6de Jaar. Nummer 27 (291) Zondag 5 Juli 1891. Pi Lieve Jonkvrouw Trotschhart LIBERAAL WEEKBLAD YOOR 5 fr. voor de stad. Abonnementsprijs_A voorop betaalbaar. r 5 fr 50 voor den buiten, r PRIJSPEIL NUMMER10 CENTIEMEN. Men abonneert zich op alle postkantoren voor den buiten voor de stad, ten kantore van het blad, 10, Vooruitgang straat 10, Aalst. mm HET ARRONDISSEMENT AALST. Gewone, 15 centiemen j der AnnoncenEeklamen>76 centiemen Per drukregel. Vonnissen op de dei de bladzijde, 1 frank. Nee spe nee metu. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aan",het blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. AALST, 4 JULI. jBuiteiilandsch politiek overzicht. Holland. De Duitsche keizer is met buitengewone plecht in Amsterdam en Rotterdam ontvangen geworden. Niet minder eer staat hem in Engeland te wachten. De liberalen hebben 8 stem men meerderheid in de Kamers. De ra- dikaal Treub welke tegen den socialist Domela Nieuwenhuis gekozen werd, heeft van zijn mandaat afgezien, omdat hij alle gezindheden in 't Parlement wil vertegenwoordigd zien. Frankrijk. De FranscheKamer heeft de overeenkomst verworpen van het Kongres dat onlangs te Brussel gehou den werd, aaugffarrde de beteugeling van den slavenhandel in Afrika. De republiek wint van dag tot dag nieuwe aanhangers uit de geestelijkheid bij. Na kardinaal Lavigerie en andere hebben wij thans den bisschop van Gre noble die in eenen omzen ibrief aan zijn diocees zich ten volle voor het gemeen- best verklaart. Duitschland. Het drievoudig ver bond tusschen Italië, Oostenrijk en Duitschland is <-p nieuw voor 6 jaar ge sloten. Dat verblijdend nieuws verze kert den vrede van Europa gedurende dien tijd, daar volgens Keizer Willem zelf hij of zijne bondgenooten niemand zullen aanvallen en zij, te machtig zijn, opdat andere Staten hen den oorlog zouden durven aandoen. De goede oude tijd. Zeer dikw ijls hebben w ij in de sakris- tijbladen kunnen lezen Mochten wij toch tot den goeden ouden tijd terug keeren Die goede oude tijd wij gelooven het wel, dat de papen hem zoo noemen de goede oude tijd, dat is het land van be loften voor de zwartjes, dat is de geze gende tijd, toen de adel en de geeste lijkheid met het alleenheerschend ko- ninkdom het volk uitzogen tot op het merg en er mede speelden lijk de kat met de muis. Wanneer wij van de geestelijkheid van dien goeden ouden tijd spreken, be duiden we de hoogere geestelijkheid, dat is de bisschoppen, de abten en de prelaten, want men vergete niet, dat vöör 1789 de lagere geestelijkheid op rantsoen werd gesteld door de hoogere geestelijkheid. Ja, voorwaar, de kleine 8. Vrij naar H Engelsch. Dien morgend zaten Cbristiaau Pembroke en zijne gastvrouw Dione Lyle weer in het balkon. Zij zat in haren gewonen zetel, maar gedraaid naar den gang der zon. Christiaan vond een innig genot in de frissche lucht, de hoornen, de zon, den zeewind en in de nieuwheid van het gansche tafereel. Mejuffei Lyle deed hem het dorp en de dorpsbewoners uiteen, en alzoo ver nam Christiaan dat sir John Challoner hier een van de naaste gebnren was. Daarop vertelde Christiaan hoe hij 't geluk ha I gehad, aan sir John Challoner te zijn voorgesteld eenige dagen eer hij Londen verliet. Ware hij geheel openhartig geweest, hij zou haar insgelijks gezegd hebben, dat het hem eenigszins verrast had, alreeds kennis gemaakt te hebben met Lieve Jonkvrouw Trotsch hart. n Doch wanneer is de jonkheid openhar tig in zulke dingen Christiaan zegde niets van Jonkvrouw Trntschh irt ofschoon hij nau welijks zou kunin-n zeggen hebben waarom hij het geringe feit haar bij dien naam te heb ben hooreu noemm geheim hield. Versciiooning zoo onderbrak hem mejuf- ler Lyle. Klopt er niet iemand aan de deur Christiaan stond op om te gaan zien maar de deur ging open en een groot meisje kwam rap binnen, oo rap dat hare oogen de zijne ontmoetten vooraker hij bedenken kon, dat bet misschien beter ware baar niet aan te zien. Hij herkende zijne vriendelijke geleidster lan den avond te voren - de schijnbare niet-trotscbe Jonkvrouw Trotschhart. Niet aan haar gelaat herkende hij haar, want priesters, pastoors en kapelaans werden uitgebuit door de groote staf-en mijter dragers, en zoo zij weigerden bunnen penning te storten, indien zij zich niet wilden laten bestelen, dan werd hunne jaarwedde afgenomen, of kosten zij in de gevangenis gaan leeren wat gehoor zamen is. Om een klein gedacht te geven hoe slecht de lagere geestelijkheid bedeeld werd voor 1789, zal het voldoeude wezen te zeggen dat op een jaarlijksch inkomen van 224 millioen voor de fran sche geestelijkheid, de groote koppen met 188 millioen loopen gingen, terwijl de lagere priesters en onderpastoors, welke duizendmaal talrijker war n, slechts 36 jnillioen mochten opstrijken. Het inkomen dezer laatste beliep van 300 tot 700 franken per jaar. De groote bollen integendeel zwom men in het geld. De groote geschied schrijver Taine bevestigt dat de bisschop van Rouaan 100,000 fr., die van Metz 120,000 fr., die van Kamerijk en Parijs 200,000 fr. jaarlijksch inkomen had den. Er wai'en abdessen die 80,000 franken rente hadden en prelaten van 130,000 franken. Wij willen hier niet verder uitwijden over die kolsossale inkomsten, daar al de cijfers van ezelfde welsprekendheid als de voorgaande zijn. Al deze groote koppen verkregen dan nog jaarlijksche toelagen, die voor sommige monseig neurs, b. v. voor de bisschoppen van AlbienNarbonne tot 100,000 en 120,000 fr. en voor den prelaat van Rouaan tot 130,000 fr. klommen. Vóór 1789 bezat de geestelijkheid in Frankrijk het derde van al de eigendom men en hier in ons land de 3/4 van den grond. Volgens de schatting van een geeste lijk komiteit zelf bedroeg in Frankrijk de waarde daarvan vier milliards, dat is 4000 millioenmet eene jaarlijksche rente van 100 millioen. 400 Premonstratenzen ha Iden een in komen van 1 millioen 300 monikken van Cluny eene rente van 2 millioen die van St. Maria 8 millioen, de kardi naal de Rohan trok alle jaren 1 millioen van het bisdom van Straatsburg en hij had nog niet genoeg om al zijne bijwij ven te onderhouden. De paters van St. Claudius hadden 12,000 lijfeigenen Wij gaan eindigen met die schreeu wende cijfers wij zullen ook niet spre ken over de groote sommen, welke de hij had het niet of nauwelijks gezien, en thans bezag bij het niet lang. Doch genoeg, hij had hare zwarte oogen gezien, haar donker bruin haar, d it zeer lang over 't voorhoofd viel en in korte krullen in haren nek bijeenliep, haren slanken leest en hare lippen met eene luimige en schalke uitdrukking erop. En hij gevoelde zich eensklaps zeer jong en was overtuigd dat hij er verlegen en beschaamd uitzag. Wat de jonkvrouw betreft, zij had niet de geringste tint van verlegenheid. Verschooning Ik klopte aan de deur; en dewijl ik geen antwoord kreeg, kwam ik maar binnen, wel wetende dat ik mejuffer Lyle in baar balkon zou vinden... Wel, mijnheer, ik zie dat gij mij niet herkent't Is ik die u gister-avond naar hier gebracht heb... Het was donker, en ik zag u nauwelijks... Thans herken ik u. Ik bid u, vergun mjj u te bedanken... Dat wil ik niet... Ik zie, ze zit in haar balkon. En Christiaan zag haar de oude juffer omhel zen en haren sjal recht'eggen rond haien hals. Dan nam zij eenen stoel en zette zich nevens haar. Christiaan kwam stillekens bij de groep. Ik wist dat gij dezen morgend zoudt komen. Marie, Z 'gde mejuffer Lyle. Gij zegt dat ikalle morgenden mag komen, niet waar En gij komt niet altijd doch dezen mor gend verwachtte ik u. Inderdaad?., en waarom? «Omdat gij nieuwsgierig waart om mijnen logiestgast bij klaren dage te zien... Kom, beken het maar, Marie. 'tis waar... dat is de reden, geloof ik, waarom ik naar hier gekomen beu... Ttians heb ik mijne zwakheid in tijds bekend, niet waar?.. Ik zag u glimlachen... Maar dit is wel onverstaanbaar voor onzen vriend hier. Ik moet u zeggen tot Christiaan gewend dat me- Lissckoppen als leenheer hieven op de ongelukkige landslieden. Geen wonder dus dat die arme boeren vereenigd met de uitgezogen lagere geestelijkheid in opstand kwamen tegen dergelijken schandelijken toestand. En het was bisschop Talleyrand, de abten Gregoire, Dillon en Gouttes, ge steund door duizenden kleine priesters welke zelf in de nationale Vergadering voorstelden van aan dit onrechtveerdig stelsel een einde te stellen met de kerk goederen verbeurd te verklaren, voor stel dat met 568 stemmen tegen 346 en 40 witte briefjes aangenomen werd. Zijn wij hier in België met de kloos- terplaag niet op weg om tot dien goeden, ouden tijd terug te koeren Een nieuwe Senaat. Over de herinrichting van den Senaat, kwes tie welke even als artikel 47 der Grondwet aan de orde van den dag is, deelt de heer Go- biet d'Alviella een zeer merkwaardig artikel in la Revue de Belgique mede. De schrijver is partijganger van de verte genwoordiging der belangen, dat is te zeggen, hij zou onze Eerste Kamer niet uitsluitelijk willen samengesteld zien uit politiekers, maar ook uit mannen die terzelfdertijd de bijzonder ste factors van onze nationale bedrijvigheid en bestaan vertegenwoordigen. Hij verdeelt die belangen in vier groepen, te weten 1° Het kapitaal, de groote nijverheid en de hooge financies 2° De arbeid 3° De wetenschap, en 4° De verschillige andere belangen. Elk dezer vier groepen zou natuurlijk door een afzonderlijk kiezerskorps gekozen worden. Zoo duidt de heer Goblet als kiezers voor de eerste groep aan al degenen die onder het huidig regiem kiesbaar ziju voor den Senaat met bijvoeging der groote nijveraars, financie- mannen en rijke grondbezitters. Voor den tweeden groep, de arb id, zouden kiezen, al de ambachtslieden en bedienden die voor een wekelijks salaris werken, verdeeld in categories per ambacht zooals thans gebeurt voor de kiezingen van den Goedenmannenraad. De derde groep De Wetenschap, zou geko zen worden door de dragers van een diploma van onderwijs. Ook zou men eene rechtstreek- sche vertegenwoordiging kunnen toekennen aan de Universiteiten en Academies. De vierde en laatste groep, die der verscbil- lige andere belangen, zou woiden aangesteld door de massa van burgers die men niet in de drij eerste groepen rangschikken kan en waar toe behooren de kleine burgerij, klerken, be dienden, neringdoeners, kooplieden, renteniers enz., enz. Het stelsel door den heer Goblet d'Alviella vooruitgezet en met talent verdedigd, is niet gansch nieuw, want het werd reeds menigmaal in de drukpers en in politieke vergaderingen besproken. Het telt onder de voorname perso nen van alle partijen overtuigde aanklevers. juffer Lyle zeer streng is op alles wat eene vrouw gewonelijk antwoordt. Zij zegt, dat wij altijd antwoorden op iets in onzen eigen geest, en niet op de vraag. Daarom tracht ik mij in tijds te verbeteren... Laat zien, wat heb ik geantwoord? Mejuffer Lyle vroeg mij te be kennen dat ik heden uit nieuwsgierigheid naar hier kwam. En ik zegde eerst't is waar doch ik veronderstel dat dit niet zou staan in eene gedrukte samenspraak, en daarom ook heb ik mijn antwoord verbeterd. Wij hebben hier weinig bezighouding zegde mejuffer Lyle daarom speel ik soms de schoolmeesteres bij jonkvrouw Challoner en verbeter haren gebroken stijl, gelijk ik ook bij u zal doen Christiaan... Nu, ge ziet hoe leer zaam zij is en hoe gewillig zij bekent dat het nieuwsgierigheid en niet vriendschap is, die haar dezen morgend hier bracht. Ja, maar, mejuffer Lyle, dezen morgend heb ik reeds eene dubbele voldoening gehad voor mijne nieuwsgierigheid. Wie was het ander slachtoffer vroeg mejuffer Lyle. Nath Cramp... de goede Nath, als volon taire 1 Mijne lieven zegde mejuffer Lyle ernstig gij moet den armen Nath zijn hoofd niet doen verliezen. Eene niet versterkte stad mag niet gebombardeerd worden... Wanneer komt uw vader uit Londen over Niet voor eene week. Niet vóór eene week? zegde mejuffer Lyle mijmerend. Dan zult gij geheel de toe komende week hier in vrijheid loopen Zij.spreekt van mij gelijk van een wild dier... Iti vrijheid Zie ik er eene zoo onbe hagelijke persoon uit vroeg jonkvrouw Cnalloner hare oo en *ol op Christiaan geves tigd, zonder de geringste zweem van behaag zucht of gemaaktheid. Gij ziet er zeer goed uitantwoordde De vrijheid in België. Het is onnoodig zich verwonderd te toonen dat de klerikale burgemeesters van den buiten de meetingen voor 't al gemeen stemrecht in hunne gemeenten verbieden, Als ter Kamer de heer Janson protes teert, dan voegen de ministers en de klerikale representanten zich bij hem om hun ongenoegen te laten blijken en te zeggen dat de burgemeesters het recht van verbod niet bezitten. Wat komedie is dat al te maal. De waarheid is dat in de Vlaanderen voora de buitenlieden hoegenaamd het recht niet hebben eene andere stem te hooren dan deze van den pastoor en een ander kiesrecht buiten de denkwijze van den baron uit te oefenen. Schoone vrijheid, niet waar Het is sedert lang geweten en gekenc dat in de dorpen geen vrij dagblad noch boek mag worden gelezen, op straffe van buiten de sacramenten gesteld te wor den. De pastoor zendt zijne heilige kom- meeren van tap en congregatie op be spieding uit, en spoedig komt hij te weet welke dagbladen in zijn dorp gele zen worden. Dan neemt de jacht aauvang en wie durft weerstaan wee hem, zoo hij kan ten onderen gebracht worden. Men ziet op den buiten niet anders meer dan kwezelaars, die er geen graten zouden in zoeken eens op de liberalen te kloppen als Stoffel op zijne kat. Meermalen heeft Dendergalm benevens meest al de andere liberale bladen de onverschilligheid van sommige mannen geschandvlekt over 't algemeen noch tans ziet men te veel den invloed over t hoofd, welke die onverschilligheid op de massa heeft. Het is zeker niet voldoende de oorzaak van den toestand op dezen of genen te schuiven en lichtzinnige beschuldigin gen uit te brengen het ware onredelijk iemand te verdanken op enkele woorden of feiten maar wanneer de vermoedens zoo gegrond, de feiten zoo welsprekend en talrijk, de bewijzen zoo klaarblij- kend zijn dat ze geen het minste spoor van twijfel toelaten dan heeft men ook geene vrees meer te koesteren alles in zijn waar daglicht te plaatsen. Wij eerbiedigen elke oprechte, poli tieke denkwijze en alhoewel onze partij- vlag breed genoeg is om alle wijzigin gen t9 vereenigen dan kan ze toch geene Christiaau en gij zijt zeer schoon. Mejuffer Lyle keek verwonderd op. Heb dank zegde Marie ernstig en zon der de oogen neer te slaan Ik ben blijde dat gij zoo denkt. Christiaan zelf was door zijn kompliment verbluft. De woorden waren hem ontsnapt, en hij was de jonkvrouw dankbaar dat zij het kompliment zoo kalm en bedaard aannam. Ik heb altijd iets aan haar te bedillen zegde mejuffer Lyle haastig om Christiaan uit de verlegenheid te helpen. Zoo, bijvoorbeeld, zij draagt heur haar niet goed. Ik zou haar willen volmaakt zien. Ik kwam zegde Marie opstaande om mij aan te bieden als eene leidsvrouw. Indien er iets is waarin ik behagen vind, dan is het aan vreemdelingen onze schoone plaatsen te toonen. Ik dacht Merlin te zenden met de boot om mijnheer Pembroke onze prachtige inhammen te laten zien,» zegde mejuffer Lyle doch indien gij hem vergezellen wilt, Marie, ik denk niet dat te moeten beletten. En wilt gij niet meekomen vroeg Chris tiaan. Neen, 't is mij te moeielijk in en uit de boot te gaan. Ik aanschouw de natuur van uit mijn balkon, en acht mij gelukkig dat ik een balkon heb. In vroeger tijd keek ik uit mijn dakka mertje naar het volk in de straat. Ik wist dat gij niet zoudt gaan zegde Marie daarom kwam ik mijne diensten aan bieden. Merlin kan met mijnheer Pembroke niet praten Merlin spreekt geen Engelsch, en ik kan mijnheer Pembroke alles uit een doen, als hij mij tot leidster aanvaarden wil. Ik zou slechts willen weten hoe u over uwe goedheid te bedanken zegde Christiaan. Ja, jonkvrouw Marie Chailoner is een goed meisje ze«de mejuffer Lyle doch ik weet niet of het enkel goedheid is in dees geval. Zij leidt een triestig leven hier en terwijl gij hier personen omvatten wier princiepen met nevenbedoelingen omhuld zijn. Voor ons is elk plichtig, die zijne bij treding tot eene partij op eigen belang steunt of die door hunne daden in tegen strijd zijn met de beginselen, die ze zeggen te belijden. Hij, die zijne kinderen aan paters en nonnen toevertrouwt hij die enkel katholieke bladen in huis heeft hij die schittert op liberale feesten en concer ten en liberale uitstapjes meemaakt maar nooit te vinden is wanneer ernstig werk te verrichten of propaganda te maken is verdient den naam van libe raal niet waarmeê hij in 't openbaar toch zoo graag pronkt. Zij beseffen dat de naam klerikaal hen de algemeene verachting zou berokke nen en tegenover iedereen zullen zij staande houden dat niemand meer libe raal is dan zijwijst hen op Jhunne werken en zij zullen u spreken van klienteel, van stoffelijke belangen, en voorbeelden aanhalen van hooger ge plaatsten in de partij, die hun tot lea hebben gestrekt. Niets dan eigenbelang! Hij die hoopt op een winstgevend ambt, in een of ander bestuur, zal de weldaden zijner partij,de deugden harer leiders tot in de wolken verheffen en door woordengekraam zijne rechten trachten te doen uitschijnen maar een3 de plaats ingenomen verdwijnt hij van het tooneel. Eigenbelang was zijne drijfveeer Van den anderen kant het vuur, dat sommigen slechts in kiezingstijd bezielt volstaat niet om alle harten te doen ont vlammen, aan de eenvoudige soldaten dien geestdrift, aan de twijfelachtigen dien moed in te boezemen welke de voorboden der zegepraal zijn. Heden als vijand tegenover elkander en morgen op jacht-en feestpartijen ver- eeaigd doet twijfel oprijzen in eenvou dige harten. En wat is het gevolg van dit alles Dat de onverschilligheid en het eigen belang eene ingewortelde plaag worden; dat de nederigen, de werkers, die de ziel van het politiek lichaam uitmaken moedeloos de taak van zich afwerpen en dat de paitij kwijnt en.... sterft. Een troost blijft nog aan de werkers. Sterft eene partij dan rijst eene nieu we op met jonge krachten en nieuwen ijver bezield, die welhaast al de over tuigde strijders vereenigt en eenen uit- gebreiden werkkring aan de ontmoe digden biedt. De klerikale partij heeft dergelijken zijt, zal het mij genoegen doen als gij haar een jaar aangename dagen kunt bezorgen... Marie, wilt gij Merlin gaan zeggen de boot in gereed heid te brengen Ik weet dat i uit de kamer gezonden word, gelijk men niet de kinders doet, als men iets wil zeggen dat zij niet mogen hooren... riep Marie lachend en ging hare boodschap doen. Zij is niet misdeeld zegde mejuffer Lyle als de deur achter haar toeging en ik hoop dat gij verstandig zijt Christiaan. Ik houd zeer veel van jonkvrouw Marie doch ik zegde u, ik had u liever hier gehad, op eenen tijd dat zij wat meer te huis zou moeten blijven... Gij hebt haren vader gezien Wat denkt gij van hem n Ik heb hem te weinig gezien om mij een gedacht van sir Challoner te kunnen maken. Goed I Ik zal u tijd laten om hem te oor- deelen; doch ik moet u zeggen, mijnheer Chris tiaan, dat uw vader en sir Challoner en ik te zamen den levensweg begonnen hebben. Wij waren alle drie arm om te beginnen. Sir John, denk ik, is thans zeer rijk... Gij weet of uw vader rijk werd ik weet het niet.Maar indien lij rijk werd, dan moet het geld met geweld in zijne kas gekomen zijn. Mijn vader bekommerde zich nooit om geld zegde Christiaan, trotsch. Ik hen arm en verheug er mij op. En ik ook, mijn lieve... Welnu, let hierop mud goed uwe onafhankelijkheid staande, tracht een vriend van dit meisje te worden, indien gij wilt speel den bevallige met haar... indien gij wilt... maar maak geen gek van u zeiven... Dat is al... Wel, Marie, is Merlin gereed Marie stond weer in het balkon, bloeiend aan gezondheid en schoonheid. Gij wordt ben schoon meisje zegde me juffei Lyle. Een kompliment van u is goud waard zegde Marie en... ditmaal bloosde zy. (Wordt voortgezet). DENDEFGALM

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1