Lieve Jonkvrouw Trotschhart Abonnementsprijs LIBERAAL WEEKBLAD VOOR 5 fr. voor de stad. 5 fr 50 voor den buiten, PRIJS PER NUMMER: 10 CENTIEMEN. voorop betaaibaar. Men abonneert zich op alle postkantoren voor den buiten voor de stad, ten kantore van het blad, 10, Vooruitgangstraat 10, Aalst. HET ARRONDISSEMENT AALST. Gewone, 15 centiemen Prijs der Annoncen v Reklamen, 75 centiemen drUkre9el' Vonnissen op de deide Hadzijde, 1 frank. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aan _bet blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. Nee spe nee metu. AALST, 11 JULI. Buitenlandscli politiek overzicht. Holland, Het ministerie heeft zijn gezamentlijk ontslag ingediend. De li berale partij, welke in de laatste alge- meene kiezingen de meerderheid be haald heeft komt thans aan 't bewind. Frankrijk. De Kamer heeft dewets- ontwerpen gestemd welke het ministe rie voor de verzekering der fabriekwer kers had voorgesteld alsook de inrich ting yan eenen algemeenen Werkraad. Het Senaat heeft bepaald dat de vrou wen niet langer dan 11 uren en de kin deren boven de 15 jaren niet langer dan 10 uren mogen werken. Engeland. Keizer Willem is met buitgewone plecht ontvangen gewor den groote feestelijkheden hebben ter zijner eer plaats gegrepen. De wet op de kosteloosheid van het onderwijs is met eene groote meerderheid door de lagere kamer gestemd. De partij van Parnell heeft eene gevoelige nederlaag ondergaan in eene verkiezing te Carloso. Haar kandidaat is met 2200 stemmen minderheid op 5200 kiezers geklopt geworden Rusland. Men maakt hier groote toebereidselen om de Fransche vloot plechtig te onthalen. Niet minder eer is haar te Kopenhagen en te Stockholen te beurt gevallen. Terwijl alzoo Frankrijk, Denemarken, Zweden en Rusland zich verbroederen, zien wij langs den ande ren kant Italië en Duitschland vooral alle pogingen aanwenden om Engeland bepaald bij het drievoudig Verbond te krijgen. Deze aaneensluitingen kunnen niet anders dan den vrede voordeelig zijn. Katholieke werklieden. Eenige dagen geleden hielden de ka tholieke werkmanskringen hunne al- gemeene vergadering te Parijs. Werkmanskringen is misschien wat veel gezegd.Wat men aan het hoofd dier kringen ziet, zijn louter groote heerenpriesters, enz.; werklieden geene. Onder andere groote bazen, vinden wij als leden van het bureel Monsei gneur de Kerknaëret, de E. H. du Lae, MM. de la Bouillerie de la Guillonnière enz., terwijl onder het publiek zich bevonden M. de markies de la Tour du Pin, M. de burggraaf des Marolles, M. de graaf de Bonvouloir, M. de markies de Moussac, M. de graaf de Thiollière, M. de graaf de Nicolaï, enz., enz. De algemeene secretaris is ook een graaf M. de Mun. Het Werk der ka tholieke werkmanskringen staat onder de bescherming van... de bisschoppen van Frankrijk. Indien het nog noodig ware te wijzen op de rol, welke hier de arbeiders te spelen hebben, zouden de namen der beschermers en der leiders van het werk volstaan om alles duidelijk te maken. De arbeider, voor die heeren, is een lijdzaam wezen, zonder denkvermogen, onbekwaam om in zijne eigene behoef ten te voorzien, een onmondige, die zijne eigene belangen niet goed weet ter harte te nemen. Hij moet een gehoorzaam, blind werk tuig zijn in de handen der edele heeren, die zich wel willen gewaardigen hem aan den leiband te leggen. Zij maken er overigens geen geheim van het doel van het werk isde voor schriften der laatste pauselijke Fincy- cliekte volgen. De groote volksbeweging welke zich voorbereidt, dreigt de hui dige maatschappij geheel hel onderste boven te keeren. Dit voorzien de gra ven en de markiezen wel daarom zeg gen zij de volksbeweging, door ons geleid, kan onze belangen dienen. Ge beurt zij zonder ons, dan is het te vree zen dat het met ons en onze heerschap pij over den minderen man de arbei der is voor hen steeds eene mindere voor goed een einde neme. De clericalen pogen dus het volk on der hunne macht te houden. Naar het voorbeeld der socialisten, stichten zij sa menwerkende maatschappijen van ver bruik, verzekering tegen brand, onge vallen, en op het leven. Zij stichten ban ken van leenin ten dienste der werk lieden alsook onderstandskassen, richten syndicaten op,en verzoeniugskamers om te oordeelen over de geschillen tusschen bazen en patroons. Maar al deze instellingen worden be heerd door de papen. De -werklieden mogen er deel van maken op voorwaar de dat zij zich geheel en al onderwerpen aan de bevelen des meesters, en blinde lings de richting volgen, welke deze hun aanwijzen. Zooals het in Frankrijk gaat, zoo gaat het in België. Onze TambocPs van allen aard zijn ingericht zooals de fran sche vereenigingèn. Ook hier staan pa pen en groote nobele heeren aan het hoofd ook hier moet de arbeider zich tevreden stellen met de nederige die naar te wezen zijner geestelijke en wereldlijke oversten. Wie anders denkt, wie durft gewagen 9. Vrij naar 'f Engelsch. KAPITTEL V. JONKHEID. Met de t.eedere schoonheid der maand Jum straalde de zon en spreidde eene zachte wel doende warmte rond. Al den invloed van dezen prachtigen zomer dag gevoelde (Jhristiaan Pembroke toen hij jonkvrouw Marie Challoner naar de baai ver gezelde. Dit was de eerstemaal zijus levens dat hij met een bloeiend meisje de helling van eenen heuvel bewandelde. Voor Christiaan Pembroke was jonkvrouw Challoner eene volmaakte schoonheid, alhoewel andere jonkvrouwen zonder twijfel in ieder van hare trekken, in hare tint, in hare bewegingen menigvuldige gebreken zouden ontdekt heb ben. Waren hier andere jonkvrouwen geweest om bij haar vergeleken te worden, misschien zou Christiaan zelf hebben gevonden, dat er zijn die meer bewondering verdienden edoch, daar deze leiddraad hem ontbrak, zoo bleef hij in de volheid van zijne begeestering. Naar de baai, alwaar de boot lag, was de weg een steil en kronkelend voetpad dat over het kleine landgoed van mejuffer Lyle liep. In den eerste was Christiaan wel wat verle gen moeilijk zou het hem zijn, dacht hij, te ■preken met eene engelachejoukvrouw die, zoo als hij meende, tot den hoogen edeldom be hoorde. Met jonkvrouw Challoner evenwelwas deze vrees geheel ongegrond. Als zij het voetpad afstegen, bleef de jonk vrouw staan en zag eens om Mejuffer Lyle zat in haar balkon, en keek, op hare handen ge leund, beide achterna. Zij glimlachte, en knikte en hernam dan hare vroegere houding met eene uitdrukking van bedaarde droefgeestigheid. Zij is eene schilderij zegde jonkvrouw Challoner tot Christiaan alles wat zij doet schijnt gedaan te zijn als om uitte schilderen, en nooir denkt zij eraan... Zij moet eene ge schiedenis hebben in haar verleden leven... Kent gij die geschiedenis Ik ken ze niet. Neen, ik weet anders niets dan dat me juffer Lyle en 'mijn vader oude vrienden waren... En, zie, 'k ben als bedwelmd mij hier te vinden, niet wetende waarom ik hier ben, en waarom iedereen zoo vriendelijk is jegens mij... Somwijlen twijfel ik eraan, of ik wel de eigen lijke persoon ben voor wien mejuffer Lyle mij neemt. Welzoo, gij weet niets aangaande mejuffer Lyle? Met weinige woorden verhaalde Corisliaan aan Marie alles wat hij wist. Dat mocht hij wel aanstonds doen, want hij gevoelde dat hij voor Marie niets verborgen houden kon. Zij luisterde met groote aandacht en zweeg een oogenblik. a Het is wonderlijk zegde zij en dat schijnt treurig. Ik weet niet wel waarom maar ik begrijp dat zij veel aan u houden moet. En ze wierp een rappen blik op Chris tiaan als om op zijn gelaat te lezen of hij ook zoo dacht. Ik heb gehoord aldus voegde zij er na eene pooze bij dat mejuffer Lyle eens eene groote kunstenares is geweest... eene zan geres... dat zij zeer vroeg de wereld verlaten van een vrij, onafhankelijk leven, wordt ongenadig verstooten Aan onze vrijzinnige arbeideis geven wij den welgemeenden raad blijft verre van die clericale krochten, waar men u, naar lichaam en geest verslaaft De klerikale tijd. Niemand kan ontkennen dat de klerikale partij geen goed gebruik van haar meester schap maakt om al de krachten des lands ten haren voordeele op te slorpen. De katholieke geestelijkheid geniet uit de schatkist meer dan 5 millioen per jaar zij beschikt over duizende kerken en pastorijen de kerkfabrieken bezitten groote inkomsten en ontelbaar zijn de gemeenten die toelagen ver gunnen bij de jaarwedden van pastoor en ka- j pelaan. Toen de klerikalen in 1884 aan het roer kwamen, was hun eerste werk het openbaar onderwijs te vernietigen en de kloosterscholen als eene nationale instelling te doen doorgaan en met groote hulpsommen te bevoordeeligen. Thans is ter Kamer eene wet op de onder- staudswoonst in behandeling, en deze wet is eene ware kloosterwet, voor gevolg hebbende de nonnenkloosters als hospitalen en ouder lingenhuizen te erkennen en recht gevende op de hulpsommen van Staat, Provincie en Ge meente. Wij wijzen op dezen toestand onder alle opzienten treurig en gevaarvol. Mochte zoo spoedig mogelijk de openbare denkwijze, 't is te zeggen het liberaal gevoelen ontwaken met kracht en vuur om het land uit het strop dei- zeeldraaiers te verlossen, naar 't voorbeeld van Holland. Mijnwerkers en Kanunniken. Het Journal de Bruxelles was onlangs boos omdat de Gazette zich had veroor loofd eene vergelijking te maken tus schen mijnwerkers en kanunniken eene vergelijking niet ten voordeele der mijnwerkers. Volgens het Journal heeft de Gazette de waarheid verdraaid en zijn het niet de mijnwerkers maar de kanunniken die het meest te beklagen zijn. Hoort liever. De kanunnik heeft langdurige, wijs- geerige en godgeleerde studiën moeten doen.Toen was hij niets, terwijl de mijn werker, van jongsaf het onuitsprekelijk geluk genoot in de mijn te mogen wer ken en geld te verdienen. Later begon de kanunnik als onder pastoor op een dorp en trok 600 fr. De mij eer won er reeds 1100 1200. Nog later werd hij pastoor met eene jaarwedde van 980 fr. en 3 a 400 fr. bij komende profijtjes. De mijner won nog altijd 1100 a 1200 fr. De toestand van den heer pastoor was dus alles behalve benijdenswaardig. Met dat mager traktementje kon hij onmoge lijk de twee einden aaneen knoopen, en heeft en naar hier is komen wonen. Papa kent haar sedert lange jaren en 'k geloof dat hij thans hare geldzaken bestuurtdoch zeker zou het hem onaangenaam zijn moest ik hem daar over ondervragen, en,daarbij, ik weetgenoeg... Ik «-eet dat ik haar zeer liefheb en dat gij haar ook zult liefhebben, zoo niet alreeds. Hier werd de samenspraak door een zeld zaam geroep afgebroken. Het was Merlin, die in zijne boot naar hen wachtte en huil aldus zijne tegenwoordigheid deed kennen. Toen Christiaan jonkvrouw Challoner de hand gaf om haar in de boot te helpen stappen, keek hij om, en zag mejuffer Lyle nog altijd in haar balkon zitten op de balustrade geleund. Voor Christiaan was het een gelukkige dag een dag die voorbijging als een droom. Welke schilderachtige tafereelen mocht hij hiervan op het water bezichtigen! Eu jonk vrouw Marie zorgde ervoor dat er hem niet één zicht ontsnapte. Zwijgend, zooals de geheimzinnige schipper uit de arabische vertellingen, roeide Merlin beide voort. Schitterend hing de zon hoven hun hoofd. De lange smalle zeestreep, tusschen het land ingesloten, was helderblauw en doortin- tekl met licht.De wouden kwamen somwijlen als van de heuvels tot aan den boord van het water gekropen. Hier en daar waren er schoone plaatsen te zien waarmee de eene of andere legende in verband stond. Doch weinig belang scheen Christiaan te hechten aan al de schoone zichten waarop Marie zijne aandacht poogde te vestigen, altijd zocht bij het gesprek op haren eigen persoon en op hare levenswijze terug te brengen. Maar gij luistert niet zegde zij eindelijk tot Christiaan, die, in den achterboeg van de boot gezeten, eene hand door het water glijden liet en haar tegelijk bezag ik hen eene goede voorzeker ware hij gansch ten onder ge gaan, hadde de goede God hem niet met eene geruste ziel begaafd, zoödat hij, menheer pastoor, ondanks alle ontberin gen, in heiligheid en zwaarlijvigheid groeide zoowel als zijne meid, die al zijn lijden deelde, derwijze dat de deur der pastorij en de slaapstee moes ten v;erbreed worden. De mijnwerker integendeel was ma ger gebleven, mager als brood, mager als een misouwel, omdat hij ontevreden was en zijn fabelachig groot loon roeke loos verteerde aan aardappelen met azijnsous en amerikaansch spek, en zijne vrouw en kinderen prachtkleeren van vijftien centen de el, liet dragen. Wie aldus het lieve geld verkwist, kan onmo gelijk vooruitgang in de wereld maken. Na aldus 25 tot 30 jaren aan de studie en de veelvuldige plichten van zijn hei lig ministerie besteed te hebben, werd menheer pastoor,eindelijk, tusschen vele honderden, uitverkoren en door mon seigneur tot kanunnik uitgeroepen, en werd zijne jaarwe 1de op 2000 fr. ge bracht, amper zooveel, zegt het Journal de Bruxellesals een spoorwegklerk van 2e klas wint Dan verdient hij meerdan de mijnwer ker maar, verre van dit geld te mis bruiken of te verbrassen aan drank en goeden sier, geeft hij het uit aan gods dienstige instellingen, aan de armen,aan de ongelukkigen en toch zet zijn buiksken zich gedurig uit, is zijn kelder gevuld met lekkeren Bourgogner, zijn linnenkast met fijne linnen, zijne keu ken met alles wat er in hoort en ziet zijne meid er poezelachtig en florissant uit. Eu de mijnwerker die heeft zijn geld aan overtolligheden verkwist. Eerst heeft hij eene wettige vrouw genomen wat de kanunniken niet doen dan kinderen gekweekt en op zijnen naam laten op schrijven wat de kanunniken niet doen vervolgens voor vrouw en kin deren gewerkt wat de kanunniken niet doen. Hij heeft vrouw en kinderen ziek ge had, is somtijds broodeloos gesteld ge weest, omdat hij durfde klagen dat zijn loon te gering was en aardappelen met azijnsaus geen versterkend voedsel wa ren. Allemaal zaken waaraan veel geld wordt verbrast en welke de kanunniken zich niet op den hals halen. De mijnwerker, in stede zijn geld zorg vuldig te bewaren en er mijnaandeelen voor te koopen, heeft wekelijks eenige centen naar zijnen Bond gedragen en wanneer de bondskas tamelijk gevuld was, het werk gestaakt om nog meer te verdienen, ofwel oinzijne politieke rech ten te bekomen. leidster, meen ik, alles ken ik hier in 't ronde maar, wat baat het, gij luistert niet... Ik hoor u liever over u zeiven spreken... Maar hebt gij dan geene oogen voor dien prachtigen inham hier, met die berkenboomen welke juist buiten het water staan Ziet gij de schoonheid van dit landschap niet? Ha, indien gij hier woondet, gij zoude tinten, bladeren, water, alles bestudeeren... Wel zie ik de schoonheid daarvan maar ik hecht meer aan de schoonheid van.... Christiaan was beschaamd hij was op het punt te zeggen dat hij meer belang in uare sehoonhfid stelde doch hij weerhield zich in tijds en zegde - ik viud er nehagen in als in een geheel, doch ik ben misschien nog niet lang genoeg hier om er de bijzonderheden van te waardeeren. Ik zie, gij zijt onverschillig voor de tafe reelen der natuur. Toch niet, maar ik heb mij altijd te veel met andere dingen moeten bezighouden... Hier is alles nieuw voor mij en al die nieuwigheden brengen mij in de war, en dat ik mijn eigen meester ben verwart mij nog meest van al. Ja, gi) hebt uwen levensweg nog niet be gonnen, maar zult welhaast iets moeten aan vangen. n Ja, als ik zal weten wat. Laat hooren Hebt gij geene bijzondere neiging Hoe oud zijt gij De jonkvrouw sprak op een meesterachtigen toon, alsof zij de oudste van beide ware. Rond de twee-en-twintig.i. Zoo oud Dat had ik nooit gedachtzegde zij hem met groote verwonden!:' oogen bezien de. «Zeg mij nu of gij geene bijzoudevo neiging hebt. Sedert ik te Londen ben, ben i: jeerue. Dat is de grootste neiging die ik voel Heeft men ooit zoo iets van de kanun niken beleefd Het Journal de Bruxelles beeft gelijk. De mijnwerkers spelen met hun geluk, verbrassen hui? geld en blijveu arm, ter wijl de kanunniken geene hoegenaamde buitensporig heden begaan, geen wettige slaapkameraden en huilende kinderen moeten voeden en bijgevolg elke dag een appeltje tegen den dorst kunnen weg leggen, zoodat zij, na lange jaren zuinig, kuisch en tevreden geleefd te hebben, eindelijk, buiksken vol en harteken rust, in den heer ontslapen en hiernamaals do belooning te erlangen, den rechtvaar dige toegezegd. Mijnwerkers, en gij allen, werklie den, die uw geluk niet beseft, neemt een voorbeeld aan de kanunniken. Nieuwe belastingen. De Kamer heeft belangrijke wijzigingen gebracht aan de wet op het patentrecht, ten gevolge van welke handelsmaatschappijen die bijvoorbeeld 75 fr. patentrecht 's jaars betaal den,er voortaan 40Ü0 fr. per jaar zullen moetan afleggen. Nu schrijft men uit Brussel aan een minis terieel omgaan Dit is nog maar een begin, want M. Beër- u naert heeft aangekondigd dat hij, getroffen door den huidige*) toestand,- bevolen heeft eene studie te doen tot herziening van gehetdo de patentwet, en dat dit werk reeds zeer ver was gevorderd. Tusschen de nieuwigheden die hij zal vöor- i stellen, bevindt zich de afschaffing van- het bestaande maximum der patenten van de kleinhandelaren, winkeliers en neeringdrij- vers van allen aard. Als dit maximum zal afgeschaft zijn, zal men die patentplichtigen doen betalen in evenredigheid van de som der zaken welke zij doen. En de klerikalen hadden beloofd de belas tingen van M. Graux af te schaffen. Weinige vleiende vergelijking. Frankrijk bezit 66,340 offioieele scho len. In clit cijfer zijn de ^kindertuinen niet begrepen. België, met eene bevolking zes maal geringer dan Frankrijk, telt 16 maal minder scholen, hetzij, 5,015 lagere ge meentescholen. Frankrijk bezigt voor den dienst van het eigenlijk gezegd lager onderwijs 100,193 onderwijzers en onderwijzeres sen. België bezigt 13 maal minder onder wijzers en onderwijzeressen, hetzij, 7.727. De openbare lagere scholen van Frank rijk tellen 3,446,851 leerlingen. In Bel gië is de bevolking dier scholen 433,378 leerlingen, dat is nog het 1/10 niet der fransche scholen. Maar, ziet ge, (en dit is 't voornaam- lk kenne Londen niet wel. Daar hoop ik te wonen rond het einde van 't jaar. Dan moet gij mij Londen aftoonen. Alleen maar, op dezé wijze zullen wij niet zoo gemakkelijk te zamen kunneit gaan... Ongelukkig, neen zegde Christiaan met eeu zinkend hart, denkende in welk gezelséhap Marie te Londen verkeereu zou in het ge zelschap van edellieden. Mijnheer Christiaan, laat ons hier landen en eene kleine wandeling doen, zegde Marie Merlin zal op ons wachten. In dat woud daar moet gij eenige wegen doorkruisen. Daar kom ik jfoo geern'e wandelen... Zijn wij niet geluk kig deze kleins smalle baai te li9bbeo Zij M schoon als eene rivier, en toch is het de volle zee... Van hier kan ik den gezichteinder zien van de groote zee die gij zijt doorgevaren. Niet juist dezelfde zee... Ho, ik kende aarderijksbeschrijving... De zee is de zee. Mijn grootste plezier is iu 't wöïïd te slaan, dicht bij den oever van de zee, en van hier naar den gezichteinder te kijken, wetende dat het dezelfde zee is die de kust bespoelt van Italië, van Griekenland, van Egypte en Arabië... En van Japan en Californië zegde Christiaan om zich wat in haar zicht te stellen. Neen, er -s te weinig poëzij in die landen ik bekivun er mij niet om. Toch ja, omdat gjj er geweest zijt... Zeer natuurlil'k, iedereen be kreunt zich om een land die een vriend heeft die daar geweest is... En nu, wilt gij mij uwe hand geven Ik dank u... Merlin zal hier wacht-ui. Zij stapten aan land en begonnen een kron kelend pad op te klimmen. Wordt voortgezet). i +P*- ~<s y •'y<*V| ij J VAM

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1