L HET GRENSHOF 6de Jaar. Nummer 5 (267) Zondag 18 Januari 1891. 4^ r" LIBERAAL WEEKBLAD VOOR Abonnementsprijs: f 5 fr. voor de stad. 5 fr 50 voor den buiten, PRIJS PER NUMMER: 10 CENTIEMEN. voorop betaalbaar. Men abonneert zichop alle postkantoren voor den buiten voor de stad, ten kantore van het blad, 10, Vooruitgangstraat 10, Aalst. HET ARRONDISSEMENT AALST. d«;:« a Gewone, 15 centiemen i Prijs der Annoncen Der drukrenpl Reklamen, 75 centiemen UKregei. Vonnissen op de dei de bladzijde, 1 frank. Nee spe nee metu. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aan het blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. AALST, 17 JANUARI. Oproep aan de liberale jongelingen. Wij brengen ter kennis dat de lessen tot bereiding van 't kiesexaam alle Zon dagen om 9 ure s morgens en des Don derdags om 8 ure s avonds, in het lo kaal Concordia zullen gegeven wor den. Wij hopen dat talrijke liberale jonge lingen het zich als eenen plicht zullen aanrekenen, die lessen te volgen om in 't bezit van een diploma te geraken, dat hun toelaat hunne politieke rechten uit te oefenen. Buitenlandscli politiek overzicht. Frankrijk. Do publieke aandacht wordt voornamelijk getrokken op de vernieuwing der liandelstraktaten. Hoe dichter men bij den vervaldag komt hoe gematigder de eischen der aanhan gers van den beschermhandel worden. De gevolgen der wet Mac-Kinley heb ben die verandering voortgebracht. Duitschland. In de Reichstag wer den door den Rijkskanselier voorstellen gedaan om de inkomende rechten te verminderen, ten voordeele van den stoffelijken toestand der werkende klas. De groote eigenaars verklaren er zich natuurlijk vijandig aan, maar alles doet voorzien dat het gouvernement zich niet zal laten afschrikken, daar het reeds den invoer toegestaan heeft van vreemd vee langs de zuider- en de oos- fergrenzen. Men mag hopen dat Duitschland van zijn beschermingstelsel zoo niet geheel dan toch gedeeltelijk zal afzien. Chili. Een opstand is uitgebroken. De wetgevends macht, vijandig aan voorzitter Balmaceda, heeft de budjet- teu niet willen stemmen, doch de pre sident is daarover heen gestapt en heeft met geweld de belastingen doen binnen komen. De zeevloot heeft zich tegen Balma ceda verklaard het landleger blijft hem trouw. De bevolking is kalm. Engeland. De Iersche kwestie blijft nog altijd het brandpunt van den dag. Er bestaat kans dat de twee vijandelij ke Iersche partijen zich zullen verbroe deren. Men spreekt zelfs van het aftre den van M. Parnell, als hoofdleider, op voorwaarde dat de vereenigdeIersche partij verklaren zou dat de toegevingen van M. Gladstone de Home Rule niet be vredigen kunnen. Met te veel te eischen VLAAMSCHE ZEDENSCHETS. I. Het was zaterdag-avond. Het luiden van de avondklok had opgehou den. In het dorp hadden de kiuderen hun spel gestaakt en waren vermoeid en vervaakt onder het ouderlijke dak teruggekeerd. In groepjes stonden de huismoeders voor de deuren te zamen na den lastigen scbuurdag onder een ge moedelijk praatje te poozen,terwijl de mannen, op de bank bij het venster, zwijgend hunne pijp zaten te rooken. Alleen op de groote hofstede, die op korten afstand van het dorp lag, was het dagwerk nog niet geëindigd. Daar had het werkvolk maar laat met het afmaaien van het hooiland gedaan gehad en moest nog eerst voor den grooten veestapel zorgen vooraleer aan zichzelven te mogen denken. De meiden gingen met de melkeemers naar de Mallen. Urzela, de oude struische keuken meid, kwam zweetblakend en waggelend van de beek, met de koperen pannen en ketels, die ze daar gespoeld had, en riep in 't voorbijgaan tot Mieken de ganzen wachtster, die hare voeten aan de pomp stond te wasschen, dat ze aGauw de geschuurde melkvaten onder het voordak moest te drogen zei ten. Binnen, in de keuken, waar de breede haard de helft van de plaats besloeg, was de boeiinne bezig met het avondmaal voor de dienstboden te bereiden. Met eenen grooten pollepel stond zou M. Parnell de Iersche kwestie wel eens voor goed begraveu kunnen. De werkstaking in Schotland blijft voortduren tot groot nadeel van het publiek. De grevisten worden van alle kanten ondersteund en het bestuur kan niet genoeg nieuwe en bekwame werk lieden aanwerven. De dienst lijdt er schrikkelijk door; er gebeuren onge lukken en de bestellingen worden niet bij tijds gedaan. Het publiek begint te morren en kiest de partij der werksta kers. Noord-Amerika. Eene duistere wolk pakt zich samen aan den politieken ge zichteinder van Noord-Amerika. De Fereenigde-Staten zijn in geschil ge raakt met Engeland over de kwestie der robbenvangst in de Behring:Zee, waar van de eerste natie zich geheel wL meester maken ten nadeele der laatste. Engeland het spreekt van zelf stemt hiermede niet in en heeft door een krachtig protest zijne denkwijze doen kennen. Evenwel blijven de Yereenigde- Staten in hunne halsstarriglr id, zooda'; alle mogelijkheid bestaat voor eenen gewapenden twist tusschen de twee mogendheden. De Herziening. M. Woeste wil er maar niet van. Dat beteekent dat de bisschoppen, wier krijgsbo le hij is, ze verwerpen, en ze willen begraven. De clericale bladen laten ons vermoe den dat de bevelen der bisschoppen, door M. Woeste rondgeleurd, de vader- landsche aanvechtingen van het minis terie en van een groot getal bewarens- gezinde afgevaardigden zullen overwin nen. Het belang der clericale partij dat, in het gedacht van M. Woeste, nauw aan de handhaving van de cijnsongerechtig- heid onderworpen is, zal boven de be langen des lands, de aanspraken ier rechtvaardigheid, de eischen van den maatschappelijken vrede gesteld wor den. Welnu, welke ook de invloed van het kopstuk der rechterzijde weze, en tot welke macht van krachtverbinding en van opslorping de clericale regeltucht ook gekomen zij, kunnen wij, wegens de parlementaire meerderheid, aan zulke plichtige verstandsafdwaling niet geloo- ven. Wij nemen niet aan dat het gouver nement, voor het gansche land, de schrikkelijke verantwoordelijkheid op zich kunne nemen van, in het eenige belang der ultramontaansche partij, eene o "chofte weigering tegen de recht vaardige eischen der openbare meening te stellen, Iedereen is het eens om te verklaren dat ons kiesstelsel te eng, te broos is en dat het gevaarlijk is hetzelve te willen vereeuwigen. Elkeen is het eens om te zeggen dat eene Grondwet gemaakt is om de be hoeften van een volk te dienen, zijne wettelijke verzuchtingen te begunsti gen, en niet om tot hinderpaal te dienen, om dit volk aan beweegloosheid en aan verval vast te klinken. En er zoude een ministerie en eene meerderheid bestaan om tot het volk te zeggen Ja, gelijk hebt gij, maar het gaat ons niet dit door eene openbare en Plechtige stemming te erkennen, omdat üie stemming ten koste van onze minis- tersportetoeliën en ons parlementaire overwicht zoude kunnen gebeuren n Neen, wij herhalen het nogmaals, wij kunnen er niet aan gelooven, omdat het eene waanzinnigheid zijn zou. Het ministerie en de meerderheid moeten weten dat de onrechtvaardige weigeringen de razende tegenstanden verwekken en dat op hunne eigene baat zuchtige hardnekkigheid eene uitbars ting van gramschap zal antwoorden, welke zij misse ieri in de onmogelijk heid zullen zijn te onderdrukken. Zij moeten weten dat het non possu- mus (wij kunnen niet) niets redt en dat het nooit van gisteren maar al te dikwijls het te laat van deu dag daarop geworden is. Zij moeten weten dat er stroomen zijn die men niet opwaarts vaart, en dat men met ze te willen tegenhouden, gevaar loopt er door medegesleept te worden. Zij moeten weten dat met hervormin gen te weigeren men de omwentelingen voorbereidt. strekte heerschappij op de massa zou den zien verdwijnen. Inderdaad, de walenprovinciën heb ben reeds lang getoond, dat ze van geenen priesterdwang willen weten en onze Vlaamse he boeren, die, zegt men, verkwezeld en verstomd zijn, voelen ook dat een juk hen loodzwaar op de schouders drukt en vragen slechts eene gunstige gelegenheid om het af te schud den. Hebben de kiezingen voor den werkrechtersraad alom niet bewezen, dat onze A laamsche arbeiders vrij willen worden En wat is tot hiertoe de kies strijd op den buiten geweest Niets dan eene persoons kwestie van princiepen was nergens spraak en daaruit volgde ook, dat men geene vergaderingen 'had, waarop de toestand van land en volk werd uiteengezet. Men zag op de moeite, bijeenkomsten te houden, omdat zij, die er zouden heenkomen het recht niet hadden hunne meening uit te drukken bij middel van hunnen kiesbrief. Voeg daarbij de armzalige inrichting onzer partij hare weinige bezorgdheid in het nazien der üezerslijsten, de aanhouden de werking van klerikale zijde en het zal niemand wonderbaar toeschijben, dat wij jn Vlaanderen verpletterd wer den. horens doorsteken en de liberalen "zullen, zoo als het in alle gemengde maatschappijen het geval reeds was, overrompeld worden. Dergelijke kringen zullen met den zooge- naamden Boerenbond een dijk moeten stellen tegenover het socialisme het zal als een ge- c ucht leger worden, waarmede de vrijzinnigen zullen af te rekenen hebben. Daarom opgepast liberale vrienden van dorp en stad. Nu dat de val onzer en uwer meesters nabij is en zij zich aan alles moeten vastklampen om recht te blijven, moet gij uw vaandel in de hoogte nouden niet gewankeld en geene toegeving vnj zijn en vrij blijven moet uwe leus wezen. Algemeen stemrecht zal ons toelat a op voordeeliger wijze progaganda te maken er zullen meerdere hervormin gen volgen, die het volk stoffelijk en zedelijk zullen verheffen, zijnen vrij heidsgeest heropwekken, en met voile vertrouwen zullen we zijne uitspraak mogen te gemoet zien. Klerikaal politiek. Algemeen stemrecht. Het is onloochenbaar, dat de bewe ging ten voordeele van algemeen stem recht met reuzenschreden vooruitgaat. Op weinige uitzonderingen na is gansch de liberale partij er voor gewonnen de werkerspartij, wier getalsterkte groot en wier inrichting stevig is, strijdt met eene bewonderenswaardige standvastig heid ter bereiking van hetzelfde doel verscheidene klerikale volksvertegen woordigers ziju er voorstaanders van adeen A\ oeste wil er zich tegen verzet ten, er toe gedwongen door de bisschop pen, zijne meesters, die door ie invoe ring van algemeen stemrecht hunnen invloed, hunne voorrechten, hunne vol- IV ie sedert eenige jaren de werking onzer geestelijkheid heeft nagegaan zal voorzeker zijne aandacht gevestigd hebben op de talrijke genootschappen, confreriën, enz., welke in iedere parochiekerk werden gesticht. Thans zijn ze meest al verdwenen of stervende, omdat de leden er geen stoffelijk voordeel bij gepoten en ze hunne jaarlijksche bijdrage door hunnen herder zagen opslorpen. Men moest dus die kringen op anderen voet inrichten. Aldus ontstonden maatschappijen van ouderlingen bijstand, ziekenbeurzen, enz., onder het bestuur van de geestelijkheid. Doch om zekeren schijn van onpartijdigheid te behouden zou men de burgerlijke overhèden, ja zelfs liberalen aan het bestuur laten deel nemen, evenwel zorgende dat Mijnheer pastoor er zijne kleine profijtjes uit trok. Ieder lid moet toch eene bahoorlijke begnfenis hebben. Moest da iamilie van den afgestorvenen drommel de kosten betalen, dan zou wellicht hare beurs te klein wezen als lid van den Kring zal hem een deftige lijkdienst besteld worden van item zooveel meer als de pastoor anders mocht ver hopen. Benevens dit geldelijk voordeel zal de her der er zijne macht door staven, want eens de maatschappij ingericht zullen de klerikale Eene vergelijking. De dood van M. Dedecker, eenen dei- zes MalotFs die de kloosterwet voorstel- den, geeft stof tot eene pijnlijke verge lijking. Het was in 1855 M. Dedecker was minister van binnenlandsche zaken. Een leeraar der hoogeschool van Gent, de maar al te vermaarde Brasseur, had opentlijk de Godheid van Christus ge loochend en aan het christendom eenen louteren menschelijken en wijs^eerigen oorsprong gegeven. Een algemeene ban vloek had in de godvreezende wereld wee 'onken. en de bisschoppelijke J woede, in razende bisscho pelijke brie- ei- losgelaten, eischte van den minister j ee^ië onmiddeiijke afzetting. M. Dedecker wist da dringende bevelen der sakrisuj te - m I- j verweet aan de bisschoppen van over het land eenen wind van onverdraag zaamheid te doen waaien en verdedigde de gewetensvrijheid van het leerraars- korps tegen hunne banningsbullen. M. Biasseur werd niet afgesteld. t zijQ in 1890. Een onderwijzer uit Vlaanderen had zich veroorloofd, niet in zijne school noch in 't publiek, maar in een privaat gesprek, zekere uitdrukkin gen van het Evangelie aan te halen waarover de katholieke kerk goed ge vonden heeft te zwijgen. Hij heeft geene grondstelling aangevallen, geene enkele der geloofswaarheden aangeklaagd hij heeft, met zijn St-Mafheus in de hand, verteld dat Jezus broeders en misschien zusters gehad heeft. De woede der geestelijkheid, waaraan onze meesters niet meer wederstaan, kost hem zijne afzetting. Een koninklijk besluit, door Devolder tegengeteekend, heeft hem geleerd dat in het jaar van giatie 1890, in het vrije België, het aan alle ambtenaren, waar het ook zij, ver boden is kwestiën van godsdienstge schiedenis op te roeren. Het zijn de middeleeuwen die op nieuw te voorschijn komen. In 1855 veizettede M. Dedecker zich tegen de bisschoppelijke ukazen In zij in den ijzeren pot te roeren, aan den hangel boven het houtvuur, om bet aanbranden van den krachtiggeureuden en opborrelenden karn- melkpap te beletten en liet soms bezorgd hare oogen gaan naar de breede ijzeren panne aard appelen die nabij haar op een steenen komfoor stonden te stoven. Bereids waren de zware boterhammen gesneden en lagen op de tafel geklast. Gelijk ze daar zoo stond, de boerinne van het Grenshof, was zij eene kleine bleeke vrouwe, die gewoonlijk stil en rustig haars weegs ging', doch desniettemin haar huishouden leidde gelijk aan een snoerken. Zij had iets bijzonders in haar gelaat, en in hare oogen lag een blik om den wildsteu kei el tot zwijgen te brengen. Als het avondmaal nereed was, ging ze voor het venster en keek naar het hof alwaar ze de knechten juist uit de stal'en zag komen. Zij wachtte hen niet af, maar stapte schielijk den gang in die geheel het buis, van de voor- tot de achterdeur, in twee helfteD deelde, naar de kamer toe. Op eens was haar voorhoofd ver donkerd. De vrouw moest iets gezien hebben dat haar zeer misviel. Het gaat ongelukkig met het werkvolk, bij zonderlijk als er geen man is om er orde in te houden zuchtte zij als zij in de kamer kwam, waar een groot en kloek meisje bij het venster hare geraniums en anjelierstruiken opbond. Ik heb hot hof rond gezien en Micbiel niet be speurd. Hij komt weer niet etenZijne paarden heeft hij zelfs niet gevoederd! Dat'werk heeft hij weer aan eenen daghuurman overgelaten. Een slechte knecht die zijne paarden niet zelf oppastVader-zahger zegde altijd een gopde knecht lijdt liever honger dan zijn paarden te laten honger lijden. Michiel is geen goede, moeder, dat weten wij al lange zegde het meisje, terwijl zij haar werk voortdeed. Van nacht zal ik weer geen oog kunnen toedoen zoo ging de boerin klagend voort de hofstee kan bij in brande zetten als hij weer bedronken op 't hof komt. Wel, zend hem weg, moeder Zulk eenen knecht kunnen wij missen. Ja, mits eenen anderen in de plaats te nemen, en waar dien gevonden? Den dag van heden mag men niemand meer betrouwen. Dat doet maar half werk en dat drinkt dobbel. Hier is het nog verergerd sedert wij vader begraven hebben... Een meester doet hier meer nood dan een knecht... Het meisje stond aan t venster en antwoord de niet. Ook hare moeder zweeg penige oo^en- blikken. Hebt gij wel gehoord wat ik gezeid heb, Rozalie vroeg de vrouw eindelijk terwijl zij deu arm van hare dochter aanraakte. Zeer wel moeder... «En wat zegt gij daarop Indien gij niet langer boeren kunt zonder man wel, dan moet gij hertrouwen. Ach, toe zei de boerin half lachend half misnoegd. Gij en een stiefvader ver beeld u dat eens Het zal wel niet anders kunnen, indien gij niet anders voortkunt. Gij weet zeer wel wat ik meen... Met moeite haar ongeduld beheerschend keerde Rozalie op eens het hoofd naar hare moeder. Ik begrijp niet, moeder, hoe gij altijd op een dingen wilt terurkomen die toch niet te veranderen is zegde zij rap. Gij weet dat ik nooit trouwen zal. Ik wil niemand enen niemand wil mij. U wil niemand, zegt gij Kan er u wel iemand willen, als gij altijd een gezicht trekt gelijk van aziji? zoo zuur Daar is Jan Vier- boeven, die heeft een oog op u maar als gij hem laatst zaagt bij zijne zuster, hebt gij hem niet eens willen bezien en hem nauwelijks eenen goen dag gegeven. Wees gelijk andere meisjes en gij zult keure krijgen zooveel als gij wilt. J o^Ja het Grenshof is eene schooue hof- steê Neen, ik wil geenen. Ik weet dat ze mij maar op den hoop toe nemen omdat ons hofsteê zondei mij niet te trekken is. En gij weet wat zij overal van mij vertellen. Meent gij dat er nog iemand aan denkt wat over twee jaar gebeurd is Dat is allang vergeten. Moeder, gij zegt wat gij zelve niet gelooft. Zoo verre wij hierin 't land bekend zijn, zoo verre is 't ook geweten dat ik mijnen eers ten vrijer het huis uitgejaagd en den twee den eene kaaksmeet heb gegeven. Maar dat is mij eender ik heb het gedaan en 'k zou hot nog doen indien hier weer zoo een onbe- sc laamderix moest komenDe meuschen mogen dan van mij zeggen wat zij willen. Dat deze laatste verzekering niet voor waar deloos te gelooven was, hoorde de moeder aan de sidderende stem v&n het meisje. Maar zij wist ook dat hare trotsche dochter voor niets ter wereld zou bekennen dat zij onder het harde oordeel der mensclien leed. Wie u kent, ziet u geerne, Rozalie zegde zij troostend maar dat er u niet veel kennen, is uwe eigene schuld. En ik zeg het nog. de menschen mogen alles zeggen wat zij willen, goed of slecht 't is mij eender. Ik kan leven zonder hen Ik heb u en onze hofsteê dat is mij genoeg 1 En zeg niet meer dat er hier een man noodig is ik zal zijne plaats vervullen vroeg en laat wil ik op de been zijn. Ik wil u het leven licht maken, moedermaar spreek mij nooit van trouwen. De moeder zuchtte, en het gesprek werd niet voortgezet. Een uur later was op de groote hofstede alles stil en donker. Iedereen sliep. Slechts in de achterkamer waar het groote hemelbed van de boerinne stond, en in de daarnevens liggen de saapkamer van hare dochter daar "werd niet geslapen. Nu en dan rees de boerin halfin hare slaap stede op om te luisteren of alles stil was in de stallen. Rozalie wa» nog niet te bed gegaan. Zij zat op een laag stoelkeu, onder het venster, met de armen onder de knieën en met de oogen in den stillen nacht. Allerlei herinneringen gingen door li nar hoofd, en daaronder moéster ééue zijn die haar goed deed want een paar oogenbiikken lang zweefde een glimlach rond hare lippen. Doch dan verdonkerde weer haar gelaat, en zij mur melde stille woorden die bijna klonken als dit niet neen zeker niet 1 Men zoii zeggen dat ik hem maar neem omdat ik geenen anderen kan krijgen. In het meisje arbeidde een zware strijd gelijk er reeds dikwijls in het hart eener hooger ge borene en meer beschaafde vrouw gewoed heb ben mag, wanneer bewustzijn van staat en neiging van hart met elkander in strijd gera ken. Maar Rozalie van het Grenshof was de dochter van de oude Vlaamsche Kerels een taai en krachtig volk hetwelk de vlaamsche heidestreek met zijn zweet bevruchtigd heeft. Met ijzeren vlijt had dat volk deze streek be werkt, er honger en gebrek op geleden, tot zii eindelijk hare schatten had ontsloten voor zijne kleinkinderen die oogstten wat hunne kloeke voorvaderen hadden gezaaid- (JV. v.) J I DENDERGALM V' V!

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1