NIET BOB DYLAN, MAAR JAN DE WILDE KOM NAAR AALST JAN DE WILDE VOGELENZANG,5 De Voorpost - 24-11-1978 - 17 (EDV) Op zaterdag 25 november is Jan De Wilde weer op het podium te zien in Aalst, en dit meer bepaald in het 'Jeugdhuis Terlinden'. Jan is reeds een achttal jaren niet meer weg te denken van de Vlaamse podia, toch moet het zowat een jaar zijn geleden dat hij nog in onze streken heeft opgetreden. VOGELENZANG 5 Jan De Wilde dient in feite nauwe lijks voorgesteld, zeker niet aan het Aalsterse publiek. Zowat iedereen die wat 'music-minded' is of geïn teresseerd in wat er in ons Vlaamse muziekwereldje zoal omgaat kent hem wellicht wel, zij het van één of ander optreden, zij het van zijn tot hiertoe drie volgezongen en ge speelde LP's: «Zzrröóó» (1970), «Vogelenzang, 5» (1972) of zijn laatste die nu zowat een drietal jaar geleden moet zijn uitgebracht «Knikkerterrorist»; drie, laten we het maar gerust zo stellen, erg sterke en mooi afgewerkte LP's zowel wat de teksten als wat de muziek betreft. Daar hij dus toch wel één der be langrijkste en wellicht ook invloed rijkste figuren is die ons Vlaamse pop-, chanson-, of kleinkunstge- beuren (what's in a name?) heeft gebaard, vonden we het nuttig om met hem even een babbeltje te gaan maken. Het werd een lang en boeiencfgesprek met iemand waar van heelwat te leren valt. Later op de avond echter alweer thuis moesten we tot ons groot spijt en ongenoegen vaststellen dat onze cassetterekorder het had laten af weten. Dan maar beroep gedaan op ons geheugen (wat is dat ook al weer?) om Jullie lezers toch wat te kunnen aanbieden. Jan woont nog steeds te Lede, op een boerderijtje, in een rustige buurt, een beetje teruggetrokken. Hij houdt zich bezig met de ver- bouwingen van een huis te Ooi donk. Toch zal hij zich met Aalst wel steeds blijven begaan voelen: «Er bestaat tussen Aalst en mij een om het zo te zeggen liefde- haatverhouding, een gevoel waar mee waarschijnlijk wel iedereen zal te maken hebben t.o.v. de stad waarin iemand geboren en opge groeid is Öok van Karnaval blijft Jan nog steeds houden; hij heeft steeds spijt wanneer er dan op zondaga vond ergens moet worden opge treden. Toch vond hij de hele sfeer die vroeger het Aalsterse karnaval- gebeuren tot iets unieks maakte veel fijner, veel spontaner. De laat ste jaren is dat hele gebeuren tot een zaak geworden, een grote show met veel mooie, kleurige pakken en machinerieën, iets wat in feite iedereen kan waarmaken die er het geld voor heeft. Jnllj HëT§ SpBciaais, döV andere"" mensen die er reeds kennis mee maakten hebben die ervaring ge had en delen die mening. Het Aals terse publiek is tegelijkertijd ruw en koud, sarkastisch zelfs. Toch zal hij er steeds blijven voor optreden, ook al zou hij ver weg van Aalst wonen v Jan is reeds een hele tijd aktief be zig in onze Vlaamse muziekwereld: «Eigenlijk is het allemaal erg vroeg begonnen. In het «klein kollege» zongen we indertijd bij Cantate Domino toen nog gedirigeerd door Jules Gijselen. De behoefte ontstond om zelf gaan te kompone- ren en teksten te schrijven en zo onze kreativiteit bot te vieren. We richtten dan een groepje op van vier man, later werden er dat dan drie en twee tot er tenslotte slechts één meer overbleef.» Dat was dus Jan De Wilde. Onder tussen is er reeds heel wat ge beurd: Jan heeft zoals reeds werd vernoemd drie LP's achter de rug, een vierde LP wordt voor volgend jaar verwacht De op namen ervan zijn gepland voor het voorjaar van 1979. De eerste drie LP's werden door de Vlaamse pers erg goed onthaald, de eerste werd toendertijd zelfs betiteld als 'de bes te Vlaamse elpee tot dan toe'. En inderdaad. Jan De Wildes elpees getuigen van een weinig geziene frisheid en oorspronkelijkheid, m.i. vooral dan kwa tekst. Deze verhalen vooral over mensen die hij zelf kent of heeft gekenddie tot zijn ervaringswereld behoren, zo «M'n tant'Odile», «W H. Winsel», over zichzelf, of misschien eerder over het imago dat hij rond zichzelf creëerde: «Hier komt Jan De Wilde», «Ik kan het ma», «Jan de grote griezel», of nummers waarin zijn eigen levensvizie wat duidelij ker uit de verf komt, nummers met een meer algemene problematiek, «Walter, ballade van een goudvis», «Rolstoel», «Ik wou dat er een nieuwe oorlog kwam». De teksten zijn allemaal echter wat afstandelijk geschreven, met een ironische kijk op de zaken, overigens een ma nier van schrijven die Jan op een meesterlijke wijze beheerst en in een erg natuurlijke, eenvoudige taal. De muziek op zijn eerste elpee leunt sterk aan bij de Amerikaanse folkrock, meer bepaald bij Bob Dy lan zonder daarom echter werkelijk storend te werken. De tweede elpee is al wat geraffineerder en geva rieerder, waarin de folw steeds overheerst, verrijkt met en- kele popelementen. Dit hoeft ech ter geenszins te verbazen, daar voor de begeleiding werd gezorgd door mensen als Raymond van het Groenewoud (ook al geen onbe kende hier in Vlaanderen), Kris De Bruyne, Cees De Jonge, Paul Ri- chings en Frans leven. De Derde en voorlopig al thans laatste elpee is dan werke lijk een innovatie: nog gevarieerder dan de twee vorige klinkt deze elpee nog voller, de musici (Jean-Luc Van Lommei - drums, Cees De Jonge - gitaar en mandoline, Jean Blaute - elektrische gitaar, piano, orgel en akkordeon. Frans leven - bas en Jan zelf op de gitaar, de mandoline en de doedelzak) spelen erg hecht op mekaar in, zonder mekaar daarom te verdringen. Ook het stemgebruik van Jan is in zeer pozitieve zin geëvolueerd. De zijn kwa tekst meer diep* waarin Jans persoonlijk heid meer tot uiting komt. Jan zelf over die elpees: «Ik zou graag iets sterk en tegelijkertijd wat rommelig, spontaan gezien heb ben. Dat hebben we echter nooit ten volle bereikt. Dylan bijvoor beeld, die kon dat wel: een nummer opnemen, na het twee keer met de muzikanten in de studio te hebben gerepeteerd.» Op onze vraag of hij er nooit heeft aan gedacht om met een groep te gaan optreden antwoordt hij ons dat hij dat nooit heeft gedaan om wille van de technische problemen dat dit met zich meebrengt. Mees tal treedt hij op in eerder kleine zaaltjes. Deze zijn kwa akoestiek meestal ongeschikt om met een groep te werken. Verder is het ook erg moeilijk om muzikanten te vin den die zich muzikaal kunnen aan passen aan de beperkte ruimte. Een drummer bijvoorbeeld slaat er dikwijls nogal graag duchtig op los Jan werkt op het podium momen teel met zijn vrouw Lieve Van Steenberghe, vnl. op de bas, en André Van de Velde op akoesti sche gitaar: «Veel verandering heeft dat tegenover vroeger niet teweeggebracht (Jan werd een tijd lang begeleid door Lode Caudron). We zouden wel meer instrumentale nummertjes kunnen brengen en ik zou dat liever doen ook, maar dat wordt door het publiek niet altijd gepikt.» Wanneer we over het publiek pra ten viel me ineens de herinnering te binnen aan één van Jans optre dens, enkele jaren geleden te Aalst, in zaal 'f Kapelleken', waarbij het publiek niet in het minst geïnteres seerd leek, en dat dan maar op rumoerige wijze liet blijken. «Wanneer dat zo twee, drie keer na mekaar gebeurt ben je wel wat ont goocheld, doch nadien begin je daarover na te denken en relativeer je dat wel enigszins. Overigens mag je nooit denken dat je publiek te dom zou zijn, want dat is in feite niemand, dat zou dan ook implice ren dat jij de slimste zou zijn, wat wel erg gevaarlijk is. Het publiek is ook wef erg veran derd tegenover vroeger, wat meer apatisch geworden, onverschilli ger. De mensen zijn meer met hun noa e'9en problemen begaan (de werk loosheid bijvoorbeeld) Of Jan zelf op dit ogenblik enkel kan leven van zijn muziek? «Inderdaad, we nemen zelfs nu niet méér optre dens aan dan om er te kunnen van levens® na mekaar moet doen, de laatste niet meer zo op peil staan. Doordat ik minder optredens aanvaard heb ik ook meer de tijd om te werken aan nieuwe nummers, om naar muziek te luisteren of om te lezen En Jan houdt zich tijdens zijn vrije tijd inderdaad vooral bezig met le zen. Hij leest zowat alles wat het huis binnen komt, tot de reklame- bladen toe, die leest hij van A tot Z: «Het lezen van reklamefolders of reklamebladen kan je al evenveel leren als het lezen van een semi- wetenschappelijk werk over de seksualiteit, vooral dan met be trekking tot wat er zoal leeft en om gaat in een maatschappij.» En dat willen we best geloven, denken we maar even aan het nummer «Een vrolijk advertentielied» uit de tweede elpee Dat «nieuwe nummers schrijven» gaat echter blijkbaar niet zo vlot; getuige daarvan is het steeds maar weer uitstellen van zijn volgende elpee (waarvan deverschijningsda-. turn eerst was gepland tegen de Kerstdagen van dit jaar, maar waarvan de opnamen uiteindelijk pas in het voorjaar van volgend jaar zullen worden gestart). Jan daarover: «Het schrijven van (nieuwe) nummers gaat inderdaad erg traag: ik krijg op een bepaald moment een idee, dikwijls is dat iets wat ik in me heb «opgekropt» en wat ik dan van me afschrijf, en dan laat ik dat zowat een maand of zes liggen Dan werk ik hem meer uit en maak er een werkelijke tekst van. Wellicht heeft dat rage werken ook We zeggen er ook veel af. te met de grote zelftwijfel Wanneer iemand dan aan de tele- waaraan ik lange tijd onderhevig foon zegt: jamaar, je treedt toch wIt geen hele week aan één stuk op. antwoordt ik: neen, maar we ne men er niet meer aan dan drie of vier per week. Indien ik er meer zou aannemen zou het te vlug vervelen, zou het mogelijk zijn dat ik mezelf ga plagiëren. Dit kan worden ver meden door oude nummers steeds op een andere manier te brengén of door er gewoon nieuwe te brengen. Ook ben ik vlugger uitgeput dan vroeger: wanneer ik nu vier, vijf optred^^na meka§ynoet doen ben ik uitgeput, dat heeft natuurlijk wat te maken met de jaren. Vroeger was het me mogelijk ook na een optreden om vijf uur 's morgens nog een boek beginnen te lezen; nu kan ik dat niet meer. Ook is het zo dat, wanneer ik enkele optredens ben geweest: ik schrapte steeds meer dan dat ik eigenlijk neer- schreef. Dat i: s nu wel wat veran derd. Een uitzondering daarop was wel een niemendalletje als «Vrolijk Lentelied», dat stond, geloof ik, zowat na een kwartier op het pa pier. Dat is geschreven in een mo ment van euforie.» Daar we steeds hebben gevonden dat Jan, in vergelijking met mensen als een Zjef Vanuytsel of een Johan ^Verminnen althans, te weinig werd gewaardeerd, vragen we hem daarover en over de kritiek in het algemeen zijn mening: «Ik denk dat de waardering juist genoeg is voor wat het verdient. Er is een tijd ge weest dat ik niets verkeerd kon doen in de ogen van sommige mensen; dat is later wel verbe terd.» En over de kritiek: «Hier in België zijn er weinig échte critici, weinig mensen die er werkelijk wat van kennen. Die men§en schrijven meer vanuit de routine; kritiek op hoog peil kennen we hier niet. Overigens werkt pozitieve kritiek nooit stimulerend op mij in. Nega tieve kritiek, die gegrond is (mees tal is die echter niet gegrond) en daardoor als pozitief kan be schouwd worden werkt daarente gen wel stimulerend.» Jans teksten getuigen van een (te dere) ironie. Nooit wordt hij echt cynisch, of sarkastisch. In plaats van een schaamteloze gevoeligheid of een bijtende spot verkiest hij een veeleer afstandelijk schrijven. Zijn vaag humanisme, zijn gebrek aan het poneren van waarde-oordelen in zijn teksten werd hem in vroe gere kritieken in zekere mate ver weten. Ook op het podium blijft hij steeds voorzichtig en dit vooral dan te. Aalst: «Wanneer ik in Aalst of omgeving optreed ben ik altijd bang dat er iemand van de kennissen of familie leden in de zaal zit. Dan maak ik me meestal erg zenuwachtig, durf ik soms niet te zeggen wat ik zou wil len zeggen, uit vrees bepaalde mensen te kwetsen.» En waarlijk, enkele jaren geleden zeijjan 's in een interview met Piet Piryns iets in de aard van «Zij was zo jlelijk als de nacht, mijn tante Odlle» in elk geval werd het zo door Piryns «vertaald». Toen kreeg hij feakties als: «Jamaar, zo was ze tocfi niet hé!», met foto's erbij om het te bewijzen. In élk geval hebben we eindelijk weer eens de gelegenheid om één vad onze meest persoonlijke arties ten: en dan nog uit eigen strëek aan het werk te zien. Het voorprogramma wordt verzorgd dodr Is Cuma Lion, ook uit eigen strgek. Laat deze unieke kans niet aan jullie neus voorbijgaan! Af spraak dus in het 'Jeugdhuis Ter linden' op zaterdag 25 november 1978 om 20 uur. In voorverkoop kosten de kaarten slechts 60 fr. aan de inkom 70 fr. DIRK DE TROYER

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Voorpost | 1978 | | pagina 17