6de Jaar. Nummer 26 (290) Zondag 28 Juni 1891. Lieve Jonkvrouw Trotschhart Abonnementsprijs LIBERAAL WEEKBLAD VOOR 5 fr. voor de stad. 5 fr 50 voor den buiten, PRIJS PER NUMMER10 CENTIEMEN. voorop betaalbaar. Men abonneert zich op alle postkantoren voor den buiten voor de stad, ten kantore van het blad, 10, Vooruitgangstraat 10, Aalst. HET ARRONDISSEMENT AALST. Gewone, 15 centiemen Pn)S der AnnoncenE8klamen> 76 centlemen j per drukregel. Vonnissen op de dei de bladzijde, 1 frank. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aan',bet blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. Nee spe nee metu. AALST, 27 JUNI. öuiteiilaiulscli politiële overzicht. Holland. De herkiezingen zijn gun stig voor de liberalen afgeloopen. De nieuwe kamer zal uit 55 liberalen, 17 re- volutionnairen, 24 katholieken en 3 ra dicalen bestaan, zoo dat de liberalen over eene kleine meerderheid beschik ken. Het tegenwoordig ministerie zal slechts na'tbezoek desDuitschen Keizers aftreden. Men maakt groote toebe reidselen om Willen II met veel plecht te ontvangen. Frankrijk. Verscheidene werksta kers van koetsiers, bakkers en kappers zijn in 't zuiden uitgeborsten. De confe rence van Brussel over den Congo weid in de Kamer besproken en de bijtreding der fransche afgevaardigden afgekeurd. Engeland.Het wetsontwerp betrek kelijk het kosteloos onderwijs zal met eene groote meerderheid gestemd wor den. Daarna zal de zittijd gesloten worden, waarop algemeene verkiezingen moeten volgen. De gezondheidstoestand van Mr Gladstone laat te wenschen. Voor het bezoek van den Keizer van Duitsch- land met zijne gan^che familie worden er groote feesten ingericht. Rusland. Generaal von Waldersée de hoofdman der militaire partij die vijandig was aan Rusland, is gezant bij het hof te St. Petersburg genoemd. Zou die gansche ommekeer niet betee- kenen dat men Rusland bij het drievou dig verbond wil krijgen? De pauselijke encycliek. Niets is vermakelijker om lezen dan de pauselijke omzendbrief betrekke lijk den socialen toestand. Wij gelooven dat nooit roomsche bulle met meer dubbelzinnigheid werd opgesteld dan deze, en of het moge be vallen of niet aan den leugenaar van Denderbode,dit samenweefsel van wit en zwart, van voor en tegen den arbeid en het kapitaal kan maaralleen uitgebroeid zijn in het listig brein van een door trapten jesuiet. Wat er eerst en vooral in het oog springt is die geslepen, nederige taal, geheel verschillend van dien trotschen en gebiedenden toon van vroeger, wan neer vorsten en natiën nog voor de banbliksems sidderden of met doods- Vrij naar 't Engelsch. Zeven jaar aldus had Marie Challoner, de eenige en allerliefste dochter van sir John Challoner, te Durewoods verbleven. Voor alle gezelschap had zij hare gouvernante, voor eenige vriendin mejuffer Dio ie Lyle. Marie Challoner was eene wakkere jonk vrouw, en al vroeg had zij de tengels van haar vaders huishouden in de handen genomen. Haar grootste genoegen was, alles te regelen en te schikken. Zelfs de misslagen, die zij aldus beging, baatten haar want aldus leerde zij bij ondervinding den rechten weg kennen. Trof zij iets moeielijks aan in 't huishoudelijk bestuur, ze raadpleegde madame Cramp was zij in verlegenheid over verstandelijke aangelegenhe den, ze nam hare toevlucht tot mejuffer Dione Lyle. Zoo ging Marie's leven voorbijbehalve dat vader haar somwijlen meenam naar Oostende of naar Parijs, voor eenige dagen want sir John Challoner was een zeer werkzaam man, en zijne bezigheden lieten hem niet toe voor langen tijd uit Londen te zijn. Niemand zag naar haar om, en zij zelve moest maar zien haar zedelijk en verstandelijk voedsel te vin den. Lieve Jonkvrouw Trotschhartwas gewoon vroeg op te staan, alhoewel ze nooit vroeg slapen ging integendeel, halve nachten bracht zij in hare slaapkamer met lezen over. Zij had veel ledigen tijd, vooral wanneer haar vader afwezig was, en /ij zou zich dikwijls verveeld hebben hadde zij niet zoo geerne gelezen. Met opzet had sir Challoner zijne dochter verre van de stad in den buiten gehouden angst voor de folteringen der Inkwisitie ijsden. Ander tijden, ander zeden het rijk van ruw geweld is voorbij, geluk kiglij k voor ons, zoo niet werden wij ter eere Gods op gloeiende ijzers ge roosterd. Nu spreekt men te Rome op bezadig- den toon, men speelt er den diplomaat, den intriguant, men verkoopt er proza en dicht met licht en schaduwe, men bereidt er azijn en suiker, men slaat en zalft er, men verhemelt en vergruist er beurtelings de armen en de rijken. Er komen verklaringen in voor die in Vooruit niet zouden misstaan, terwijl anderen geheel en al den werkman nog lager willen stellen dan hij zich thans bevindt. Leo XIII vindt het werkmansvraag- 7) stuk de grootste en voornaamste kwes- tie van onzen tijd en het kapitaal in handen van betrekkelijk weinigen, n terwijl de groote menigte verarmt. Zouden wij hier niet met reden mogen afvragen Ja, de groote menigte ver armt en het kapitalismus groeit aan bij eenigen slechts Maar waar is vooral die opeenstapeling van rijkdommen Is het in kloosters en bisschoppelijke kas sen niet, is het bij den Paus zelf niet, 'welke millioenen en millioenen verga- renen aan het openbare welzijn onttrok ken Die kloosterplaag vooral, die zich als een groote olievlek uitbreidt ten nadeele van den algemeenei rijkdom, en waarvan men hier te Aalst, zoowel als elders, de onloochenbaarste bewijzen ziet. Vergelijkt den huidigen rijkdom der kloosters en geestelijke gestichten alhier met dien van over 50 jaar en besluit Daar is het gevaar. Bemerk wel dat het juist die klooster lingen en papen zijn, wanneer de werk man wettige pogingen aanwendt om zich te ontslaven en zijnen stoffelijken toestand te verbeteren, welke het hardst moord en brand scheeuwen. De encycliek spreekt verder van het ellendig en onwaardig bestaan dat on- telbare menschen leiden ten gevolge der slechte verhoudingen. Of dit waar is Arme menschen win nen millioenen voor eenigen maar niet genoeg om voldoende vrouw en kinder» te spijzen. Monikken brengen hunne dagen door in een dolce far niente, een aangenaam niets doen en vullen zich lekker en tot berstens den buik zonder op den dag van maar thans, dat zij twintig jaar oud was, sprak hij ervan, zich met haar voor goed in de stad te vestigen en haar de londensche wereld binnen te leiden. Tot hiertoe kende Marie Lon den slechts gelijk een kind, als eene stad alwaar men haar zou meenemen naar het theater en alwaar zij in de parken zou mogen rijden. Sedert haar twaalfde jaar leefde Marie te Durewoods, en sinds zij zich van hare gouver nante had ontmaakt, had zij voor alle vrienden en kameraden anders niemand dan haren vader, als hij de stad kon verlaten, de bezoe kers die hij medebracht en eenige schoolvrien dinnen die somtijds een paar weken bij haar kwamen overbrengen. Voeg daarbij hare vriendschappelijke betrekkingen met mejuffer Dione Lyle. Zoo kwam het dat Lieve Jonkvrouw Trotsch hart, die veel romans las en op den uitkijk lag voor avonturen waarvan zij de heldin moest zijn, zeer verwonderd was dat er in 't leven zoo weinig bijzonders gebeurde. Alles wat de zoete eentoonigheid van haar bestaan kon storen, heette zij welkom. Dus, als er eene nieuwe kennis in haren weg kw am, naderde zij begeerig hem of haar, zoekende iets meuws, iets opmerkenswaardigs te ontdekken. Nooit was dit het geval, en dan mocht de nieuwe aankomeling taan. Waar sommige lieden haar voor valsch hiel den, was de jonkvrouw nochtans heel rechtzin nig, en uiterlijk openhartig en natuurlijk, alwaar sommige bedillers over hare gemaakt heid en hare pralerij klaagden. Wanneer Marie heden eene nieuwe kennis verliet, die zij eerst gisteren had verwelkomd, had zij niet meer gedacht aan onbestendigheid en lichtzinnigheid dan iemand, die, zoekende op eene zekere plaats te komen en denkende den rechten weg genomen te hebben, op eens gewaar wordt mis op te zijn en terugkeert of eenen anderen weg inslaat. Heeft de straat, die zulk een verlaa t het recht te klagen mishandeld te zijngewo r den Zoo niet, dan had niet een van Marie inorgen te denkeu.... de arme wroeter slaaft zich uren en uren af en denkt ang stig op zijne harde rustkooi wat hij den volgen dag eten gaat. Nonnen, paters, priesters, kanunikken en bisschoppen al koeken van eenen deeg, een hoop ratten in den kaas van den maatschappelijken rijkdom, die met hoogstens een paar uren te werkengoede keuken houden en rijke wijnkelders en welgevulde geldkoffers bezitten. Weest verzekerd dat die zich over de lotsverbetering van anderen weinig be kreunen Buiksken vol, herteken rust. (Wordt voortgezet.) W elke winkel Dezer dagen melden de clericale bladen dat de aartsbisschop van Parijs uit Rome bericht had gekregen hoe aldaar nieuwe en belangrijke oorkonden aangekomen waren in verband met de werkzaamheden voor de heiligverklaring van Jeanne d'Arc. Alles doet verhopen voe gen die bladen er bij dat de zaak der maagd van Orleans welhaast voor het pauselijkhof zal bepleten worden, en zegevieren. Men moet waarlijk alle gevoel van schaamte verloren hebben om zulke dingen te durven drukken. In hare vaderlandsliefde, en vooral in haar huidig tijdvak van militarism, waarin al wat van zegepralen op 's lands vijanden spreekt, vooruitstaat, heeft de Fransche natie het ver heven beeld van Jeanne d'Arc herdacht, en geestdriftig toegejuicht als een zinnebeeld van overwinning verschillende standbeelden wer den haar opgericht Maar nu, dat het werk van herstelling en recht door het volk voltrokken is, nu maakt de kerk zich van de heldin meester om zich volks gezind te maken, om te prijken met een anders vêeren, en, hoogst waarschijnlijk, om op die wijze de firma der mirakelen en der bedel vaar ten te versterken. Nochtans was het de kerk welke Jeanne d' Are eens tot den brandstapel doemde. Hoe monsterachtig dit ook moge schijnen, de geschiedenis is daar om het te bewijzen. De bisschop Cauchon (welke naam zetelde den heiligen tribunaal voor zijne assistenten waren Jan d'Estivet, vicaris der inkwisitie. Gilles, abt van Fecamps, en Niklaas, abt van Jumièges. De gemijterde en bestafde -- en door het En gelsch geld omgekochte beulen, veroordeel den Frankrijk's bevrijdster tot vuurdood voor ketterij en tooverij. Men had haar onder andere gevraagd of het geene doodzonde was op den dag van O. L. V. Geboorte den aanval van Parijs, alwaar de vijand binnen lag, aangevangen te hebben Gevolgtrekking In naam der onfaalbare kerk werd de Fran sche vrijheidsheldin door de bisschoppen van 1431 te Rouaan levend verbrand voor ketterij. In naam der zelfde onfaalbare kerk gaat de zelfde eanne heilig verklaard worden door de bisschoppen van 1891. kennissen het recht te zeggen, dat zij slecht met hen gehandeld had, wanneer zij, na ouder- vouden te hebben dat er niets bijzonders in of aan hen was, niet verder naar hen omzag. Nu, den morgend waarvan wij spreken was jonkvrouw Marie Challoner zeer benieuwd om te weten wat voor een persoon Christiaan Pem broke, de gast van mejuffer Dione Lyle, wel wezen mocht. Hare toevallige ontmoeting van dien jonkman op den havendam had de jonk vrouw bijzonder goed bevallen, en zij had hem dan ook met veel vriendelijkheid onder hare bescherming genomen. De vriendelijkheid was van harentwege zoo veel te grooter geweest, daar zij hem in de avondschemering, had aan zien voor eenen knaap die te rap was ontwik keld, en Marie zag niet geerne zulke knapen. Hunne verlegenheid, hunne onverschilligheid voor alle onderwerp van gesprek dat hun niet heel eigen is, hunne dikke handen, hunne blindheid voor de schoonheden der natuur, dat alles kwetste haar schoonheidsgevoel. Toen Marie Challonuer Christiaan Pembroke voor de eerstemaal bezag, had zij hem voor eenen eenvoudigen jongen genomen doch de weinige woorden, met hem gewisseld, en de enkele blikken, die deze woorden in zijn voor gaaDde leven hadden geworpen, voornamelijk de wijze waarop hij van de dood zijns vaders had gesproken, dit alles bewees haar, dat die jon geling reeds de zorg en de onrust van een' man had gehad, en dit had haar medegevoel voor hem opgewekt. Intusschen had Marie Challoner plichten te vervullen en dacht aan anders niets dan aan het stipte volbrengen van hare dagtaak. Juist had ze nu toebereidselen te maken voor de ont- vaugst van eenige bezoekers, die met haren vader uit Londen moesten overkomen, en zij dacht er aan eerst en vooral madame Cramp te gaan raadplegen. Zij deed daarom hare poneijs inspannen en, met den knecht langs achter op het rijtuig, reed zij langsheen de straten en onder de boo- Die mannen moeten toch altijd iemand te lijf gaan. In onzen tijd halen zij hunne schae op de heiligverklaringen in met links en rechts te ban vloeken. O, mochten zij nog maar menschenvleesch braden zooals vroeger de verdoemde school meesters, dit zijn dege ïen die aan de wet ge trouw bleven,(hadden wellicht kortere pijn ge had en minder hongerige dagen... Maar dat gaat niet meer. Hetgene nog altijd marcheert, is de winkel, is de muntslagerij. Want klaar is het dat achter de afschuwe lijke comedie met Jeanne d'Arc nogmaals eene kwestie van toekomende en profijtelijke mira kelen, kortom eene kwestie van duimkruid, verborgen ligt. Neen, duizendmaal neen, al dat gruwelijk bloedvergieten, al die dwaze vermaledijdingen, al die onweerdige tandentrekkersmanieren, ai die schaamtelooze begeerlijkheden in 't groot, kunnen van de ware religie geen deel maken. En ook zóó niet kan de Meester ze aan de discipelen verkondigd hebben. Het verschuivingstelsel. Nooit is hef zoo klaar gebleken als nu, dat de clericalen, met de herziening- der Grondwet, gebruik maken van het verschuivingstelsel hetwelk zij te allen tijde hebben toegepast, wanneer zij in het geval waren voorstellen te moeten doordrijven die van hunne partij niet uitgingen en waarvoor zij geene groote genegenheid gevoelden. Er blijft hun altijd min of meer hoop de volksverlangens in slaap te wiegen, de beweging ten voordeele der herzie ning te verlammen, het volk te ver moeien door duizende uitvluchtsels, waarvan meerendeels de wettigheid te betwisten is. Zulks is het geval geweest met de be raadslagingen der middensektie en het voorstel Beernaert. Noch deze noch gene, waren bevoegd voorstellen te doen, waarvan de stemming alleen toe komt aan de Kamers die zullen bijeen geroepen worden na de ontbinding der tegenwoordige en waarvoor eerst nog algemeene kiezingen moeten plaats heb ben. Die voorstellen, die beraadslagin gen hadden slechts een doel het ver schuiven der herziening. Hetzelfde moet men zeggen van de traagheid waarmede De Smet-De Naeyer zijn verslag opmaakt. Wat mag toch daarvan de reden zijn. Ons dunkens is die niet moeilijk om ra den Eens de herziening uitgesproken, zijn van rechtswege de Kamers ontbonden en moet er eene algemeene herkiezing der kamerleden plaats hebben. Nu, die men door. Marie reed geerne uit en deed ook geerne zelve hare zaken. Zoo was het haar aangena mer het huishouden zelve te bestieren dan de zorg ervan aan eene huishoudster over te laten. In Londen zou hare zielskracht en haar onaf hankelijkheidszin de jonkvronw wellicht voor eenen excentrischen geest doen doorgaan heb ben maar hier, te Durewoods, mocht zij han delen gelijk het haar lustte, en zij was eene van die zeldzame begaafde vrouwen die alles wat ze doen met eene zekere maat van bevalligheid verrichten. Voor de deur van madame Cramp bleef het kleine rijtuig staan. Marie Challoner sprong uit en wierp de teugels aan haren knecht toe. De deur stond open, en Marie ging naar de zoogenaamde spreekplaats. Op den dorpel bleef zij eensklaps staan hier werden hare oogen getroffen door iets onge woons. Een hoogopgeschoten jongeling, in eene groene uniforme, met een sabelriem, eene patroontesch en een sabel-bajonet aan met een kepi op het hoofd, stond voor haar 1 De krijgs man was juist bezig met voor madame Cramp ten toon te staan. Het gedruisch van jonkvrouw Challoners kleed verstoorde de parade. Stralend van hoogmoed stapte madame Cramp vooruiten verwelkomde de jonkvrouw. De soldaat keerde zich om, bloosde, nam zijn kepi af, liet het vallen, wilde het oprapen, miste het en zag er wonderlijk verbluft uit. Dat is mijn zoon, jonkvrouw Challoner riep madame Cramp gij kent hem immers nog wel... Maar 't is waar ook, hij is zoo ge groeid sedert een jaar of twee. Nath Cramp zag er zeer bedwelmd uit voor eenen krijgsman. Nauwelijks durfde hij opkij ken om de vriendelijke oogen te ontmoeten die op hem gevestigd waren. Dit uw zoon... mijn oude vriend Nath riep de joukvrouw. Wel, wel, is hij officier, herkiezing vreezen zij. Zij zijn geenszins verzekerd omtrent den uitslag dier ver kiezingen. Zij betrouwen er zich geens zins op dat er op nieuw eene zoo kolos sale meerderheid clericalen terug naar de Kamers zullen gezonden worden. Integendeel, zij weten maar al te wel dat die meerderheid merkelijk zou kun nen inkrimpen. Zij zijn vooreerst van nu af verzekerd dat de afvaardiging voor Brussel heel anders zal samenge steld zijn dan nu. Meer andere clericale vertegenwoordigers zouden heel gemak kelijk door de kiezers naar hunne haard steden kunnen terug gezonden worden ziedaar, wat de clericale leiders schrik aanjaagt, en deze aanzet om het stelsel van verschuiving, meer dan ooit toe te passen. Zij zoeken vooral de herziening te verdagen tot het tijdstip der gewone Kamer kiezingen van 1892. Ondertun- schen zouden zij tijd hebben om het terrein te polsen en de gemoederen voor te bereiden, ten einde de verliezen welke zij zouden kunnen ondergaan min ge voelig te maken. Wat staat er in dien toestand aan de liberalen te doen Sommige dagbladen raden een algemeen petitionnement in te richten, om den Koning te verzoeken tusschen te komen en onze bazen aan te manen van zich te schikken naar de voorschriften der Grondwet. Wenken uit den vreemde. Inde buitenlandsche drukpers houdt men zich sinds eenigen tijd met de Belgische staat kundige aangelegenheden bezig. Niet altijd wordt onze toestand in zeer hel dere kleuren afgeschilderd integendeel. Ge tuige het artikel dezer dagen in het Berliner Tageblatt medegedeeld. Het belangrijk Duitsch orgaan is van oor deel dat België, om de onschendbaarheid van zijn grondgebied te waarborgen, moet begin nen met zijn leger herinterichten. De versterkingswerken, welke het gouver nement aan de Maas laat oprichten, zullen zonder de minste waarde blijven zoolang onze legermacht niet versterkt wordt. Wel hebben de groote mogendheden van Europa zich verbonden Belgie's onafhankelijk heid te eerbiedigen, maar dit tractaat verplicht hen nogtans niet, zoo ons land den eenen of anderen dag bedreigd werd, hun eigen leger te onzer hulp te zenden, wanneer wij zelfs geene ernstige poging aanwenden om ons in staat van zelfverdediging te brengen. De politieke en maatschappelijke toestand waar in we verkeeren wordt door het Berliner Tageblatt in niet minder ongunstige termen besproken, en die bijzonder hekelend klinken voor het clericaal gouvernement, dat de be- belangen van nationalen aard aan partijintres ten opoffert. Het sluit zijn artikel met de volgende op merking, welke als eene waarschuwing kan gelden of generaal Ik zou hem nooit herkend heb ben Hij is gegroeid, jonkvrouw, dat is zeker n bemerkte de moeder, als Marie met hare ge wone rondborstigheid de hand van den ver bluften jongen nam. Hoe moet ik u noemen Nath?.. kapitein Nathanaël Dat is eene schoone uniforme... Wat is het 't Is de uniforme van de volontairen, jonk vrouw Challoner zegde Nath, moed vattend bij 't gedacht dat hij een volontair was. Gij ziet er uit gelijk een soldaat, Nath... o, ik mien mijnheer Nathanaël... Noem mij Nath smeekte de volontair, en hij dierf eindelijk in hare schalke oogen kijken. Dat klinkt zoo zoet, juist gelijk in den ouden tijd. Welnu dan zegdejde dienstwillige jonk vrouw. Nath Ja 't klinkt gelijk in den goe den ouden tijd. Leest gij altijd nog zoo geerne. Nath Ik leende u vroeger boeken, meeat dichten, meen ik, en gij maaktet ook verzen. Maakt gij er nog Nath? Ja, ik zie het in uwe oogen. Gij moet mij uwe verzen laten lezen. Dat zal hij zoo stemde de moeder hoog moedig in. En gij moet mij komen bezoeken.... met uwe moeder Kom vandaag vóór drie uur. Ik heb eenige schoone photographiënEn numa dame Cramp, ik moet u iets vragen. Papa|gelast mij met allerlei zaken waarvan ik geen woordje begrijp. Ik weet niet wat ik doen zou, Nath, in dien ik uwe moeder niet bij de hand hadde. En alzoo, met een vriendelijken glimlach, zond zij Nath wandelen. Nath drentelde eenige oogenblikken rond den huize, en sloop dan langs de achterdeur in zijne kamer alwaar hij zijne uniforme uittrok. Hij was blijde dat de jonkvrouw hem gezien had in zijne uniforme, en toch hij gevoelde datde uni forme weinig indruk op haar had gemaakt. Jonkvrouw Challoner had wellicht maar al t« wel begrepen dat hij maBkarade speelde cug ""iHyWIMOrxt DE DENDERGALM

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1