0 HET GRENSHOF Nummer 10 (274) Zondag 8 Maart 1891 6de Jaar. LIBERAAL WEEKBLAD VOOR 5 fr. voor de stad. Abonnementsprijs: 5 fr 60 voor den buiten, voorop betaalbaar. PRIJS PER NUMMER: 10 CENTIEMEN. Men abonneert zich: op alle postkantoren voor den buiten: voor de stad, ten kantore van het blad, 10, Vooruitgangstraat 10, Aalst. HET ARRONDISSEMENT AALST. D Gewone, 15 centiemen Prijs der AnnoncenBeklamen 76 oentiemen j per drukregel. Vonnissen op de dei de bladzijde1 frank. Nee spe nee metu. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aan ,het blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. AALST, 7 MAART. VLAAMSCHE ZEDENSCHETS. Maar bedenk toch, jongen, wij zijn te midden in den hooioogst. Moeten de menschen misschien zeggen dat gij voor uwen knecht partij trekt tegen uwe eigene dochter? Gij moet Michel wegzenden, zeg ik, dat zijt gij aan Rozalie schuldig. En ten einde gij geenen maaier zoudt verliezen, zal ik blijven tot gij eenen andereu vindt. Ik denk dat ik wel zoo goed de zeisen door het hooi kan slaan als Michel. "Dat weet ik, Jooren, en 'k wilde dat gij voor goed hier bleeft. Onmogelijk—zegde hij Rozalie zou mij niet geerne hier als baas zien. Dat wil ik haar juist niet kwalijk nemen, want even zoo min zou ik haar willen gehoorzamen als knecht. Daarom is het beter, moeder, dat gij zoo spoedig mogelijk eenen anderen zoekt*. Roep Michel en zeg hem zijnen dienst op ik ben hier is hij onbetamelijk, wees gerust. Ach, Michel is een zoo boosaardig mensch, Jooren Indien hij maar zijne gramschap niet op het arm vi e uitlaat. Hij is in staat het beste paar te schande te slaan eer hij vertrekt O, ik ben hier. Zoohaast hij zijn geld ontvangen heeft, zal hij geen voet in den stal meèr zetten. Van dat oogenblik af aan ^staan de paarden onder mijne zorg. Deze belofte scheen de boerin gerust te stel len. Zij zegde niets meer. Rozalie hoorde hoe moeder naar den kleinen lessenaar ging, die tusschen de vensters stond, Oproep aan de liberale jongelingen. Wij brengen ter kennis dat de lessen tot bereiding van 't kiesexaam alle Zon dagen om 9 ure s morgens en des Don derdags om 8 ure s avonds, in het lo kaal Concordia zullen gegeven wor den. Wij hopen dat talrijke liberale jonge lingen het zich als eenen plicht zullen aanrekenen, die lessen te volgen om in t bezit van een diploma te geraken, dat hun toelaat hunne politieke rechten uit te oefenen. Buiteiilandsch politie!* oyerziclit. Duitschland. De keizer is zeer ver- bitterd geweest over de onbeleefde houding van eenige parijsische windma kers tegenover zijne moeder, keizerin Fïederik, gedurende haar verblijf in j de hoofdstad. In de eerste oogenblik- j ken heeft men voor erge gevolgen ge vreesd de maatregelen betrekkelijk de paspoorten in den Elzas-Loreinen wer den weer in al hunne strengheid toege past. Thans hoopt men even!wel dat, dank aan de tusschenkomst van kei zerin Frederik, alles weer kalm eindi gen zal. De geruchten, volgens welke er on- eenigheid zou bestaan tusschen den keizer en M. Caprivi, zijn teenemaal valsch. In de wetenschappelijke kringen wordt er veel gesproken over het ge neesmiddel van doktor Libreich tegen de ontstekingen van longen en keel. Volgens de verklaringen van deskun digen zou dit middel reeds talrijke ge nezingen bewerkt hebben. Frankrijk. Het verslag van den heer Méline, betrekkelijk Je tolrech ten, drukt de noodzakelijkheid uit van nijverheid en landbouw zooveel moge lijk te beschermen. Op die wijze zou de franscbe finantie er toe geraken van met eer tegen de gepriveerde kapitalen van ander lauden te kunnen wedijve ren. Er valt nu te zien of de Kamerleden het verslag van M. Méline niet afbreken zullen. Engeland. De publieke aandacht wordt nog altijd in spanning gehouden aangaande het proces over zeker partij kaartspel, waarin een der voornaamste edellieden van het vereenigd koninkrijk van oneerlijkheid wordt beschuldigd en den prins van Wallis als getuige optre den moet. Oostenrijk. De kiezingen zijn bij zonderlijk in 't voordeel uitgevallen van de jonge Tcheken de demokraten heb ben insgelijks een groot getal stemmen behaald. Congo. Volgens een fransch dag blad, Le Journal des Débats, zou een onzer officieren ginds eenen krijgstocht gaan beginnen met het doel van eene gansche streek te plunderen en t-e ver woesten. L'Indépendance Beige geeft aan dit schrijven gene klinkende logenstraffing. Waarom geschiedt dit niet van offleiee- len kant Goede reis, M. Mélot Voor eenige dagen verspreidde zich het gerucht, dat de pas benoemde mi nister van binnenlandsche zaken, de heer Mélot, plotselings door eene erge ongesteldheid was overvallen. Men sprak van eene congestie. Dagelijks ver nam men met belangstelling naar den toestand van den zieke, want het ware echt jammerlijk geweest dat iemand, die nauwelijks eenige weken geleden tot een zoo vurig nagejaagd ambt verheven werd, op eens bij het aanvangen zijner nieuwe loopbaan aan de wereld on hare ijdelheden vaarwel hadde moeten zeg gen. Reeds waren de godvruchtige zielen aan het bidden, menige dienaar Gods liet de kralen van zijnen rozenkrans door de vingers glijden om van den Hemel de spoedige herstelling van den vromen minister af te smeeken. Daar het nieuws van des ministers ziekte voor het eerst in een clericaal biad werd opgenomen, mocht men het als eene geloofswaardige tijding be schouwen.' Maar onze brave clericalen hadden zonder de kwade tongen gere kend, die maarzoo gereedelijk de pil niet wilden slikken en ronduit ver klaarden, dat er daar iets achter schuil de. En werkelijk, de vermoedens dier ongeloovige lui waren maar al te ge grond, wa it de zoogenoemde congestie was doodeenvoudig een voorwendsel dat minister Beernaert met beide han den heeft vastgegrepen om zich van een lastig man te ontmaken. Men weet in welke omstandigheden de heer Mélot minister werd. Wanneer zijn voorganger, de heer De Volder, in de Société générale zijn intrek had geno men, scheen de hartelap van minister en aan Jooren vroeg te willen uitrekenen hoe veel Michel trekken moest. Dan wercl het stil in de kamer tot da deur met gerucht geopend werd en de dienstknecht binnenkwam. Michel zei de boerin hier is uw geld. Gij moet vertrekken. Gij weet waarom. Michel begon te lasteren en te schimpen op geheel de hofstee. la, ta zei Jooren bedaard wij willen niets ineei hooren. Ik ben grooter en sterker daQ g'ji Michel, als 't belieft, mijd u van mijne handen ik zou u niet geerne zeere doen... Dan werd de deur geopend, en welhaast was het stil in de kamer. Rozalie Michel is weg riep moeder. Jooren is in den stal om alles na te zien... Och, kind zegde zij bij haar komend laat hem blijven... Maar, moeder toch, gij hebt wel gehoord dat hij niet wil. Hij meent dat gij het niet geerne zoudt hebben. Dat hij Hij heeft gelijk! Neen, ik wil hem hier geen baas zien spelen Hij is al be gonnen... Maar hebt gij wel gehoord waarom hij wilde dat ik Michel wegzond Ik heb alles gehoord; en met mij moet bij niet bemoeid zijn >k kan hem missen. Ik hoop dat wij algauw hien anderen knecht zullen vinden, en dan mag hij gaan. Kijk, kijk Wat hebt gij tegen hem Als kind zaagt gij hem zoo geerne, dat gij schier zonder hem niet kondet leven en nu weet gij niets dan kwaad van hem. Rozalie antwoordde niet. Zij stond stil bij 't venster en keek naar buiten. vin. Was Rozalie eenigzins gekrenkt door Joo. j R ernaert, de heei' De Burlet, de meeste i kans te hebben. Hij dacht den opper- gaai te hebben geschoten en stak reeds de hand uit om de aangebeden porte feuille te grijpen, toen de heer Woeste met zijnen hartelap voor den dag kwam en den zoeten droom van M. De Burlet als een rook verdreef. Minister Beer naert moest voor den lasthebber der bisschoppen onderdoen en zijnen can- didaat in den steek laten. Hij kropte zijn spijt op, doch had het wel voor zijnen leermeester die part betaald te zetten. Men zal wellicht raden dat de heer Ernest Mélot in des Konings raad ont vangen werd gelijk een hond in een kegelspel,en dat men den ministeriëelen wagen niet zonder schokken noch stoo- ten kon vooruit helpen. Doch daaraan liet zich Mijnheer Ernest heel weinig gelegenimmers hij werd door den heer Woeste gerugsteund, en dit was vol doende. Hij ging onbekommerd en stout voort in strijd met de bestaande ge bruiken, raadpleegde hij zijne collega's niet telkens het gewichtige zaken gold, en handelde die af op eigen gezag, net alsof hij alleen minister ware geweest. Zulke houding viel natuurlijk niet in den smaak van minister Beernaert, die dus ook woedend werd en zwoer zijnen eigenzinnigen ambtgenoot tot rede te brengen. Inmiddels was de beweging ten voor- deele der herziening van de Grondwet, volop in gang. Te dier gelegenheid kon de heer Woeste zich overtuigen van de onstandvastigheid der wereldsche din gen. Zijne pogingen om tegen den was senden vloed eenen dijk op te werpen bleven vruchteloos, en behalve eenige trawanten die hem blindelings volgen, wordt hij geheel en al verlaten. Minister Beernaert, die de gelegen heid bespiedde om een juk af te schud den, dat hem loodzwaar op de schouders drukte, heeft zijnen vioegeren leer meester eerst en vooral in den persoon van dezes alter ego will n treffen, en zonder dralen heeft hij het reispas van den heer Mélot onderteekend. Ziedaar de geschiedenis der congestie van den heer Mélot. Wij mogen dit artikel niet eindigen zonder een woord te reppen over den handel en wandel van den aftredenden minister. Onder staatkundig opzicht was het een fanatieke kerel, die enkel en alleen aan blinde partijzucht gehoor gaf. Het was immers de vertegenwoordiger der rens doenwijze. In den loop van den namid lag wist dokter rfchult hare eigenliefde weer op te beuren. Nooii iemand die haar meer achting en beleefdheid bewees dan de jonge dokter. Dat streelde niet weinig haren hoogmoedVer eerd te worden door eenen man die zijne ge dachten in zulke welsprekende woorden wist uit te drukken, dat scheen Rozalie verre boven al andere boerendochters te vet heffen. Rozalie houdt het huis zoo net als een juweelkistjen En wat goede geur Men heeft hier tuin- en veldr^uk te gelijk. Zoo had de jonge dokter gesproken en ook hare bloemen bewonderd. Eu als moeder een voudig op al zijnen lof geantwoord had. Ja, Rozalie heeft eene gelukkige hand 't gedijt al wat ze plant dan had mijnheer 8chult haar bezien met eenen blik vol warme bewondering. Zoo een heer uit de stad, dat was toch iets auders dan een boer Eu toch, die boer ont brak aan Rozalie—haar hert miste hem, en ze keek van tijd tot tijd door 't venster naar hem uit terwijl ze voor de jonge vrouw van dokter Mulders koffie inschonk en glimlachend luisterde naar de vleiende woorden die de twee heeren baar en hare moeder toestuurden. Maar hare gedachten waren elders, en niemand giste dat zij niet uit ganscher ziel bij hen was zoo min als zij van haren kant vermoedde dat zij heden voor deze twee heeren eene soort van examen af te leggen had. Doch zelfs indien zij dit hadde kunnen gissen, had zij niet beter hare huiselijke plichten jegens hare bezoekers kunnen volbrengen. Vol bewondering volgden de oogen van de jonge dame het jonge meisje, die zoo vrijen zeker over- en weerging als of ze dagelijks groot volk te ontvangen had. En met welke natuurlijke vroolijkheid wist zij de twee heeren bescheed te doen Geen spoor van liaksche politiek van onverdraagzaamheid, waar van de heer Woeste de steunpilaar is In zake van gemeentekiezingen wist hij zich berucht te maken, onder anderen door de verbreking der kiezing van leperen, eene schandelijke daad welke voor de liberalen dier stad zulke nood lottige gevolgen had. Verders, heeft hij van den minister van oorlog de binnenroeping van twee milicieklassen afgedwongen, een maat regel dien de belastingschuldigen vrij duur zullen mogen betalen. Wat nu de Vlamingen betreft, zij hoeven hem ook geene kransen te vlech ten. Toen het de volksoptelling gold, heeft hij zijne gevoelens van Vlaamsch- gezindheid lucht gegeven, en slechts wanneer hij door den heer Coremans in 't nauw werd gebracht, heeft hij tegen wil en dank beloofd den suooden aan slag, door zijne Waalsche bureelratten tegen de Vlamingen gesmeed, gedeelte lijk te zullen verijdelen. Goede reis, Mijnheer Mélot Plaatsvervanging en persoonlijke dienstplicht. Wie te lui is van te werken, wie vandaag dezen stiel doet, morgen gene betrekkingen aanvat en overmorgen goesting heeft voor een ander ambacht, in één woord, wie alle waterkens is doorgezwommen, gaat op slot van reke ning naar den troep en wordt rempla- qant. Dat is zoo in algemeene regel en nie mand zal zulks betwisten. Het gevolg daarvan RemplaQanten zijn door en doorslechte soldaten. Ondervraagt de officiers en zij zullen u bewijzen, dat de plaatsvervangers de kanker en de pest van 't leger uitmaken; dat zij het zijn, die de rekruten en jonge soldaten van hunnen weg brengen, hun nen dienst doen mankeeren en hen naar de dicipline brengen. Dieften, wallebakkerijen, grofheden tegen de oversten, miskenning der krijgstucht ziedaar zoovele akten, welke negen keeren op de tien door remplaganten bedreven worden- 't Zijn dronkaards en liederlijke ke rels, zegt luitenant-generaal Van der Smissendie slechte raadgevingen aan uwe kinderen inblazen, en hen tot kwaad aanlokken, zoolang tot zij er in gelukk n uwe zonen naar de cellen der collectie te doen sleuren 't Is een onzer bekwaamste bevelheb- verlegenheid was te bemerken. Zij verstond het niet alleen de mannen in te nemen ook de jonge dame moest bekennen, dat zij als de echtgenoote van eenen dokter zeer wel op hare plaats zou zijn. Glimlachend deed zij teeken aan haren man om hem te doen verstaan hoe zeer de uitverkorene van zijnen vriend haar beviel. Maar waar mag Jooren blijven vroeg moeder eindelijk. Hij zal toch koffie komen drinken. Hoe dikwijls reeds had Rozalie die vraag aan zich zelve gedaan. Doch thans dat moeder hare gedachte uitdrukte, antwoordde zij lichtweg Waar zou hij zijn? In den paardenstal waarschijnelijk. Gij moest hem doen roepen zijn koffie zal koud worden. O, indien hij tot nu liever in den stal bleef dan bij ods te komen, wij zouden hem daar moeten laten. Toch niet zei moeder en stond op. De heeren zullen 't niet kwalijk nemen als ik eens ga zien. In mijn huis zal de jongen nooit ach teruitgezet wordenEn heden dat hij onze logiestgast is en uit liefde en dank hier 't werk van een knecht doet,heden vooral niet.. Mijnheeren en madame, ge moet weten, Jooren is mijn voedsterkind, een' arme weesjongen dien ik heb opgekweektzoo voegde zij er tot opheldering bij en een zoo braaf en goed mensch, dat hij nevens eenen koning aan tafel zou mogen zitten Ha, dat is waar zegde dokter Schuit als moeder de kamer verlaten had. Als ik hem dezen morgen hier op 'tjhof tegenkwam, gaf ik bijna eenen schreeuw. Zulk een knap man ziet men niet alle dagen. Van bewonde ring stond ik hein achterna te zien terwijl hij de dorpstraat opging. Welk eenen schat van gezondheid en kracht bezit die gelukkige kerel niet l bers, die alzoo spreekt. Ook zijn alle militaire oversten liet eens, dat een rem- plagant in dagen van oproep of oorlog het ergste gevaar voor het leger en dus ook voor het land zou daarstellen. Schaft de plaatsvervanging af en stemt den persoonlijken dienstplicht Wat zal er gebeuren Rijken en armen, burgers en werk lieden, barons en blokmakerszonen zul len optrekken voor hun lot en naast elkander hetzelfde leven in de kazernen slijten. Op een ommezien is 'tgedaan met onze jongens voor ezel, beest en verken uit te schelden zuren amenis, beschimmeld vleesch, aangebranden njst en rotte patatten zullen ze voor hunnen neus niet meer krijgen voor hun slapen zal op de beste wijze gezorgd worden rhumatieke forten en onge zonde kazernen zullen verdwijnen en er zal wat minder kwistig met cachot en disciplinaire straffen omgesprongen wor den. W ant de zoon van senateur X. of het fiske van rentenier Y. zou al dadelijk aan papa kunnen schrijven papa zou erg boos worden, eene interpellatie in de Kamers doen en 't ware er dan seffens mee geklonken. Van eene andere zijde beschouwd, zou de persoonlijke dienstplicht nog groote vooideelen opleveren, omdat hij verteer en plezier, lust en leven in 't leger zou brengen. De rijke jongens, met welgevulden portemonnaie, zouden de diensten van hunne mindere mak kers lobbig beloonen er zouden oorden bij de soldaten te winnen zijn, en de meeste redenen van misnoegdheid waren hierdoor voor immer uit den wegge ruimd. En boven die aangehaalde redenen staat er ééne welke ai de andere in de schaduw schuift De Belgen zijn niet gelijk voor de wet zoolang de persoonlijke dienstplicht in onze wetten niet opgenomen wordt. En dien rechtvaardigen maatregel kunnen wij niet bekomen De hatelijke schandelijke plaatsver vanging wordt maar immer in eere ge houden, en t zijn en blijven de arme duivels, de knappe werklieden en de kleine burgers, die de stukken van de gebroken potten moeten bekostigen Rechtuit bekend Y\ at moet hier het meeste verwonde ren de ik-zucht en de onmeedoogend- heid der bezitters of de kalme en Rap was Rozalie daarop naar het venster gegaaan en keek naar have bloemen. Bij de woorden van doktor Schuit was het bloed haar keet m de wangen geschoten, 't Was haar als of hij voor haar zelve eene vleierij had gezegd. Maai hoe t kwam dat die lofspraak haai' hert zoo pakte, daarover had zij geenen tijd om na te denken. Moeder kwam terug en zei dat Jooren inder daad den koffie vergeten had. Hij had de jonge paarden uitgelaten. En zoo is hij van kinds been afgeweest als hij paarden ziet, vergeet hij alles, j) De heeren stonden op. Ook zij stelden be- lang in paarden zegden ze En van uwe schoone paarden heb ik hooren spreken zei dokter Mulders. "Ja, miju man hield veel van schoone paar den zei de boerin maar daarmee zal 't nu gedaan zijn. Wie kan paarden van hooge waarden aan eenen dronken knecht toever trouwen Waar geen meester is om alles na te zien op een hof, daar moet men veel achter laten. Doch t is spijtig, want onze meerschen geven het beste hooi van geheel de streek. Iedereen was op het hof gekomen alwaar Jooren een jong paard aan den halsterriem liet loopen. Gelijk hij daar te midden het hof stond, met de heldere oogen scherp op het vuurvolle paard gevestigd, met korten krach- tigen roep de wilde bewegingen van het dier beteugelend en met vaste hand diens gan** regelend, zoo stelde hij een beeld voor dat eenen schilder tot studie zou kunnen dienen hebben. Dat kwam ook zoo aan de beide heeren voor, en vol bewondering lieten zij hunne oogen nu op den knappen man dan op het prachtige dier rusten. (Wordt voortgezet,) «*aDara«Hra«Fs*^:iS3TO8saM<UKmH^v3«^^ nmeese DE DENDERGALM *f&» •<aga SEsraMgEssnaaeflaex»^^

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1