HET GRENSHOF 6de Jaar. Nummer 12 (276) Zondng 22 Maart 1891. LIBERAAL WEEKBLAD VOOR Abonnementsprijs: j ™°r de stad" vooroD betaalbaar 1 5 fr 60 voor den buiten, vooroP oeiaaioaar. PRIJS PEE NU MME E10 CENTIEMEN. Ven abonneert zich op alle postkantoren voor den buiten voor de stad, ten kantore van het blad, 10, Vooruitgangstraat 10, Aalst. HET ARRONDISSEMENT AALST. Prijs der Annoncen: f Gewone'15 centiemen Reklamen, 75 centiemen j per drukregel, Vonnissen op de iet de bladzijde frank. Nee spe nee metu. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aanzet blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. AALST, SI MAART. Buitenlandscli politiële overzicht. Frankrijk. In de gedeeltelijke ver kiezingen van Zondag hebben de repu- bliekeinen onverwachte zegepralen be haald. Stilaan maar zeker verklaart zich gansch Frankrijk voor het bestaande regeeringsstelsel. M Meline met zijne uitzinnige be- schermingswetten wordt al meer en meer door de openbare opinie afgebro ken men gelooft dat zijn tarievenstel sel in de bespreking zal schipbreuk lijden. Duitschland. M. Windhorst, de leider van het duitsch centrum, is over leden. Het is een buitengewoon verlies voor de katholieke partij van het kei zerrijk. Tot hiertoe is zijn opvolger nog niet bepaald aangewezen. Keizer Wilhem heeft Ie deputatie van den Elzas-Lorreinen met veel hoffelijk heid ontvangen. Hij rekent op den trouw zijner nieuwe onderdanen aan den be- staanden toestand en belooft den pas- poortendwang te verzachten naarmate zich het volk met meer onverbreekbaar heid aan Duitschland zal vasthechten. Engeland. Leopold II is deze week de gast van het Engelsch hof geweest. Hij heeft samenkomsten gehad met voorname Engelsche politiekers, groote n ij veraars en kooplieden. M. Gladstone is op kiesronde; de twist tusschen beide Iersche partijen wordt steeds vinniger. Italië. Het voornaamste feit is het overlijden van prins Jerome Napoleon. Gedurende zijn gansch leven was hij een hardnekkige vrijdenker en gezwo ren vijand van het Pausdom. naar deu wind, of beter, ze plooit zich gedwee als eene onderdanige dienares, naar de eischen van den tijd. Mijnheer de Goudgod doet haar dan sen naar zijn goedvinden en Paus Leo en Mgr. Goossens gehoorzamen zonder tegenstribbelen. Moeders grootvader wist mij in mijne jeugd heel wel te vertellen van de kome dianten en de toeneelspeelsters welke over ruim eene halve eeuw in den ban geslagen werden en wier lijken toen in de Kerk niet mochten komen noch in gewijde aarde begraven worden. Nu is het andere tralala Nu zingen de beste autisten der groote schouwbur- mis en lol in de kerk en doet M. Pastoor veel rucht jaarheid aan die plechtigheid geven aan zooveel den entree. Nu worden de actricen met de grootste plecht bij haar overlijden in de kerk ontvangen en in gewijden grond begra ven met veel iatijn, kruisen en wijwater. Wie zou ooit durven denken hebben dat men den eersten kommuniedag tot in den zomer zou verschoven hebben er leden jaar heeft men eene schen dende hand op ien heiligen tijd van den Vasten gelegd en thans leggen zij den kop voorde.... ongewijde kerkhoven Ja, ze gaan den berg af en met ver snelden voetstap 't Geloof gaat om zeep, gaat het om zeep .e Kerk eischt dat niet een enkel graf lrjaar we-l het gansche kerkhof gewijd zij, want tusschen beide wijdingen is een hemelsbreed verschil. En nu Wat de kerk over 25 jaren eischte, eischt ze nu niet meer. Wat ze toen niet toestond, laat ze thans gebeu ren. Maarom?... Omdat ze niet anders an, wil zij zich recht blijven houden, en t is altijd voorzichtig te laten gebeu ren, wat men niet kan beletten. Wanneer de kerk den grooten hoop zijn botten aan den Vasten heeft zien vagen, dan klonk heur liedje eet maar op Eertijds vervloekte zij al de vrije in stellingen. Nu predikt zij de liefde der- zelve aan, daar ze gewaar geworden 'is dat hare vervloekingen tot niets hielpen. V roeger wilde zij van geen huwelijk tusschen personen van verschillende ge loofsbelijdenissen weten. Thans is daarover de vrede geteekend en verleent zij de zoogezegde dispensatie. Zoo zal de kerk iedermaal schaap spelen wanneer de godsdienst, wij wil- en zeggen de geldkwestie, in gevaar is Luistert, beminde parochianen, wat uwe brave bisschoppen ons toestaan de priester zal het lijk tot op het kerkhof mogen vergezellen en het graf zegenen. Het rijk der geuzenkerkhoven is dus ten einde geene vervloeking meer over die ongewijde plaatsen. M. Pastoor zal zijne voeten niet meer ontheiligen met dien duivelshoek te betreden, er latijn te prevelen en kruisen te slaan mits. klinkende munt. Den berg af. Het geloof gaat om zeep, gaat het om zeep ziedaar het liedje dat van ouden en jongen thans gezongen wordt. Een voor een doet de onfeilbare? Kerk afstand van al die dwaze artikelen, welke zij als onveranderlijk en eeuwig in haar fanatiek programma geschreven had. Zij, de steenrots, tegen welke de poorten der hel niets vermogen, zij wordt zoo malsch als boter en laat hare beginsels kneden en vormen, zoo als het de wereld belieft. Zij draait haar zeiltje W at zijn de tijden toch veranderd en de menschen niet minder Toen in 1864 een liberaal ministerie de wet op de kerkhoven deed stemmen volgens welke geloovigen nevens ongeloovigen moesten begraven worden, steeg er een schreeuw van afgrijzen uit de katholieke partij op. Honderden smeekschriftenmet 600,000 handteekens bekleed, protes teerden krachtdadig tegen die zoogezeg de heiligschennis en eischten den ver doemden hoek voor hen die buiten den schoot der kerk gestorven waren. De liberalen hadden schoon te zeggen Maar wijdt eiken kuil afzonderlijk Non possumusklonk het antwoord Eene gegronde klacht. Hii eene der laatste Kamerzittingen heeft i r rere-Orban met reden geklaagd over de oogehoorde traagheid, waarmede het Staats- bestuur de Werk- en Nijverheidsraden inricht. Zooals men weet vaardigde de wetgeving op 21 augusti 1887, dus over meer dan dril jaren, de wet op de nijverheiosraden uit. Welnu, op den dag van heden bestaat die instelling slechts in drij of vier nijverheidsdis tricten, terwijl ze, met eenigen goeden wil van wege de regeering, reeds lang in alle belang- iijke werkplaatsen had kunnen bestaan. De nijverheidsraden hebben nogtaus eene heilzame maatscuappelijke strekking en zijn zoo voor bazen als arbeiders, van groot ge wicht behalve het voordeel, dat zij machtig veel kunnen bijdragen om de geschillen, die tusschen werkers en werkgevers oprijzen op eene vreedzame wijze op te lossen en dus de werkstakingen te voorkomen, .bezitten zij nog deze goede zijde, van tusschen patroons en gasten eene bestendige gemeenschap daar te stellen en hen in de gelegenheid te brengen te zamen over hunne wederzij dsche belangen te spreken en te beraadslagen. In de bevoegdheid dezer raden vallen boven dien alle kwesties, welke in onmiddellijk ver- band staan met arbeid en nijverheid. Zoo kunnen in hun midden besprekingen plaats hebben over de belastingen, bij voor beeld, over de dagloonen, over den prijs der- levensmiddelen en der huisvesting, over de voorwaarden der concurrentie, de zedelijkheid der werkende standen, de gezondheid der werk manswoningen. Zelfs kunnen zij hun advies ge ven over alle wetsontwerpen der werkende klas aanbelangend. Voor de Kamers ook kan deze instelling in menig geval van degelijke waarde zijn. Veronderstellen we eens, dat in het Parle ment een wetsontwerp ter tafel komt 't zij in voordeel van werklieden of bazen, 't zij in voor deel van zekere nijverheidstakken voorgedra gen, en de Kamerleden gaarne de zienswijze onmiddelijke belanghebbenden zouden willen kennen. Welnu, in zulk geval zijn de nijversheidsra den de gepaste raadgevers, want uit hunne be voegde besprekingen en besluiten kunnen er voor den Wetgever tal van wenken en inlich tingen voortspruiten, die hun tot gids zouden verstrekken. Is het niet betreurenswaardig, neen wraak roepend, door onze klerikale meesters zoo wei nig genegenheid en goeden wil aan den dag te zien leggen voor inrichtingen als deze Wij herinneren, ons zeer wel, dat de wet op de Nijverheids- en Werkraden door de beide Kamers met geestdrift werd gestemd, en sinds dien is zij bij zooveel andere nuttige zaken in den vergeethoek gesukkeld. t Is waar, de vrienden van Pourbaix heb- hen andere katten te geeselen en het is zeer te betwijfelen, of de zoo gegronde opmerkingen en klachten van den heer Frère-Orban hen wel tot betere gevoelens brengen zullen. stelsel plaatsen zal, gaat de huidige wet geving met aan. Dat zal de toekomstige wetgeving beslissen. Dat zullen, na de verplichte ontbinding der kamers, de candidaten der partijen voor hunne kie zers ontwikkelen en de kiezers zullen uitspraak doen mot naar de kamers die genen te zenden, die met hunne eigene neigingen meest strookende zienswijzen zullen aangeboden hebben. En hoe spoediger die nationale raad pleging gebeuren zal, hoe beter het zal zijn. Het is immers verstaan dat we thans in eene overgangsperiode zijn ge treden, in een voorloopigen toestand, die niet zonder gevaar zou kunnen be stendig worden. De herziening. De middensectie heeft besloten van de verschillende voorgestelde kiesstel sels te onderzoeken en het ministeiie te verzoeken den uitslag van dit onderzoek te bezigen als basis eener breede uit breiding van stemrecht. Dat alles is volstrekt onnoodig. 10. VLAAMSCHE ZEDENSCHETS. Ja antwoordde moeder zoader erg en 't klein seezekerreken heeft hij gereed gezet om #r Bruintjen in te spannen. En gij kunt eene hark meenemen om het hooi te helpen openstrooien. Heeft hij dat bevolen? Dat van 't hooi en van de hark heeft hij mij doen zeggen met den handknecht, die juist den Hoojen Meersch voorbij gekomen is. Maar... wat is er wat hebt gij dan Met den handknecht heeft hij doen zeg gen dat ik het hooi moet openharken En ^t eten moet ik hem dragen Eer ik dat doe, zal ik liever.... zij zweeg ea na een oogen- blik ing zij bedaarder voortIk doe het niet, moeder Wilt gij u laten kommandeeren goed Dat mocht gij maar ik laat mij niet kommandeeren gelijk een dienstmeissen En door wien door eenen die knecht is op ons eigen hof lut, tut, tut, maak u niet kwaad Jooren is een knecht, daarin hebt gij gelijk maar hij is onze knecht niet, want hij heeft mij gezeid dat hij hier onder u niet als knecht dienen wil. Hij is onze logiestgast die door zijn werk dui zendmaal betaalt hetgeen wij hem geven. We zijn hem dank schuldig, niet hij ons En indien gij naar den meersch niet wilt rijden wel, 't is goed Ik zal Urte zenden. Maar dan moet gij in de keuken de schotels wasschen en daarna de koeien melken. Het meisje drukte de lippen op elkaar en stond met donker gelaat na te denken. Einde lijk nam ze den sleutelbos van den nagel en ging naar den grooten melkkelder. t as een wonderschoone morgend. Nog was de zon een weinig versluierd door nevel wolken maar men bemerkte dat zij er weldra zegepralend zou doorbreken. Een zachte oost- wind koelde het heete aaugezicht van het meisje. Dat beloofde een aangename dag te zijn. Uit de verte schemerde het geboomte blauw achtig door den nevel heen, en van heinde eu verre hoorde men de juichstem van de maaiers. Hoe aangeuaam moest het thans niet zijn* ginds op den meersch te verken, daar bij het woud waar de koelende geur van de sparren waait en de verhitte werklieden verfrischt En dezen dag zou zij overbrengen bij de koeien in den stalEn de schotels wasschen in Urte's plaats „terwijl deze met Bruintje vroolijk rijden zou en dan met de lichte hark het frisch-geu- rend hooi openstrooien Reeds als kind had Rozalie op zulk een schoonen dag niet kunnen tehuis b ij ven en vandaag zou zij blijven en het werk van eene meid verrichten, en dat liever dan den schijn aannemen door Jooren gekommandeerd te wil len woz-den Onder deze gedachten was zij in den kelder getreden en begonnen de groote melkterrrinen af te rooinen. Ha dat was een uitweg Vandaag moest er gekarnd worden het was hoog tijd Doch dat kon slechts urte doen. Nu moest moeder er nog op aandringen om haar naar Ien meersch te doen rijden. Zij had hare zaak zoo goed aan boord gelegd dat alles waarlijk den schijn had alsof ze zich maar met tegenzin naar de noodzakelijkheid schikte. Als zij reeds in het seezekerreken zat, te midden potten en kannen en schotels, en als zij reeds de teugels in de hand hield, zelfs dan stuurde moeder haar schoone woorden toe om haar te bedaren. Met de trotsche sombere plooi tusschen de wenkbrauwen, ïeed Rozalie door de hofpoort. Hadde zij Jooren ontmoet, het was zeker dat er een stormachtig tooneel zou plaats gegrepen hebben. Maar ofschoon zij nog de uitwendige teekens van hare kwade luim vasthield, inwen dig verheugde het haar toch dat zij in het seezeken zat en op weg was naar den meersch. Welgemoed draafde Bruintje voort. Hoe schoon en helder was de dag geworden 1 De hooger s ijgende zon had do nevels doen verdwijnen, en Rozalie's scherp oog kon in de verre verte blikken. Daar rechts liggen de vette weiden uitge strekt, groe en golvend gelijk eene zee. En in eene lijste van donker fluweel sluit het woud het landschap in. Recht vooruit, ginds waar de uiterste zoomen van het woud in laag kreupel- houtuitloopen, ginds schemert in donker violet blauw de breede streep van de heide. De heide is eene slecht befaamde streek: wel een uur gaans bre- d loopt ze langsheen de grens uit en is de strijdplaats van de smokkelaars en de grenssoldaten. Zij is met donkerbloeieud hei dekruid bedekt waaruit hier en daar een korte geneverstruik opkijkt.Somwijlen ook komt men er eene menschenwoniug tegen woest en slecht befaamd gelijk de streek waarop zij stëicin Op dat zicht herdacht Rozalie eraan, hoe zij over veel jaren met haren vader door de heide was gereden en nog heden had zij de vrees en den schrik en het medelijden als zij deze ellen dige hutten had gezien niet vergeten. Met hunne diep in den lossen heidegrond gezonkene muren, hunne scheeve strooie daken en hunne kleine vensterruitjes, die de helft gebroken en met papier waren toegeplakt, hadden zij eenen De herziening is aan het volk beloofd geworden, zij moet gegeven worden is het niet in dezen zin, hot zal gebeuren in genen is het niet goedschiks, het zal gebeuren kwaadschiks. Nog eenige we ken, ja nog eenige maanden zal men het gedul i der massa op de proef kunnen iouden, maar wanneer het uur zal slaan, zal de herziening op fatale wijze uitge roepen worden, wat de partijen zei ven of hare leidsmannen er ook mogen o ver denken. Daarom achten wij alle plannen welke de heer Beernaert omtrent de nieuwe charter koestert, al van bitter weinig belang. Wanneer men lang genoeg zal getwist en gekeven hebben over algemeen stem recht, stelsel der bewoning, bekwaam heidsstelsel,evenredige vertegen woordi- referendum en wat dies meer, zonder elkander te hebben kunnen ver staan, zullen de huidige kamers, naar luid der tegenwoordige Grondwet, toch nieis anders te doen hebben dan een voudig te beslissen dat de Grondwet dient herzien te worden zonder meer. M at men in de plaats van het cijns- onuitwischbaren indruk op haren geest ge maakt. Hier verliet zij de hooger gelegene landstraat en reed de meerschenop. Links en rechts van den smallen dijk waarop het rijtuig voortrolde, was men vooral druk aan 't werk. In lange rijen gingen de maaiers vooruit, en bij iedere a stap dien ze deden blonken de seizens en legden in wijd uitgrijpenden boog het rijpe gras neder. De geur van het gemaaide gras scheen Bruinije naar den kop te stijgen. Het paardje schudde de manen en liet een kort moedig gehinnik hoorenHier en ginds maakten de maaiers bij het naderen \an het rijtuig eene korte rust en riepen Rozalie een vroolijken «goeden dag» toe, dien zij luid en vriendelijk beantwoordde. De wereld en de menschen toouden aan het meisje heden hun beste gezicht. En thans zag zij ook hunnen meersch liggen, den laatsten clicht bij het woud. Hare scherpe oogen door- vlogen de breede vlakte. Zij had ondervinding genoeg om het stuk werk dat hier sedert den moigend was afgedaan, naar waarde te schatten. Ze zullen er waarachtig van daag meé gedaan maken murmelde zij dat had ik nooit gedacht. X. Op den meersch had men liet meisje reeds bemerkt, want Jooren legde zijne seizen aan kant en kwam haar door het versch gemaaide hooi met lange stappen tegemoet. Wel trok Rozalie een donker gezichtdoch Jooren lette er niet op en knikte haar vriendelijk toe, nam Bruintje bij den teugel en leidde het paardje voorzichtig over den oneffen grond tot aan den woudzoom onder het lommer. Goed dat gij daarzijt zei Jooren. Wij hebben hard gewrocht en hebben een feilen honger. Ziezoo! Hier kunnen wij ons zetten... Ha, wacht, ik zal u uit het rijtuig nemen Zullen wij nu b:j deze algemeene be schouwing ook onze meening hoeven uit te drukken omtrent de ontwerpen- beernaert Onze meening is zeer een voudig. Het stelsel der bewoning is in den grond anders niet dan een stelsel van verlaagden cijns. Zij allen die een huis van eene zekere kadastrale waarde bewonen of een grond van eene zekere 'adastrale waarde bebouwen, zullen uezers zijn. Zij, die dit minimum van vermogen niet bezitten, blijven uit het kiezerskorps gesloten. De overgroote meerderheid der werklieden zal in dit geval zijn. En echter werd de bewegino- voor herziening door en voor de werk> fieden op touw gezet. Het spreekt van zeil dat de hervor ming niet kan bestaan in de vervanging van eon cijnsstelsel door een ander cijns- stelsel. Het is tegen Jen cijns dat de beweging wordt gevoerd en die bewe ging zal niet worden gestild dooreen maatregel die geene voldoening kan ge\eu aan hen die de beweging op touw hebben gezet. 1 Dat liet stelsel der bewoning zoo niet graag dan toch gemakkelijk door de clencalen aangenomen zou worden lijdt overigens geen twijfel. Zijn uitvinder is eigenlijk Malou, die zijne honden met geene worsten vasthechtte. En het is dan ook door de ondervinding genoeg zaam bewezen dat alle stelsels van ver laagden cijns gunstig zijn voor de cleri- calen. Dat bewijs, zoo hopen wij, hoeft niet- meer geleverd te worden. Maar het problema, dat de Regeering op te lossen heeft, is op dit oogenblik niet de beste clericale kieshervorming te bewerken, maar eene wet van maat schappelijke rechtvaardigheid voor te stellen, die buiten alle partijbelangen en enge politieke berekeningen zou bedacht worden. Toe, laat maar, ik kan er wel af! morde zij nog altijd met eenen zweem van kwaadge zindheid en hem afwerend. Gei, ik zou toch eens willen zien, ofiku tijds°! .Z0° gemakkeliJk kan opheffen als eer Eer zij het denken kon, had hij haar uit het seeze-kerreken genomen en haar voorzichtig op de voeten gezet. In het eerste oogenblik wilde zij hem opschie ten:maar als zij in zijn schoon, lachend gelaat keek, vervloog hare kwaadheid en zij moest meelachen. J Goed dat gij daar zij t n zegde Jooren nog maals ik had reeds gedacht dat gij niet zelve zoudt komen, maar Urte zoudt gezonden heb- Goed dat gij daar zijt herhaalde zif stuuisch. Waarom «Wel, omdai ik gezegd had dat gij moest komen en dewijl het zoo het eenvoudigste en t verstandigste is. Als dat 't eenvoudigste en 't verstandigste is, zoo zou ik het wel van zelfs gedaan hebben het bevelen en kommandeeren hadt gij kun nen sparen Of meent gij misschien dat wij ons werk niet kennen en wij naar u hebben moeten wachten om het ons te leeren Dat juist nietmaar om het werk goed te doen vooruitgaan, moet er één bevelen en moeten de anderen gehoorzamen. 'n waarom meent gij dat gij juist deze en jijQ moet? Meent gij - dat wij ook niet kum en bevelen meen, 't is de verkeerde wereld waar t vr. wevolk beveelt en 't mansvolk gehoor zaamt. Wat domme praat! Wie geld genoeg he M om dienstboon in den kost te nemen, kan vw.-iangi dat zij hem gehoorzamen, of het man (Wordt voortgezet.) rrr-ïc WfjgeMi DGD. 01 Wijf ZIJ

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1