Ispinnen en weven met Diane Wauters x wA OP HET P0EZIEZ0LDERTJE VAN KRIS ISERBIJT jOver kunst en ambachten Kleurige wolletjes De Voorpost - 17-11-1978 - 15 •t. De vertikaal •t. De vertikaal rsponneh draden warden op liet weefgetouw ge: innen draden worden op hel weefgetouw opge: mnen draadjes bepalen de tekening. (JM) [vorige week spraken we met Karin Wauters o\ er potten bakken; andaag Iaat haar zuster Diane ons iets meer weten o\er spinnen en weven. De liefde tot het ambachtelijk werk heelt zowel Karin als Diane sterk aangegrepen. Beiden spreken \ol overtuiging over alles wat ze doen, en laten geen moment ongelegen om ook andere mensen iets bij te brengen over hun beroep. Dit blijft niet bij woorden maar manifesteert zich ook daadwerkelijk. Wie iets wil weten over spinnen en weven, meer nog. wie het zelf wil doen kan steeds bij Diane Wauters terecht in het Sint-Jorisstraatje waar ze een zaak uitbaat. Je kan er lessen volgen op uur en dag die je zelf bepaalt. Er is echter heel wat geduld en konsentratie nodig want het weven is niet zo eenvoudig als het wel lijkt. Om diezelfde reden ook kunnen we i~ J:* onze wereld van lopende band-werk en appartementsge bouwen. kleurentelev isie en an dere opdringerige ontspanmngs- middelcn is het voor velen haast ondenkbaar geworden om nog iets met de hand te maken en wordt de rijc fantasie, de kreativiteit be schouwd als afgedaan; als beho rend tot de romantiek van liet ver leden. Toch is er v andaag de dag meer dan ooit behoefte aan, ge woon omdat de dagelijkse sleur en slenter de mens verhindert aan zichzélf te denken. Enkel door een kreatieve bezigheid, zij het aktiet of passief, kan de mens terug in zichzelf treden. Dat dit met de meest eenvoudige middelen te erwe/enlijken is zal velen verba zen. maar toch is hel zo. Kijken we bijvoorbeeld aandachtig naar een kindertekening: met de meest primitieve middelen schept het kind een eigen visie, uit het zijn erlangens of amuseert het zich doodgewoon Welke ook de bedoeling of de aan leiding van de kindertekening moge zijn. feit is dat het kind in kwestie er enomi veel aan beleeft de lantasie vrije gang te laten gaan. zonder dat het zich afvraagt of het kan tekenen of niet. Die spontaniteit is helaas bij de meeste mensen verloren gegaan. Slechts de kreatieve arbeid kan hier hulp bieden. Dit waren zo ongeveer de gedach- i dit korte bestek slechts enkele basisideeën neerschrijven. ten die in ons hoofd spookten toen Diane Wauters ons vol overtui ging vertelde hoe graag ze haar beroep uitoefent. Ook haar man, William Soufiriau. is opgetogen over haar werk, en we zouden bijna durven zeggen dat hij over het spinnen en weven evenveel weet als zijn vrouw. Beiden leven van en voor de kreatieve arbeid. Terzake nu: Diane en William ver tellen ons enkele wetenswaardig heden over het spinnen en weven, en hoe zij in het ambachtenstraatje verzeild zijn geraakt. Diane: -«Eigenlijk is William op de idee gekomen om een ambach tenwinkel te openen. We Ik kan in feite moeilijk uitleggen hoe het weven verloopt, want wil ik het goed doen. dan zou ik een ganse kursus moeten geven. Daarom, enkele algemeenheden. Je hebt om te beginnen twee soor ten getouwen: een rechtstaand ge touw en een platliggend getouw. Het rechtstaande getouw wordt gebruikt voor beeldend weven (wandtapijten e.d.), ook Gobelin-weven genoemd. De naam Gobelin slaat op de uitvinder van die speciale manier van we ven. van het principe dat gebruikt wordt bij het maken van een wand tapijt. Het platliggend getouw vordt gebruikt voor gewone stof- gekoeld zijn. vooraleer het vvccl- sel er in gedompeld wordt. Men dient echter bij het plantaardige kleuren zeer goed op de hoogte te zijn welke planten gebruikt kun- .nen worden. Verder zijn er voor het kleuren van één pull bijvoor beeld. enorm veel planten nodig.- Dit en nog vele andere wetens waardigheden waren onderwerp van ons gezellig onderhoud met Dianeen William. Wie meer wil te weten komen over al deze dingen kan steeds bij hen terecht in de Sint-Jonsstraat 3-5. Ze zullen u welwillend te woord staan, want ze houden van hun beroep. En dit is, menen we, stilaan een zeld zaamheid aan liet worden. Wij van onze zijde wensen hen al vast veel geluk. André De Groeve kreatief ingesteld, maar konden er fen of voor het knopen van matten, nog moeilijk uiting aan geven. Zo Het knopen berust op hetzelfde probeerden we allerlei dingen, William maakte onder meer kaar sen. tot ik er aan dacht weellessen te geven. We vroegen iemand van Antwerpen die hier zo'n tiental lessen heelt gegeven. De meeste daarvan heb ik gevolgd. Verder heb ik veel boeken gelezen over het weven. Voor het overgrote deel heb ik dus zelfstudie gedaan. In de akademie te Aalst stond een weefgetouw waarop ik mocht werken, maar er was niemand die het kon aanleren. Ik ben dan zelf begonnen in liet geven van kursus- sen. Het ene brengt het andere mee: je weeft, en je wil dan ook leren spinnen. Dan denk je er aan om wol te verven enz. Draad spinnen aan een echt spinnenwiel. Oppassen vóór prikken ii vingers, misschien val je wel in slaap. (JM) Het opzetten, een tijdrovend werkje aan het weefgetouw. (JM) principe als het maken v an smirna of rya. Dit procédé is afkomstig uit het oosten.» Diane Wauters houdt het bij het weven op een platliggend getouw. Ook al is het niet geschikt voor beeldend weven, toch kan men in het weefsel dekoraties aanbren gen. Dit gebeurt door het opzetten van het getouw. Diane hierover. -Je begint met het maken van een ontwerp. Aan de hand van die te kening wordt het getouw opgezet. Dit verloopt als volgt: de draden worden in de hevels der schachten gebracht. Dit noemt men de rij ging. Naargelang het motief dat aangebracht wordt verschilt ook de rijging. Dan bepaalt men de trapswijze (de volgorde waarin de pedalen moe ten bediend worden). Dan heeft men de onderbinding: dat is de rij ging en de trapswijze bijeen ge nomen en daaruit kan men opma- v ken hoe de trappers aan de schach ten moeten worden bevestigd. Met dezelfde instelling van het weefge touw kan, door bijvoorbeeld de trapswijze te veranderen, een an der motief geweven worden. Men kan ook dubbel weven. Met een zelfde instelling, maar door anders te trappen bekomt men een dubbel weefsel, langs de ene zijde open en langs de andere zijde dicht. Zo heeft men dan. wanneer men werkt op een breedte van zestig centimeter tenslotte een stuk van 120 cm. Men kan ook zodanig weven dat een stuk langs beide kanten gesloten blijft. Dit bijvoor beeld voor het weven van kussens. Wat bijzonder boeiend is bij het weven, is het spelen met kleuren. De meeste wevers spelen liever met kleuren dan met motieven. Een kleur spreekt altijd meer aan dan een motief.- Deze technische kant van de zaak zal misschien voor onze lezers niet steeds duidelijk zijn. Ook uw ver slaggever had enige moeite om een inzicht te krijgen zonder ooit een weefgetouw gezien te hebben. Vroeger was het zo dat de mannen achter het weefgetouw zaten, en dat de vrouwen de draden spon nen. Het spinnen is veel eenvou diger. Elkeen heeft al eens een spinnewiel gezien. Het spinnen is "niets anders dan het in elkaar draaien der wol, het vlas of de hennep. Vervuilde wol moet ge wassen worden. Is de wol teveel in eïkaar gestrikt, 'dan'dient ze -ge kaard» te worden. Het karen is als het ware het kammen v an de wol Dit gebeurt door middel van de kaardedistel. Een ander aspekt bij het vervaar digen van weefsels is het kleuren van de wol. Dit gebeurde met plantaardige middelen. Vandaag de dag gebruikt men poeder dat in water opgelost wordt en met een fikseermiddcl behandeld wordt. Het plantaardige v erv en is nu bijna niet meer bruikbaar, temeer het juiste aanwenden van verschil lende planten een studie apart is. Diane hierover: ••San bepaalde planten vervagen de kleuren na bepaalde tijd; kleu ren op basis van andere planten behouden hun frisheid. Om die klcur-cchthcid te bewaren worden ook liksecrmiddelen gebruikt. Het zal u v erwondcren wanneer ik v er- tel dat je met boomschors kleuren kan maken; ook ajuinschillen en bloemen kunnen gebruikt worden. Bijzonder vast van kleur is verf bereid uit bolsters van noten. Dit heelt menigeen reeds aan den lijve ondervonden. Het principe om te kleuren op plantaardige wijze is eenvoudig. In heel water laat men de schors, de schillen ol de bloe men uitrekken. Het water moet. zeker wanneer men wol kleurt, al In onze eerste aflevering over het plantaardig kleuren van wol hebben we uiteraard eerst enkele algemeenheden be schouwd. Dat was ook nodig wil men op voorhand weten waarover het feitelijk gaat en ook om personen die er zich gebeurlijk voor interesseren eerst en vooral zich een oordeel te laten vormen of zij al dan niet met deze hobby gaan starten. Dat dit tweede artikeltje zo lang is achterwege gebleven is uitsluitend te wijten aan het feit dat de laatste weken er zoveel ander nieuws was dat onze kleurige wolletjes 'n beetje op de achtergrond werden geschoven. Maar hier zijn we er dan toch weer mee en - laat ons hopen - er zullen er nog volgen. want zoals met de meeste plant aardige kleurmiddelen, heeft men er wel tamelijk veel van nodig wil men enig resultaat be reiken. Ajuinpellen sparen dus! En welke kleur mogen we nu verwachten? 'n Fraai oranje dat er zijn mag! En hier volgt nu hoe we te werk gaan. Gemakkelijk- heidshalve zullen we steeds de verhoudingen aangeven voor 100 gram droge wol, zo krijgen we meer eenvormigheid in onze recepten. Nadat we de wol gewassen en gedroogd hebben zoals in onze vorige aflevering beschreven, moeten we ze nu gaan beitsen. Dit beitsen moet er voor zorgen dat de wolvezels de kleurstof vasthouden. Dit beitsblad stel len we samen uit 15 gram witte aluin en 6 gram wijnsteenzuur, allebei bij de drogist te verkrij gen. Deze beide zure poeders lossen we op in kokend water en voegen alles bij 4 5 liter We zullen het natuurlijk niet houden bij het bruin kleuren met behulp van notenbolsters alleen, 't Zou maar een bruin geval worden op de duur... En daarom houden we het hier nu bij een veel helderder kleurtje. Hoe zou het ook an ders kunnen... 't is een typisch aalsters kleurtje. Want we gaan ajuin gebruiken! 't Is te zeggen, we zullen beginnen met de bui tenste pellen van onze tranen- verwekkende knollen. We her inneren ons nog dat onze grootmoeders indertijd ook diezelfde ajuinpellen gebruik ten om hun keurige gordijntjes eens een ander kleurtje te ge ven na het wassen. We dienen dus bij het bereiden van onze ajuinsaus, of mosselen of wat weet ik veel waarin je ajuin ge bruikt, die bruin-gele pellen op te sparen, ergens in een bokaal of een papieren zak. Tot we er genoeg van vergaard hebben water. De vochtig gemaakte wol wordt in dit bad gedompeld waarna we alles verwarmen tot ongeveer 90 graden Celsius (thermometer gebruiken), We proberen deze temperatuur zo te houden gedurende een uur tot anderhalf uur. Hierna mag de wol uit het beitsbad geno men worden en in een doek ge knoopt, te drogen gehangen. Ondertussen hebben we er voor gezorgd dat we genoeg ajuinsaus gemaakt hebben dat we aan 20 a 30 gram van die zeer lichte velletjes zijn ge raakt. Hoe meer pellen, hoe in tenser de kleur wordt. Dit ge wicht stemt zo ongeveer over een met 5 6 handvollen. Deze laten we een tijdje weken in 4 a 5 liter koud water. Als het enigszins kan in een koperen ketel. Heeft men zo'n leuke ke tel niet, nou ja, daarom niet ge treurd, een andere kan ook wel dienen. Aan de kook brengen, he.t goedje mag wel anderhalf uur doorkoken. Waarna men het terug laat afkoelen tot handwarm. De gebeitste wol wordt er nu in gedompeld en onder af en toe omroeren wordt alles langzaam verwarmd. 45 minuten tot een uur laten door sudderen. Haal de wo! nu maar boven water, je zal versteld staan over de kleur die ze heeft aangenomen. Laten uitdruipen en dan spoelen maar. Zoals vroeger reeds gezegd, spoelen in geleidelijk steeds kouder wordend spoelwater en dit net zolang tot het spoelwater hel der blijft. Ziezo, 't is niet meer dan dat! Wie zo maar rap-rap enkele ajuinen gepeld heeft om aan voldoende buitenste pellen te komen, hoeft daarom nog de rest niet weg te gooien. Ook daarmee kan gekleurd worden! 50 a 60 gram gesneden ajuin is al voldoende om 100 gram wol een kleurtje te geven dat zo er gens schommelt tussen geel en olijfgroen... Beitsen met 15 gram aluin en 5 gram ijzersulfaat (blauwe aluin) in dezelfde vlotverhouding als hierboven. Na afkoeling de wol in het kleurbad gedurende een nacht laten inweken. Binnen een halfuur tot een temperatuur van 90 graden brengen en ge durende anderhalf tot twee uur laten zachtjes doorkoken. Wassen, spoelen en drogen zoals bij de vorige werkwijze. Dat zijn dus twee plezierige kleurtjes die we bekomen met ons stedelijk simboolen er hangt zo een ganse dag een penetrant ajuinengeurtje ip huis als je er mee bezig bent. In de wol tenandere ook nog een tijdje. Maar dat waait er wel uit! A.B. Op tweehoog in het bijgebouw van de stedelijke Muziekakademie «hangt» het poëziezoldertje van Kris Iserbyt. Er gaat een vreemde rust en sereniteit uit van dit lokaal. Men heeft er de ideale sfeer gekreëerd om zich op poëzie toe te leggen. Voltapijt, witte muren, eiken balken en spots. Kortom enig. En achter de dubbele kantoortafel zit Kris. Gedichtenbundels aan de ene kant, een stapel administratieve papieren aan de andere. Kris geeft poëzie en toneel in de akademie te Aalst, in het Konservatorium te Gent daar naast ook nog fonetika. Ze maakte in samenwerking met de BRT enkele audio-visuele poëzieprogramma's, onder meer een internationaal pro gramma omtrent Kerstmis en een gedichtenreeks over «de stad», geïllustreerd met werk van de Aalsterse fotograaf Van Den Abbeele. Rasechte Vla mingen zullen haar reeds op gemerkt hebben tijdens het Vlaams Nationaal Zangfeest en tijdens de Ijzerbedevaart, waar ze reeds geruime tijd in staat voor de prezentatie en de bindteksten. Kris: «Ik word graag met het publiek gekonfronteerd, ik vind het zeer aangenaam en fasci nerend. Je hebt er een soort triomfantelijk gevoel dat ieder een alleen naar jou luistert, het is alsof je een zekere macht bezit over al die mensen. Je staat in het middelpunt van de belangstelling, men heeft enkel aandacht voor jou. Dat doet je iets.» Hier in Aalst heeft Kris eigenlijk maar een klein vingertje in de poëziepap. Enkele jaren terug verleende ze haar medewer king aan de Dirk Martensprijs voor poëzie, uitgereikt door het stadsbestuur. Ze verscheen er op de planken met een frag ment uit «Het Lof der Zotheid» van Erasmus, en verzorgde verder de prezentatie van het hele gebeuren. Sporadisóh ook trad ze hier en daar op ter om lijsting van een of andere fees telijkheid. En dan is er de Akademie. Kris fungeert er als enige lerares wat voordracht betreft, en dit biedt wel een enorm voordeel voor haar en ook voor de leer lingen, die zich hierdoor niet elk jaar weer moeten aanpassen aan een nieuwe leraar of lera res. Daartegen staat echter dat niet iedereen kan toegelaten worden tot de kursus, door een tekort aan tijd. Zelfs nu is de lesduur per leerling nog te kort, amper een half uurtje per week, wat veel te weinig is om eigen lijk tot een goede tekstinterpre tatie te komen. In het kader van de leerlinge audities richt Kris elk jaar een poëzieavond in, die naar tradi tie doorgaat op de zolder van het Oud-Hospitaal. De leerlin gen krijgen hier de kans zich te uiten voor een publiek, en hun vermogen tot het prezenteren van gedichten te toetsen. Doorgaans zijn deze avonden uiterst verzorgd en zeker de moeite waard om bij te wonen. We hebben het ook over het waarom, het «eigenlijk» van de poëzie. Volgens Kris is het doel van een voordrachtkursus niet een gedichtje vlekkeloos leren afdreunen. Hel is meer het le ren interpreteren van een tekst, het danvoelen van de bedoe ling, de boodschap die de au teur meegaf aan het gedicht. Men moet de sfeer van het ge dicht op zichzelf trachten over te brengen, om zo tot het ont dekken van de eigen persoon lijkheid te komen. «Men kleedt zichzelf een beetje uit» als men voordraagt. Maar poëzie naar voorbrengen is ook een kunst. Je moet er een zekere dosis talent voor bezitten, en heb je zoiets niet dan wordt dat wel aangevoeld na een tijdje. De leeftijd van de student speelt ook een rol. Twaalf- en dertienjarigen ko men hierheen om een gedichtje leren voor te dragen, naarmate je ouder wordt wil je meer de tekst, de inhoud goed leren in terpreteren. Slechts een kiein percentage van de leerlingen die de studies hier beëindigen komen later te recht in het konservatorium. Kris Yserbijt. lerares poezie en toneel aan de Stedelijke Akademie voor muziek, ballet en toneel. EDV Het is gevaarlijk, zegt Kris, om iemand, zelfs al is die nog zo goed, naar het konservatorium te sturen. Er zit zo weinig toe komst in poëzie als beroep. Men weet nooit wat het gaat worden. Er is gewoon niet ge noeg belangstelling voor in onze maatschappij. Ook is de mentaliteit op het konservato rium helemaal anders dan hier. De enige mogelijkheid om zich uitsluitend met deze studies la ter te vestigen bestaat erin zelf in het onderwijs te gaan. En ook dit laat te wensen over... Dat gebrek aan belangstelling voor poëzie, evenals voor elke andere vorm van kuituur, is waarschijnlijk te wijten aan de nu heersende mentaliteit bij de mensen. Men heeft er geen tijd meer voor. het is moeilijk te verwerken, men moet er zich voor inspannen. Men heeft er geen geld voor! Neem nu bij voorbeeld de Oostblokken, daar heeft men nog tijd én zin voor kuituur, en de overheid schenkt overvloedig subsidies; hoewel de westerse invloeden ook daar stilaan merkbaar wor den... Aan kuituur doen is dus enkel voor die kleine groep goedwilli- gen, die vinden dat er kuituur moét zijn, en die het ook nog zo goed als gratis willen doen. Zelfs in het dagonderwijs wordt er te weinig tijd aan poëzie be steed. Het gebeurt wel eens dat een regent Germaanse hier voordracht komt volgen, orft zijn of haar leerlingen toch iets te kunnen bijbrengen over juiste tekstinterpretatie. In het pedagogisch hoger onderwijs hecht men er dus ook geen be lang aan... De toneellessen in de akade mie worden deels ook door Kris Iserbyt verzorgd. Kris: Eigenlijk is er geen wezen lijk verschil tussen poëzie en toneel. Bij een voordracht geef je je wel meer bloot, je drukt je persoonlijkheid uit in het ge dicht en je staat er helemaal alleen voor. In een toneelop voering word je geholpen door de regisseur, de medespelers en het dekor. Maar de bedoe ling blijft dezelfde, je moet je inleven in de rol, hem interpre teren, zich ermee identificeren, zoals men zich spiegelt aan een gedicht. Bij toneel heb je ook meer kans om in de sfeer te komen, de omgeving is meer aangepast aan een bepaalde uit te beelden situatie Ikzelf speel ook toneel, en ik vind dat een zeer verrijkende ervaring. Ik zie anderen bezig, ik zie de regisseur aan het werk, en zo iets stimuleert en geeft me ide- en om in mijn les te ge bruiken. En 't is gewoon erg prettig... Wim Verbeiren 4

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Voorpost | 1978 | | pagina 15