Een nieuw kleed. De klerikale Leader. Van op den Toren. Een wetenschappelijk Werk. Een kwakkelcorrespondent. Kip-Kap. Doch het voornaamste argument ontleent hij aan de brochuur van den groenen paus Woeste, die het op zijne beurt ontleent aan de encycliek van de paus van Rome. Dat argu ment staat dan ook ia italiek Nooit mag men mannen verkiezen die vijandig zijn aan den Godsdienst. Door vijanden van den Godsdienst verstaat Woeste zijn groot orgaan, al degenen die van de kliek niet zijn Liberalen, radikalen, socia listen, christene demokraten, priesters die in beeldtenis in de katholieke sectien worden Terbrand, dat zijn allen vijanden van den godsdienst. De heeren Dechamps, Beernaert, Monsei gneur De Harlez, priesters Daens en Pottier en honderden andere katholieken, die in deze kwestie de spreuk toepassen Wees rechtvaar dig boven alles zullen door Woeste en zijn groot orgaan bij de vijanden van den Gods dienst worden gerekend en door hen in den ban worden geslagen der kliek. Nog een voorbeeld om te sluiten. Don 17 No vember 1895, te Aalst bekomen de liberalen gemiddeld 2200, de demokraten 900, de socia listen 245, de kliekers 3400. De kliekers met hunne 37 stemmen meerderheid ('gevolg van door 't Beroepshof veroordeeld bedrogen om- kooperij) hebben al de zetels. Kan men recht vaardiger zijn? De leus der kliekers is We zijn en blijven er. Les hommes de coeur restent a leur poste zoi hunnen hoofdman De mannen van hart blijven op hunnen post, hoewel de meeste kle- rikalen verraders en verloochenaars zijn der liberale partij,tot welke zij vroeger behoorden. Les hommes de cceur restent a leur poste wil voor de kliekpartij zeggen door alle mid delen willen wij alleen de bazen zijn, en willen geen E. V. Denderbode verlaagt te weten welke onze meening is over hel en duivel en vele andere zaken die tot de mysteriën van het waarachtig geloot behooren en aver welke, de beroemdste kerkvaders het niet eens zijn geweest. Indien hij meer geleerd is dan die heilige schi ij- vers mag hij ons onderrichten in af wachting zullen wij slechts vaststellen, dat de katholieke bladen die als Le Bien Public door rijke en meer ontwik kelde menschen worden gelezen aan het historieken van den duivel die brie ven schrijft geen geloof hechfen ter wijl al de voddebladen, die zooals Den derbode het bijgeloof onder het volk xnoefen verspreiden er gansche kolom men van vol schrijven. De groote Dendervodde zegt, dat, we in een nieuw kleed steken. Dat is vol komen waar, en we meenen, dat het veel beter is eene nieuwe kazak aan te trekken dan zijne oude te keeren voor 't smeer van den kandeleer, gelijk de vrienden van het groot voddeblad. Zij weten dit zeer goed, de kribbe laars van 't kazakkeerdersorgaan en zouden daarom wijs handelen met zich niet te beroepen op de meening van Dendergalm van voorheen. De Dendervoddezegt dat het goed is elkanders princiepen te kennen. Wel, rechtuit gesproken, dat doet ons plezier nu zullen we ten minste gaan weten welke eigenlijk de princiepen van ka- zakkeerders zijn tot nu toe is dat nog niet klaar gebleken. We verwachten ons van wege het groot klerikaal slaaplaken aan de af kondiging eener godsdienstige en poli tieke geloofsbelij lenis. De kribbelaars van hei. blad der procédés zullen ons zeggen of ze geloof hechten aan de God delijke straf der kiesbedriegers, der ge wetenbedervers, der priestersbeledigers en broodroovers. Ze zullen ons verkla ren of ze gelooven, dat de duivel komt brieven schrijven, dat de framassons door de lucht vliegen dat de tooveraars bijeenkomsten hebben met de satan, dat de heksen op nen besemsteel de ruimte doorklieven, dat de spoken 's nachts aan onze teenen komen trekken, dat de weerwolven en kleddens van den satan eene ketting krijgen om de reizigers te verschrikken op den buiten en nooit in de stad enz. enz. 't Zou waarlijk plezie rig zijn om lezen, hetgeen geen twee maal 'sjaars aan de Dendervodde ge beurt. Zij zouden ons uiteen doen waarom Woeste en zijne satellieten, nu bevech ten wat ze vroeger aanbadenof het is nit heerschzucht, schraapzucht, haat wrok of winstbejag ofwel uit loutere liefde voor de christelijke voorschrif ten die in de klerikale partij telkens vergeten worden. Wat ons betreft wij hebben aan Den derbode geene rekening te geven over onze godsdienstige meening wij willen den godsdienst buiten de politiek hou den en het kan ons weinig schelen, dat de Dendervodde den duivel, den geest van het kwaad tot basis neemt van zijn godsdienstig stelsel. Wat ons politiek programma betreft, de Denderbodeziet wel dat wij er vrank en vrij voor den dag mee komen, naar mate ons blad verschijnt, en dat pro gramma ook weten te verdedigen, ter wijl hij slecht nu en dan een lammenta bel artikel afkondigt, en de rest met de schaar uit andere bladen knipt, om toch zijne vodde te kunnen vol kladden. Als Menheer Achille gesproken heeft is de zaak geklonken en beslist. Enkele woorden van hem zijn voldoende geweest om door den gemeenteraad het voorstel te doen verwerpen, der officieele plechtige ontvangst van den lau reaat M. Jan De vViudt. De klerikale gemeen teraad heeft zich ouderdaaigli]k voor zijnen brutalen wil geboden en men weet welke be ruchtheid de kliek-leader door dat heldenfeit heeft verworpen. Het schijnt echter of zijn redenaarssucces hem belet te slapen want, sedert doet hij niets meer dan diskoersen ma ken en uitspreken Op het banket der bokkenrijders, dat on langs plaats greep heeft hij door zijn sprekers talent weereen heele vTacht lauweren geoogst. Hij heeft de zegepralen der kliek in 't ver leden bezongen en de plans uiteengelegd der toekomende veldtochten. Hoor maar wat iiij zegt Nochtans laat ons werken, ja, onafgebro ken onze werkingen voortzetten 1 Ondersteunen wij met iever de maatschap pijen in de verschillige wijken der stad inge richt. Het bijwonen vier maandelijksche ver gaderingen is onze eerste plicht. Immers, het is daar, dat de verschillige standen met elkaar in betrek blijven het is daar, dat wij onze brave werklieden onderrichten en de gevaren voor oogen leggen van een vijandig bestuur, dat noch van Godsdienst,noch van Vaderlands liefde, zou willen weten We zullen niets aanmerken op de karamel len dichterlijkheid van die brok, de man mR het vaantje is genoeg gekend, hij heeft zijne redevoering gelezen en heeft er dus toch zijn paart in. We willen maar zeggen, dat de grrroo—te leader tier klerikale parti|, de bok kenrijders aanwakkert om vergaderingen bij te wonen die door de wet worden verboden en door het Beroepshof van Gent werden veroor deeld. Wij welen immers wel hoe 't met die verga deringen gaat in ons nummer van on dag laatst hebben wij er een eerste staaltje van aangetoond De godsdienst is de pint, De vaderlandsliefde de saucis, Het onderricht de zatlapperij. De zedelijkheid 000000 III De werkingen dier vergaderingen zijn straf baar, de inrichters vallen onder de toepassing der wet. Toch hooren we hier den man met het vaantje, de ongehoorzaamheid aan de wet aanprediken, terwijl hij op zijne vaderlands liefde boft. Weet hij dan niet, dat de wet ook degenen straft die tot het overtreden der wet ten aanhitsen, ener in Belgie reeds personen daarvoor zijn veroordeeld. Denkt de man met het Taantje, dat hij boven de wet staat Dat kan wel zijn. Wat gebeurt er wanneer de Procureur des kouiugs in naam der wet tusschenkomt de vrantjesman spreekt met geringschatting van de tusschenkomst van 't Gerecht (o, die vader landsliefde), en wil doen begrijpen, dat de Jus- ticie zich met beuzelarijen heeft bezig gehou den maar toen hij voor 't Gerecht stond speel de hij d«n slimme in de klucht hij wist op het t-ibunaal niets herrinnert zich niets, weet van niets, van geen boeken, van geen bijdra gen enfin van niemendalle. (Menheer Achille is zoo een moedige kadée een die durft Zijne kameraden min doorslepen of minder rap dan hij, krijgen den kassei op den kop en worden veroordeeld. De slimme Menheer Achille blijft rechtstaan en zegtWij gaan onze werkingen hernemen. Hem is het tocli onverschillig hij weet den slag te ontwijken en laat hem neerkomen op het hoofd van sukkelaars, die daarna op de kniëen kruipen en genade afsmeeken. Zie aan die kliek is niets te doen en van haar mag men zeggen, hetge n een katholiek gemeenteraadslid zegde van M. Achille het vat geeft uit, wat net in heeft. Weinig goeds. Menheer Achille is misschien slim, ja, men kan het hem aanzien maar gevaarlijk is hij ook en dat zou hij wel eens tot eigen nadoel met zijne werkingen kunnen ondervinden Julle Verdonck zit op den toren, En hij speelter op zijnen trompet. Hij kijkt naar achter en naar voren Wie heeft Julle daarop gezet? Teretè, terétete. Julle Verdonck was vroeger clairon hij de piotten van 't zeventiende. Hij kon patatten jassen als de beste, en speelde op zijnen hoorn een uur lang zonder de oogen eeus toe te pin ken. Maar eens dat hij nen grooten druppel ge dronken had en nen heelen pannekoek te kapa- bol naar binnen sloeg, brandde zijn herteken af en hij was dood. Even als van Pierlala zong men Hij ligt in 't graf met zijn billekens bloot. Een Julle Verdonck is dood. Als Julle Verdonck nu aan de poort van den hemel kwam, zag Sinte Pieter in hem nen sta- belon venl en aanvaardde hem als huisknecht en commissionnair hij had daags te voren zij ne meid de deur uitgejaagd omdat ze van alle heil g n teveel corameirde en terwijl den rijstpap liet aanbranden. Julle Verdonck was weldra de vertrouweling van Sinte Pieter, gelijk hij vroeger de ver trouweling was geweest van major Klapgans bij wien hij als oppasser dienst deed. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat hielp hij zijn meester de deugden en ondeug den weten van de overledenen die aan de poort des hemels klopteu, of liep meteen brief bij ons Heer, of ging om koffie bij den kruidenier op den hoek, of blaasde taptoe of ratatouil, dat het een plezier was om hooien. Eens stond Sinte Pieter diep in gedachten verzonken en Julle vroeg Meester wat is er. Wel Julle, zei Siute Pieter, 't is wonder dat er zoo weinig volk van Aalst naar den hemel komt. Buiten twee of drie liberalen en een paar dozijnen kinderen heb ik in de laatste ja ren, geen ajuin gezien. Wat mag dat zijn Ge zultoens moeten zien waaraan het ligt. Ik zal u langs de valdeur van den hemelzolder aflaten neem hier dezen verrekijker mee, en dit telefoondraadje en vertelt me alles wat ge ziet. Sinte Pieter deed Julle een koord onder de hoks'ls, stiet de valdeur open en liet Julle af. Latig daalde Jullo bliksemsnel naar beueden. Aai riep hij opeens Wat is er vro "g Sin te Pieter. Ik heb mijn broek gescheurd aan een ijzeren punt. O 1 ik zit hier op 't haantje van den toren. Maar sapristi 1 wat is dat, waarom steken de menschen nu die ijzeren punten boven de hanen en kruizen hunner to rens, heeft het heilig kruis nu de macht niet meer om den donderduivel af te weren zon derling, zonderling Julle Verdonck zette zich goed op deu baan, maakte zijne telefoon vast, blaasde eens op zij nen trompet, nam zijn verrekijker en draaide hem eens naar de vier hoeken der stad Aalst. Zijn waarnemingsplan was gauw getrokken, hij zou een heela dag het leven der Aalstenaars naspeuren, 't Was juist zondag. Hondeiden menschen kwamen naar de kerk, knielden, ba den, klopten op hunne borst en Julle Verdonck zei per telefoon aan Sinte Pieter Allemaal braaf, allemaal christelijk. Maar langzamerhand kwam er gewoel in de stad, kerels die 's morgens Ons-Heer hadden ontvangen zaten in de kroeg, vrouwen die '8 morgens heiligen schenen stonden op de straat te kommeeren, en kinderen als engel- keus gekleed trokken elkander bij het haar. 't Werd middag, en Julle Verdonck was erg boos omdat de betaalde Jonge Garde niet speel de. Julle keek eens in al de buizen en zei in den telefoon Ze zijn allemaal goed om te eten 1 Maar 's namiddags veranderde 't uitzicht. Julle Verdonck wist niet waar zich eerst te keeren. Keek hij naar 't zuiden, hij zag de ze- detooneeltjes van den Osbroeck, keek hij noord waarts, daar bood den bokkeuhof hem eene reeks tafereeltjes die hem eerst denken deden dat hij droomde, keek hij naar St. Job, hij zag er kramen vol lekkerkoek en speelgoed en eoa kapel vol armoe en boerkens die vloekten en tierden, keek hij naar Mijlbeek, bij zag daar eene menigte lieden uit wier haudel en wandel hij niet wijs kon worden. Maar wat hem het wonderlijkste scheen Hij had al die krawatten 's morgends in de kerk zien bidden dat hun tanden waggelden. In 't midden der stad echter zag hij een lan gen stoet, met blauwe vlaggen, deftig de stra ten doorkruisende, muziekmaatschappijen Bpeelden zulke lustige deuntjes, dat Julle vol vreugd uitriep, goed zoo, hier zijn de brave Christenen en hij nam zijn hoorn en blaasde. Julle Verdonck zit op den toren. En hij blaast er op zijnen trompet. Hij kijkt. Eensklaps liet Julle zijnen hooren vallen, hij had nu eerst bemerkt dat er op de vlaggen stond Liberale Werkmanskring, Liberale enz enz. Tiens, ik dis meende in mijn boerendorp, dat de liberalen slechterik ken waren. Zijn die betougers liberalen, wel dan zijn die ginder in den osbroeck en die ginder in den hof katho lieken. Julle zefte weer den kijker aan zijn oog en wat hij nu zag deed zijne haren te berge rijzen. In vele kroegen zag hij lieden, drinken en zuipen, dat het walgelijk as benden dronken kerels zongen liederlijke gezangen en schijn- deftige heeren mo digden cie benden aan in naam van Godsdienst en Vaderland. Hij zag in groote zalen vele schijnheiligen vereenigd en zij vierden daar den triomf van 't bedrog, de zegepraal van dwang en ornkoo- perij. Hij zag hen de overwinning vieren van de ondeugd op de gerechtigheid en goddeloos weg de naam de3 Heeren mengen in hunne eer loosheden. Hij zag lieden aan huis tot huis ondslnipen en den vader en de moeder met armoede en el lende bedreigen iudien de man de inspraak van zijn geweten zou volgen. Hij zag er lieden veroordeeld door 't Gerecht om die veroordeeling spotten, hij zag boeken en rekeningen die niemand kon vinden, zijn oog drong in het armbureel, in het weezenge- sticht in het Ouderlingenhuis. Hij zag er priesters met zekere trawanten bijeenkomen om over het aaneenplodderen van wrok-en haat verspreidende blades mede te werken, priesters met rapen in hun wapen schild, priesters in café-cbantans, priesters mee tierende met eea troep nachtuilen, prie sters die op een ander priester scholden, prie sters die de zegepraal vierden van den bok, het zinnebeeld des duivels. En toen hijdat alles zag, het diepgevallen volk, dat 's morgens zoo schijnheilig naar de kerk toog en daar knielde en bad, toen hij de genen zag, die met hun geld die lieden in de laagte hielden, en degenen die als priesters het recht en de waarheid moeten prediken, in plaats van tweedracht te zaaien en heerschap pij te aanbidden, toen werd hij verontwaar digd en spoog op den grond. Het verwondert me niet zegde hij, dat er bo ven het kruis uog een andere beschermer van dezen toren moet steken. Gelukkig kwam een weerklank van het libe raal feest in Concordia tot hem en stemde zijn hert tot vroolijkbeid. Dat. zijn de mannen, riep Julle, nam zijn hoorn en blaasde uogmaals. Julle Verdonck zit op den toren, En hij speelt er op zijn trompet. Hij kijkt naar achter en naar voren. Wie heeft Julle daarop gezet Teretetè Trek maar op sprak hij in de telefoonen weg was hij M. Picard gaat een boek schrijven over den Congo. Voor het aanschijn van een half dozijn bokkenrijders ver gaderd iu den katholieken cerkel heeft M. Eeman gesproken over de zeden der wilde volkeren. Men kondigt aan, dat hij op het punt is een werk uit te geven over dat onderwerp. Gezien de bevoegd heid van dien geleerde in zake van bar- baarschheid mag men verzekeren, dat het werk zeer belangrijk en leerzaam zal wezen. Drie weken na het vlaggefeest kon digt Vooruit het artikel af van zijnen Aalsterschen kwakkelcorrespondent o- ver dat feest en dan nog al tusschen de rampen en ongelukken. Te Gent zelf hecht men dus weinig waarde aan de kwakkelproza van dien medewerker, Wij hechten er nog veel min waarde a n en hechten een antwoord op dien zeever overbodig. Al wie het vlagge feest heeft gezien en geene leugenaars- oogen inden kop heeft gelijk de scri bent van Denderbode of de zwanscor re spondent van Vooruit weet wat er van is. Dezelfde kwakkelman dede veel be ter eens uit te leggen ho# bet komt dat Vooruit altijd het stukwerk bestreed en het in zijne eigene werkhuizen toepas te hoe dezelfde Vooruit gedurig schreeuwde op de afhoudingen van loon en dat stelsel zelf beoefende waarom Vooruit den letterzetter Braeckman aan de i'eur heeft gesmeten, enz. enz. Zijne meenina; daarover te kennen ware zeer belangrijk, immers wij kun nen het correspondentje niet terwijl hij den achijn aanneemt ons wel te kennen (hetgeen ons onverschillig is) en het dan onnoodig is hem daarover in te lichten. Het correspondentje mag echter zeker wezen als hij klits zegt, wij klets zullen antwoorden, begrepen, Vriend Als het vaandel der tripmanneu moest ge wijd worden, weigerde de deken een doode op het gevraagde uur te begraven, op Allerheili gen werd de genaamde D'Hocker, pas een dag overleden, ten 11 uren voormiddag begraven. Nooit tenzij in geval van besmettelijke ziekten heeft op hoogdagen 's voornoens eene begra ving plaats, ma tr ditmaal moest het gebeuren, om den heer Moyersoen en zijn tripvolk toe te laten met hun vaandel door de straten te pa radeeren Tot wat ellendige komedie de gods dienst toch gebruikt wordt. In zekere gemeente van Vlaanderen heeft de armenbestuurder, als hij zich gewaardigt de noodlijdende te ontvangen, een kiezerslijst ne vens zich op zijn bureel liggen. Waartoe mag dat wel dieuen De heeren Bruyndonckx en Anne stemden eenige punten van zeker voorstel, maar stem den tegen het geheel omdat er bepalingen wer den aangevoegd die zij afkeurden. Zij hadden gelijk. Denderbode zegt daarop Wat klep pers De klerikale hansworsten van den ge meenteraad zijn andere feniksen. Dat is nog eens gebleken in zitting van 30 October 1. 1. Duwé van Sint Job vraagt schramoele op het beekveldbaantje, omdat hij tot over de knoe- sels in de moer zinkt assen haoi noa de vriemes goat.

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Dendergalm | 1896 | | pagina 2