ss
fg
Gelijk in de wieg, zoo in 'tgraf.
Het is maar één Glas.
Heer Doctor, gij zijt een goed meusch Doch Arthur een
ding wil mij aan u maar niet bevallen. Gij zijl een kundig ge
neesheer, een trouwe vriend, een man geheel naar de wereld,
maar in een gezelschap deugt gij niet. Zoo sprak AugustS
lot zijn boezemvriend, den jeugdigen doctor Arthur W... Het
was een klein partijtje en een gezelschap van jeugdige ambtena
ren,doctors en advocaten zat vrolijk bij elkaar.
Mag ik u vragen, August, wat u aan mij mishaagt vroeg
de jonge doctor, een zeer nette man.
Dat is spoedig gezegd, antwoordde zijn vriend. Ik heb u
een glas voorlreffelijken wijn ingeschonken eu uw glas staat nog
onaangeroerd op dczellde plaats. Neen, Vriendje! gij zult mij niet
wijs maken, dat gij nooit wijn drinkt! Ik heb u immersalsstudent
gekend en toen waart gij niet bang voor een glas. IIoc heb
ik het thans met u Behoort gij misschien lot de sekte der koud-
water-drinkers, of hebt gij soms op leven en dood trouw gezwo
ren aan de afschafterij
God gave, dat ik het gedaan had, voordat ik in het openbaar
leven optrad.
Gij wordt geheimzinnig. Gij hebt een valsch geweten, kom,
neem dal glas, doe mij bescheid. Een glas goeden portwijn zal u
geen kwaad doen. Arthur, het is maar dendas.
Ja, ja, het is maar één glas. Aan die ongelukkige woorden
heb ik hel te danken, dat ik eene rijke praktijk, eene rijke bruid
en de achting van dé inwoners mijner geboortestad verloren ücb,
dat ik mij tot groole droefheid van mijne oudei's, broeders en zus
ters naar den vreemde moest begeven
Is het mogelijk vroegen de jonge mannen nieuwsgierig.»
Kom, vertel ons, Vriend! vertel doctor!» klonk het aau alle
kanten.
Gaarne. Tot uwe onderrichting en waarschuwing, tot mijne
rechtvaardiging, waarom ik geen wijn drink, antwoordde de
de jeugdige geneesheer.
Dat klinkt ernstig meende de een.
Het klinkt schoolmeesterachtigzei de tweede.
Stille Laat Arthur verhalen, riepen de anderen.
lk had pas kort geleden mijn examen gemaaktbegon de
doctor, toen ik bij een mijner vrienden op een partijtje werd
gevraagd. Doctor K.... bad van zijn oom eenige manden fijnen
wijn present gekregen en op den bepaalden avond moesten de
kurken springen. Gij, die mij alsstudent gekend hebt.weet allen,
dat ik bij zoo n gelegenheid nooit achterbleefik hoef mij echter
niette verwijten, dat ik ook maar een enkelen keer de grenzen
der matigheid zoover te builen ben gegaan, dat ik mijn volle
kennis niet meer had. Maar op dien ongclukkigen avond was ik
bijzonder vrolijk en had ik buitengewonen zin men dronk zoo
dikwerf op de gezondheid van mijn bruid en de uitbreiding van
mijn praktijk, dat ik telkens weer aan bescheid moest doen, lot
ik eindelijk aan liet. punt, tol hier toe en niet verder, aangeland
was en bij mijn zeiven besloot dat het beste wat ik voor hel
oogenblik doen kon, was naar buis te gaan. Zoo gedacht, zoo
gedaan. Ik nam hoed, stok en overjas en n aakte mij.marschvaar-
üig. 11...., gij hebt hem allen gekend, riep mij toe
Arthur gaat naar zijne bruid en wij willen den bruidegom
niet langer in ons gezelschap houden, maar tol afscheid nog een
glas
lk bedankte en zei, dat ik mijn best gedaan bad, dat ik niet
meer mocht, en zoo meer. Maar bij schonk mij nog eens in en
riep spottend Nu dal eene glas nog, Arthur dal doel u geen
kwaad. Lang bleef ik weigeren, eindelijk dronk ik liet glas ach
ter elkaar leeg, wij kwamen weer in sprek; zonder dat ik bel
merkte was mijn glas weer gevuld en ik dronk opnieuw. Ik zag
maaral-lc goed, dat liet meer dan hoog tijd voor mij was het ge
zelschap te verlaten en ik ging been zoo spoedig ik kon. Met lange
beencn ging ik over de straat, en kwam zoo voorbij het huis van
den rijksien man uit onze siad, den bankier Z.... Eensklaps
hoorde ik iemand achter mij roepen Heer doctorHeei doctor
lk bleef staan, de oude bankier kwam mij zelf hijgend achterop
Beste heer doctor, gij komt als geroepen. Mijne vrouw is van
de trede uitgegleden bij het instijgen van hel rijtuig om naar de
komedie te gaan Ik was in de grootste verlegenheid, naar
welken doctor ik in de haast gaan zou. De vorige week, gelijk
gij weet, onze huisdoctor gestorven en ik heb nog geen nieuwe
keus gedaan. Daar komt gij juist hier, liet kon niet beter, lk heb
uw kunde zeer hooren roemen en nog gisteren sprak ik met
iemand over U.
Nu moet gij welen, vrienden, dal ik ook reeds aan de huisprak
tijk bij die rijke lui gedacht bad. De oude bankier had geen kin
deren, bij en zijne vrouw waren zoo vast aan bet leven gehecht,
dal zij den huisdoctor vorstelijk beloonden. Het aanzien en de
rijkdom van die menschen bad ook machtig veel invloed en ik
wist zeker, was ik eenmaal daar tot huisdoctor gekozen, dan
kreeg ik ook spoedig al de koflievriendinnen van de oude vrouw,
en nujn praktijk aan het huis van Mijnheer oen Bankier was voor
mij de beste recommandatie, om ook de plaats van stadsgenees
heer, die juist open was, te verkrijgen. Wat haddc ik gegeven
als ik toen geheel nuchter geweest ware. Dal verwenschte een
glas Ik volgde den bankier op de trap naar boven ik voelde,
dat hel hoofd mij draaide, maar wat zou ik doen Thans kon ik
niet racer terugkceren. Ik deed mij geweld aan, zooveel ik kon,
maar het 2tic<p mij weinig. Ik ging in de kamer van de lijderes
en mijn eerste ongeluk was, over een voetbankje te struikelen,
wat mij nog liet laatste restje van mijn moed geheel ontnam. Ik
trad aan het bed en tot mijn ongeluk onderzocht ik bet gelid van
den gezonden voet en sprak toen met een ernstig gezichtde
verwonding is niet van beteekenis. De oude heer, die mot het
licht naast mij -tond, maakte mij met -eene beweging, welke "e-
genoeg zef, opmerkzaam, dat ik den gezonden voet onderzocht
had. Mijne verlegenheid steeg toen ten top ik zag nu, dat het
niet dan eene zwikking was, maar de voet was er gezwollen en
dat bracht mij in de war. Ik zei den ouden heer, dat |ik naar huis
wilde gaan, om mijn instrument te halen, alleen om zoo wat tijd
te hebben, mij een weinig te herstellen.
Met het lïoofil schuddend volgde mij de bankieren bij het uit
laten fluisterde hij mij in bet oor. lieer doctor, gij kunt het niet
verbergen, gij licht te veel gedronken. Om Godswil, ik bid u,
denk toch welke jammeren gij in uw beroep als geneesheer kunt
aanrichten als gij aan den drang van dien hartstocht gevolg
geeft. Ilet is jammer, dat gij uwe talenten, uwe vooruitzichten
zoo met de voelen verschopt. Duid mij mijne waarschuwing niet
ten kwade.
De oude heer was verdwenen, ik had zijn verwijt als een ver
legen en beschaamde schooljongen aangehoord. Mismoedig
ging ik verder en nu was liet ergste van alles, dat ik juist het
huis van mijne bruid voorbij moest. Ik ging binnen om mij een
weinig op te beuren en ik verzocht Elisa haar lievelings-lied voor
mij op de plano te spelen. Velen van u hebben Elisa gekend,
thans de eclHgenoote van den stadsdoctor R.... Alle jongelui be
nijdden mij nujn geluk. Zij was het eeuig kind van een rijk wol
handelaar en ik had lang om de hand van de rijke erfgename
moeten aanhouden, voordat de oude heer zijne toestemming wilde
geven. Thans was ik alles bij den vader, alles bij de dochter;
onze trouwdag was reeds op ecu niet ver verwijderd tijdstip be
paald.
Ik voelde, dat mij de wijn in de warme kamer nog meer naar
het hoofd vloog. Hoe ik echter Elisa bclecdigde, wat ik verkeerds
zeide, weel ik heden nog niet; zooveel weel ik, zij verliet vvee-
nei.'de de kamer, en ik bleef'een tijd lang alleen daar staan ten
laatste ging ik mooi zwaaiend naar huis, wierp mij geheel gekleed
te bed, en sliep tot zeer laat in den morgen, lk stond op, maar ik
had zulk een hoofdpijn, dat ik de oogen bijna niet open kon hou
den. Ik herinnerde mij het gebeurde van den vorigeri avond en
van spijt en wanhoop had ik de hand aan mij zeiven kunnen slaan.
Ik bezat niet veel geld maar vijfhonderd gulden had ik willen ge
ven, als ik dat eene glas niet gedronken had. Bitter ontstemd
ging ik mijn kamer op en neer; daar viel mijn oog op mijn
schrijflessenaar, ik zag een briefliggen, haastig opende ik hem,
hij was van mijn aanstaanden schoonvader. Hel schrijven was
duidelijk in hevige gramschap opgesteld, maar ik kon gemakke
lijk den inhoud opmaken, want de laatste volzin luidde zoo be
paald mogelijk gij zult zelf wel inzien, dal gij na hel gebeurde
van gisteren avond ons huis niet meer kunt bezoeken. Dadelijk
vloog ik naar builen, naar het buis mijner bruid lk wilde gaan
beproeven ol ik den ouden heer van besluit kon doen veranderen,
of ik de kwade bui niet. kon bezweren ik was bereid, zoo 1100-
dig, allerdeémoedigst bekentenis van mijne domheid en lichtzin
nigheid te doen. iNicts zou mij te veel geweest zijn, maar
het dienstmeisje zeide mij, dat mijnheer te druk bezig was om
mij te kunnen ontvangen, dat do jufvrouw uitgegaan was. Met
één woord, om dal eoue glas moest ik het veld ruimen voor mijn
mededinger, die lot nu loc bijna niet in aanmerking was ge
komen. Hij bekwam de bruid en de betrekking van stadsgenees
heer. Mijnongeluk werd spoedig genoeg ruchtbaarals i k twee
menschen vertrouwelijk met elkander op de straat zag spreken,
dacht ik, dat zij over mij spraken; hel was mij alsof iedere straat
jongen mij met den vinger nawees, alsof de gansche stad met
anders te doen had dan over mijn ongeval te spreken. Kortom,
ik kon hel niet langer uithouden, pakte wat ik had bij elkander
en verliet mijne geboorteplaats.
Ik geloot, dat hel thans niemand van u meer verwonderen zal.
als ik geen wijn drink.