mi$1 Jaar. Nummer 25 (287) Zondag 7 Juni 1891. Lieve Jonkvrouw Trotschhart LIBERAAL WEEKBLAD VOOR al 5 fr. voor de stad. Abonnementsprijs 6 fr 60 voor den buiten, voorop betaalbaar. PBIJS PEE NUMMER 10 CENTIEMEN. Men abonneert zichop alle postkantoren voor den buiten voor de stad, ten kantore van het blad, 10, Vooruitgangstraat 10, Aalst. Nee spe nee metu. HET ARRONDISSEMENT AALST. Prijs der AnnoncenJ P- «regel. Vonnissen op de dei de bladzijde, 1 frank. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aan ,het blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. AALST, 6 JUNI. De die een uc personen abonnement nemen op DE DENDERGALM, voor het laatste halfjaar 1891 en het bedrag van hun abonnement zenden naar den Uitgever zullen het blad gratis ontvangen, te rekenen van heden tot einde Juni. Buitenlandsch politiek overzicht. Frankrijk. Het ministerie bereidt een wetsontwerp waardoor aan de werk lieden een jaarlijksck pensioen van 300 tot 600 fr. zal verzekerd worden, na dertigjarigen arbeid. Er zal ook in het lot der gebrekkelijken en zieken voor zien worden. Voor de pensioenen van 3 tot 6 honderd franken zal de storting van den patroon gelijk zijn aan die van den werkman de Staat zal de twee derden van hun beider aandeel betalen. De nijveraars welke vreemde werklie den bezigen, zullen voor elk dezer da gelijks 10 centiemen in de pensioenkas der fransche werklieden moeten stor ten. Het gouvernement zal tot 100 mil- lioen kunnen stemmen om in de noodige uitgaven te voorzien. Dat bekomt men maar alleen in landen van algemeen stemrecht. De verhooging der inkomende rech ten op vreemde voortbrengsels welke aan de de inlandsche kunnen mededin ging doen, bedraagt 581 millioen fran ken. Verscheidene dezer vermeerderin gen zijn reeds gestemd. Men weet niet tot waar die overdreven protectionnis- ten Frankrijk brengen zullen, in alle geval ontvangen zij de heilzaamste waarschuwingen van wege hunne nabu ren. Spanje heeft zijn inkoomrechten voor Fransche artikelen vijfmaal zoo groot gemaakt en Zwitserland heeft de zijne voor dezelfde artikelen meer dan verdriedubbeld. Duitschland. De rijkskanselier had over een tiental dagen verklaard dat, aangezien de duurte der levensmidde len en de vrees voor eenen slechten oogst, het gouvernement genegen was voor te stellen de inkoomrechten op de vreemde granen tijdelijk af te schaffen ofte verminderen. 48 uren later was de ministerraad van een geheel ander ge voelen hij vond den toestand niet onrustwekkend en de vrees voor eenen slechten oogst ongegrond. Deze ver klaring heeft veel opschudding verwekt. Vrij naar 't Engelscli. Christiaan schudde zijn hoofd. Nooit van mij gesproken Nooit, behalve toen hij zijn einde voelde naderen. Dan zegde hij mij dat hij eene vrien din in Engeland had die hij zeer hoogachtte en hij wenschte dat ik haar zoujdeeren kennen. Eu heeft hij u dan mijnen naam gezegd Neen, zelfs dan niet... Maar hoe weet gij dan dat ik deze vriendin ben Omdat hij zegde Christiaan met neer geslagen blik juist voor zijne dood tweemaal uwen naam uitsprak. Een lichte blos vloog over haar gelaat. Dat is genoeg zegde zij. Kom nader en buk u een weinig. Christiaan naderde en bukte. Zij trok hem tot haar en kuste zijn voorhoofd. Dat is ter gedachtenis van uwen vader zegde zij. Ik hoop dat gij zult zijn gelijk hij. Men zegt mij dat de jongelingen in Londen thans zeer verschillend zijn van wat zij waren toen hij jong was en ik. Uw vader was zeer arm en ik ook. Hij bezat vele gaven en ware een groot man kunnen worden, maar hij had een te zuiver hart voor zulke eerzucht. Wij gingen beide onzen weg. Naar ik veronderstel aanzaagt gij uwen vader voor een gemeen persoon. Z >o, zegde men mij, zijn de jonge lingen uit Londen op onze dagen. Ik ben geen jongeling uit Londen zegde Christiaan een weinigje geraakt en mijn vader was mijn eenige vriend... Engeland. Deze week werd te Londen het proces gepleten waarin een persoon van den hoogsten adel beticht wordt van oneerlijk spel. Deze zaak, waarin de kroonprins van Wallis en vele edele lords moesten getuigen, heeft veel opschudding verwekt. De partij van Gladstone heeft eene nieuwe overwinning in Schotland be haald. De influenza is in de Koninklijke ver blijfplaats uitgeborsten. De budjetten van 1892. Het ministerie heeft de budjetten of begrootingen van 1892 neergelegd, dat wil zeggen de staten van de totale ont vangsten en uitgaven voor de verschil lende ministeriën. Welnu, wij mogen gerust schrijven dat die begrootingen weinig goeds voor spellen voor de beurzen der belastigden, de broodwinning van den weikman en de algemeene welvaart van het land. Men zegt wel niet dat er een te kort volgen zal, maar tusschen de regelen staat er klaar te lezen dat een te vreezen is. Voor de begrooting der Staatsspoor wegen lioopt men denzelfden uitslag te bekomen als in 1891, maar die hoop berust op zulke broze grondvesten dat de minste opslag van kolen of materieel voldoende is om overschot in te kort te veranderen. Dat potje laat men gedekt en voor de aangekondigde vermindering Ier vervoerprijzen op de koopwaren wordt er ook geen woordje gezegd. 72,000 franken meer voor het minis terie van oorlog, en de openbare schuld met 200,000 fr. vergroot om de interes ten te kunnen betalen der nieuwe kapi talen noodig tot het uitvoeren der mi litaire werken. Waar zijn de beloften van 1884??!?? Een merkelijke vermeerdering op de grondlasten, de inkoomrechten en de accijnsen, om te bewijzen dat Beernaert voor lastenvermindering is en de vleesch- wet Dumont en de loi-wet De Volder heilzame gevolgen hebben. Daar men voorziet dat de parlemen taire zittijd zeer kort zal zijn (nog korter dan men veronderstelt) zal er 190,000 fr. minder uitgegeven worden om den grooten hoop zwijgers of slapers der Kamers te betalen. Vermindering voor de ministeriën van Justicie en Financie, maar vooral voor dit van LandbouwNijverheid en Open bare Werken. Tot nu hebben zij voor den landbou- Ha, uw vader zoo euderbrak de dame met een lichten glimlach uw vader was de trouwhertigste man, het edelste schepsel dat ik ooit gekend heb. En indien gij denkt dat ik van hem niet behoef te spreken, dan kan ik slechts zeggen dat hij een oudere vriend was van mij dan van u. Welnu, gij hebt veel ge reisd, uwe reizen moet gij mij vertellen. Ik hoef niets te weten van uwe familiezaken, noch van uw leven, alhoewel ik hoop dat gij mij wel later uw vertrouwen schenken zult. Eu nu moet gij het avondmaal nemen. Ik hoop gij zijtgeen Epicurus gelijk de jongelingen uit de clubsen van wie men mij gesproken heeft. Christiaan murmelde iets van de moeite te sparen. Neen, gij moet avondmalen, en ik zal u gezelschap houden, alhoewel ik reeds geavond maald heb, want ik dacht niet dat gij Londen zoo spoedig zoudt verlaten hebben om eene oude vrouw te komen bezoeken... Naar ik ver onderstel, neemt gij mij voor eene oude vrouw., om reden ik uwen vader gekend heb. Ik hoop dat ik niet te vroeg gekomen ben. Ik had beter gedaan u mijne komst voor te be richten zegde Christiaan, meenende een zekeren toon van ontevredenheid in hare stem te bespeuren. O, neen zij schelde... Hanna, breng het avondmaal voor mijnheer Pembroke... en wijn. O, neen (Christiaan aansprekend), niette vroeg voor mij maar ik dacht, bin nen eenige dagen zou het hier wat stiller zijn. Voor Christiaan was het hier reeds stil genoeg. Om 't even zoo ging zij voort. Doch dat is de reden waarom er niemand was om u aan de stoomboot te ontvangen. A propos, ik hoop dat gij geene moeite gehad hebt om den weg te vinden Integendeel ik heb op den havendam eeuejoDge dame ontmoet die mij tot aan hier w r weinig of niets gedaan {Het Land van Aalst heeft het zelfs geschreven), tot nu toe heeft men den buiten ongeholper? gelaten, thans mogen zij op geene be ternis hopen, want het ministerie wil niets meer doen, noch voor den land bouw, noch voor den arbeider. Ziedaar de vrienden van het volk Dit plichtvergetend ministerie laat alles maar draaien gelijk het draaien wil het stelt geene besparingen, her vormingen of verbeteringen voor die vrede, rust en welvaart in het land zou den kunnen brengen het kruist de armen en lijdt aan slaapziekte. Opgepast voor de ontwaking of voor het uitsterven Onze jongens in het leger. De overtuiging bestaat bij het volk, en wordt maar al te zeer gewettigd door hetgeen jaar lijks gebeurt, dat om spoedig avancement te be komen, men in de krijgsschool zijne opleiding moet genoten hebben. De vrijwilligers, die door ieverige studie, gedurende zij bij den dienst zijn, het zoover gebracht hebben, dat zij het exaam van onderluitenant hebben kunnen afleg gen, moeten zelfs dan, wanneer zij 6, 7, ja soms 8 jaren dienst tellen, menigmaal onderkloppen voor jongens die op minder dan 2 jaren in de krijgsschool gevormd werden. En stelt het onderwijs dat dezen genieten, hen in zulken toestand dat hunne kennissen die der aspiranten uit de kaders overtreffen Oh neen integendeel 't gebeurt meer dan eens dat een jong luitenant uit de krijgsschool komende, in den eerste blij is dat hij eenen on derofficier ontmoet die hem behulpzaam zij bij het africhten (de exercicie). Wat er gebeurt, is een schreeuwend onrecht, des te meer daar Ret examen voor de manschap pen in de kaders hetzelfde is als voor de leer lingen der krijgsschool, en dat juist het tegen overgestelde van hetgeen wij zien, de regel zou moeten zijn. 't Is nochtans bij de uit de kaders gekomen officiers dat men doorgaans de beste sujecten ontmoet noemen wij o. a. de generaals Liagre, Boucher, Baudoux, Colignon, Siersacken meni ge andere. De Belgique militaire wil het doen voorko men dat de tegenwoordige toestand slechts tij delijk is en van dag tot dag verbeteren zal. Wij twijfelen er aan, en wij denken dat inte gendeel de toestand gedurig verslechten zal. Ziehier eene tabel door het krijgsblad medege deeld uit de kaders, uit de krijgsschool in 1885 traden 74 o.-luit. 1886 1887 1888 1889 1890 1891 105 40 31 53 34 00 337 38 112 44 149 2(*) 42 40 71 55 108 56 90 65 65 300 637 Die cijfers geven de getalsterkte aan der on derofficiers, wat betreft de benoemingen doch gebracht heeft. Zie toch Eene jonge dame Wat noemt gij eene jonge dame 't Was eene jonge dame, die eenen hoed droeg en mij in haar poney-rijtuig naar hier bracht. Zie tochEn zij heeft u den weg getoond?» -Ja. Zij bracht mij tot voor uwe deur. «Wel, mijnheer Christiaan, ik begin tege- looven dat gij niet zoo bescheiden zijt met eene jonge dame als met eene oude vrouw... Hoe was het mogelijk dat gij u tot eene jonge dame wendet zonder eenige voorstelling?.. Is dat misschien zoo de gewoonte in Japan Christiaan lachte en bloosde een weinigje. Inderdaad, ik was het niet die de jonge dame het eerst aansprak... Zij zag dat ik een vreemdeling was en niet wist wat doen, en zij zond mij haren knecht. Dan zegde zij mij dat zij u kende, en bood mij eene plaats in haar rijtuig aan. En gij aanvaardet, natuurlijk... Wel, hoe vindt gij haar Ik heb haar gelaat niot kunnen zien zei Christiaan. Het begou duister te worden en zij droeg eenen sluier. En lichtte zij harer sluier niet eens op Eens maar? Neen, niet eens... Spijtig Nu, morgen zult gij haai zonder sluier zien... Bat kan ik u beloven... Wat zeldzaam toeval dat zij juist daar was. Zij scheen mij een zeer liefelijk meisje te zijn zei Christiaan. Zeker, een zeer beminnelijk meisje. Ik ben hare vriendin en dertig jaar te oud om ijver zuchtig op haar te zijn... Mijn oude knecht, Merlindezelfde man die mij den arm geeft, wantik kan maar moeielijk gaanaanbidt haar, en zelfs Merlins hond... Allen bederven haar ik niet. En toch, zij houdt aan mij het is de toestand van voor 5 en 6 jaren niet dien wij bespreken. Wij klagen er alleenlijk over, dat het overtollig getal van leerlingen in de krijgsschool aanvaard,Men toestand steeds moet erger maken. Alzoo zullen bij het einde van dit jaar weder 80 jongelingen tot officier benoemd worden. De onder-officiers hebbende bij de examens vol daan sedert 2 en 3 jaren, dus voor dat die jonge bevoorrechten in de krijgsschool kwamen, zul len alweer ten achter staan bij dezen. De minister van oorlog laat dit onrecht ge schieden om de fils a papa ten nadeele onzer burgersjongen te plaatsen. Daaraan moet kort en goed een einde gesteld worden. Men vergemakkelijke den toegang tot den graad van officier aan de jonge vrijwilligers men verleene hun, van het oogenblik dat zij door hunne examens recht hebben op de epau let, een herkenningsteeken, men vergunne bij voorbeeld dat zij hunne belachelijke kleedij mogen afleggen en geve hun eene onderschei dende tenue en eene hoogere soldij. Op die wijze zullen de onder-officiers, indien zij een of twee jaar naar hunne benoeming moe ten wachten geduld oefenen, met trots en eigen liefde, het onderscheidingsteeken van aspi rant-officier dragende. Ook zullen meer jongelingen van goede fami lie den vrijwilligersdienst aangaan en van het samenleven van hen met onze volksjongens mo gen wij de beste vruchten in de toekomst ver wachten. Wat de Herziening meêbrengen zal. Een der eerste gevolgen van de her ziening zal de invoering van het ver plicht onderwijs zijn. De lieden uit het kleine volk zijn van harte het onderwijs genegen zij besef fen er den heilzamen invloed van en zul len, eens met het stembriefje gewapend, vertegenwoordigers naar Brussel zenden met het stellig mandaat die echte volks instelling in de wet te schrijven. Ofschoon Belgie in zake van onderricht sedert zijn onafhankelijk bestaan zeker niet werkeloos gebleven is, zijn we op dit gebied tocli nog ver van 't gewensch- te doel te bereiken. Nog aanzienlijk is in degroote nijverheidscentrums en ook in sommige landbouwstricten het getal der ongeletterden. Er bestaan nog gevallen, ofschoon zoo menigvuldig niet meer als vroeger, van ouders die, in plaats van hunne kinde ren eenige geleerdheid te geven, hun reeds op zeven- of achtjarigen ouderdom doen mêe werken. Voor de weinige pen ningen, die ze wekelijks naar huis bren gen, blijven dio jonge menschen beroofd van al de noodige kennissen, welke een vrije burger dient te bezitten. Zedelijk en lichamelijk worden die tengere wezens in de mijnen, fabrieken en werkhuizen, waar ze gebezigd wor den, geknakt. Daar is Hanna uw avondmaal staat gereed. Nu, Christiaan, als gij mij uwen arm wilt geven en mij op uwen schouder wilt laten rusten terwijl wij den trap afgaan, dar. kan ik Merlin missen. Na het avondmaal komen wij ons hier terug op het balkon zetten. Het avondmaal was eerst wat vervelend voor Christiaandie inderdaad een schuchter jonge ling was. Zijne gastvrouw at niet, maar behielp hem en praatte. Hare manieren kwamen hem vreemd en nieuw voor. In mejuffer Lyle was er een zeldzaam mengsel van jeugdige beval ligheid en bedaard zelfbetrouwen van den ou derdom. Toen hij luisterde zonder op te zien scheen het hem somwijlen toe dat hij luisterde naar eene grootmoeder en somwijlen naar eene vrouw van vijf-en-twintig jaar. En zelfs ais hij naar haar opkeek, en haar hoofd half afgewend was en hij slechts het schoon haar, de zacht gegronde wang en den schouder zag, had hij nog kunnen gelooven dat zij in de volle kracht des levens was. Na het maal keerden zij terug in de balkon- kamer, en zij gingen in het balkon zitten. 't Was een zachte avond, en bloemen en planten vervulden de lucht met zoete geuren. De nacht was klaar en uit het balkon zweefde het oog over boomen en huizen tot aan de zee. De zilverachtige grijze tint van de zee was op een punt verdonkerd door den langen haven- dam, op wiens einde men het licht van de stoomboot zag. Het balkon was laag, slechts eenige trappen boven den vloer. In haren zetel zittend boog mejuffer Lyle voorover en riep naar Hanna, die haar van beneen hoorde en haar eenen sjal bracht, dien zij om hare schouders sloeg. Al de schoone avonden breng ik over in dit balkon zegde mejuffer Lyle. Ik zit hier en mijmer en leef in 't verledene en in het tegenwoordige. Nu moet gij mij van u spreken. Wat gij gedaan hebt, wat gij schikt te doen. En dit in eenen leeftijd waarop hun ne plaats op de schoolbanken diende te zijn. t Zijn gewoonlijk totaal ongeletterde en arme menschen, die aldus met hunne kinderen handelen. Zij beseffen niet dat het onderwijs de grootste en kostbaar ste schat, het eenige erfdeel is dat zij hunne kinderen kunnen nalaten. Zij be- giijpen niet, dat de school de plaats is waar het jonge geslacht tot nuttige en vrijdenkende burgers, tot knappe wer kers wordt opgeleid. Van daar hun plichtverzuim. In zulke gevallen moet de Staat ala beschermer der jonkheid optreden. Het sprookje destijds door eenige po litiekers der oude school opgehaald, als zou het verplicht onderwijs eene inbreuk op de persoonlijke vrijheid zijn, heeft nooit steek gehouden. Zorgen dat eenieder geletterd zijaan de ouders het recht ontzeggen hunne kinderen zedelijk en lichamelijk te ver minken, dooi hen al te vroeg den ar beid op te leggen, ziedaar Je eerste en edelste taak van eene natie, die aanspraak maakt op een hoogen trap van bescha ving en ontwikkeling. En mocht de invoering van het ver plicht onderwijs onze jaarlijksche uit gaven met een groot millioen vermeer deren, welnu die opoffering moet ons welgevallen.. De Staat kan niet beter zijn geld op intrest plaatsen dan met het aan scholen, nog scholen en immer scho len te besteden. Eene democratische hervorming onzer kieswetten zal ons spoedig, we zijn er van overtuigd, tot een verplicht school gaan brengen. Allerlei nieuws. Opstand tegen den Paus.Iu Oostenrijk- Hongaiie bestaat er een machtig kloosterorde van Iranciskanen dat met zijne Roomsche Overheid in ruzie ligt. Het schijnt dat deze paters een vrij aardig geestelijk leven leiden en meer voor hunnen zak dan voor St. Pieters penning zorgen. Leo XIII, hierover misnoegd, heeft een paar afgezanten gestuurd, maar deze zijn door de paters wandelen gezonden met de komplimenten aan hunnen onfeilbaren Meester van zich met zijn eigen zaken te moeien. Als de geestelijken (tegen de (pauselijke be velen opstaan, wat zal er dan van de simpele geloovigen geworden Zeiltje naar den wind.— Tijdens het laatste bezoek van Voorzitter Carnot in Zuidelij k- Frankrijk hadden de katholieken eener stad aldaar zich bij den Paus beklaagd niet plech tig genoeg dit feest te kunnen vieren, omdat het juist op eenen geboden vastendag viel. Seffens kwam er eene roomsche dispensatie om Zoo heb ik dikwijls met uwen vader gesproken.» En weldra praatte Christiaan met haar met hetzelfde vertrouwen als ware zij eene oude vriendin. Hij vertelde van zijn leven, van zijne opvoeding, van zijne uitzichten tot dat het hem onmogelijk scheen te gelooven dat hij Londen slechts dezen morgend verlaten had, en hij tot nu toe nauwelijks wist wie zijne gast vrouw was. Eene kffiine pooze ontstond als hij van Japan gesproken en eene lichte zinspeling hid ge maakt op zijns vaders dood. Dat onderwerp raakte hij niet geerne aan, het ontroerde hem te zeer. Zij no gastvrouw liet haren blik over 't water zweven, haren arm op het balkon geleund en hare kin in de hand. Het wordt laat zegde zij eensklaps en koud, en gij moet vermoeid zijn... Gij vraagdet mij iets over Merlin Gat was dat Christiaan wist niet iets gevraagd te hebben, maar hij zegde het niet,en 't verheugde hemiets over den ouden man te hooren. Merlin zegde zijne gastvrouw is een Bietanjer hij was viggcher. Toen ik de kust van Bretanje bewoonde, ging ik geerne in eene boot spelevaren en hij was mijn schipper. Zijn zoon had eene schoone stem, en veel mu- zikaalgevoel ik kende toen veel lieden en ik hielp hem om zanger te worden. Hij verdronk, de arme jongen, toen hij iemand wilde het le ven redden, en Merlin bezat niemand meer hij was weduwenaar. Ik kwam hier wonen en hij vergezel le mij en thans zou ik het zon der hem niet meer kunnen doen. Morgen moet hij u iu de boot nemen. Maar Christiaan, in eene kleine zwakheid moet gij hem toegeven. Zeg slechts wat het is. Hij denkt dat hij engelsch spreekt, en in dien hij u niet verstaat, zal hij het nooit willen DE DENDEFGALM

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1