Socialism.
De Priester.
Dank aan God.
Bruxellcs-Kermesse.
Kip-Kap.
Drukpersproces.
Het koninklijk Gilde van
St. Sebastiaan.
en houdt de wet rekening van den toestand der
ouders. Is de verplichte school niet veel beter
dan de verplichte krijgsdienst en toch bestaat
de eerste niet en de tweede wel, behalve de
uitzonderingen van onmogelijkheid door de
wet zelve voorzien.
Wij denken, dat de onwetendheid een der
grootste oorzaken is van de ellende van een
volk. Denderbode beweert, dat wij eerst het
lot van den werkman moeten verbeteren op
stoffelijk gebied toe maar willen bewijzen,
dat het verplicht ouderwijs daartoe onraidde-
lijk zou bijdragen.
Veronderstellen wij dus een oogenblik, dat
al de kindereu welke niet ter school gaan, ge
dwongen zijn hunne ouders b j te staan om den
last van het huishouden te helpen dragen.
Veronderstellen we nog, dat al die kinderen
naar de fabrieken of bezondere werkhuizen
gaan, en zij te Aalst ten getalle zijn van 700.
Het verplicht onderwijs komt in voege. Op
oenige uitzonderingen na moeten zij allen ter
school. Eenige ouders zullen daar zeker bij
verliezen, maar integendeel zullen ten minste
500 mannen en jongelingen, die werkeloos zijn
ten gevolge van het kinder- en vrouwenwerk,
dan bezigheid hebben. Is dat niet beter
Het doet ons genoegen, dat Denderbode, de
noodzakelijkheid, van het onderwijs herkent
en zelfs van meening is dat het bezorgen van
geleerdheid aan hun kroost eene plicht is voor
de ouders. Waarom zou hij loochenen, dat de
kinderen, die nog in de schoo'jaren zijn, nu
op de straat, loopen ten koste hunner zedelijk
heid ofwel op fabrieken en winkels werken
soms ten koste hunner gezondheid en altijd
ten koste der volwassen werklieden, die zij
vervangen.
Vorbiedt overigens de wet den kinderarbeid
Diet? Mag een fabriekant nog werklieden ge
bruiken onder de twaaf jaar Waarom zou de
wet, welke de kinderen verbiedt te arbeiden,
hen niet verplichten ter school te gaan. Zou
het verplicht onderwijs tot 12 jaren b. v.
slechter zijn dan het verbod van arbeid tot 12
jaar. Zou het eene het noodzakelijk bijvoegsel
niet moeten zijn van het andere Waarin zou
het verplicht onderwijs tot 12 jaar meer eene
inbreuk zijn op de vrijheid dan het verbo van
arbeid? Dat kunnen wij nibt begrijpen, mis-
schjen zal Denderbode ons dat verklaren.
Maar het onmiddelijk voordeel, van het
verplicht onderwijs voor de w» rklieden zou het
eenige goed niet zijn, dit er uit voortspruiten
zou. Do ambachtslieden en fabriekanten, die
menschlievendheid genoeg bezitten van geene
zwakke kindereu te gebruiken: zouden de con
currentie gemakkelijker kuunen volhouden
tegen degenen, die op het geringe loon der
kleins werkers en wej katers speculeeren, zoo
als dit b. v. in de kantwerkscholen gebeurt.
De latere gevolgen zouden natuurlijk veel
gewichtiger zijn, geleerde werklieden zijn over
't algemeen knapper, zien meer vooruit, be
grijpen beter het bun opgelegde werk en weten
hunne rusturen anders te besteden dan met
kuieren langs de straten, gluipen en huilen aan
de hoeken of jenever drinken in het kwakhuis.
Wat al moeilijkheden heeft de ongeleerde
niet als hij soldaat moet worden. Niet genoeg,
dat door het werk op jeugdigen leeftijd zijn
lichaam eene verkeerde of misselijke ontwik
keling heeft gehad hij verstaat niets of zeer
Weinig van de gegeven bevelen, en zijn leer- of
lijdenstrijd in de kazerne duurt maanden en
maanden, terwijl de rekruut die b. v. tot 14
jaar ter school heeft gegaan, er door het onder
wijs een zekere mate kundigheden heeft ver
gaard die hem dienstig zijn, door de gymnastiek
voorbereid is op de militaire oefeningen en dan
ook bij 't leger in eenige weken zooveel leert
als de ongeleerde in eenige maanden
In alle opzichten, zedelijke zoowel als maat
schappelijke, zou het verplicht onderwijs de
beste vruchten afwerpen, en tot den bloei en
den voorspoed van het vaderland bijdragen.
En hier zullen wij doen opmerken, dat de lan
den, die de beste scholen hebben ook degene
zijn. waar het meest welstand heerscht onder
het volk.
Er wordt nu toch zooveel geregeld door wet
ten en reglementen, wettelijke verplichtingen
voor patroons, voor werklieden, voor personen
van alle vakken, waarom zou eene wet het
verplicht Onderwijs niet regelen Dit is im
mers het noodzakelijkste in de samenleving.
Hernemen wij voor een oogenblik de rede
neering van Denderbode Een vader met tal
rijk kroost, kan zijn oudtste jongen niet mis
sen... maar hij is nog in de verplichte school
jaren.
Zal die huisvader niet met recht mogen zeg
gen, vraagt DenderbodeGoed, gij ontneemt
mij mijn kind, 'k geve toe dat het zijn ge
luk kan zijn geef mij werk opdat ik genoeg
zou kunnen verdienen om mijne vrouw en kin
deren te onderhouden.
Zoo varen wij recht naar socialistische wa
ters, liever nog, wij zwemmen er reeds voor
goed in, voegt Denderbode erbij.
Maar de fijnvrome katholieken, welke zoo
spreken tegen het verplichtend onderwijs, re
deneeren geheel anders over den krijsspiicht.
Gisteren nog zegde Minister De Smethet
Vaderland te dienen is den plicht van alle Bel
gen. Welnu M Woeste eu andere vijanden
van den persoonlijken dienstplicht en verdedi
gers der filoedloting zeggen dat men den vader
moet schadeloosstellen voor het gemis van den
zoon die soldaat wordt, en men hem 30 fran
ken ter maand moet geven, immers do vader
zegt
Goed gij ontneemt mij mijn kind 'k geve
toe dat het voor 't vaderland noodig is geef
mij dan werk, of betaal mij opdat ik met mij
ne vrouw,etl kinderen zou kunnen leven. En
Mehheer Woeste en zijn katholieke aanhan
gers willen den man wiens kind! men in een
schandelijk tromm'dspel verloot beeft 30 fr.
geven omdat hij zou zwijgen.
Volgens Denderbode vaart M. Woeste regel
recht naar socialistische waters, liever nog, hij
zwemt er reeds voor goed in
De redeneering van Denderbode houdt geen
steek immers dan zouden allen, die zich door
de wet gedrenkt gevoelen werk of loon moeten
vragen aan den staat, t - beginnen van de kin
deren die vöör huu twaalfde jaar niet mogen
arbeiden, de soldaten eu tot de gezwooruen
der assisenhoven toe, en dat bestond nooit of
bestaat nog niet.
Deze pennetwist met Dendergalm is verre
ons te mishagen verklaart Denderbode. Ons
mishaagt hij evenmin. We leeren eruit dat
Denderbode een overtuigde vriend is van het
onderwijs en hij dus de pastor vati Brugge af
keurt die op eeu prijsdeeling uitriep het volk
moet niet te gelel zijn, dat hij dus bet ge
meentebestuur van Aalst afkeurt wegens de af
schaffing eener klasse in de school van Mijl
beek.
Wanneer Denderbode ernstig overweegt
zal hij begrijpen dat noodzakelijke plichten
welke niet vervuld worden, door de wet moeten
opgelegd worden, en als hij b. seffen zal wat al
goeds er voortvloeien zou uit den leerplicht
voor allen, zal hij even als wij een overtuigd
aanhanger worden van bet verplicht onderwijs.
Op het vraagstuk van 't godsdienstig onder
wijs in de scholen komeu we over acht dagen
terug.
Aan zwakke personen is het gebruik der
Ijzerhoudende Pil van doktor Raphael
ten zeerste aanbevolen. Het is, schijnt het,
een wonderbaar geneesmiddel tegen bloedar
moede, zwakheid, uitputting, hartkloppingen
enz. enz.
Wie den priester van heden wil lee
ren kennen, moet Denderbode lezen van
18 November laatst. Volgens hem, moet
de priester zich werpen in den politie-
ken strijd op den preekstoel, in de ver
eenig ingen overal.
Ach, wie had ons den priester afge
schilderd als een bode van Vrede, van
Eendracht en van zuivere Menschen-
liefde.
Wie heeft hem ons afgpschilderd, ge
heel verwijderd van de dingen dezer we
reld, gaande van hut tot hut, troost
biedend, zielewonden heelend en de ge
vallene opbeurend en opleidend naar
een hooger en beter ideaal. Wij heeft
hem ons afgeschil lerd levende te mid
den van al de bewoners zonder onder
scheid, goedig, braaf, vriendelijk voor
allen onverschillig tot welke gezindheid
zij behooren.
Wie heeft ons den priester afgeschetst
als de zendeling des Hemels, de man die
door zijne geloften en wijding boven
alle driften, hoogmoed, haat en baat
zucht is verheven, die den slechten rij
ke berispt en den rarazalige arme in
barmhartigheid ontvangt die afkeerig
neerziet op het goud, dat den rijke hem
voor zijn gebeden en voorspraak bij God
aanbiedt maar vurigen lang bidt op het
graf van den armen dompelaar, in den
strijd voor de korst brood bezweken.
Die tijd is lang voorbij. De priester
van heden is een politieke gent. een
gewijde kiesdraver en zijne sermoenen,
zijn lessen, zijne bezoeken hebben een
hoofddoel de politiek. Hij is in betrek
king met het volk, zegt Denderbode
dus moet hij in den politieken strijd op
de eerste plaats staan.
Maar de priesters, die de voorschrif
ten van Denderbode volgen, zich met
politiek bemoeien zooals, Daens, Pot
ter, Naudet en talrijke anderen, maar
niet met eene kliek willen mede heulen,
worden door dienzelfdeu Denderbode
voor Judassen, veriaoers en dies meer
uitgescholden.
Ware het niet veel beter, dat alle
priesters hunne zending vervulden eu
zich niet met politiek bemoeiden, dan
zouden zij elkander niet moeten uit
schelden voor Judassen
Men weet dat eene handelsmaatschappij
onzer stad in den luop vau dit jaar in failliet
werd verklaard dcor een vonnis der koophan
delsrechtbank. Onze lezers zijn op de hoogte
dier zaak wij zullen er dus uiet langer bij ver
toeven.
Nochtans in eene der laatste zittingen van
onzen gemeenteraad, dacht M. De Clippele
schepen van onderwijs te moeten uitroepen
Dank aan God en aan de katholieken partij is
het Volksgeluk verdwenen.
De heer De Clippele aanziet de katholieke
partij als de oorzaak van de verdwijning dezer
Maatschappij, welke eene geduchte mededin
ging deed aan den plaatselijken handel. Got
en de katholieke partij komen de eer van dien
ondergang toe
Alle verstandige lieden habn de schouders
op voor do dwaze ezelarijen door dien schepe-
ne van onderwijs uitgekraamd. Sinds lang
weten wij, dat God en de katholieke partij
zich te Aalst onledig hielden met de negotie in
sauc.ssen en trippen ten bate der politieke
kliek maar dat ze bij dien handel zich nog
bemoeien m't suikerspekken. siroop en andere
ik-mijn-lik dat, neen, wisten we niet. Och,
wat zit onze gemeenteraad, vol onnoozele kwi
bussen II
Het komt ons daarenboven onbegrijpelijk
voor en hoogst vernederend voor de Justitie,
dat Mijnheer De Clippele, zich permitteert
aan 't publiek te doen gelooven, dat de katho-
ieke partij aan de Rechtbank i eslissingen op
dringt overeenkomstig hare politieke bereke
ningen.
Het Brusselsch tooneel, zoowel als de han
del heeft voordeel getroksen uit de tripinci-
denten van den laatsten gemeente-kiesstrijd.
In den Alcazar voert men de revue op
Bruxelles-Kermesse en daarin wordt met veel
lof gesproken over de uitwerksels der saucissen
en liters bier de kiezers gratis aangebo lea, om
hen in de vreeze Gods en liefde der Kliek te
onderhouden.
Wij sporen de klerikale gemeenteraadsleden
aan deze revue te gaan zien we mogen hen
verzekeren dat zij er een aangenaam avondje
zullen doorbrengen en er dat bewonderen zul
len waaraan zij hunne victorie te dankeu heb
ben.
De bloemen beminnen de zon en
wenden zich gestadig tot Haar.
Zoo ook wenden zich de wijze huismoeders
altijd tot de Pillen Depratere waarin zij een
heelmiddel iuden tegen allerhande ongesteld
heden voor lever en maag.
OPGEPAST. Dat u de pillen Depratere en
geene andere gegeven worden. Overal 1,50 de
doos Alg. dépot Aph. Depratere, Oostende.
Vier transparanten 't Gerecht, Saucis,
Fint en Les hemmes, staan sameu op een ach-
kaïner van den Comte d'Egmout over 't een
en 't ander te praten.
Geef mij eeu saucis zei de Pint, ik krijg hier
verdomden hoDger onder de hanebalken, en
hoewel de kiezing nu voorgoed voorbij is, moet
ik toch nog eten.
Laat mij eerst drinken, zei Saucis, ik ben
bekan8 verstikt van 't stof ec hoewel ze er nu
toch zitten is 't geen reden ooi niet meer te
zuipen.
Gerecht Halt Saucis en Fint, reeds een
maal heb ik u veroordeeld voor uwe zedelooze
kieskoppoling, maar als dat nog gebeurt, doe
ik u beiden radbraken. Saucis en Fint giche-
len ondereen),
Gerecht. Zeg, hebt ge gezien met wat
gloeiende oogen de gemeentemenschen ons v in
op de mer.vt be/agen, ze hadden schrik. Bezon-
derlijk tegen mij waren ze verbolgen, vooral
degene die men baas noemde, en geel werd
van woede.
Saucis er. Fint. Wij hebben te veel diens
ten bewezen om huune gramschap op te wek
ken.
Gerecht. Ja en de commissaris kwam, en
dreigde met procssen als we niet verdwenen.
Hewel ik wacht naar 't proces, we zullen nog
eens naar Gent gaan.
Saucis en Fint. Ze zien ons zoo gaarne,
och, toch, toch
Gerecht. Mij niet, ze bekeken mij als
bietebauwen, die met hun pootjes in een wol-
venijier hebben gehangen.
Saucis en Pint. Wolvenijzers en schiet
geweren
Gerecht. Ja, en ratteüijzers ook. We
inoesteB weg. De burgemeester wou het, en
toch bleven we staan.
Les hommes (die tot nu nog niets gezegd
heeft) Les hommes de coeur restent a leur
poste.
Saucis. Kom hier, mijn engel dat ik u
omhelze.
Saucis en Pint willen Les hommes omarmen
en de/e schijnt d i ir niet afkeerig van maar
Gerecht grijpt een bezemsteel en begint op het
ilri tal te bon /.en, dat hoeren eu zieu vergaan,
ze kruipen iu eenen hoek achter een groot
scherm.
Gerecht (roepende) Komt daar van achter
Saucis en Pint en Les hommes 1
Saucis. Men heeft mij hier noodig.
Pint. En mij ook.
Gerecht. Komt daar van achter Les hommes
het is eene schande, daar zoo met die twee
verdervende creaturen in eenen hoek te liggen.
Komt daar van achter, zeg ik, ik wil, iedereen
wil het.
Gerecht (grijpt Les hommes hij het haar en
sleurt hem voort, roepende.) Kom hier I kom
hier.
Les hommes. (Zich vastklampende aan Sau
cis en Pint, schreeuwt) Les hommes de coeur
restent a leur poste II
Gedurende een uur was 't op den zolder van
den Comte d'Egmont een leven en lawaai als
of't een interpellatie was in den gemeenteraad.
De W6erspaunigste en pijnlijkste hoest wordt
in min dan twee dagen genezen, door de Pastil
van doctor Walthéry, dewelke men gelieve
niet te verwarren met het uitmuntend purgeer
middel genaamd slijmen verdrijvende Walthéry
Pil.
Het Land van Aalst had het verslag op
genomen van het beroemd kiesproces van Den-
dermonde. Dit stond M. Achilles Diet aan en
hij stuurde aan M. Daens oen brief vol verwij
tingen waarin hij beweerde dat M. Daens met
opgezetten wil verscheidene onnauwkeurigüe-
den had ingelascht.
M. Daens weigerde den brief op te nemen en
M. Achilles daagde hem voor de rechtbank. De
Rechtbank van Dendsrmonde gafM. Achilles
ongelijk en verwees hem tot de kosten. Dat
was het eerste vaantje.
M. Achilles ging in beroep en deed zyne
zaak te Gent bepleiten. Het Beroepshof besliste
dat M. Achilles ongelijk gehad had ran M.
Daens te beledigen en leerde hem, dat een be
tichte het recht bezit van het verslag van een
dagblad te wijzigen of te verbeteren wanneer
hij kan bewijzen, dat dit varslag inderdaad
onnauwkeurigheden bevat. Dat was het twee
de vaantje.
Men zegt dat M. Acbille in Verbreking gaat
tegen hat arrest van Gent. Het verbrekingshof
zal zorgen voor oen Sint Marten.
Het arrest van het Beroepshof van Gent ia
in deze zaak betreffende de drukpers zeer
merkwaardig.
Aalst 23 November 1896.
Mijnheer de Uitgever
In 't nummer van 15 november 1.1. van uw
blad zegt gij dat ik in sept. 1891 hoofdopsteller
was van Dendergalm, eu dit met het klaarblij
kelijk inzicht mij te doen doorgaan als schrij
ver van zeker artikel.
Daarop antwoordde ik U, 11. Zondag, dat ik
in sept. 91 geen hoofdopsteller was daar ik van
iu 1889 opgehouden had mede te werken aan
't opstellen van uw blad.
In uwe opmerkingen op mijnen brief levert
gij 't bewijs dat gij mij niet wilt begrijpen.
Ik zal dus, niet voor u uwe lezers, de punten
op de i 's zetten.
1° In April of Mei 1887 heb ik opgehouden
uitgever te zijn van Dendergalm
2° Eenige dagen vóór 't volksbanket in
Concordia (1889) ben ik als hoofdopsteller
afgetreden
3° Na 1889 heb ik mijne medewerking gansch
afgebroken.
Ik laat u nu volle vrijheid de artikels aan
te duiden welke ik, na 1889, zou ingezonden
hebben eu te bewijzen dat de drie punten
hierboven onwaar zijn.
Oprechte groeten,
J. R. DE SCHAEPDRIJVER
advokaat.
M. Raym. De Schaepdryver beweert dat wij
hem niet begrijpen willen. We gaan hem het
tegendeel bewijzen.
1* Zeven weken geledeu haalden wij bet be
richtje aan verschenen in Dendergalm 1 Mei
1887, waarbij M. R. De Schaepdryver aan
kondigde, dat hij als uitgever aftrad.
2' Na do zaak Van den Bogaerde, hield M.
R. De Schaepdryver op, opsteller te zijn van
Dendergalm.
3« Zijn laatste artikel in Dendergalm ver
schenen bracht hij persoonlijk ten bureele den
14 Maart 1805, dat artikel ver
scheen ouder date van 17 Maart
1895 en onze uitgevpr droeg's zat rdags
's avonds zijnde 10 Maart 1800, 50
nummers ten huize van M. De Schaepdryver,
die er hem 2,50 fr. voor betaalde
De Redactie.
In mijn eerste artikel heeft deschelmscbe
letterzetter mij eenige flaters doen begaan,
waardoor mijn proza slechter was dan ik het
zelve hal gemaakt. Letterzetter, jongen, ik
smeek u om genade, spaar mij toch uwe kwak
kels.
Het doopsel.
Ik heb gezegd, dat de doopeliDg, Jaak Vlin
ders, zedig en ingetogen tusschen zijne stijle-
niaus voor den eed staat en de eigenlijke plech
tigheid nu aanvangt. De ceremoniemeester
sch 'nkt een reusachtigen beker vol champxgne
treedt statig naar Jaak Vlinders en de beloften
des doopsels worden gedaan. Daar de doope-
ling echter niet meer iu de kinderdoeken
gerold is moet hij zelf antwooiden.
Jaak Vlinders, is het met volle vrijheid,
dat gij lid wordt van hut Koninklijk gilde
Ja.
Hebt ge de permissio van uwe vrouw, en
zal ze niet grollen als ge te lang u oefent met
den edelen handboog
Neen.
Hebt ge geene gebreken, Jaak Vlinders,
die u het schieten zouden beletten
Neen.
Ziet ge genoeg om op vijf metera afstand
een kruiwagen van een hespenbeen te onder
scheiden
Dat zweer ik.
Verzaakt gij aan den duivel en zijne
pomperijen
Ik verzaak.
Zijt ge bereid, het reglement na te leven
Ja.
Mag men altijd op u rekenen als op een
kameraad
Altijd.