Lieve Jonkvrouw Trotschhart 6de Jaar. LIBERAAL WEEKBLAD YOOR 5 fr. voor de stad. AbonnementsprijsI r 5 fr 50 voor den buiten, PRIJS PER NUMMER 10 CENTIEMEN. voorop betaalbaar. Men abonneert zich op alle postkantoren voor den buiten voor de stad, ten kantore van het blad, 10, Vooruitgangstraat 10, Aalst. HET ARRONDISSEMENT AALST. Gewone, 15 centiemen Prijs der AnnoncenJ Eeklameni 75 centiemen per drukregel. Vonnissen op de dei de bladzijde, 1 frank. Men maakt melding van elk werk waarvan een exemplaar aan het blad gezonden wordt. Handschriften worden niet terug gezonden. Nee spe nee metu. AALST, 22 AUGUSTI. Kiezingen in 1892. Overal zijn de kiezerslijsten aange plakt, welke zullen dienen voor de kie zingen van 1892. Al onze vrienden, die recht hebben daarop te staan, zullen goed doen dezelve aandachtig na te zien en bij geval hunnen naam er niet op ver meld is, daarvan kennis te geven aan de liberale vereeniging hunner plaats. Wij sporen allen aan onmiddelijk on zen raad te volgen niet te wachten, want uitstel is achterstel, en het is noo- dig dat in 1892 niemand achterblijve. In 1892 zullen de kiezers te oordee- len hebben over de herzieningskwestie. 't Is in 1892 dat de groote slag zal gele verd worden, welke België moet ont rukken aan de handen van het clerica- lisme en het volk ia staat stellen zijne stem in de Kamers te laten hooren. Wij| naderen tot een der plechtigste oogenblikken van ons bestaan tot een keerpunt in de staatkunde onzes lands, waaruit vrede en geleidelijke ontwikke ling des volks, of gedurige onrust en opstanden moeten voortspruiten, naar gelang de cijnskiezers zullen bezield zijn door gevoelens van rechtvaardig heid of door stijfhoofdig vasthouden aan hun voorrecht. Daarom kunnen wij niet genoeg onze vrienden, die het kiesrecht bezitten, aansporen zich te vergewissen of hunne namen op de kiezerslijsten zijn geschre ven en in ontkennendgeval geenemoeite te sparen om hun recht te doen gelden. Daar zit de knoop. Het klerikaal ministerie is in 1887 begonnen met ons 24 millioen voor de Maasi'orten te vragen. In 1888 na volledige studiën wer den er 54 millioen geëischtin 't begin van 1891 verklaarde de minister dat er 64 millioen noodig waren en nu is men reeds tot 72 millioen geklommen.i Zullen wij aan 't staartje zijn Wij gelooven het niet. De klerikale pers legt nu al de verantwoor delijkheid van die misrekening op de onbe kwaamheid of onoprechtheid van generaal Brialmont. De regeering, de Kamers en het land zijn door diegenen gefopt gewordeu, in welken zij het meest vertrouwen mochten stellen, schrijft Denderbode. Maar is generaal Brialmont niet de onder- hoorige van den minister van oorlog en is het geen plicht voor deze de voorstellen van gene te onderzoeken en zijne berekeningen na te zien? Als M. Brialmont schuldig is, zoo als men beweert, dan is M. Pontus insgelijks schul dig en schuldiger nog, want hij, minister, moet de geheele verantwoordelijkheid dragen van de kolossale geldverspilling door zijnen onder- hoorige gepleegd. Minister Pontus heeft dit zoo wel begrepen dat hij in de Kamer generaal Brialmont tegen 15. Vrij naar H Engelsch. Dat was zeker wel wat hij meende, zegde Christiaan. Marie, gij hoort het mijnheer Pembroke is van mijne meening. Mijne Pembroke is eene autoriteit,zegde Marie ernstig. Natuurlijk, liefste Gij ziet het, de groote moeielijkheid van de toekomst is de wet in overeenstemming te brengen met de vrijheid. Doch met de Wet van Vrijheid ware het vraagstuk opgelost. Dat meende uw groot man. Hoe is zijn naam? Ik, denk, het is Goethe, zegde Chris tiaan. Goethe! Natuurlijk, ik lees zoo geerne Goethe, ik meen, ik lees hem niet geerne, ik las hem geerne... Gij hebt veel gelezen, mijn heer Pembroke, ik ben zeker... Wij hadden in Japan niet veel anders te doen dan lezen. Japan 1 Gij leefdet in Japan O, ik zou in Japan willen wonen, niet woner, maar rei zen. Zij gaan goed vooruit in Japan, is het niet zoo Niet wat wij vooruitgang noemen natuurlijk. Ik vrees, mijnheer Pembroke weet niet bepaald wat vooruitgaan is, zegde Marie schalksch. Ik geloof, niemand weet het zegde kapi tein Cameron." Weet gij wat, Isabel? Gij zoudt moeten doen gelijk in het fransch leger met de nieuwe rekruten. Om hun den rechter- bij den linkerkant te leeren onderscheiden, de woeste ^aanvallen van eenige klerikale Woesterikken verdedigd heeft. Hij wist wel, zoo hij het hoofd der genie van onbekwaamheid of onoprechtheid liet beschul digen, dat dit verwijt met nog meer kracht op zijnen ministerieelen rug te recht kwam en indien men generaal Brialmont van kant stak minister Pontus niet blijven kon, te meer daar er nog ander meesters waren. Ja, het land is gefopt geworden, maar door wie In de Senaat heeft de klerikale M. Van Put gezegd dat minister Beernaert ,de schuldi ge is. Volgens ons pastoorsblad heeft de regee- ring te lichtzinnig gehandeld met de plans en de bestekken zoo maar gewillig voor echt aan te nemen Maar de schreeuwers van geen man, geen kanon, geen paard meer hadden niets aan te nemen, nog voor geen enkel franksken meer. Dat was hun plicht, volgens hun pro gramma en al hun beloften. Denderbode spreekt van de politieke eer der liberalen in deze,kwestie wel de klerikalen hebben hier zelis geene politieke eerlijkheid meer. Alles hebben zij vergeten, hunne plech tigste eeden verbroken. Wij hebben verleden week aangehaald hoe Denderbode, Woeste en geheel de papenkliek xegen verhooging van krijgslasten over 7 jaren donderden. Nu, met gevouwen handen en op de knieën, stemmen zij 72 millioenen voor de Maasforten en zullen er 100 stemmen als het zijn moet. Daar zit de knoop, maar ons leugenaarsblad wacht zich wel van er aan te komen. Hij zou zich de vingers verbranden. Tegen de vrijheid. In zijn verslag over de herziening der Grondwet verklaart Mr De Smet-De Naeyer zich tegen het algemeen stem recht omdat het volk er maatschappe lijke hervormingen van verwacht en omdat elders dit kiesstelsel eene inkrim- ping der openbare vrijheden voor gevolg heeft gehad. Wij gelooven dat die Gentsche verslag gever een slag van den molen moet weg hebben, want grooter dwaasheid is er vast nooit geschreven geworden. Waar werden de openbare vrijheden door het algemeen stemrecht inge- knmpt In Frankrijk. Nimmer hebben onze zuiderburen meer vrijheid genoten. In Zwitserland Die kleine repu bliek staat aan de spits der beschaafde landen van Europa voor zijne vrijheden en zijne ontwikkeling. In Duitschland Sinds het alge meen stemrecht heeft de democratie er reuzenstappen gedaan. In Amerika Daar heeft het alge meen stemrecht het millitarisme gedood, de scheiding van Staat en eerediensten ingevoerd daar wordt de vrijheid van drukpers en vereengiug met de persoon- bindt men hun rond het linkerbeen hooi rond het rechter stroo, en zij kommandee ren hooi-stroo Wel doet de geavanceer- den ot die voor den vooruitgang zijn eene stroowisch dragen... Mijn broeder is een reactionnair zegde madame Zeegrave tot mijnheer Pembroke. Hij doet mij wanhopen aan zijne beterschap doch neen, niet wanhopen, zoo erg is het niet, hij zal nog tot inkeer komen. Hartelijk dank voor uwe goede inzichten zegde kapitein Camiron met een spotlach. O, ik voorzie het zegde de eigenaar dige dame mijnheer Pembroke, wij zullen dezelfde maatschappelijke gezindheid belijden., gij moet mij komen bezoeken in Londen 1 Ik zal u meenemen naar de Kerk van de Toe komst» en u als lid doen inschrijven... Mejuffer Lyle, weet ge dat ik onzen jongen Pembroke reeds voor de Kerk van de Toekomst heb aan geworven Wat allerliefste jongeling hij is maar, dat mag ik niet zeggen, het zou hem kunnen ijdel maken. Hij zal hier niet ijdel worden zegde me' juffer Lyle. Want ik zal mijn best doen om iedere goede meeniDg die gij hem van zijnen persoon inboezemt te ondermijnen, madame Zeegrave. Gij kunt niet zeggen, dat hij geen fraai spreker is zegde madame Zeegrave, alhoe wel zij Christiaan nauwelijks den tijd had gegund om één woord te plaatsen. Christiaan zegde mej uffer Lyle sir John Challoner verzoekt u vriendelijk heden met hem te dineeren... Ik zegde hem dat dit uw laatste dag is en ik u niet geerne den ganschen avond missen zou doch ik heb beloofd dat gij hem met onze vrienden naar de Hal zult vergezellen. Het ia dus uw allerlaatste dag hier ijk: vrijheid het meest geëerbiedigd. Als Mr De Smet uu het bovenstaande schijft, dau is hij een bedrieger ofwel een zinnelooze. Onbeschaamd De geheele schooloorlog is bij de clericalen nooit anders geweest dan eene colossale geld- klopperij op onze zakken ten voordeele van de klerikale kassen, en eene onbeschaamde po ging om door de scholen de winstgevende heerschappij van het clericaiisme in Belgie voor goed te vestigen. Een nieuw bewijs werd daarvan dezer dagen in den Provincieraad van West-Vlaanderen geleverd. Hoe dikwijls heeft men geschreeuwd, als men normaalscholen van den Staat sloot of af schafte, dat er onderwijzers te veel waren, dat men déclassés onbruikbaren aankweekte. Maar voor iedere staatsschool die verdween, rezen er drie, vier slechte klerikale kweekscho len in de plaats en aan deze misbakkerijen werd dan met kwistige hand het geld der Staats-Stads- enProvinciekassen toegeworpen Dat was dikwijls gezien, maar nog maar zel den werd het zoo onbeschaamd gezegd als in de zitting van 24 juli des Provincieraads van West-Vlaanderen. Wij lezen in Burgerwelzijn Schoolbeurzen voor de Normaalscholen. M. Claeys. Men gaf vroeger altijd 15,000 :'r. maar verleden jaar heeft men dit krediet van 5000 fr. verminderd omdat een verslag zegde dat er onderwijzers te veel zijn. Dit is 't geval met degenen die uit de officieële scho en komen, maar geenszings met deze der vrije normaalscholen. De 38 leerlingen der school van Thourout, die verleden jaar hun diploma ontvingen, zijn altemaal geplaatst en er zijn verscheidene vragen toegekomen die de voor- oopige benoeming verwekt hebben van leer lingen die middelerwijl hunne studiën nog moesten voortzetten. M. Bethune. Laat ons die weggelaten 5000 fr. wederom opteekeneu. Goedgekeurd. Onbeschaamd, he Welnu, wij verklaren dat, waar zulke din gen gebeuren kunnen zonder opschudding te verwekken, de openbare geest wel diep geval len moet zijn. En dat gebeurt in heel Belgie l>e kloosters. In ons laatste artikel bewezen wij dat de kloosters geen wettelijk bestaan heb ben. Nu zal menige lezer vragen hoe het mogelijke is dat onze moeder de heilige kerk, tegen de wet op, de stichting van kloosters toelaat, als de apostelen zeg gen dat de geloovigen, Bisschoppen in begrepen, eerbied en gehoorzaamheid aan den staat verschuldigd zijn. Wel, omdat de heilige kerk eene nieuwe godsgeleerdheid en zedeleer uit gevonden heeft, waar aan Jesus en zijne discipelen nooit hadden gedacht. Meent ge dat Paulus wist dat de kerk een staat was in den staat, zelfs een staat boven den wereldlijken staat Die prachtige uitvinding legt alles uit en verdrijft allen gewetenstwijfel. Maar wat spreken wij van twijfel Het bedrog is eene godvruchtige daad geworden, een middel om den hemel te verwerven. Wij zeggen de omwenteling heeft de kloosters afgeschaft. De kerk ant woordt die afschaffing is eene verdruk king. Is de kerk de bruid niet van Jesus Hij, die hare oppermacht betwijfelt verdient bestraft te worden als een straatjongen, zegt Paus Bonifacius. Ongelukkiglijk heelt de staat zijne gendarmen en de kerk kan hare heilige grondstellingen niet altijd in praktijk stellen. Toch houdt zij geene rekening van de wet, die de kloosters afschaft, omdat, volgens haar, de wetgever het recht niet heeft eene inrichting af te schaffen, die de kerk heeft gesticht. De wetten benemen mij mijne volko men vrijheid, zegt ze, maar ik besta on danks den wetgever, ondanks den volks wil. De natie heeft mij niets te zeggen en indien zij mij iets verbieden wil, zal ik spotten met haar verbod, en dit be drog zal ik godsvrucht heeten Ziedaar de vrijheid. Wij betalen de priesters om de zede- leer te verkondigen en zij prediken de verkrachting van de wet. Wij betalen de kerk om onderdanig heid aan de wetten aan te leeren, en zij antwoordtgij wetgevers hebt het recht niet de kloosters af te schaffen, en doet gij het, dan zal ik uwe wet nietig ver klaren en handelen alsof ze aiet bestond! Is er iets gemakkelijker Zoo zou de roover graag de wetten op den eigendom over 't hoofd willen zien De pauselijke zegen. Volgens het Handelsblad is 't kostbaarste aandenken, welk men uit Rome kan meêbren- gen voor ouders en kinderen, naastbestaandeu en vrienden, de bijzondere zegen voor den paus. Maar ieder vermoedt hoe moeielijk het valt zoo'n cadeau mede te brengen want de paus krijgt wel gaarne veel, maar geeft liefst wei nig, vooral aan leeken. Geen wonder dus dat menige huisvrouw dio, bij 't terugkeeren haars echtgenoots uit de eeuwige stad niet door hem, per procuratie van den paus, gezegend wordt, zeer teleurge steld en vaak heel slecht gestemd is. Wij zijn gelukkig te kunnen mededeelen, dat er zich nu voor alle geloovige zielen eene buitengewone gelegenheid aanbiedt, om geze gend te worden. Zijne hoogwaardigheid Monseigneur Vanden Bosch, bisschop van Lahore, is te Antwerpen aangekomen, met eene groote valies pauselij ke zegeningen. Wie er van hebben wil, begeve zich van beden naar de hoofdkerk van Antwer pen, waar algemeene uitdeeliug van den zegen zal geschieden aan allen die zullen gebiecht, gecommuniceerd hebben en drager zullen zijn van eene wel voorziene geldbeurs. Monseigneur Vandenpeereboom heeft be loofd bijzondere treinen in te richten. Lief hebbers van pauselijke benedictie, ver geet den offerblok niet En waar zijn Deze week hoorden wij het volgende gesprek tusschen een rondborstige libe raal en een fanatieke klerikaal van het zuiverste wijwater uit de gemeente Hofstade Liberaal. Zeg Jef, gij dient dat te weten, is gramschap nu geene zonde? Klerikaal. Zeker en dan nog wel eene hoofdzonde. En hoe grooter colère hoe grover zonde. Liberaal. Welnu, als er eene hel is, dan moet er Onz' Heer ook in. Hij kan zich kwaad maken als een Engelsch haantje en in zijn vel schieten als een hemeldragonder die tegen de liberale gazetten dondert. Klerikaal. Ge spot weer met heilige zaken. God kan niet zondigen, (bitter) Ge zijt 'ne geus Liberaal. Kalm Jef! Ha! God kan niet zondigen. Kent ge uwen catechis mus nog Klerikaal. (kwaad). Laat mij gerust Liberaal. Welnu in de I0e les wordt er gevraagd Wat vonnis zal Christus in het oordeel geven En 't antwoord is De goede menschen zal Hij met groote liefde tot zich roepen en hun den hemel geven maar de kwade zal Hij met UITNEMENDE GRAMSCHAP van zich in de eeuwige verdoemenis "jagen. Uitnemende gramschap is dat geen groote, zeer groote colère Eu heb ik niet gelijk als ik zeg dat Onz' Heer ook den ketel in moet De paap trok een gezicht als een elf- urenlijk en schoof er van onder zonder om te kijken. Nieuwe belastingen. Onnoodig te herhalen hoe vóór 1884 de kleri kalen van lastenvermindering geschreeuwd hebben. Eeus aan 't schoteltje bleven alle imposten behouden en maandelijks kwamen er nog nieu we bij of werden de bestaande verhoogd. Da laatste nieuwe is die op het vreemd vee, niet ten voordeele van den landbouwer maar wel ten profijte van de groote kooplieden in vee, met vroeg Marie. Mijn allerlaatste... Welnu, gij zult komen vroeg sir John beleefd. O, ja, hij moet komen be^al Marie. Ik moet komen, inderdaad; ik ben ver rukt,» zegde de verliefde jonkman, die waarlijk verrukt was. En bij zichzelveu dacht hij vermits ik besloten heb mijne liefdein het diepste diep van mijn hart te verbergen, hoe vriendelijker ik mij toon, hoe beter. Maar in deze diepten van ziju hart was er wellicht een troostend gevoel, omdat kapitein Cameron de eenige man was die sir John vergezelde. Toen zij omstonden om heen te gaan was Christiaan op het punt zijne plaats te nemen nevens Marie, en, inderdaad, zij noodigdehem uit met een vriendelijken blik. Maar de verve lende madame Zeegrave zegde Mijnheer Pembroke, ik smeek u, geef mij den arm... Zulken moeielijken trap. Robert, broeder-lief, als 't u belieft, bied den uwen aan jonkvrouw Challoner. Ik dank u kapitein, ik ben gewoon aan dezen trap zegde Marie. Natuurlijk, het oude liedje zegde de brave Légitimist. Zij veracht mijne hulp. Nooit heb ik de gunst van mijne Lieve Jonk vrouw Trotschhart kunnen winnen...Challoner, waarom temt gij dit meisje niet Ik denke, wij doen allen ons best om haar te bedervenzegde sir Challoner. Met mij doet zij wat zij wilt, dat is het oud liedje met mij, Cameron. Geef mij uwen arm, kapitein Cameron. Ik vraag hem nu, om u te toonen hoe goed ik ben zegde Marie als zij op de straat waren. Madame Zeegrave, Christiaan en sir John gingen te zamen achter hen kwamen Marie en kapitein Cameron. Zoo liepen zij in eens op Nathanaël Cramp, die met een donker gelaat langa de straat kuierde. O, gewis zegde madame Zeegrave ik ken dat gezicht. Christiaan knikte Nath vriendelijk toe; Nath naderde, nam den hoed af, en murmelde dat hij de eer had gehad aan madame Zeegrave te zijn voorgesteld geweest te Londen in de Toekomst-Hal. O, hoe kon ik vergeten...zoo welsprekend een redenaar, zoo diep een denker, 't Is mijnheer. Cramp, madame zegde Nath, met dit spijt dat hij niet eenen naam kon geven met twee lettergrepen. Cramp Natuurlijk, een zeer merkwaar dige naam, o, neen, niet merkwaardig in eenen onaangenamen zin neen, een naam om niet vergeten te worden... Mijnheer Pembroke, mijnheer Cramp, dien gij hier ziet, is een der kloekste steunpilaren van de Kerk der Toe komst... Goeden morgend Nath zegde Marie, die nu bij de groep kwam en den blozenden jonge ling hare hand reikte. Hallo 1 riep kapitein Cameron dit is mijn vrijdenkende... hij was op het punt te zeggen barbier, doch hij weerhield zich vriend uit de Wigmorestraat Inderdaad, ik heb u daar gezien. zegde Nath wantrouwig. Ik schaam er mij niet over... Allen glimlachten. Nath wilde alleen zeggen dat hij zich niet schaamde als coiffeur gezien te zijn geweestmaar zijne woorden klonkeu als of hij zeggen wilde, dat hij niet bloosde kapitein Cameron ontmoet te hebben. Zeer verplicht zegde kapitein Cameron lachend. Verschooning zegde Nath ik meende dat niet (eene lichte neiging tot nieuwe vroo- jijkheid was zichtbaar)ik meende slechts dat ik niet beschaamd ben daar geweest te zijn... Maar ik heb vaarwel gezegd aan mijn vroeger bedrijf. Gij hebt gelijk zegde Mario. Papa, gij kent Nath, den zoon van madame Cramp... Hallo mijne jonkvrouw Trotschhart riep Cameron. Ik zeg jonkman, gij hebt meer het voorkomen van een soldaat dan... van een' burger. Gij moest met mij komen en den koning dienen. Ik, ik ben een republikein, zegde Nath ik heb geen vertrouwen in koningen. Allerliefst zegde madame Zeegrave. Ba lachte de kapitein wat baat het republikein te zijn zoo lang er geene republiek is Inderdaad... zoo bekende Nath. Dus riep Cameron op zegepralenden toon kom en vecht voor eenen echten koning en voor eene goede zaak. Gij hebt veel goedheid stamelde Nath maar ik ben republein uit princiep. Goeden morgend Nath riep Marie hem ter hulp komende als de Légitimist zich ver gramd van hem afkeei de.Wij zien u terug, gij moet ons in 't kort nog eens komen bezoe ken Dat is mijn radikale barbier, Isabelzegda kapitein Cameron, zijne goede luim terug vindende als zij voortgingen. Dat is de kerel van wien iku spr tk. Hij schijnt een eerlijke jongen te zijn, ofschoon er geen grooter gek in Londen loopt. Een barbier zegde madame Zeegrave. Hoe mooiIk ben zoo blijde een barbier te keDnen met vooruitstrevende gedachten. Ik zal altijd barbiers beminnen, voor de toekomst, niet wezenlijk beminnen... gij weet... maar gevoelen dat zij mannen zijn enbroeders. (Wordt voortgeMet). DE DENDERGALM

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1891 | | pagina 1