MA liK TP RIJZEN.
Daarom stapt van deerste jaren, op den rechten weg der deugd.
bewijzen, dan door hem ter eerc van Christus en Zijne Kerk het
leven te benemen.
De soldaten scheppen nieuwen moed, dat zij zulk een persoon
wel gemakkelijk zullen kunnen vinden; zij keeren naar het dorp
terug en laten den priester gaan. Ook hij zelf vulgi hen en keert
in zijne vroegere schuilplaats terug.
Denzelfden nacht wordt hem bericht, dat de vrouw van een
zijner vervolgersin het dorp stervende is, en hare smart heeft
betuigd, dat zij zonder het ontvangen der 11.11. Sakramenten moet
sterven. De priester raadpleegt slechts zijn ijver voor het heil der
zielen en hij gaat. Op het punt de woning der stervende binnen
te gaan, wordt hij herkend door den man des huizes, welke on
bekend is met het dreigend gevaar der zieke en haar verlangeu.
Woedend op het. zien van den priester geeft hij hem aan de'uit
gestelde en toegesnelde schildwachten over, die hun slachtoffer
reeds beginnen te mishandelen. Wacht ten minste zoo lang
smeekte de priestertotdat ik aan de stervende de laatste Sakra
menten heb toegediendook ben ik bereid u met God te verzoe
nen, indien gij van deze genade, welke God u aanbiedt on wel-
ligt de laatste uws levens is, gebruik wilt maken. Bij het vernemen
dezer woorden 9taal de woesteling van verbazing getroffen; zwij
gend liet hij den priester zijne woning binnen, roerloos aanschouwt
hjj de verhevene kalmte, waarmede de priester de Sakramenten
toedient, en de teedere godsvrueht, waarmede zijne stervende
vrouw die ontvangt; tranen beginnen te vloeien en als de pries
ter zijne liefdevolle taak verrigt had, valt hij zelt ook op de kniën
neder en vraagt den priester ook zijne biecht te willen hooren.
Ik heb u niets te vergéven antwoordde de priester aan den
bekeerling, toen deze ook hem na zijne gesprokene biecht vergif-
tonis vroeg hoe zou ik eenigen wrevel kunnen gevoelen legen
u, die mij de eer van het martelaarschap wilde schenken?
De bekeerde zondaar bragt hierop den -priester zooveel moge
lijk in veiligheid. Niet lang daarna werd de onverschrokken
priester door de speurhonden verrast op het oogenblik, dat hij de
II. Mis las; het gerucht was reeds verspreid, dat hij doodgescho
ten was; des anderendaags beweenden eenige zijner geestelijke
medebroeders zijn verlies in de hut, welke hij bewoond had. Daar
zien zij hem eensklaps afdalen van den berg, aan wiens voet de
hut gelogen was. Spoedig ter aarde geknield, priesters Gods,
\-iep hij hun van verre toe' Nu bemerkten zij, dat hij eene ciborie
met het Allerheiligste Sakrament in zijne handen droeg. Hij
plaatste de ciborie op de tafel en noodigde zijue broeders tot
aanbidding uit.
Een der priesters, een grijsaard, kon zich niet langer bedwin
gen en riep uitwij beweenden reeds uwen dooi, van waar komt
gij en wie heeft u verlost maar het eenig antwoord van den
heldhaftigen priester was: ik heb een zondaar met Christus ver
zoend en hem de H. Communie gebragt. Vreest niet dat ik mij te
veel aan den dood bloot stel, want ik heb het reeds lang onder
vonden om er zeker van te zijn, dat God mij om mijne zonden de
eer van het martelaarschap weigert.
Men vroeg eens aan eene dame, welke kleur zij voor de schoon
ste hield.
De kleur der schaamte, was het welgepaste antwoord.
In onzen omgang met anderen hebben wij drie dingen noodig:
Een doek voor onze oogen, om vele zaken niet te zieneen
stopsel in de ooren, om Yeel niet te hooren; een slot op den
mand, om vele dingen, die wij zien, niet voort te zeggen.
f Ge weet dat er in sommige hótels kaarten liggen, waarop de
prijs der spijzen en dranken staatEen vreemdeling had die
kaart in handen en vroeg aan den gargon Jan, wat kost de saus?
Och, die krijgt ge toe, mijnheer.! En wat kost het brood9
Dat krijgt gij ook toe. Welnu, geef mij dan brood met saus
si
CECILIA.
1.
Sa, musen, van Parnas vertieren,
En zang-Godinnen al te maal.
Wilt nu vaudagö weêr beleven,
Kroont nu lieden den osaal.
Laat uw stem teil hemd zwieren,
Tot lof van onze patroouc-s,
Dio wij nu op heden vieren,
Cecilia de martelares.
2.
Tabal en mag niet zijn vergeten.
Maar hij moet hier zijn geeerd,
Win zou van zang of orgel weten,
Had hij "t zelve met geleerd l
Apolo, die heeft ons gegeven,
En vond het snarenspel y.eir zoet.
Waardoor den niensch somt te herleven,
Als hij is treurig van gemoed.
3.
D'edel vrij muziek kunst vol waarde,
Die verheugt zoo menig geest,
Keizers, koningen (leraarde,
Bemint haar al van minst tot meeat
Eu kwam Moijses niet te zingen,
Y'au vijf tooueii een zoet lied,
Omdat zij door de ro6 zee gingen,
En Jat I'haraO was te niet
4.
Heefi men David niet zien loven,
Met zijn harp en snaargeklung,
Zijnen Schepper van hierboven,
Als hij zijne psalmen zong
Ilij heeft door 't spelen van de snaren,
Wanneer hij ook voor Saül stond,
Doeu den kwaden geest wegvaren,
Waardoor hij bij hem gunste vondt.
5.
Gesilia heeft van gelijken,
Met de orgel en gazaug,
Eu du kunste der musijken,
Oud gegeven lof cu dauk
Laat ons dan dees kunste eeren,
Want zij üod is aangenaam,
Fïi ook haren 'of vermeereUj
Cij alle muzikanten t' saam.
6.
Op deen edel kunst gedronken,
En geschonken eens iu 't rond
Meu ziet weinig zangers pronken,
Als het glas is aan den mond,
Want door het gedurig zingen,
Nu g heel leeg en dan g'heel lwog,
En van sol tol ut moet springen,
Wordt dikwijls de kele droog.
Barbara Van den Driewebe, Heldergi
Gewetensonderzoek van een schoenmakersleerjongen.
Och, nu ben ik heel den dag gelukkig geweest Een champetter
zijn politiemuts afgeslagen, een dienstmeid haren eemer in het
water gestampt, een ander meid vijl appelen uit haar mand ge
haald, drie bellen kapot getrokken, een paard op hol gejaagd, en
alles is wel afgeioopon. Ei, nog iets, over de krinolien van ons
bazin gestrompeld en de melkkan gebroken.
Een boer die door eenen anderen uitgescholden was, ging bij
eenen advokaat om zijnen beleediger een proces aan te doen de
advokaat zegde tegen den boer: Vriend, ge zult er toch niets
kunnen aan doen en ge zijt er uw geld nog bij kwijt laat dat
maar zoo; men mag alles zoo gauw niet opnemen, ik zou wel te
doen hebben, moest ik al degenen die mij schobejak noemen, een
proces aan doen. Ja, met u is dat geheel anders, zei d,e boer,
maar ons gelijken en mogen dat alzoo niet iaieu.
Masteluin.
Rogge.
Haver.
Aardappels
Eijers.
Yiggens.
AALST
D EN DERMON D£.
ZEI.E.
NINOVE
LOKEREN
St-NTCDLAAS
Mn
28-25
28 50
-22,5')
26,25
23,50
23.50
25,00
00,00
00,00
00,00
00.00
00.00
10-21
19,75
16,5)
19,50
17,0!)
13,50
26-5L
24,0)
19,50
23,50
19.00
18,00
07-50
05.50
03 00
03,07
00.00
06,50
08-50
02,67
02,60
01,43
^00,00
02.70
r.-koopt per 105 liters, Ninove, per 100 kilos, Denderm. Aalst, id.
01-83
02.00
01,90
01,70
00,00
02,90
AALST, DRCIHERIJ VAN P. DaESS.