DOOVEN. heid der meuschelijke natuur, put uit zichzelven eene zoo gewichtige kracht, dat het wel eindigen zal met in de har ten aller wetgevers te dringende ge vangene zal werken voor een loon het loon van onderwijs en verzedelijking om den terugkeer der misdaad te beletten. J. B. G. Iemand, die door een eenvoudig middel van 23jarige doofheid en van geruisch in de ooren genezen is zal de beschrijving van dat middel in het Hollandsch gratis een ieder op aanvraag toezenden J. H. Nicholson, 4, rue Drouot, Parijs. Politie Propagande. Hoeveel malen zouden wij de liberalen reeds aangespoord hebben tot meer werkzaamheid Indien wij er zoo op aandringen dan is het omdat wij overtuigd zijn van den steeds aangroeienden ijver onzer tegen strevers. Alle besturen zijn in hunne handen in Staalprovincie en gemeente hebben zij de meerderhei 1 en op dagen van kie zing zijn er velen, die hunne stem schen ken aan hen, die aan 't bestuur zijn. In kiezingstijd ziet men gansch het klerikaal leger op de been om klerikale beloften te gaan houden. Hunne kandidaten gaan op eenvoudi ge dorpen het woord voeren. Doen de liberalen zulks Volgens ons niet ge noeg en zelfs op plaatsen waar ze goed werk zouden kunnen verrichten ziet men zo niet gaan. Nochtans vele buiten kiezers achten zich gevleid, door het be zoek van een rijk heer en schenken hem volgaarne hunne stem. Vooral in het nazien der kiezerslijs ten zijn wij ten achter. Wie neemt op de dorpen de taak op zich de lijsten te gaan nazien. De rechthebbenden zelf denken er dikwijls niet aan zich te gaan overtuigen of hun naam er opgebracht is. Alleen de priester die den baas van den burgemeester is en de kiesmakelaar der katholieke vereeoiging zal zich met de zorg gelasten. Katholieken worden er opgebracht, liberalen afgeschrabt. Deze weten het soms zelf niet of geven zich de moeite niet om hun recht te eischen. De liberale vereeniging zal het niet doen, om de eenvoudige reden dat zij hoege naamd niet verwittigd wordt. In elk dorp zou zij iemand moeten hebben, die de inschrijvingen of uitschrabbingen welke noodigzijn, aanduidt. Maanden voor de verkiezingen wor den aan de kiezers zonder onderscheid van politieke denkwijze papiertjes rond gestrooid vol logen en laster op de libe ralen, vol ophemeling van de klerikale daden. De schoolkwestie dient weer tot basis de katholieken geven twee miljoen min uit voor de scholen dan onder de wet van 1879. Om zulke dingen te dur ven schrijven moet men zijne lezers voor den aap houden. We gaan eens zien waar die verminderingen te vinden zijn. Tot 1884 telde Aalst 5 lagere stads scholen. In 1884 werd er eene afgeschaft, te Mijlbeke Integendeel werden er ten minste 4 vrije aangenomen. Die 4 scho len werden vroeger door de katholieken onderhouden, maar zoohaast was de wet veranderd of men schoof ze op den hals der belastingschuldigen. Te Hofstade had men vroeger éene schoolnu betaalt men er 2. Vermeer dering van lasten Te Moorsel zijn de katholieke onder wijzers in de gemeenteschool gekomen vermeerdering van personeel en verhoo ging van lasten. Te Erembodegem hetzelfde. Nieuwerkerken had vroeger eene offi- cieele jongens- en meisjesschool. Ze be staan nog maar het klooster moest ook een stuk van den koek hebben en zoo kreeg in eeneliberale gemeente de kloosterschool eene subsidie Te Haaltert gaat het beter. Men stelt er eenige leden van het onderwijzend pesoneel op wachtgeld men betaalt ze dus zonder werken, en neemt de katho lieke school aan, die ook aan de gemeen tekas komt knagen. En zoo gaat het er overal toe lezer. Ja er zijn min lasten vobr wat den zak der klerikale heeren betreft, maar gij be lastingschuldigen moet betalen en dub bel betalen. Doch het is er voor de ka tholieke schrij velaars enkel om te doen herhaaldelijk over de schooluitgaven te spreken omdat zij hopen dat de onwe tende lieden het eindelijk toch zullen gelooven. Iedermaal dat dergelijke prulblaadjes rondgestrooid worden,moeten er andere bladen op volgen om de leugens der eerste te ontmaskeren. Voor wat de stad betreft wenschten wij ook eene nauwere aansluiting onzer verschillige politieke kringen. Nu han delt elk afzonderlijk, dan zou de wer king vollediger en doelmatiger zijn vermits de leden elkander soms nuttige inlichtingen zouden kunnen verschaffen, wat nu niet is omdat de werkzaamste leden der verschillige kringen met elk ander niet genoeg of nooit in betrekking komen. Dat men er aandachtig over nadenke, de uitslag der verkiezingen van toeko mend jaar hangt er van af. Een voor een wees zij hem de oude schilde rijen die aan den wand hingen, en verhaalde alles wat zij er van wist, benevens de weerde waarop de kenners, die M. Godwin nu en dan meegebracht had om ze te zien, dezelve getak- seerd hadden. Lionel behoefde zich geen geweld aan te doen om zich te houden, als stelde hij belang in die schilderijen. Zijn kunstenaarsblik zag terstond al hare verdiensten, en hij bleef lan gen tijd verrukt en vol geestdrift bij elk stuk stilstaan, zoolang zelfs dat hij het geduld der oude huishoudster op eene zware proef stelde, daar deze verlangend was hem aan bare wel voorziene theetafel te zien nederzitten en ge kweld werd door de vrees dat het geroosterd brood koud en de eieren hard zouden worden, terwijl haar bezoeker zich zoolang bezig hield met de kleine bijzonderheden van een Jan Steen. Eindelijk was echter zijne kunstbeschouwing geëindigd en hij zette zich tegenover haar ne der, zorg dragende met zijn rug naar het vens ter'te gaan zitten, zoodat de afwisselende uitdrukkingen van zijn gelaat niet in t oog vie len, terwijl hij daarentegen in staat zou zijn de gedachten van zijne gastvrouw op het aange zicht te lezen. Het was zeer natuurlij k dat de bankier het onderwerp der gesprekken van zijne dienstbo den uitmaakte want daar zij zelden buiten de hekken van het park kwamen, hadden zij weinig anders om over te spreken dan de ge woonten en de manieren van hunnen meester. De menschen die altijd uitvaren over de babe- lachtigheid der dienstboden, dikwijls als ge vangenen gehouden worden en dat zij weinig gelegenheid hebben om iets van de buitenwe reld te zien. Is het derhalve te verwonderen dat, onder zulke omstandigheden, die lieden eene ongepaste weerde echten aan alles wat zij zien of hooren. en De ramp en de verantwoordelijkheid. De klerikale bladen, het Handelsblad en de Patriote, die den Escaut naklappen, discutee- ren de kwestie der verantwoordelijkheid, en leggen dieuit op hunne gewone jezuitieke wijze Wij kunnen niet beter doen dan op onze beurt die kwestie in korte woorden klaar duidelijk aan onze lezers voor te leggen. Laat ons eerst de wet zelve raadplegen Welke is de overheid, die geroepen was om de vergunning toe te staan voor de nijverheid van M. Corvilain, vader of zoon, want volgens de gewoonte dezer heeren, weet men nooit juist, wie vraagt of onderhandelt Dat is vast en zeker de Bestendige Depu tatie Het koninklijk besluit van 29 juli 1863, de wet van 15 October 1881, en het besluit van 27 december 1886 verklaren, dat het de Be stendige Deputatie is, die alleen, na advies van het Gemeentebestuur, het bestaan kan toelaten van poederfabrieken en de uitvoering van nij verheden, die er uit voortvloeien,'zooals degene, welke M. Corvilain wilde daarsiellen. Deze nijverheid bestond in uiteen doen van kardoezen, dat is, het poeder, het lood en het koper van elkander scheiden. M. Corvilain heeft dat zoo goed begrepen, dat hij op 29 maart 11. aan het gemeentebestuur een verzoekschrift gezonden heeft, dat gericht was aan de BESTENDIGE DEPUTATIE, om toegelaten te worden tot het inrichten dezer nijverheid op eenen grond, gelegen in den polder bij Austruweel, dien zij hadden overge nomen van M. Van den Abeele. Zij vroegen aan de Stad de overgave goed te keuren van het huurceel op hunnen naam, en aan de DEPUTATIE het oprichten hunner nijverheid. De Stad had geene reden zich tegen de over gave van het huurceel te verzetten daaruit kon onder geen enkel oogpunt do toelating tot het uitvoeren van de nijverheid in kwestie afge leid worden. Onmiddelijk deed de Stad, in toepassing der wet, een onderzoek openen van commodo en jncetnmodo op de vraag van den heer Corvilain, De tegenwoordige M. Godwin is een goede meester, sprak mrs. Beckson, nadat het ge sprek over algemeene onderwerpen had geloo- pen hij betaald ruim en zijne dienstboden hebben over niets te klagen. Maar hij is toch zooals zijn vader. Hij heeft eene zwijgende en sombere manier van doen over zich, die ge schikt is om de menschen van zich te verwijde ren, behalve de vreemdelingen want tegeno ver de vreemdelingen is hij gewoonlijk zeer vriendelijk en voortkomend maai' in zijn eigen hui3 en tegenover zijne huisgenooten is hij zeer teruggetrokken en schijnt met hen evenmin rust als genoegen te kunnen vinden. Ik heb nooit een heer gezien, die altijd zoo diep in gedachten verzonken schijnt. Hij denkt, hij peinst altijd, eu in het laatste jaar, als ik ten minste oordeelen mag naar het weinige dat ik van hem gezien heb, is het er ger dan ooit. Altijd peinzen, tobben, nadenken als had hij al de lasten van de wereld alleen te dragen, en als dat al het geluk is, dat rijk dom aanbrengt, wel, dan verkies ik de armoe de, dat zeg ik. En gij hebt in den laatsten tijd niet veel van hem gezien zegt gij Zeer weinig inderdaad. Ik weet niet hoe het komt Ik veronderstel, dat het voor zaken is, of misschien doet hij het ook voor zijn ple zier, maar men ze t dat de heer Godwin een zeer woest leven leidt in Londen dat a echter wezen zooals het wil, sedert den laatsten zomer, te rekenen van den tijd af, dat mijn neef Caleb door de zenuwzinkingkoorts is aan getast, heeft onze meester dit huis vermeden, alsof het door spoken bewoond werd. Lionel kon eene kleine beweging niet onder drukken, terwijl mrs. Beckson zoo sprak. Elk woord, dat hij hoorde, scheen hen in zijn ver moeden te versterken elke ikleine toevallig ontdekte omstandigheid leidde tot een en het- Het verslag over dit onderzoek, dat het verzet van M. Rieth bevatte, werd overgemaakt aan de Bestendige Deputatie bij brief van 9 Juli 11., met het advies der stad. Ziehier wat de stad schreef Het blijkt uit het onderzoek, dat wij over die aanvraag (die van M. Corvilain) hebben laten doen door onzen technischen dienst, dat het depot van metalen kardoezen, het uittrekken der ballen, het smelten der gele digde kardoezen, van het lood, enz. GEEN ERNSTIG GEVAAR OPLEVEREN maar dat integendeel de INRICHTING VEEL TE WENSCHEN LAAT. Zoo ledigt men de kardoezen in een lokaal, dat voor iedereen openstaathet losse poeder wordt gegoten in eemers,dan bij middel dezer in een toestel om het te ziften vervolgens in houten kisten die elk een 20tal kilos kunnen bevatten deze kisten worden op karren gela den en naar de ladingplaats gevoerd, a WIJ ZIJN VAN GEDACHT, DAT DE FABRIEK IN KWESTIE ZEER GEVAAR LIJK IS, EN ER GEENE REDEN BE STAAN OM DE GEVRAAGDE TOELA TING TE VERGUNNEN. Vermits M. Corvilain de te nemen beslis sing is VOORUITGELOOPEN, denken wij het noodig bij de Deputatie aan te dringen, om zoo gauw magelijk een besluit te nemen, a Den 12 Juli antwoordt de gouverneur, dat de aanvraag zal bestudeerd worden, doch dat fabriek in afwachting moet gesloten worden Het Gemeentebestuur deed dit voorschrift uitvoeren op 16 Juli. En den 29 Juli ontving de stad, tot hare groote verwondering, de beslissing, genomen door de Bestendige Depu tatie op 26 Juli. Deze beslissing liet M. Cor vilain toe, zijne nijverheid om kardoezen uiteen te doen en de verschillende deelen er van te scheiden, uit te oefenen, mits in achtneming van zekere voorzorgmaatregelen. De Deputatie gelastte DEN INGENIEUR DER PROVINCIE, M. VERHOUSTRATEN, de uitvoering der door haar voorgeschreven maatregelen te bewaken. Den 7 Angusti 11. ging M. Verboustraten, ingenieur der proviucic, de installatie van M. Corvilain onderzoeken, en GAF HEM DIEN ZELFDEN DaG DE TOELATING OM TE WERKEN. Deze maatregel werd eerst den 20 Augusti aan de Stad medegedeeld 1 Op zijne beurt deed alsdan het Gemeente bestuur aau den belanghebbende officieel deze beslissing kennen. Ziedaar de feiten. Wat volgt daaruit op de klaarste wijze Dat de Bestendige Deputatie alleen het recht had de toelating te verleenendat zij van dat recht gebruik heeft gemaakt door de toelating te gevenONDANKS HET ONGUNSTIG ADVIES DER STAD. Te vergeefs werpt men op, datM. Corvilain reeds werkte voor de Deputatie van de zaak onderricht wasdat hij reeds een groot getal kardoezen uiteen gedaan had. Wat bewijst dat M. Corvilain was de toelating vooruitgeloo- pendat wil zeggen, dat hij buiten de weet der overheid, zonder recht, op bedekte wijze, zijne nijverheid begonnen was. Was dat geene reden te meer voor de Depu- tatie, om zich streng te toonen en HET ADVIES VAN DE STAD TE VOLGEN? De door de Deputatie voorgeschreven maat regelen waren van aard om het gevaar te ver minderen wij willen het bekennen maai de ingenieur der provincie, M. Verhoustraeten, heeft zich bedrogen, of, hetgeen waarschijn lijker is, M. Corvilain heeft de bevolen voor zorgen niet nauwkeurig uitgevoerd. Wat er ook van zij, voor de uitoefening der nijverheid, die de ramp heeft veroorzaakt, kan geenszins de stad verantwoordelijk gemaakt worden, vermits zij zich tegen die uitoefening heeft verzet, terwijl de Bestendige Deputatie, krachtens de wet, alleen bevoegd was dit te VERBIEDEN OF TOE TE LATEN. geschreven. 2. Uitdeeling van eenige der boste verbe terde graansoorten. 3. Hoe men handelen zal om de verbetering der graansoorten te bekomen. 4. Hovingbouwtentoonstelling van 1889. 5. Kiezing van den bestuurraad des land- bouwsyndikaat. Medegedeeld Nog de phosphaten. De phosphaten zijn aan de dagorde en in al de landbouwbladers treft men artikels aau op derzelver gebruik. Hier stelt men de ijzerslak op den zelfden voet als de superphaten ginder worden de superphaten haar verkozen omdat zij onmidde- uitwerksels zullen afwerpen. Men overlegge wel de verschillige werkwij" zen. Ijandbouw. Maatschappij van van Land-en Aalst. Hovinghouw Het Coiniteit zal vergaderen den 15 Septem ber om 3 ure in de Vier Winden. DAGORDE 1. Invordering der aandeelen van het fonds des landbouwsyndikaat door de leden inge- lijk opslorpbaar zijnanderen beweren en staven hunne gezegden op menigvuldige proefnemin gen dat de ijzerslak, de superphosphaten en de minerale phosphaten onverschilliglijk mogen aangewend worden en bijna dezelfde uitslagen en voordeelen zullen opleveren en opgeleverd hebben. Inde gronden van Geinbloux schijnt het volgens de proefnemingen van den bestierde1 der landbouwstatie, M. Patermann, dat de superphaten moeten den voorkeur bekome11 telkensden grond geenen voorraad van phos- phorzuur laat bestatigen ofschoon de ijzerslak ook hare uitwerksels van het eerste jaar op den graanoogst enz. doet gevoelen. In andere gronden hebben andere opzoekers, zooals MM. Grandeau, Schloesing enz. de beste uitslagen bekomen niet alleenlijk met het gebruik der superphaten en ijzerslak, maar ook met de minerale phosphaten. In de provincie Luik is men zoover gekomen dat men schier zonder onderscheid de drij zouten gebruikt en er zeer over is voldaan. Schoone en rijke vruchten zijn er ingeoogst geworden. In duitschland heeft men zich nog niet heel geuit maar men raadt er zeer sterk de mine ral e phosphaten aan, verzekerd dat men is dat gronden waarin de organieke zelfstandigheden zooals de humus, voortskomende van overvloe dige mestingen met stalmest enz., niet ont breken, de eigenschap bezitten de minerale phosphaten door zuren die zij ontwikkelen op losbaar te maken in grootere boeveelheid dan de gene welke de geteelde gewassen vereischen om zich weeldriglijk te ontvouwen. En welke is de oplosbaar kracht niet der zuurstof dooi de wortelhairtjes op de korreltjes waaraan zij inniglijk aangekletst zijn. Indien men deze drij zienwiizen die altemaal op de ondevinding zijn gestaafd met oplettend heid wil ontledigen, dan zal men tot het besluit komen dat het onontbeerlijk is de natuur en de rijkdom der gronden in organieke zelfstandig heid te kennen alvorens overtegaan tot de aanwending van de soort van phosphaat. Dat men in de omstreken van Gemblaux waar tot over eenige jaren de landbouwbewer- kingen en bijzonderlijk de mesting met eene buitengewone spaarzaamheid geschiedden,door het gebruik der superphosphaten betere en zwaardere oogsten van het eerste jaar des gebruik inschuurde dan met minerale phos phaten dat is niette betwisten, en dit omdat de grond gebrek lijdt aan humus stoften. Maar elders gelijk in Vlaanderen waar men ten allentijde overvloedig stalmest op de ak kers gevoerd heeft en niet ophoudt er organieke zelfstandigheden die zich in rijke humus omkeert daar ontwikkelen zich zuren in den bodem die zoodanig op de minerale phosphaten inwerken dat zij van het eerste jaar eenen oneindig rij keren oogst in granen doen bekomen. En om dit begrip op de klaarste wijze waar- tenemen vergenoege het de eerste graad des wasdoms van de graangewassen op zulke gronden in de lente te bestatigen die weel- drigheid des wasdoms is alleen toeteschrijven aan het gebruik van het stalmest en den aal maar daarop volgt niet altijd eenen rijken graanoogst eu dit bij gebrek aan phosporzuur dat men in die omstandigheden de superphaten en de minerale phosphaten aanwende, en dik wijls zal men eenen beteren uitslag te boeken hebben met de minerale phosphaten dan met de superphosphaten maar men mag zich niet spaarzaam toonen en er hoeft eene hoe veelheid minstens de waarde vertegenwoordi gende van de gene der superphaten in den grond gemengd te worden dan zal men voor verscheide jaien den akker eenen buitenge wonen rijkdom ten voordeele der graangewas sen enz. geschonken hebben, terwijl de ge bruikte superphosphaten die heel oplosbaar zijn slechts ge lurende een groot jaar hunne Mannen, vrouwen, kinders. Mannen die zich liberalen erger vrijden kers noemen, die vinden dat de liberale ga zetten te flauw zijn, niet genoeg durven, dat zij de dogma's moesten aanvallen, stelselmatig, zonder ophouden, zelfs op gevaar af vele hun ner nog flauwhartige lezers te verbitteren en te verliezen, dat zulke mannen, zeggen wij, hun ne kinderen zenden naar papeupensiouaten er gens in het Walenland, soms onbeschaamder nog in hunne stad zelve, ten aanschouwe van al hunne geestverwanten. En, zoo zulke verregaande princiepenverloochenig van die godloochenaars ende papenvreters met de tong gelukkiglij k niet veelvuldig voorkomt, hoevelen zijn er niet, voor wie het geen politiek in huiseen stelregel is, waar zij voor geen, goed ter wereld zouden willen van afwijken In de herberg, ja, daar behalen zij zooveel overwinningen als ze pinten drinken iedere maal dat zij eene versche pijp stoppen liggen de branders, de kadodders, de zwarten, de geestverstompers en hoe al die andere lieve benamingen uit hen woordenboek klinken mo gen om verre om niet meer op te staan doch voor zij den drempel hunner woning betreden, kloppen zij, tegelijk met het klokhuis uit hunne pijp, den liberalen geur uit hnnne mou wen want vrouwlief en kinderen hoeven niets van dit alles te weten Zij, mannendragen de broek, zij, mannen, bemoeien zich met politiek, daar zijn zij baas voor. Maar anders redeneert de tegenstrever Op den stoel der waarheid en in den stoel der geheimenissen, met beloften en bedreigingen, tracht hij de \rouw voor zich te winnen, omdat hij wel weet hoe zij de rotssteen is, waarop de maatschappij gebouwd wordt, omdat hij zich welbewust is dat de vrouw de zwakke over eene macht beschikt, waarvoor het sterkere geslacht noodzakelij k.in het stof moet bukken. En de kinderen dan 1 In kerk en kapel, catechiseering en sermoen ruit hij hen op tegen die soort van goddeloozen, waaronder zij zon der moeilijkheid hunnen vader herkennen; en soms duurt het nog lange, lange jaren, voor aleer het besef der werkelijkheid de diepe indrukken heeft uitgewischt, welke het beur telings zalvend en donderend woord van den tikkenhaan in de jeugdige ziel van knapen en meisjes heeft nagelaten. Geen politiek in hui3Waarom dan toch Mogen onze vrouwen dan niet ingewijd worden in de listen en lagen van den vijand, zij, die aan die listen en lagen het meest blootgesteld zijn Mogen onze vrouwen niet vertrouwd worden met onzen strijd, zij, die ons door haar zoetvloeiend woord kunnen bemoedigen, door haar helder doorzicht kunnen raden En mogen onze kinderen ook niet van jongs af bekend gemaakt worden met de gevaren waar aan zij zullen blootstaan, met de onzichtbare netten die hun zullen worden gespannen, met de duivelsche lagen waarvoor zij in hunne naïeve onbezorgdheid of in hunnen roezigen overmoed niet beducht zijn Mogen zij niet voorbereid worden tot den strijd dien wij voeren, en dien ook zij eens, na on9, misschien nog met ons, zullen te strijden hebben Wie zich aan anderen spiegelt, spiegelt zich zacht 1 zelfde vreeselijke feit de misdaad door Ru pert Godwin in den vorigen zomer begaan. Uw neef Caleb en ik zijn reeds goede vrienden geworden, mrs. Beckson, sprak Lionel na eene korte poos, waarin hij nadacht over hetgeen de huishoudster hem gezegd had. Wij ontmoeten elkander dikwijls in den tuin, en hij houdt altijd een praatje met mij, ia het begin is hij een beetje opgewondun, maar latei- komt hij meestal tot bedaren en praat dan veel verstandiger. Ja, ja, zeker, Caleb is tusschen beide aan zulke vlagen van opgewondenheid onderhevig, heel opgewonden inderdaad, mijnheer; ieder een zou niet zooveel geduld met hem hebben. Maar ik ben zijne nicht, ziet gij, mijnheer, hij ismiju eigen vleesch en bloed, en wij heb ben als kinderen te zamen gespeeld. Daarom verdraag ik dan al zijne grillen. Ik durf zeggen dat er weinigen zouden geweest zijn, die hem gedurende zijne vreeselijke zenuwzinkingkoorts hadden willen oppassen zooals ik gedaan heb. -- En die koorts was het gevolg van een plotseliugeu dood, zooals ik gehoord heb vroeg Lionel. —Ja, mijnheer zij zeggen dat die arme Caleb geschrikt had maar 'tkau ook wel iets geweest zijn, dat veeleer in de verbeelding van zijn zwak hoofd bestond. De vrouwelijae dienstboden houden met al'e geweld vol, dat hij een spook gezien heeft in den noordelijken vleugel maar ik geloof aan zulke zotheden niet, hoewel ik al menig verhaal omtrent die verlatene eenzame verlatene vertrekken ge hoord heb, dat iemand,de haren te berge zou doen rijzen, en zooveel is zeker dat weinige heeren den moed zouden hebben van den heer Godwin. Hoezoo Wel, ik wil maar zeggen, dat hij volstrekt niet bevreesd is om uren aan urenen dat nog wel midden in den nacht, alleen opgesloten in die sombere spookkamer te blijven. Hij heeft een soort van kantoor in den noordelijken vleugelverbeeldt u eens, mijnheer, en zij zeggen dat hij zijne papieren die de meeste waarde hebben, daar in ijzeren kassen be waart en tot aau de maand Juni, nu een jaar geleden, was hij gewoon daar eens in de week heen te gaan om boek te houden, zijne papie ren na te zien en zoo voorts ten minste zoo zegt miss Julia. Tot aan de maand Juni, nu een jaar geleden? Maar waarom nist na dien tijd? vroeg Lionel. Wel, mijnheer heb ik u dan niet gezegd datM. Godwin na dien tijd slechts in eene maand te huis komt Hij schijnt dit huis om de eene of andere reden te ontwijken, en ik kan het niet helpen, maar ik',denk dat hij iets heelt, dit zijn gemoed verontrust en dat hij tracht zich te verzetten in den maalstroom van de ver maken der woelige stad Londen. Hij en zijn eenige zoon waren geen al te beste vrienden en de jonkheer Godwin verliet het ouderlijk huis een paar jaren geleden misschien is het dat wel, dat vooral de heer Godwin op het gemoed drukt. Maar hij was toch gewoou in zijn kantoor in den noordelijken vleugel te zitten werken i Ja en dit is eene Tan die redenen, waar om ik geloof dat die arme Caleb geen spook zag, in den nacht toen hij ziek werd. Iloezoo Wel ziet gij, in deuzelfden nacht toen Caleb door zijne ziekte overvallen, zat de heer Godwin in zijne schrijfkamer, en het is niet waarschijnlijk dat zelfs de brutaalste spoken zich zouden durven vertoonen op eene plaats waar twee lichten branden en een heer met zijnen vriend samen zitten te werken. Zijn vriend was de heer Godwin niet al leen Dat zullen kiezers zijn Men herrinnert zich nog ongetwijfeld dat baron de Coninck laatst in den Senaat lievig zijn beklag geda tn heeft over de werkmanswoon sten in den buiten. Hij zegde dat teMerckem,te Woumen, te Clercken nog vele leemen hutten vau plak en stak bestaan waarvan de bewoners eigenaars het hout zijn gaan stelen ofkoopon in het bosch. Daarop zegde de minister van iinan- cien datde achtbare senator eene streek van half wilden bewoonde 1 een compliment dat de baron erg op den poot deed spelen en ruw het arrondissement Thielt bij de ooren trek ken. Eiwel wie zou het kunnen gelooven dat, door de wet-Devolder, die eigenaars van hutten zondor tafel noch beddebak dat die dieven volgens M. de Coninck dat half wilden, vol gens minister Beernaert, kiezers voor provincie en gemeente zullen worden En echter wil het klerikaal ministerie zulks. Dergelijke eigenaars zullen kiezers worden voor den neus af der openbare bedienden, van de oud-burgemeesters, van de gemeente-secre tarissen en eenen hoop andere personen die da gelijks bewijzen van bekwaamheid moeten geven Neen, hij had een heer een vreemdeling bij zich. ik herinner het mij nog, alsof het gister gebeurd w s. Ik denk dat het juist door Caleb's ziekte komt, dat mij alles zoo goed bijgebleven is. Het was een buitengewoon war- me°avond en het was in huis zoo drukkend heet dat ik met mijne nicht Suzanna, die ook hier dient, samen eene wandeling ging doen. Het was reeds heel donker, toen wij de deur uit gingen, maar daarom niet minder aangenaam. De vertrouwde klerk van den heer Godwin, Jacob Danielson, was toevallig dien avond hier en zat in de eetzaal toen de vreemde heer kwam. Inderdaad De vreemdeling kwam in den laten avond. Ja 't moet reeds donker geweest zijn, toen hij kwam. Mijne nicht en ik zat onder eene der grootste boomen op het grasperk, en daar de deuren der eetzaal openstond en de lampen aangestoken waren, konden wij alles zien wat er gebeurde. Wij zagen den vreemden heer door eene van de deuren binnen gaan, terwijl mijn heer en zijn klerk samen op hun gemak een glas wijn zaten tedrindeu. De vreemde heer scheen over het een of ander zeer driftig te zijn zooals wij uit zijne gebaren konden opmaken. Maar M. Godwin bleef zoo bedaard als een steenen beeld, en later, toen Jacob Danielson met een rijtuig vertrokken was, naar de statie van den spoorweg naar Hertford, verliet mijn heer met den vreemdeling de eetzaal. Wij zagen de lichten door het groote raam, hoewel wij niet zien konden wat daar binnen voor viel, maar later zagen wij door de opene deuren van het voorportaal den heer Godwin en den vreemdeling zich naar den gang bege ven, die naar den noordelijken vleugel voert. Den heer Godwin droeg de lamp. Wordt voortgezet.)

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1889 | | pagina 2