende uitslagen Van 158 kiekens, natuurlijk groot gebracht, waren er nog 75 in leven van de 209, kunstmatig gevoed, nog 194 in leven. De Kaas «Port-Salut» De Port-Salut is een vaste kaas, wier toebereiding nogal gemakkelijk is en wier welgelukken altoos zeker is, zelfs in den zomer, op voorwaarde dat men beschikke over een frischen keideien over zuivere en goede melk. Deze kaas is wijd en breed gekend en wordt gewaardeerd door de verbruikers het deeg is zacht, niet hard en min of meer rekbaar haar smaak is zoet en aangenaam en heeft bijna geen geur. Men treft twee verschiller.de modellen aan de kleine Port-Salut, heeft 18 centi meter doorsnede, en is 4 centimeter hoog, de groote, 25 centimeter doorsnede en 5 centimeter hoogtede kleine weegt 1 kg. tot 1.300 kg. de groote 2.100 kg. tot 2.300 k5. Aangezien de vervaardiging dezer kaassoort gemakkelijk is, dat er niet veel melk toe vereischt wordt en da-, de opbrengst loonend is, zou de landbou wer zich kunnen toeleggen op het ver vaardigen van Port-Salut Ziehier hoe men te werk gaat Onmiddellijk na het melken, wordt de melk gezegen, tot 28 a 30 graden ver warmd, stremsel wordt toegevoegd, zoo dat de wrongel na hoogstens 30k 35 min. gevormd is Zonder uitstel wordt nu de wrongel met de spaantjes doorwerkt en doorkneedt gedurende een tiental minu ten. Daarna wordt de wrongel in een waterbad verwarmt op 35 a 36 graden, terwijl men voortdurend roert. Men laat de warmtegraad niet hooger stijgen en men roert de wrongel op die warmte gedurende ongeveer 20 minuten. De kaaskorreltjes hebben alsdan een dikte van een tarwekorreltje men laat de kaas zinken en daarna wordt, na ver wijdering van de wei, dezelve in vormen gedaan. Deze vormen zijn in blik hunne wan den zijn met gaten doorboord en men legt er een döek in, waarop de wrongel zacht jes wordt aangedrukt, met het doek over dekt men ook de wrongel langs boven en zoo wordt de kaas gedurende zes uren geperst, terwijl men ondei tusschen het doek vernieuwt wanneer het van wei door drongen is. Er bestaan bijzondere kaaspersén, welks zeer bewijzen en waarin ongeveer 24 vor. künnen gezet worden; bovvn elke vorm bevindt zich een ijzeren plaat, welke in den vorm past en op de wrongel drukt. De drukking op die platen wordt uitgeoefend door het opzetten van gewichten of door schroe ven,welke langzamerhand vaster worden aan gedraaid, totdat er geen wei meer te voorschijn komt. De drukking bedraagt eindelijk ongeveer 6 kg. per kaas. Gedurende deze bewerking moet de warmte van het lokaal op 18 graden wor den gehouden. Na 6 k 7 uren, haalt men de kaas uit den vorm, men neemt het doek weg en men legt ze gedurende een twaalf tal uren te dregen. Het zouten duurt ongeveer veertien dagen en dit wordt gedaan door afwas- schen der kaas met een doek in eene oplossing van 37 gram zout per liter water. Eiken dag, na het afwasschen, wordt de kaas omgekeerd. Na 10 tot 12 dagen wordt de kaas in den kelder gebracht, waar er 12 graden warmte heerschtde kaas bedekt zich alsdan met eene geelachtige korst en na 5 a 6 weken is de rijping volledig. Gedu rende dien tijd wordt de kaas alle drij dagen omgekeerd en men wrijft er eens over met een doek in pekel ged sopt. The Dairyman (Vei boden nadruk) ln deze tijden van koersen en snelle beweging is het niet zonder belang eens na le gaan hoe gemakkelijk de vogelen zich met de grootste snelheid bewegen. De kwakkel, die maar 17 meter per second aflegtdoet toch 61 kilometer per uur. De reisduif vliegt 27 meter per se cond, dus 100'kilometer per uur. De arend bereikt 31 meter per second, of 112 kilometer pei uur. De zwaluw doet niet minder dan 67 meter pei' second, of 241 kilometer per uur. HET BEMESTEN. Men kan hoenders houden om eieren te winnen en ook om mesthoenders te vormen. In het eerste geval dienen de hoenders niet rechtstreeks tot voedsel van den mensch, men gebruikt ze daar toe slechts, wanneer de eieropbrengst voorbij is. In het tweede geval worden de vogels enkel tot voortbrenging van vleesch gekweekt. Meestal worden de hoenders tot eier- leggen gehouden, slecht in bepaalde streken legt men er zich op toe mestkie- kens te houden. Daar echter vroeg of laat al de hoenders bestemd zijn om tot voedsel van den mensch te dienen, kan het voor iedereen nuttig zijn eenige begrippen over het bemesten der hoen ders te bezitten. Benevens de keus van het ras blijven de gezondheidszorgen dezelfde zoo voor het bemesten als voor het aanhouden der hoenders om eieren te leggen. Men zal zorgen voor een lokaal dat groot genoeg is, goed verlicht, gelijkma tig warm, verwijderd van alle gerucht en rein. De mesthoenders worden in afzonder lijke hokken gezet, waarvan den bodem uit latwerk de uitwerpsel doorlaat, om al zoo de vogels rein te houden. Aan de voorzijde van het hok worden drink- en eetbak vastgehecht. Deze bakken moeten volkomen rein worden gehouden en de eetbak dagelijks uitgewasschen en gedroogd, om het zuur worden te verhinderen. Vooraleer nieuwe hoeders op te zetten, zal men de hokken grondig reinigen en met kalk witten.' Men kan de hoendérs vrij hun voeder laten gebruiken, ofwel ze verplichten tot het verbruik van een bepaald voeder, door dat voeder in te geven met de hand. met een trechter of een daartoe bestemd toestel. Bij het bemesten in vrijheid worden de hoenders zoo vet'niet, doch men ver krijgt zonder veel moeiten hoenders dié goed in vleesch zijn. Vooraleer tot het dwangtoestel over te gaan laat men gewoonlijk de hoenders eenigen tijd vrijelijk het krachtvoeder gebruiken. Men gaat dan als volgt te werk De hoenders worden in de hokken gezet en blijven er 24 uren zonder eten. Daarna geeft men hun gedurende een tiental dagen maïs, garst en boekweit, alsook eene pastei bestaande uit aardap pelen, garstemeel en maïsmeel, vermengd met afgeroomde melk. Het eigenlijk vet ten begint dan, wanneer men een grooter hoeveelheid voedsel doet verbruiken, dan het dier van natuurwege noodig heeft. Dit voedsel wordt toegediend in een 12 15 bolletjes per dag, ofwel wordt het in vloeibaren toestand met een trechter toegediend. De pastei, die men alzoo geeft, bestaat uit verschillende meelsoorten, maïs, haver, gerst, boek weit, hennep, vermengd met afgeroomde melk. Het voornaamste is gelegen in het uit kiezen der hoenders, welke moeten bemest worden deze moeten volgroeid zijn, goed gezond en niet vermagerd vóór de opsluiting. Te jongen dieren, te oude en leggende hoenders zijn niet geschikt om bemest te worden. Avxcola. (Verboden nadruk). Eene gewone hen geeft eiken nacht gemiddeld 54 gram mestdit maakt dus voor 100 hennen 5 kil. 400 uitmun tende guano. Nemen we slechts eene waarde van 10 fr. per 100 kg., dan komen we per jaar en per 100 hennen tot eene waarde van 197 frank. Bloemen in huis. Men hoort dikwijls zeggen, dat het gevaarlijk is 'snachts, in het slaapvertiek, bloemen te bewaren. Sommige personen durven niet het kleinste sierplantje in de nabijheid van hun bed plaatsen, anderen verklaren niet de minste onaangenaam heid noch hindernis te gevoelen van tal rijke bloempotten en bloemtuilen, welke hun slaapvertrek versieren. Aan wie geeft de wetenschap nu gelijk? De mensch brengt met zijne uitade mingen ongeveer 500 liters watervrij koolzuur voort, in 24 uren als men nu weet dat eene verhouding van 4 per dui zend van dit gas in de lucht reeds scha delijk is voor de gezondheid, kan men gemakkelijk berekenen, hoeveel lucht er moet voorhanden zijn in eene min of meer gesloten plaats, zooals een slaapvertrek. Aannemende dat per uur 11.3 gr. kool stof wordt gebruikt, dan geeft de mensch in datzelfde tijdsverloop 20,4 liter water- vrij koolzuur, hetgeen genoeg is om 6 kub. meter lucht te bederven. Deze hoeveelheid is dus het noodige minimum per uur; doch rekening hou dende met verschillende verbrandingen en ontbindingen die in onze omgeving plaats hebben en die ook medewerken tot luchtbèderf, is men er toegekomen de noodige hoeveelheid lucht op 10 kub. meter per uur te bepalen. De plant ademt ook. Gedurende den nacht, neem.t zij zuurstof in zich op en werpt, evenals wij, watervrij koolzuur uit; men zal dus gemakkelijk begrijpen, dat de plant medewerkt om de lucht te bederven, des te meer daar zij des nacht hare rol van luchtverzuivering niet vei- vult. Waarin bestaat die luchtverzuivering door de plant De verbrandingen, de ont bindingen ontnemen aan de lucht zuur stof en brengen in dezelve in groote hoeveelheid koolzuur, daaruit zou moeten volgen dat de zuurstof der lucht immer zou verminderen en het koolzuur voort durend vermeerderen, zoodat de lucht eindelijk niet meer bruikbaar, maar doo- dend zou zijn. Doch wat God deed, is welgedaan: nevens het voortdurend ont staan van koolzuur, heeft hij een vernie tiger van dit gas en een vormer van zuurstof aangesteld, 't Is de groene plant welke die rol vervult: door de groene; kleurstof en onder de werking der zonne stralen legt de plant de koolstof vast en stelt de zuurstof in vrijheid. Uit .bovenstaande uitleggingen is te begrijpen, dat er des nachts eene ophoo ping van koolzuur bestaat en daarom moet men uit de slaapkamer zooveel mogelijk verwijderen alles wat tot vorming van koolzuur aanleiding geeftplanten, kachels zelfs nachtlichten. Indien som mige personen niet gehinderd worden door deze bronnen van koolzuur, dan is het omdat ze in groote vertrekken slapen, dat de lucht onophoudelijk vernieuwd wordt, of dat deze personen beter bestand zijn tegen het koolzuurgas. Dit heteekent echter niet dat hunne gezondheid daar door niet benadeeligd wordt, zonder dat ze zulks bemerken, er bestaat altoos een langzame vergiftiging. Wat nu de welriekende bloemen betreft zij bederven de lucht niet enkellijk dooi hunne uitwaseming van koolzuur, maai hun min of meer bedwelmende geur, kan ook op den langen duur de gezondheid benadeelen. F. dk Vineski (Nadruk verboden) Praktische Bestrijding van de Knobbel ziekte (der kooien). Met 27 afbeeldingen door Jan Sebrechts.toegev. Staatslnndbouwkundige, t.e Breeht. (0.50 fr-). Ik wilde dat deze bro- chuur van 64 blz. in bet bezit ware van al d« landbouwers en hoveniers die kunnen lezen.j Verstaan zullen zij ze zeker, want ze is duide lijk geschreven, veel nut er uit trekken zullen ze ook. want tot iiu toe werd er nooit genoeg aan gedacht wat al schade de knobbelziekte toe brengt aan rapen, Koolrapen, kabuiskoolen, bloemkoolen.spruiten,savooien, koolzaad,radijs en witte mosterd. De belanghebbenden kennen de ziekte niet, ze weten niet hoe deze zich voort zet, ze weten ook niet hoe dezelve te bestrijden. •Wij zullen hier niet in bijzonderheden treden over al het. belangrijke dat in dit boekje be schreven wordt,wie hot wil weten moet zich dat boekje aanschaffen, het zal hem niet bercuwen. De bestrijdingsmiddelen worden breedvoerig uitgelegd daarover handelen verschillende hoofdstukken, die voor opschrift dragen: Vruchtafwisseling Beletten dat de maden vlie gen worden Ontsmetting van aangetaste plan ten Verdelging der poppen; Geen aaDgetas plantgoedVergiften Oud zaad De vliegei beletten eieren te leggenF.ene goede mode; Soorten die bestand zijn Kalk Krachtig» planten Tegen het rotten der geoogste kooien.

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Denderbode | 1913 | | pagina 4