Êl HET GRENSHOF 6de Jaar. Nummer 18 (282) Zondag 3 Mei 1891. voorop betaalbaar. Prijs der Annoncenj Eeklamen_ 75 centiemen j por drukregel. Abonnementsprijs LIBERAAL WEEKBLAD VOOR 5 fr. voor de stad. 5 fr 50 voor den buiten, PliIJS PER NUMMER: 10 CENTIEMEN Men abonneert zich op alle postkantoren voor den buiten voor de stad, 10, Vooruitgangsiraat 10, Aalst. ten kantore van het blad, Nee spe nee metu. HET ARRONDISSEMENT AALST. n f Gewone, 15 centiemen Vonnissen op de de/de bladzijde, 1 frank. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aan .bet blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. AALST, 2 MEI. Hola, Denderbod». De pastoor vac Courcelles, M. Ilas- mont, welke op 15 Maart 1.1. door de korrektioimeele rechtbank van Charle roi voor onzedelijke aanslagen, gedu rende de catechismusles op kinderen in de kerk gepleegd, tot een jaar gevang werd veroordeeld, was tegen dit vonnis in beroep gegaan. De rechters van 't Beroepshof hebben den heiligen man tot dezelfde straf ver wezen. En dat is de vuilaard van wien Dender- lode geschreven heeft De beschuldig de werd dus vrij gesprokendaar zijne onschuld blijkend was. En dat is de schurk van wien hij de vrijspraak volgens u Le journal des Tri- bunaux meedeelde, wanneer er in dit blad geene letter van die vrijspraak te vinden was. Later heeft Denderbode zich door eene nieuwe leugen zoeken wit te wasschen met te verklaren dat hij eenen anderen priester dan M. Rasmont had willen bedoelen, maar tot hiertoe heeft hij, op onze vraag, dien anderen nog niet willen noemen, om de goede reden dat hij hem niet kan noemen vermits die andere niet bestaat dan in het leugen arsenaal van den gewijwaterden Denderbode. Denderbode heeft toen gevraagdWaar heeft men ooit gezien dat rechters eene veroordeeling uitspraken, wanneer het openbaar Ministerie van de beschuldi ging afzag Ons antwoord luidtDat heeft men voor de rechtbank van Charleroi gezien en de veroordeeling moest wel verdiend zijn vermits het Beroepshof dezelve heeft bekrachtigd. Verstaat-ge, Denderbode Wij wach ten nog altijd naar antwoord op onze uitdaging en of gij onze wedding durft aanvaarden. Liegen is gemakkelijker, niet waar? De Toestand. De toestand is gespannen ;alwie rond ziet en nadenkt, alwie niet, evenals het verschrikte kieken den kop onder de vleugels verbergt en zoo het gevaar meent te ontkomen, moet vaststellen dat de ketel bruist, dat de verzekeriagsklep fluit, dat de damp in een woord zooda nig samengeperst is, dat er weldra eene geweldige losbarsting zal plaats hebben, zoo er van hooger hand niets gedaan, niets gezegd wordt, dat van natuur is, weer kalmte te doen ontstaan. 10. VLAAMSCHE ZEDENSCHETS. Onze Jooren, mijn broêre! riep zij door de smart overweldigd die goede, brave jon gen Ik ben altijd zoo trotsch op hem geweest en ik dachte zoo een inensch bestaat er op de wijde wereld niet meer en zie, nu strait mij Ons Heere voor mijne booveerdigheid... Ik geloof het niet, vrouw, ik kan het niet gelooven Een mensch, die vijf-en-twintig jaar braai is geweest, wordt niet op éénen dag een deugenietzegde Rozalie troostend. Maar hare bleeke lippen en hare sidderende stemme getuigden, dat zij eenen troost uitsprak waar aan zij zelve niet geloofde. Zooveel zijn er die uit wanhope slecht ge worden zijn als de menschen slecht met hen gehandeld hadden antwoordde de vrouw op staande. En gij hebt slecht met onzen Jooren gehandeld Rozalie. Hij heeft u honderdmaal meer bemind dan gij verdiendet, en voor allen dank hebt gij hem in zijn verderf gejaagd Nu helpt geen weenen meer. Nu is berouw en klacht te laat Neen riep Rozalie, eensklaps haren ouden moe I terug vindend neen, mijn berouw komt niet te laat 1 Ik ga bem schrijven dat' hij weer zou komen om bij ons te blijven en uw man, die kan hem den brief dragen... Te laat, Rozalie, te laatwant heden ge beurt er iets aan de grensen 't schijnt dat zij er de lucht van hebben gekregen... Boar Van Overschelde heeft het gezegd maar of k'j het uiet gezegd had, sedert dezen middag reeds heb ik bemerkt dat er op de heide iets los was. Maar wat hoeft er gedaan wat hoeft er gezegd Sedert lang moest het ministerie de verklaring afgelegd hebben in volle Ka mer, lat de toestand van het land eischt dat er groote uitbreiding van stemrecht ver leend worde, dat de werkende klas talrijk zoo talrijk mogelijk in het kiezerskorps moet vertegenwoordigd worden. Wat werd er tot nu toe gedaan, om het volk te stillen en verduldig te ma ken Niets, of beter al wat de werklieden meer en meer moet tergen. De middensectie heeft zich dikwijls vereenigd, ja, men heeft veel en zeer slecht gesproken of beter gebabbeld men heeft voor de belachelijkste redenen de zittingen uitgesteld, men nam veel vakantie, zooveel mogelijk, en... het ministerie zwijgt alsof het hem niet aan ging- Zijn zij de bestuurders des lands, ja of neen En zoo worden de gemoederen opge hitst, de dagloonen vermindert men, alsof men het inzicht had vuur in het poeder te steken. En sommige klerikale gazetten zijn boos genoeg om met de bedreiging van algemeene werkstaking den spot te drij ven Alsof de uitvoering dier bedreiging niet het grootste onheil zoude zijn dat over ons land kan losbarsten Alsof de werkstaking, al duurde zij maar drie weken, niet honderd duizen den franks zou kosten aan de belgische nijverheid Alsof de handelsbestellingen daardoor niet verplaatst en misschien voor altijd verloren zijn Alsof alleen het werkvolk en niet ie dereen zou lijden, zoo niet stoffelijk dan toch zedelijk, door de algemeene vrees, die elk zou gevoelen voor de gevolgen van zulken toestand Welnu, wij verklaren het zonder aar zelen Het ministerie blijft aan zijnen plicht te kort. Het moet, niettegenstaande Woeste, de werkingen Jer middensectie verhaas ten, het moet zonder uitstel opentlijk de verklaring afleggen dat de eisch van het volk naar meer uitgebreid stemrech t gewet tigd is en dat het vast besloten is de wijzi ging van art. 47 der Gronlwet voor te stel len, dat het den soldatendienst wil verbe teren en meer algemeen maken, dat het minder klerikaal en meer nationale poli tiek wil maken. Dat en dat alleen is van aard de ge moederen van het volk te bedaren. Hoeveel gendarmen er van daag door 't dorp gereden zijn is niet te gelooven en allen zijn de heide opgereden... En een wachtmeester van de gendarmerie is ook door 't dorp gereden maar aan den Gouden Leeuw is hij afgestapt en is hij binnen gegaan om de menschen te ondervragen en boer Van Overschelde zegt dat Michiel ook ondervraagd is geworden. Nu gij weet, Michiel heeft eenen hekel op onzen Jooren. Michiel heeft gezworen dat hij Jooren in het gevang zal brengen... De vrouw begon weer te weenen en sloeg de banden voor het aangezicut. Een paar minuten bleef zij diep in hare smart verzonken. Einde lijk, over Rozalie's stilzwijgendheid verwon derd, hief zij den kop op. Het meisje was bezig met hare huisschoenen uit te doen en kloeke halve laarsjes aan te trekken. Dan ging zij naar de kleerkas waar zij een donker kleed nam. Wat gaat gij doen vroeg de vrouw. Wat ik moet doen antwoordde zij met flinke vingers aan haren mantel knoopend. Ik ga naar Gyselaars... Wees stil ik doe het, al kwam geheel de wereld tegen mij op... Ik kan mij op niemand vertrouwen, zelfs op uwen man niet daarom ga ik zelve Of ik breng Jooren terug of... nu ik weet nog niet wat ik doen zal. Maar ik zal niet afhouden... Ween niet - ik breng u uwen broeder hier... hier op 't hof. En nu, blijf gij kunt aan mijne moe der zeggen waf ik van zin ben als ik weg zij. En tot wederziens Maak geene verlegenheid om mij... en wees gerust ik breng hem terug Rozalie Rozalie 1 maar wacht toch wat Waarom wilt gij te voete gaan. Gij hebt den ganschen stal vol peerden en gij zult er eer zijn als gij rijdt Gij hebt gelijk Ik zal bruintje nemen, dat hij destijds voor mij ingespannen had. Maar stil, dat moeder ons niet hoortNeen den Blijft het ministerie slapen tegenover den onrustwekkenden toestand, dien wij bijzonder in het Walenland vaststel len, en berst de bom los, aan U, Beer- naert, de verantwoordelijkheid, want gij zult het gewild hebben. Wel gelijkend. Het pastoorsblad VAmi de l'Ordre, dat men vast niet van ketterij of vn'jmetselarij zal ver denken, hing dezer dagen eene welgelukte pho- tograpkie op van de klerikale partij. Of zij tref fend juist is laten wij onze lezers beoordeelen Wij hebben in Belgie tal van partijen. Om slechts van de katholieke te spreken, zij is ver deeld in een oneindig getal groepen van ver schillende strekkingen en wijze van zien. Zoo zijn er katholieken van het Hof, brusselsche katholieken ministerieele katholieken, plaats- bekleedende katholieken, plaatsnajagende ka tholieken, katholieken die droomen van de ver broedering der partijen, anderen die de onver zoenbaarheid verpersoou lij ken. Dan vindt men nog anti militaristische ka tholieken en militaristische katholieken,voor en tegen de herziening, partijgangers van den cijns op 10 fr., tegen den cijns op 10 fr. voor de huis- bewoning, tegen het kiesbekwaamheidsstelsel, enz, ,-nz. Er zijn katholieken die in zake van herzie ning en stemrecht één stelsel aankleven, andere twee, nog andere drij of vier tegelijk, kortom een echte hutsepot van stelsels.» L'Arni deVOrde had er nog kunnen bijvoegen dat er ook socialistische katholieken en anti-so cialistische ziju, katholieken voor den vrijhan del, katholieken voor het beschermstelsel en katholieken voor den truut. Waar onze klerikalen confrater den nagel op den kop geslagen heeft, is waar hij spreekt van plaatsbekieedende en plaatsvervangende kleri kalen. Dat is een stieljte welke onze tegenstrevers inderdaad meesterlijk kennen. Op de oenige jaren dat Beernaert en co mpa gnie Belgie regeert, hebben de dompers zich als de mieren in alle openbare besturen genesteld en gaan er met de vette brokskens loopen,ten nadeele vau bekwaamheid en verdienste. De priesters en de politiek. In de algemeene vergadering van het Katholiek Congres welke verleden week over te Parijs gehouden werd en waar aan vele hooggeplaatste klerikalen vau Belgie deeluamen, heeft de aartsbisschop van Parijs de katholieken gesmeekt zich te vereenigen om te werken voor de verdediging van den godsdienst bui ten alle politiek denkbeeld. De aartsbisschop heeft gelijk. De geestelijken en de katholieken zouden moeten zorgen enkel en alleen voor de belangen van den godsdienst zonder hoegenaamd te denken aan politiek belang. Zoo zou het moeten zijn, en indien de geestelijkheid zoo handelde, zou zij geëerd ea geëerbiedigd wordener zou weg ken ik niet goed maar ik zal wel te rechte komen. Tot aan de heide zal het goed gaan, daar neem ik een mensch uit de huizen die mij verder brengt. Wacht... ja, ik heb geld in mijnen zak. En nu stel ik mij onder Gods bescherming in den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes. Amen !.- Vaarwel XIV. Het begon reeds donker te worden als Ro zalie opreed. Met behuip van den stalknecht was zij er in gelukt in te spannen en zoo stil weg te komen, dat niemand het bemerkt had. En nu in snellen dral reed zij de baan op. Hare natuur dreef haar tot snelle, kracht dadige handeling. Slechts dan was aet kloeke meisje moed- en hopeloos als zij moest stilzit ten en de hauden in den schoot leggen maar eens aan 't werk, ging zij er manhaftig door. Sedert het oogenblik af aan dat haar plan vaststond, was zij vol vertrouwen. Zij wil Jooren redden en zij zal hem redden hem redden voor schande en oneere Dat moesten slechte, zeer slechte wetten zijn, welke eenen braven mensch, die altijd eerlijk en deugdzaam was, voor eene enkele onbezon- nene daad in 't gevang brengen En dien Gyselaar, die zijn schandelijk bedrijf sedert jaren uitoefende, iieten zij loopen 1 Zij kan niet gelooven dat er zulke wetten zijn maar iudien het toch zoo ware wel, dan is nog de koning daar en, moet het zijn, zij zal naar deu koning toegaan, om hem eens geheel de zaak uiteen te doen Terwijl deze gedachten in haren kop woel den, reed Rozalie maar altijd voort. Ondanks het vroege jaargetijde, scheen het heden een sombeie nacht te willen worden. Aan den hemel hingen zwarte wolken, die zelfs de sterke wind, met deu avond opgesteken, niet uiteendrijven kon. Slechts nu en dan minder haat en nijd tusschen de men schen zijn en de godsdienst zou er veel door winnen. Er is een overgroot verschil tusschen politiek en godsdienst en dit schijnen onze hedendaagsche geestelijken meer dan ooit te vergeten. Het eerste beweegt'zich uitsluitelijk op het burgerlijk terrein, het tweede is eene kwestie van gevoelen, van geweten. Onze priesters en onze katholieken verwarren moedwillig in alles deze twee zaken. Zij brengen daardoor misschien voor deel bij aan de belangen der klerikale partij, maar veroorzaken veel, zeer veel nadeel aan den godsdienst, die voor hen toch de hoofdzaak zijn moet. Dit heeft de aartsbisschop van Parijs begrepen, daarom aarzelde hij niet de katholieken te smeeken te werken voor den godsdienst buiten alle politiek denk wijze, maar de man zal in de woestijn prediken. De priesters zulleu voortgaan uit po litiek voordeel den godsdienst te mis bruiken, en hem al langer zoo meer in minachting te brengen. Er is voor de geestelijken tegenwoor dig iets veelgrootscher,veel belangrijker dan de godsdienst, dat is huune heersch- zucht en hunne geldzucht. Zij willen overheerschen, zij willen rijk en machtig zijn en daarom gaan zij onverpoosd voort in hunnen strijd tegen de burgerlijke macht, die zij als slaaf- sche dienaresse voor hen willen doen bukken. Dat zij voortgaan, dat zij aan hunne blinde heerschzucht deu godsdienst tot op het einde toe opofferen, ons laat dit onverschillig. Indien zij nochtans een blik wilden werpen op den afgelegden weg, de puin hopen aanschouwen die zij opeengesta peld hebben, zouden zij misschien hunne dwaling erkennen en de woorden van den aartsbisschop van Parijs overwegen en zijnen raad volgen. Maar dit zal niet, en dit is te betreu ren. Jan De Laet. In het Volksbelang van Gent vinden wij over het veel bewogen leven van dezen man eene beoordeeliug, met kalmte e« onpartijdig heid geschreven, zoo als het bij eeuen doode past, en waarvan wij niet kunnen nalaten een paar brokken mede te deelen. De Laet was een der grondvesters van de Vlaamsche beweginghij overhaalde Con- cience om in hetVlaamach te schrijven, maakte zich vele aanhangers van zijne overtuiging en maakte hij eene kleine opening in de donkere luchtmassa, en vluchtig kwam dan een stukje blauw en eenige sterren te voorschijn. Toen schoven er de zwarte .wolken weer overheen, en het werd donker gelijk fe voren. Bij tus- schenpozen viel de regen ruischend neder, en de wind dreef hem het meisje in het aange zicht doch geeuen enkelen stond verloor zij moeds. Daar reeds ligt de weg die rechts de meer- schen inloopt dezelfde weg langswaar zij op dien maandag-morgend zoo vroolijk naar den Hoogen Meersch is gereden. Enkel een trekje aan den teugel om het paard aan haren wil te doen gehoorzamen. Rap slaat het dier den weg in eu draft even zoo dapper voorwaarts in dea donkere als destijds in den helderen zonneschijn. Rechts en links is de weg beplant met wilgen die eene loofrijke boschage voorstellen. En als de storm daar doorjaagt dat de boomkruinen buigen om dan weer in de hoogte te schieten, komt het haar voor, als of zooveel donkere gestalten nevens haar heenglijden. Haar hart klopt wel wat rapper, maar met vaste oogen ziet zij toe eD herkent dat het de schaduwbeel den van de hoornen zijn die haar vrees hebben aangejaagd. Somwijlen als de wind zeer luid loeit op de eenzame vlakte, die haar omringt, roept zij haar paard een opwekkend woord toe, en de toon van hare stem wekt haren eigen moed op, terwijl bruintje rapper doordraaft. Daar ligt de Hooge Meersch en ginds is het woud Aan den boschkant blijft zij een oogen blikje staan en strijkt met beide handen het natte haar terug, dat de storm in haar aange zicht heeft gewaaid. Hier begint het moeielijkste deel van hare onderneming. Dat weet het meisje. Hier moet zij over de heide de beruchte heide, alwaar in de ellendige hutten een nog ellendiger men- was zelf verreweg de meest begaafde zijner toenmalige tijdgenoten. Hij was een veelzijdi» ontwikkeld man,een begaafd spreker, een door- dtijvend karakter. Knap dagbladschrijver, werkzaam politieker, Vlaming van kop tot teen verdedigde hij in de dagbladen, meetingenen Kamerbesprekingen met gloed en zielskracht onze taalrechten aan hem zijn wij de eerste onzer Vlaamsche taalwetten—het gebruik van Vlaamsch iu de Bestuurzaken schuluig. Ziedaar de diensten en verdiensten, die in Jan De Laet te herkennen zijn. Zijn aard en zijne handelwijze echter hadden schaduwzij den, die hem beletten de hoogere rol te spelen en dengunstigen invloed te oefenen, die zijne begaafdheid voor hem scheen weggelegd te hebben. Jan De Laet was hartstochtelijk van aard,_ maar terzelfdcrtijd diep doordrongen van zijn eigen overwicht, en steeds bereid om voor goed en waar te houden en aan anderen op te dringen, wat hem voor het oogenblik het meest behaagde. En daar zijne zienswijze over alles, behalve over Vlaamschgezindbeid, ge makkelijk veranderde, stiet hij menigeen van zich af, die hij door minder laatdunkendheid en grootmoediger toewijding aaD het algemeen helaifg rond zich had kunnen scharen. Hij begon met radicaal vrijzinnig te zijn zijn eerste boek, het Huis van Wesenbeke, is geus- en antipaapschgezind later wordt hij clericaal, geen onafhankelijke en sceptieko, maar een volbloed clericaal, die, met zijne be hoefte om vertoon te maken, met zijne nieuw bakken overtuiging te koop liep ener op pochte dat Thomas van Aquinen zijn lievelingslectuur was geworden. Hij trad voornamelijk iu het politiek leven toen du Meeting zegepiaalde enden weg naai de Kamers geopend had voor de Vlaamschge- zinden. Onzesaandenken, was hij ook de eerste, die rijnen eed in het Nederlandsch aflegde. De ontzaglijke invloed, door Jan Van Rijswijck, als spieker verworven, scheen hem eene mis kenning zijner eigen verdiensten en van het eerste oogenblik van zijn heroptreden werkte hij den gevierden volkstribuun tegen. Men kent den treurigen, tragischen afloop dier af gunst en vijandelijkheid tusschen de twee par- tijgenooten. Jan De Laet deed zijnen tegen strever iu den kerker werpen. Hij zelf werd later veroordeeld om aan de kinderen van zijn slachtoffer schadevergoeding te betalen. De katholieken hebben licht heen gestapt over die snoode daad de liberalen hebben ze nooit ver geven noch vergeten. Zijn vertrouwen in zijn eigen beleid, zijne geringschatting van anderen, die hem niet toe liet te dulden dat iemand zich tegen hem kantte en hern verweet wat hij zoo behendig dacht verborgen te hebben, had hem ditmaal eene kwade poets gespeeld. Hij scheen er in later jaren nog niet erg door geleerd en gebeterd te zijn. De rol, die hij sedert dien speelde, waa merkelijk verminderd. Wij herinneren ona echter nog eene omstandigheid, waarin de oude mensch met de oude gebreken weer aan den dag kwam. Toen het praalgraf van Con science werd opgericht, was hij een der twee voorzitters der Commissie. In die hoedanigheid hield hij niet op samenwerking van katholieke en liberale Viaamschgezinden te prediken en te wijzen op den schoenen uitslag door die eendracht verkregen. Toen eenige maanden later de Vlaamsche Academie werd gesticht, was hij het, die aan het hoofd stond van de jurys, die verscheidene der meest geachte en verdienstelijke liberalen buitensloot en de schenras huist en waar er misschien dezen nacht iets schrikkelijks zal gebeuren... Indien zij op de smokkelaars komt, wat zal er van haar geworden Zullen deze roekelooze kerels haar in vrede laten terugkeeren Mis schien zouden zij haar met geweld medeslepen tot het punt waar zij geene vervolging meer te vreezen hebben, of indien zij hen hinderlijk schijnt d.tn zouden zij wel zelfs... Rozaliejjvoelt eene ijskoude rilling door hare aderen loopen. En dan komt nog de gedachte en iudien gij hem onder de smokkelaars aan treft, indien gij zien moet, hoe hij met de kracht der wanhoop op de douaniers invalt wat dan Och, Moeder Gods toch, sta mij bij bidt zij luid op als zij aan deze mogelijkheid denkt. Liever wil zij alleen tegenover de smokke laars staan liever sterven dan dat Zij is op de heide 1 Zij rijst op en ziet rond. Maar hoe zeer zij ook hare oogen openspert, zij ziet niets dan de breede vlakte en hier en daar een lagen struik. Geene menschenwoning is te zien... Moet zij rechts ofwel links inslaan Een oogenblik wil haar de moed ontzinken. O, die eenzaamheid rond haarDie doodsche een zaamheid Doch het valt haar in vader heeft haar dik wijls gezegd, dat hij in de duisternis of als hij den weg verloren h id, op het instinkt van zijn paard afging. Dieren hebben scherpe zinnen misschien vindt bruintjeeen wagenspoor alwaar zij zelve niets dan de cffene heide ziet. En een wagenspoor moet toch ergens een einde vinden alwaar er menschen wonen en waar zij naar den weg zou kunnen vragen. En haar paard, dat zij met slappen teugel liet doorgaan, schijnt niet eens te aarzelen welken weg het "olgen moet. Onhoorbaar glijdt zij voorwaarts. Noch hoefslag noch radgerol DE DENDERGALM

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1