HET GRENSHOF 6de Jaar. Nummer 15 (279) Zondag 12 April 1891, Abonnementsprijs LIBERAAL WEEKBLAD VOOR 5 fr. voor de stad. 5 fr 50 voor den buiten, PRIJS PER NUMMER 10 CENTIEMEN. voorop betaalbaar. Men abonneert zich op alle postkantoren voor den buiten voor de stad, ten kantore van bet blad, 10, Vooruitgangstraat 10, Aalst. Jfec AALST, 11 APRIL. t3uitenlandsch politiek overzicht. Engeland. De ontroering verwekt door de nederlaag der Engelsche troepen in Manipour (Iudië) is nog niet gestild. Het is thans zeker dat de kommandant Quinton en zijne gezellen, welke krijgs gevangen werden gemaakt, om hals zijn gebracht. De opstandelingen hebben den bevelhebber Grant in zijne positie aan gevallen maar werden met groot verlies terug geslagen. Koningin Victoria zal waarschijniijk tot half Mei in 't zui den van Frankrijk verblijven. Italië. De uiterste linkerzijde is in onderhandeling met de ministerieele groepen om van een hunner leden het voorstel te doen uitgaan het gevallen ministerie Crispi in beschuldiging te stellen. M. Nicotera, minister van 't Inwendige, heeft aan eene afvaardi ging van nij veraars verzekerd dat Italië den vrijhandel zal blijven voorstaan maar tevens de nationale nijverheid in zulke voorwaarden stellen zal, dat zij met de vreemde op de voordeeligste wijze wedijveren kan. Zwitserland. Het testament van prins Napoleon is geopend en aan de familie voorgelezen geworden. De twee de zoon, prins Louis, wordt als wette lijke en algemeene erfgenaam erkend zijne moeder, prinses Clotilde, zijn broe der, prinsV ictor, en zijne zuster, prinses Loetitia bekomen eenige geschenken. Men verzekert dat prins Louis die voor waarden zal miskennen. Spanje. Het groot politiek nieuws is de redevoering van den eersten minis ter over de Sociale kwestie. Eene Kom missie bestaande uit leden van verschil lende gezindheden zal belast worden een wetsontwerp van sociale hervormingen op te slellen, dat in de Kamers zal be sproken wor.len. Hij raadt de werklie den-partij tot kalmte en gemati dheid aan alle wettelijke manifestatiën zijn toegelaten de anarchistische betoogin gen zullen met strengheid beteugeld worden. Om het achturenwerk in te voeren vindt hij eene overeenkomst tus- schen de verschillende natiën noodig. Zoo de eene of andere groote Europee- sche staat er zich het eerste wil meê bezig houden belooft hij de medewer king van Spanje. Deze verklaringen zijn van zeer groot gewicht voor een land zoo als Spanje. Bulgarië. Tot hiertoe zijn de moor denaars van minister Beltcheff nog niet aangehouden men denkt dat zij allen in Rumenië zijn gevlucht. nee HET ARRONDISSEMENT AALST. Prijs der Annoncen Ge^ne, 16 centiemen Reklamen, 75 centiemen Vonnissen op de de/de lladzijde, 1 frank. per drukregel. metu. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aanzet blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. 13. VLAAMSCHE ZEDENSCHETS. Gezegd hebt gij het mij nietmaar indien gij het inzicht niet hebt gebad het mij te doen verstaan, dan hebt gij valsch en slecht met mij gehandeld Want den eersten dag, op den Hoogen Meersch dat weet gij zeer goed hebt gij mij voor de eerstemaal getoond zoo duidelijk als of gij mij het met woorden gezegd hadt, dat gij mij genegen zijt. En als dat niet waar is, dan hebt gij dien dag gelogen Of gij hebt u ingebeeld'iets te zien dat niet bestond antwoordde Rozalie. Gij schijnt zeer slecht te begrijpen wat gij ziet en daarom is bet best dat ik duidelijk tot u spieke. Op het genegen zijn ofgeerne zien komt het er tusschen ons niet op aan. Want indien ik u ook genegen ware ik zeg niet dat ik u genegen ben maar zelfs indien ik het ware zoo zou er toch geene spraak kunnen zijn van trouwen In mijne familie heeft van ouds iedereen gedacht Of ik trouwe goed of ik trouwe niet. Eenen dienstbö, die niets bezit, zoo eenen kan ik niet nemen, al was het maar om wille van don spot der menschen alleen Indien gij een rijke boer waart, :lan zou de zaak verdienen overlegd te worden, maar zoo gaat het niet. Een oogenblik bleef het weder stil. Dan stond Jooren open sprak metheesche stem Gij zijt bedankt, Rozalie dat is duide lijk gesproken en indien ik u dezen keer met versta zoo is het uwe schuld niet. Maar een laatste woord zou iku nog willen zeggen. Zoo verre ik terugdenken kan, zoo verre heb ik u Liberalen en Socialisten. De klerikaleu zien met leede oogeu de overeenkomst aan, die ten huidigen dage heerscht tusschen de liberale partij en die der werklieden. In hunnegebenedijde gazettenschreeu- wen ze moord en brand, spuwen ze vuur en vlam. Ze weten dat uit de krachtige samen werking aller geesten die de ontvoog ding des volks en den bloei des vader lands betrachten, heel natuurlijk de ondergang spruiten moet der partij van geestesverstomping en slavernij. Zij beven als ze de moedige mannen aan het weric zien die in het verholenste hoekje van Vlaanderen het woord der vrijheid en der broederlijkheid gaan verkondigen zij ijzen bij het treurig gedacht, dat het oogenblik misschien nakend is, waarop ook de buitenman fier het hoofd zal oprichten en nevens het vervullen zijner plichten ook zijne volledige rechten eischen zal. Zij sid 'teren, en zij hebben gelijk, want eens de gedachte van ontslaving alom doorgedrongen, ligt hun rijk voor eeuwig begraven in het stof, is hunne macht voor altijd gebroken. We verstaan dat het voor eene groote partij niet aangenaam wezen kan zijnen naderenden val zoo te moeten aanschou wen, maar toch vinden wij oneerlijk en onvoorzichtig zijne laatste levensstonden door valsche leugentaal te bezoedelen. En dat doen de aanhangers der gees telijken. Wat lezen we zoo al in de katholieke gazetten Dat de liberale partij het dwangjuk der socialisten heeft aanvaard en dat de geheele omverwerping der tegenwoor dige maatschappelijke orde het hoofd doel is dier vereenigde partijen. Kleine burgers en bekrompen rente niers laten hun slapen als ze al de euvel daden lezen, waartoe de socialisten en vrijzinnigen bekwaam geacht worden. En toch, hoeverre slaan de sukkelaars den bal mis. Is het te betwisten dat er ietsten voor- deele der werkende klas hoeft gedaan :e worden Is het te loochenen dat de rechten der arbeiders niet opwegen kunnen tegen de plichten, die zij in het vaderland te ver vullen hebben Is het niet ongehoord dat op 12 weer bare mannen slechts een mede te spre ken heeft in het bestuur des lands? Zijn er geen honderd ongerechtighe den, die volkomen in strijd zijn met den geest onzer eeuw nu, waar moet gehandeld worden ter verbetering van den toestand der ar beiders waar rechten nevens plichten moeten vergund worden, waar het kies recht wordt uitgebreid waar gestreden wordt tegen alle ongerechtigheid, daar zijn de liberalen op de bres. Beoogen de socialisten hetzelfde doel, dan reiken wij hun rechtzinnig de hand; maar willen zij de om vei werping der maatschappij, willen zij de storing aller orde, de vernietiging aller wetten, wat tot heden nog niet bewezen is, dan breken wij af met alle bondgenoot schap, dan is alle verdere overeenkomst onmogelijk. Het einde wettigt de middelen, leeren de jesuieten wij spelen kaart op tafel. Wat we bereiken willen durven we luide verklaren, en hoe wij tot ons doel willen geraken is voor niemand een geheim. Zooveel mogen de klerikalen niet zeg gen. genegenheid bewezen. üw>n dank daarvoor heb ik nu en reeds vroeger eenmaal bekomen Maai- zonder dat gij het wildet, hebt gij mij toch eene weldaad bewezen. Gij hebt mij nu op eenmaal vrij gemaakt. Vier jaar lang bij vreemde menschen heb ik geworsteld en gestreden om die vrijheid terug te krijgen zon der er in te slagen. Nu hebt gij het in een handomdraaien volbracht 1 Hij keerde zich van het meisje af, die stijf gelijk een beeld voor hem stond, en stak zijne breede hand aan moeder toe. \aa,rwel, moeder! Ik kan geen uur langer onder dit dak blijven, maar ik dank u voor al de goedheid die gij mij bewezen hebt. Zonder omme te zien ging hij ter deur uit en moeder volgde hem met hare schorte voor de oogeu. Rozalie's eerste gedacht was achter hem te loopen hem terug te houden Reeds had zij de klink in de hand; daar dacht zij op de woorden die gesproken varen. Ha, die woorden kon men niet meer intrekken... Zij viel in moeders leunstoel en drukte de beide handen aan haar voorhoofd... Wat had zij gedaan! Nu was alles ten einde 1 De wereld zou op dit oogenblik mogen vergaan hebben zij hadde er zich niet om bekom merd. Wat was het leven haar nu nog waard, daar zij hem onwederroepelijkjjjhad verloren. Boven haar in de kamer van Jooren werd er gesproken zij erkende zijne en moeders stem. Hij stond zijn dingen in te pakken. Ze wist niet hoe lange zij op deze stemmen ge luisterd had, haar scheen het eene eeuwigheid. Dan kwam men de trap af. Zij sprong op en vluchtte de kamer uit. En nu stond zij aan 't venster met heete, drooge oogen in den donkeren avond te kijken. De avond ging in den nacht over, en nog stond zij aan 't venster en luisterde op den regen Do geestelijkheid en de persoon lijke dienstplicht. Onlangs herinnerden wij, te gelegenheid der kerkhofkwestie, dat sedert ettelijke jaren het stelsel, welk wij aanprezen en dat de aartsbis schop van Meedelen nu aangenomen heeft, namelijk de inzegening van eiken put, zonder eenige tegenspraak van wege de geestelijkheid m Frankrijk, toegepast werd. Onze buren hebben insgelijks het vraagstuk van den persoonlijken dienstplicht met de goedkeuring van den paus opgelost, welke dit maal beter geplaatst is dau die welke Leo XIII aan bankier Maccau verleende,wiens financiële heldendaden men niet vergeten heeft. Zeker is er tijd noodig geweest om in dit land, dat katholiek is gelijk het onze, tot zoo vene te komen. De inlijving der seminaristen, der priesters en kloosterlingen deed tie Fransche geestelijk heid van woede opspringen en de clerikaR drukpers bulderde tegen lie gruweldaad. De bisschoppen hebben daarna erkend dat hun uurwerk achterbleef, dat die stroomen iukt te vergeefs voor eene slechte zaak vergoten werden en zij hebben al hunne krachten besteed om de seminaristen n de kloosterlingen aan den rol te gewennen die hun in de kazernen en onder de wapens te wachten stond. En. weldra, eens de ommekeer begonnen, dreven zij het met waardigheid en vaderlandsliefde flink tot het einde door. Gij zult, zegde de aartsbisschop van Parijs, de kardinaal Richard in eene aanspraak tot de seminaristen-soldaten, de beste soldaten voor het vervullen van al uwe krijgsplichten en de trouwste nalevers der tucht wezen. Ik verlang dat uwe overheden zulks van u getui en 1 zoo als gij ook gaarne zult herha- len dat gij m uwe overheden mannen aange- tronen hebt die de dapperheid van den krijgs man met de deugd van den christen kunnen paren of, zoo zij allen in uw geloof niet deelen, de gevoelens weten te waardeeren die het inboezemt. Mat ons betreft, wij zullen hun eeuwig dankbaar blijven voor de welwillendheid die ze u zullen betoond en waarvan gij u zult waar dig getoond hebben. Het schijnt ons dat dit onlangs verschenen bewijsstuk de moeite weerd was om herinnerd te worden, want zoo als de redevoeringen der andere Fransche bisschoppen, die door den- zelfden bevredigingsgeest ingegeven worden, beslist het kortweg de vraag van den persoon lijken dienstplicht in België ten opzichte van de rechtgeloovigheid. Mat de hoogere katholieke geestelijkheid in Frankrijk goedkeurt moet voor onze bisschop pen m België waarheid zijn op straffe van on miskenbare en belachelijke oneenigheid wan neer men de eenzelvigheid der toestanden, der zeden en der omstandigheden in beide landen nagaat. Dit schijnt klaarblijkend toe.... En nochtans onderhouden onze heeren de verzettingen hun ner gewillige werktuigen en zij alleen komen op tegen de herziening die zich opdringt. Ondanks hen zal zij geschieden en zij zullen de schande moeten verkroppen van eens te meer, om den geestelijken politieken winkel, eene walgelijke komedie gespeeld te hebben. In huis en op 't hof was het hof lang stil geworden. Na lang rusteloos heen en weer ge wandeld te hebben, was moeder eindelijk naar bed gegaan. Doch het meisje vond geene rust van geheel dien nacht. Ach, neen, dat had zij niet gewild dat ging verre buiten haar inzicht. Zij had hem willen plagen, hem vernederenhem krenken; maar hem doen weggaan voor altijd voor eeuwig—o God! neen, dat had zij niet gewild XII. Op dien avond volgden lange regendagen. Op den akker was daardoor alle arbeid onmo gelijk gemaakt. Op het hof ging het zoo stil alsof er alle le,ven hadde opgehouden. Des mor- morgends gee i lustige optocht naar het werk geen vroolijke terugkomst des avonds 1 Loom en traag deden knechten en meiden hun werk nu toch hadden ze tijd over en ook in huis was alle lustige zin als uitgestorven. Moeder was voornemens Rozalie onder de handen te nemen, het meisje over hare oploo- pendheid te berispen en haar voor te stellen eens iedereen weg te jagen, dat zij dan netjes geheel alleen in de wereld staan zou. Maar het meisje zag er dien morgend zoo bleek en zoo lijdend uit, dat de goede vrouw er zuiver van aangedaan was en haar voornemen varen liet. Zij had misschien kennis genoeg om te zien, dat Rozalie alles wist en besefte wat moeder haar wilde zeggen. Daarom liet zij hare dochter gerust en sprak geen woord van het gebeurde. Zij kende haartiotsch dochter ken te wel, om niet te weten, dat zij zelf aan moeder haar berouw en hare smart niet zou bekennen, maar ze in stilte zou te boven komen. De sombere regendagen waren weinig ge schikt om 's meisjes gemoed op te wekken. Zware arbeid, die haar des daags den tijd niet gunde om na te denken en haar des avonds in - De sociale kwestie. Het :s eene ontegensprekelijke waar heid dat de sociale kwestie hedendaags het voornaamste pnnt is van het dag orde der algeme. ne politiek. De keizer van Duitschland heeft door zijne laatste staatkunde bewezen dat de toestand der werklieden partij niet lan ger met do onverschilligheid van vroeger mag in den vergetelhook gestoken wor den. De beweging, welke er in alle staten ten voorfieele der arbeidende klas ont staat, de internationale kongressen, die voor lotsverbetering van den werkman ingericht worden de verbroedering welke wij tusschen de werklieden van eene nijverheid zien heerschen, om el kanders belangen te verdedigen en voor te staan, bewijzen genoeg dat nieuwe toestanden zich gaan voordoen, en gou vernementen en kapitalisten hunne ooren en oogen moeten openen om in die sociale omwenteling niet totaal ver loren te gaan. Op het Kongres van Parijs waren 1,000,000 mijnwerkers vertegenwoor digd. Wie zegt ons dat binnen eenige maanden niet al de mijnwerkers van gansch Europa in éénen bond zullen vereenigd zijn Wie zal hunne wettige vereenigingen kunnen beletten Niemand, en dwaas zou hij wezen, welke deze onmogelijk heid beproeven zou. "W ie zou aan hunne eischen kunnen wederstaan, vooral wanneer deze gema tigd en rechtvaardig zijn En men vergete niet dat op het Kon gres van Parijs, zoowel als op dit van heeft861' de gematigde PartiJ gezevierd De goede werklieden, die de meerder- Jeul uitmaken, weten dat zij voor de ophitsingen der heethoofden moeten doof Rijven, dat zij met geweld en oproer niets bekomen kunnen en slechts dat mogen vragen wat hun in rechtvaar digheid toekomt. De gezonde rede en de kalmte zeee» pralen. 6 Eene groote sociale omwenteling staat voorde deur. Willen de besturen en de patronen dat zij zonder schokken of bloedvergieten in 't belang van allen gebeure, dat zij beginnen met zich wel van hunne plichten jegens anderen te kwijten en den eerbied voor de recht vaardigheid in te boezemen met zelf openhartig en rechtvaardig te handelen. Het sparen op de scholen. Onze politieke tegentrevers hebben al menie zwaar p,tk op huu geweten liggen. Niet alleen is sedert de rampzalige schoolwet van 1884 het geta der volksscholen en het peil van onderwijs sterk a.genomen, ook het sparen door de scho len is in zeer aanzienlijke mate verminderd. Oniler liet liberaal Staatsbestuur was dit stel sel, door deu heer Laurent ingevoerd, in vollen bloei Zoo op den huiten als in de steden leer den de kindereu van jongs af het princiep vau spaarzaamheid in praktijk stellen. Onder de re geering van Beernaert en de zijnen, gaatditheil- zaam gebruik langzamerhand te loor. Een paar cijfers uit het laatste verslag van M. Garhcr, lid der kamers van volksvertegen woordigers zullen dit genoegzaam doen blij- beHepem de stortingen van 1 frank ÏÏV Ik TolC 1883 steeS het ciJfer tot frs. T 1 'o 188L jaar der ongelukswet, daal de het tot 21o, 585 frank en in 1886 bedroeg het al met meer dan 136,863 frank. Het is spijtig dat de statistiek van den heer Lai lur op dit punt niet meer uitgebreid is.Daar uit zou, we hebben er de overtuiging van, veel te leeren zijn. Li elk geval zijn bovenstaande cijfers reeds stichtend genoeg. eenen droomloozeu slaap hadde doen zinken, dat ware de beste trooster geweest. Maar door den onophoudelijken regen was zij gedwongen werkeloos tej blijven 1 Wat Rozalie in huis ook doen wilde hare kwellende gedachten verlieten haar geen oogen blik. 8 En hoe traag gingen de uren niet voorbij Sedert vaders dood was Rozalie nog niet eens zoo bedrukt geweest. Ja, thans was zij nog on gelukkiger dan toen. In liefde was vader van haar gescheiden en aan zijn scheiden had zij geene schuld. Maar hier was zij het geweest, zij 'lie met geweld eenen band had verscheurd welke een schoon stuk aan haar leveu hadde kunuen biudeu zij was het geweest die liet eenige getrouwe hart, dat haar' uog overbleef, in gramschap en smart verdreven had 1 En altijd regende het vooit. Kletterend sloe gen de zware druppels tegen de ruiten aan, en schuimend stroomde het water uit de goot, zoodat het groot watervat aan den hoek van 't huis overstroomde. Zoo grauw en duister zag het er buiten en binnen uit, dat Rozalie van schrik beefde, als zij in le kamer van de dienstboden een luid vroolijk gelach hoorde. Daar zaten de meiden zakken te maken en verdreven den tijd met schertsen en lachen. Zij hadden goed te lachen zij kenden geene zorg Met een gevoel van nijd, wilde Rozalie voorbij de deur gaan, als het snikken vau een kind aan haar oor sloeg. Dat was Miekens stemme. Waarom weende het kind, wat had men het misdaan Mieken was met hare ganzen naar huis geko men doordien het voor de dieren te nat en te koud was. Zoo had zij zelve bibberend van koude dereden vau hare terugkomst opgeven. Wilden de dienstboon haar misschien m dat De kongressen der werkerspartij. Al de groote bladen van Engeland, Duitschland en Frankrijk spreken met lol over den goeden zin, de voorziebtig- heidende gematigdheid der werklieden- afgevaardigden op de beide Kongressen van Parijs en Brussel. Op het eerste, waar bijna een mil- lioen mijnwerkers vertegenwoordigd waren, beeft men de algemeene werk staking- verdaagd, maar tevens het be sluit gestemd dat men bij de gouverne menten zal aandringen om door eene bijzondere v.etgeving bet achturenwerk voor al de mijnwerkers te bekomen. natte weer terugzenden Rap ging Rozalie de kamer in. Baarstond het kind, het natte blon de haar in vlechten om het neergebogen kopken hangend, de handen aan de oogen gedrukt, bit ter weeneude. Eu al de meiden stonden er'rond zelfs <le oude Urte ontbrak er niet en al len lachten met luider stem. En hoe heviger misbaar het kind maakte, hoe luidruchtiger Jiuune vroolijkheid werd. ^'et gij niet dat Mieken zijpende nat is ea bijna versteven van de kou. Laat ze bij 't vuur komen zegde Rozalie. Ilct is de knu niet die Mieken doet weenen antwoordd - de huismeid. 't Is om Jooren dat zij weent... omdat hij weg is... Zij zegt dat zij vreest dat er hem een ongeluk zal overko men, en... dat zij hem zoo geerne ziet. Gij hebt u eenen flinken uitgezocht, Mie«J Keu ''atzal een schoon paar zijn Jooren ea Mieken... En bekijkt haar eens 1 Ze ziet er uit gelijk een'versteveu sanzeken... - En als Jooren haar in zijnen zak steekt, zal ze weer warm krijgen... Zoo lachten en spotten de meiden onder el kander. Gij moest beschaamd zijn zei Rozalie mismoegd. Miekens tranen bewijzen dat zij een goed hert heeft. En nu gaat aan uw werk en laat het kind gerust 1 Op Rozalie had dit tooneel eenen diepen in druk gemaakt. Dat de jonge meiden hunne oogen met bewondering op den schoonen flin ken man hadden laten rusten dat had zij wel met stille ergernis bemerkt maar dat ook dit klem schuchter ding, het kleine Mieken, haar hart aan hem had gehangen, dat moest eene an dere reden hebben dan zijne mannelijke schoon heid. (Wordt voortgezet.) I nrnnmnmiinii i iiiiiitiiiïgi mm, V Ci 'jnfamnBan—

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1