MELKER!! HET NEERHOF. Voeding der Dieren De Ministsr van Landbouw dost het bulletijn der 2e ontleding zenden naar den aanvrager en ook een duplicata naar de andere partij. De onkosten dezer tweede ontleding zijn ten laste van den aanvrager. Indien de uitslagen der twee- de ontleding afwijkingen aantoonen, welke de grenzen, hierboven aangeduid, te buiten gaan, dan wordt de ontleding van het 3e monster van ambtswege ge vraagd door den Minister van Landbouw en Openbare Werken. In dit geval worden de bulletijns der 2e en 3* ontleding naar beide partijen gezonden door den Minister van Land bouw en daarop is het middengetal aan geduid yan de twee ontledingen die het meest met elkander overéénkomen en het is volgens dit midden getal dat de factuui; eindelijk wordt geregeld. De monsters der ontleding worden drie maanden na de verzending der bulletijr.s, vernietigd. Onnoodig over deze drie artikelen meer uitleg te geven. Vestigen wij nog enkel de aandacht der landbouwers op de betaling der ontledingen zonder ont ledingsbon, afgeleverd door het huis dat onder toezicht van den Staat is geplaatst, betaalt de landbouwer de volle kosten der ontleding, dit is 4 fr. voor de nitrische stikstof, 6 fr. voor het phosphorzuur, 8 fr. voor de potasch, 2 fr. voor de fijn heid, enz. Met een bon voor kostelooze ontleding, welke naar het laboratorium wordt ge zonden wanneer de uitslag der ontleding toekomt, betaalt de landbouwer niets 't is de verkoopende firma, die de ont leding bé taalt met eene prijsvermindering haar toegekend a!s staande onder toe zicht van den Staat. De landbouwer die ontleding vraagt van het 2e monster be taalt die ontleding, doch geniet 50 t. h, afslag. De 3eontledi g van ambtswege opgelegd door den Minister van Land bouw, is kosteloos. F. Pirard Landbouw-1 ngenieur (Verboden nadruk) De bladeren van alle geranium soorten hebben de eigensc ap om spoe dig de wonden te genezen. Met legt een of meer bladeren op een doek, men kneust of plettert ze daarop en daarna wordt de wonae daarmede bedekt. Dikwijls is een enkele toepassing voldoende om de genezing tebewerken; het blad hecht zich vast aan de huid, de lippen der wonde.worden daardoor tegen elkander gehouden, waardoor de wonde dan spoedig gesloten is. Hals en bladeren der beet. Tusschen het groen voeder dat in den Herfst aan het vee word gegeven, vinden wij de bladeren en hals der suikerbeeten, welke soms in groote hoeveelheid wor den toegediend. 't Is eea uitmuntend voeder om tot oveigang te dienen van het groen rant soen naar het droog, doch men verlieze niet uit het oog, dat eene te groote hoe veelheid van dit voeder sléchte gevolgen kan hebben voor de gezondheid der dieren. Dit voeder is afdrijvend en verzwak kend in zooverre dat het mesten der die.en evenals de melkgeving er kunnen door benadeeld worden. Nooit overtreffe men de 15 5. 20 kg. per dag en per beest. Sommige landbouwers verkiezen zelfs de bladeren en hals der beeten op den akker achter te laten om tot meststof in p'aats van tot veevoeder te dienen. Ziehier de hoeveelheden voedende bestanddeelen, welke volgens Müntz en Girard, op die wijze in den akker gebracht worden. Deze beetafval bevat per 1000 kg van Stikstof Phosphor- Potasch Kalk zuur Voederbieten 3 0.8 4.3 1.75 Suikerbeeten 3 1. 4. 3.5 Als voedermiddel bevatten de bladeren van voederbeeten Eiwitstof 1.2Koolhydraat 4Vet 0.2. Een groot bezwaar dat zich voordoet bij het voederen van dezen afval is gelegen in de aanwezigheid van grond en vuilnis men zal daarom de bladeren nauwkeurig moeten wasschen, zelfs ook wanneer ze ingekuild word n.i'Men zou de ingekuilde bladeren en hals echter kunnen wasschen, wanneer deze produc ten uit den kuil komen, omdat, zooals blijkt uit te proeven van M. Wrede, medegedeeld door Dr Lehmann, onge- wasschen bladeren voordeeliger zijn. De bladeren werden gewogen, in een bak gelegd en met water begoten totdat ze overvloeid waren. Men liet ze drie kwaart uurs in het water staan, daarna werd het water afgetrokken en tweemaal door zuiver water vervangen. De bladeren werden omgeroerd in het water en daar na op een rooster gelegd en gewogen. De gemiddelde ontleding gaf per 1000 gram bestanddeelen Gemiddeld Niet Gewasschen Verlies van 3 proeven gewasschen Organische stoffen 158.9 145.7 13.2 Ruwe eiwitstof 23.6 18.6 5.0 Vet 6.8 5.6 1.2 Asch 80.0 34.8 45.2 Vezels 29.0 28.1 0.9 Stikstofvrije extractstof 99.2 92.6 6.7 Het verlies aan voedende stoffen is betrekkelijk gering, indien men de voor deden van het wasschen in aanmerking neemt. Wat de verteerbaarheid betreft h:eft men de volgende cijfers Niet gewasschen Gewasschen Organische stoffen 11.12 10.12 Eiwitstof 0.17 Vet 0.34 0.25 Koolhydraat 9.69 9.17 Be voederbeet bevat gemiddeld Organische stoffen 9.82 Eiwiistof 0.15 Vet 0.05 Koolhydraat 8.32 zocd men kan besluiten dat de gewasschc bladerenen hals der suikerbeet na in kuiling ongeveer dezelfde samenstelling hebben. In I^uitschland h:eft men proeten genomen met het drogen van de beet- bladeren om ze te bewaren. Daartoe zijn bijzondere toeslellen noodig, die ongelukk glijk deze behan deling nog te duur doen kosten in ver houding tot de voedende bestanddeelen die in dit voeder bevat zijn. Zi hier, volgens Kellner, het gehalte aan verteerbare b.standdeelen in ge droogde beetbladeren met hals. Deze samenstelling komt zeer goed overeen met die van middelmatig weidehooi Eiwitstof 3.7 Vet 0.2 Stikstofvrije extractstof 28.5 Celstof 7.4 Zetmeelwaarde 27.7 De beetbladeren zijn vcoral afdrijvend en verzwakkend door het zuringzuur dat ze inhouden. De hoeveelheid van dit zuur kan 3 tot 4 t. h, der droge stof be reiken. Volgens Alex Muller kan men de nadeelige uitwerking van dit zuur verminderen door de bladeren met wat krijt of kalk te bestrooien en ze eenige tijd goed samengeperst in eenen kuil te bewaren. Kellner raadt ook het gebruik aan van 100 gram krijt op 100 kg. van dit groen voeder, zeis ook bij de zure inkuiling te gebiuiken. F. Pirard. Landbouw-ingenieur (Verboden nadruk) Om vroegtijdig veel asperges te win nen moet men op het einde der maand Juni overvloedig bemesten met super- phosphaat en nitraat. In de maand November moet de bovenste laag gronds worden weggenomen en terzij de gelegd, opdat ze los zou worden door bevriezen en ontdooien. Do laag gronds wordt vervangen door eene dikke laag mest. In Maart wordt de mest verwijderd men strooie dan ter dikte van een duim houtasch en daarop legt men de aarde terug nadat men zg voorafgaandelijk goed ver mengd heeft met goeden, korten mest. KAASBEREIDING. Alles wat betrekking heeft op de mel- kerij moet uitmunten door reinh.id bij den verkoop van melk, bij het ver vaardigen van boter of van kaas altoos is de reinheid eene hoofdvereischte om te gelukken rtin met de melk, zeer rein met boter, uiterst rein met de kaas. Vooral bij kaasbereiding kan de geringste verwaarloozing groote ver liezen door mislukken van het product voor gevolg hebben. Dit is overigens zeer gemakkelijk om begrijpen, als men weet dat het rijpen der kazen geschiedt door tüsschenkomst van eene menigte microben en schimmels, die het product verbeteren of verslechten, naarmate de goede of slechte fermenten de overhand behalen. Men weet dat de microben en bac teriën, die zich in de kaas ontwikkelen en er leven vanaf het kabbelen der mell$ tot aan de volledige rijpheid der kaas, zeer kunnen verschillen volgens de wai m te het midden, enz., waarin zich de kaas bevindtniet zelden ziet men onge vallen in de kaasbereiding, wier oor zaken onbek-nd blijven. Dit mislukken moet uitsluitelijk toegeschreven worden aan het toevallig belemmeren van de werking der goede fermenten door eene te groote ontwikkeling der slechte. 't Is daarin dat de moeilijkheid ge legen is om in kaasbereiding altoos een gelijkvormig product te verkrijgen. Voortdurend moet men op zijne hoede zijn en de ervaren kaasfabrikant moet de schadelijke invloeden tijdig kunnen ontdekken en te keer gaan, om altijd baas van dezelfde hoedanigheid te ver vaardigen. De kaasbereiding besta.", hierin In de baasachtig; ma. den melk suiker djeu verdwijnen en de ka.-,-stof oplossen, zonder de vetstof te bederven, do jr gepaste fermenten wier uitputting men moet vermeiden, 'tls door de uii- puiting der fermenten dat de schimmels zich ontwikkelen, de bovenhand krijgen en het eindproduct bederven. De ongevallen bij kaasbereiding zijn vooral te wijten aan zekere verschillen van warmte en van zuren wanneer men de melk te stremmen zet, evenals aan verschil in persen of zouten, aan de ontwikkeling van schimmels in de rijp- kelders, enz. Bij de stremming moet men niet ver geten dat te veel stremsel een harde wrongel maakt, terwijl het melkzuur de wrongel doet week blijven, zoodat de kaas moeilijk om uitpersen is en om rijpen. Men moet dus rekening houden met de zuurheid der melk om de hoe veelheid noodig stremsel te bepalen. Deze zuurheid kan verschillen door het voedsel dat de melkbeesten ontvan gen, door het tijdstip der melking, door het jaargetijde, door de gezondheidstoe stand der dieren. Wanneer de zuurheid der melk 60 graden van den zunrheidsmeter Dornic bereikt, is ze het best om te stremmen te zetten. In een vorig artikel hebben wij uitgelegd hoe dit werktuig moet gebruikt worden. Het uitdruipen heeft ook groeten in vloed op het weigel ukken dit moet tamelijk snel gebeuren om de ontwikke ling der schimmels te verhinderen. Op een warmtegraad van 18 tot 20 graden moet het uitdruipen gedaan rijn in 15 tot 16 uur'tijds. Onmiddellijk daarna komt de kaas in de droogkamer om er gezouten te wor den In grondbegin, zegt M.C.Arnould, moet alle gezouten kaas eene gezonde korst krijgen waarop geen cryptoga- mische groei le bespeuren is. 't Is slechts na eenige dagen, na een aange- namen geur van versche boten en van zjete viuchten uitgewasemd te hebben, dat de schimmels mogen te vooorschijn komen, zich ontwikkelen onder vorm van penicillum en de vernieling van h- melkzuur bewerken. Nooit mag er ec smaak van schimmel bijkomen De ontwikkeling der zwammen mo'.?. echter met matigheid gebeuren, want men vergete niet dat de oplossing dt kaasstof moet ontstaan door het oïdium, welk zich maar kan ontwikkelen voor zooverre h-1 penicillum de bovenhand niet krijgt Men kan de ontwikweling dezer schimmels regelen, vermits de-vochtig heid dezelve begunstigt en de koude de zelve vertraagt. Eene goede temperatuur is gelegen tusschen 12 en 14 graden Eindelijk, wanneer het tijdstip ge komen is om de kaas te verbruiken, dan wordt ze naar den kelder gebrachthier moeten de schimmels plaats maken voor de fermenten der kaasstof. De kaas massa wordt vochtig, krijgt het uiterlijk van zalf en wordt min of meer door schijnend. Dit laatste gebeurt slechts wanneer het melkzuur geneutraliseerd is door den ammoniak, welke voortgebracht wordt door het oïdium. Dit laatste moet zich dus kunnen ont wikzelen zonder verhinderd, te worden door de schimmels. Indien deze laatste zich te sterk zouden wiilen vermenig vuldigen, belet men dit door afkoeling van den kelder op 10 graden. The Dairyman (Verboden nadruk) Het leggen in den Winter. Zoodra het koude jaargetijde aanbreekt stelt men de vraag Wat moet men doen om de hennen regelmatig en overvlo dig te doen leggen in den Winter Dikwijls worden sommige legpoeders aanbevolen tezelfdertij'd als de verwar ming van het hok hetzij door b o imest hetzij door eene verwarmi igs-inrichting. Wij zullen vandaag niet spreken over de legpoeders, waaraan wij overigens maai zeer w iuh; bel.n g hechten en ons a!;zei bezighouden, met de verwarming h.- i': henhok* Ike niet alleen -.eg -i-crij 'i; ia met d« gezondheid maar ook kostelijk en dikwijls ondoelmatig vermits zij zich verzet tegen het doel dat men wil bereiken. Wanneer men de warmte verkrijgt door broeimest, over den vloer van het hok uitgespreid, vormt men aldra een vuilnis hoop, die een eigenaardigen geur ver spreidt en ammoniacale en andere uitwa semingen laat ontsnappen die geenszins gepast zijn om ingeademd te worden,zelfs niet door hoenders. Ook heeft men daar door eene groote hoeveelheid waterdamp, die de Wanden van het hok verdicht en alles vochtig maakt. Vergeten wij ook niet dat het branden van broeimest maar enkele dagen duurt en dat, zoo men verwaarloost dikwijls ge noeg den uitgebroeiden mest door r ieuwe te vervan ,en, de hennen aldra op eenen kouden, vochtigen mesthoop zitten, waardoor ze sommige z.ekten kunnen opdoen. Wat het gebruik van een verwarmings toestel betreft dient opgemerkt dat de onkosten zeergroot zijn,een voordurend toezicht noodzakelijk en de uitslag zeer onzeker. Niet zelden zullen de hennen longziekten opdoen door den overgang uit deze warme lucht naar buiten in de koude winterdagen. De verwarmingstoestellen kunnen slec ite gassen laten ontsnappen en het zal steeds zeer moeiiij< zijn tezelfdertijd te zorgen voor eene gcede verwarming en eene behoorlijke verluchting Om de hennen regelmatig te doen leg gen in den Winter, moet men allereerst in bezit zijn van eene goede legsoort en vooral van jonge hennen in het begin vau het jaar geboren. Men zal daarenbo ven zorgen voor eene sterke en verwar mende voeding, evenals voor een droog lokaal om er te verblijven,waar de waim- te gematigd is en dat goed verlichten goed verlucht is. Wat de hennen vreezen is niet zoozeer de koude, dan wel de vochtigheid en de bedorven lucht; twee bezwaren welke onvermijdelijk voorkomen bij de verwar- Overal waar men proeven genomen heeft met de verwarming der hoender hokken is men tot het besluit gekomen dat de zorgen en onkosten welke daardoor vereischt worden, niet worden terugbe taald. Ziehier de uitslag-n verkregen te Ot tawa (Cacada), waar het klimaat stren ger is dan hier, met de verwarming der hoenderhokken. Men gaf hetzelfde v >edsel aan de hen nen van verwarmd en niet verwarmde hokken A. - 'sMorgens en 's avonds een meng sel ter helft van tarwe en haver in het stroosei geworpen. 's Middags droog meel1 deel maïs 1 dtel gerst, 1 deel haver, 1 deel zemelen. B. - Alle drie dagen, ongekookte ge malen beenderen, die vanaf den 20 Apr.l vervangen werden door vleeschafval, welke gedeeltelijk onder het meel werd gemengd. C. Alledrie dagen, in den Winter, ongekookte groenten, gemalen kiezel en oes erschtlpen. In de verwarmde hokken verkreeg men in 12 maanden: Lot 1 Lot 2 Lot 3 November 0 3 2 Decern: er 35 44 84 Januari 115 ^1 ^6 Februari 67 56 53 Maart 107 82 130 April 179 110 172 Mei 487 49 131 Juni 81 60 34 Juli 38 26 9 Augustus *20 0 10 September 18 7 11 October 3 0 0 Totalea 850 722 Het eerste lot bestond uit 13 Ply mout:: Rocks, jonge hennen van 2 jaar ge middeld 65 eiëren per hen. Het tweede lot bes'.ond uit O.pingtoi 4 hennen en 8 jonge kippen gemiddeld 41.4; de bsste had 79, de slechtste 12 eieren gelegd. Het derde lot bt stond uit 12 Leghorn geboren hetzelfde jaar den 20 Meigc middeld 60 eieren. In het kiekenkot, zonder verwarming bevon Jen zich 11 hennen en 5 jong- kippen Orpington November 14 eieren December 69 J anuari 82 Februari 189 Maart 189 April 152 Mei 177 Juni 127 Juli 72 Augustus 59 September 69 October II Totaal 1210 Dc gemiddelde ppbrengst per hen be droeg dus 75.5. Deze hennen bevonden zich in een «Canadeeschn hoenderhok, welk als volgt is gemaakt Eene zijde is naar den zuidkant gericht en heeft op 75 centimeter of I meter boven den grond een venster «n ook eene opening met traliewerk voor, deze opening kan 's winters dicht worden gemaakt met luiken, gemaakt uit grof doek, waar de lucht gemakkelijk door heen kan. Nog andere proeven werden met ver schillende hoenderrassen, datzelfde jaar in koude hokken genomen 10 Plymouth Rocks, gestreepte 830 eieren gemid deld 83 eieren per hen. 16 Witt. Wyandotte 1193 eieren gemiddeld 74.5 eieren. 14 jonge gestreepte Ply mouth Rocks 1245 eieren, gemiddeld 89 per hen. 13 Witte Wyandottes 1016 eieren, gemiddeld 7.8. Verscheidene dezer hennen werden in den Zomer te, broeien gezet, waardoor de opbrengst verminderd werd. Men moet in aanmerking nemen, zegt M. Maurice Raquet, aan wien wij deze bijzonderheden ontleenen, dat boven aangehaalde uitslagen verkregen werden met variëteiten, die tezelfder tijd tct bemesten en tot leghoenders dienden en niet met uitsluitend leghoenders. Avicola. (Verboden nadruk)

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Denderbode | 1913 | | pagina 4