mm
JAN CLSStlLES
laatste Binders van Vlaanderen,
met nemen Wei liman, ik zelf, zeg u, 't is onbeschrijfelijk. Zeg maar
dat ze die clksverdrukking, om de wille vaa hun eigen belang,
zouden ophouden... En nu
Ge gaat al, meester!
Ja, 'k ben gelijk de Tijd, nimmer in ruste; altijd in werking.
Vaarwel, en een zalig jaar 1882.. Misschien spring ik nog eens bin-
of de
verhalen uit den Franschen Tijd
naar het uitgebreid werk van S. VAN DER GUGUT, Kunstschilder
te Aalst. (28 Vervolg.)
xxn: T Waar Sprietvlechter verschijnt.
Niemand die s anderdaags den Notaris Vosselaer zag, het wezen
blinkenue van blijdschap, niemand hadde kunnen vermoeden welk
ïjselnk tooneel er m zijn huis had plaats gehad. Na rijn dubbel
schelmstuk was Jacoous Vosselaer de valies komen onderzoeken
en deszelfs inhoud had zijn verwachting overtroffen; om den ouden
Pastoor van Onkerzele, zijn oom te redden, had Adoll een groot
deel van zijnen middel meegebracht.
1 Alles 't mijn! sprak de goddelooze Notaris; alles't mijn! De
neel zal met meer spreken; zijn lijk ligt daar tusschen twee muren
te rotten; wie weet wordt het ooit gevonden! ai, wat is alles goed
uitgevallen! En die oude Pasioor, die in mijne macht is! sedert lang
wenschtteik een Geestelijken in huis te hebben! Met alhundomme
preekauën! Ik zal hem eens toonen wie de Notaris Vosselaer is'
Geen vrees dat bij mij beklappen kan! Die kelder wordt immers na
eemge weken zijn graf.
En't monster v.as's morgends in 't kelderverlrek gedaald met
een kan water, een snee roggen brood en 'ne stcvigen rieten stok.
Den lijdenden Ouderling, omdat de weerdige man weigerde te ant
woorden op zijn beestige vragen, hij had hem tusschen het uitbraken
van vuile en smeenge woorden, metzijnenstok deerlijk mishandel I
had het water en brood toegesmeten gelijk aan 'nen hond en geroe
pen dat dit spel dagelijks zou vernieuwd zijn geworden... Ach 'ne
mensch die zijn Geloof verlaat, die gedurig vervoordert op den'weg
der misdaden, het wreedste gedierte kan hij in snoodheid en walge
lijkheid overtroffen. 0
Terwijl de Pastoor van Onkerzele daar in zijn donker kot op 'nen
bussel stroo lag te bidden, voor zijnen neef, zoo droef'aan zij», dood
gekomen, voor zijn Parochianen, voor de gansche lijdende Kerk
terwijl hij ook van God een uitkomen van zijn bitter lijden af'
smeekte, boven zijnen kerker was de Notaris aan zijne gewone be-
zigncden: De klerken nazien; volk ontvangen; akten opmaken
kalanten irakteeren; srudceren om op slimme manier geld af te tro<*-
chelen; medeplichtigen op geheime wijze ontvangen; dien morgend
werden de kalanten bijzonderlijk wel getrakteerd; was bet uit lou-
tere blijdschap? of klopte, knaagde daar nog iets. achter't borstkleed
van den valschaard? Hoe het zij, in den namiddag, alleen wezende,
in zijn bijzonder kantoor, scheen hij met ernst op iets na te denken:
Gisteren, zoo sprak hij in zijn eigen, gisteren heb ik mij met
kunde gedragen; maar ik weet niet, bij alleduivels, watik met pserd
en chees van den vermoordden jongeling ga doen; ze kunnen toch
in mijn huis ruet blijven.... Dezelve verkoopen! ja, doch wie zal 't
doen? ik zelf? dat is onmogelijk! iemand andersin 't geheim brengen
ware nog slechter... Ach, hoe spijtig dat ikgeen vertrouweling heb'
Deze woorden waren nog niet koud, of er Werd aan de voordeur
gebeld Hadden dhelscbe geesten den wensen van hunnen hertlap
gehoord, en gingen zij hem een weerdige medemaat schenken om
nog meer het menschdom te pijnigen en hun eigen boosheden te
vermenigvuldigen? Vosselaer hoorde zijn oude meid een knorrende
antwoord geven, dat her zoolaat was, de Notaris niet sprekelijk-
immers, de passant was slecht gesleed en dezulken, als zij «een bij*
afleiden CD êaVCn' d'°Ude Sl°°r Z°nder comPlimentcn
Korts daarna werd er zacn'jes op de deur der studie geklapt
Wat is er? vroeg de Notaris. - Burger, antwoordde de meid; er is
daar iemand om u te spreken. Dut hij morgen terugkomt, 't kan-
toor is gesloten. - P.utg.-r, hij wilt u perforce spreken. Hoe ziet
hij er uit? Bleek, lijdende en vermoeid. Hij schijnt van zeer ver
te komen. Laat hem dan maar komen.
De Notaris zette zijnen bril recht, nam een koppel pistolen uit
den less maar, legde ze na onderzoek, in zijn bereik,en de vreemde-
ling trad binnen; 'ne vent van middelbarigen leeftijd, sterk gespierd
doch mager niet te best gekleed, een gerimpeld wezen en diepe
schelmachtige oogen. Hij groette eerbiedig, en na gezeten te zijn
begon hi| te verhalen, dat hij gebortig was van Audenaarde vari
jongsaf met zijn Ouders de wijk had genomen naar Frankrijk,'aldra
in armoede gevallen, alles beproefd om zijn brood te winnen en
eindelijk teruggekeerd naar zijn Vaderland. Te Aalst, M' zegde hij
hadden wij een rijken oom; hier heb zijn overlijden vernomen en
gehoord dat hij ons in zijn testament is indachtig geweest.
Uw naam, citoyen en denaam van uwen oom? wij zullen
dadeli|k zien.
Citoyen, de naam van mijn oom is Jan Stailaert.
j- l aw .^ta"aeid; ia> ^'e naam staat mij voor; hij is gestorven over
anderhalf jaar en maakte een deel zijner goederen aan zijnen kozijn
Hendrik Sprietvlechter, zoon van Anna Sprietvlechter, zijne zuster.
Dien kozijn ben ik, burger; ik bezit al de noodige stukken.
Welnu, dan kunt gij u binnen eenige dagen op 't kantoor
aanbieden, met de bewijsstukken.
7~ k?,aar c,toyen< zonder eenige middelen van bestaan
indien Uwe zoo goed wilde rijn,
Binst dat de vreemdeling sprak, de Notaris deed zijnen blauwen
bril al, misschien dat de glazen een weinig bedampt waren
Wat zie ik? riep de vreemdeling, rechtspringende en nog ver-
bleekende: Sir James Smit, zijt gij het
mi - T-y-r-—
Jacobus Vosselaer, zijn eerste gevoelens waren een geweldig ver
schieten; dan veranderde hij schrikkelijk van gel «at en stak d'hand
nasr de pistolen; misschien vreesde hij dat de straffe zijner euvelda
den op hem ging vallen. Maar de tijd om zijn pistolen te grijpen
had uij niet; de vreemdeling hield zijnen arm vast en liep uit: Er
kent gij dan uw medegevangene niet meer, die u te Toulon uit de
galeien heeft helpen verlossen?
De Notaris zag verwilderd en verschrikt naar de deur: Zwijgt
sprak bij met verdoofde stem; zwijgt.' geen woord meer! de murea'
nebben ooren... Ja, ik ben dengenen welken gij van de dood hebt
verlosten ben blijde u mijne dankbaarheid te bewijzen Van nu af
zijtjge rijk, ik peizc toch wel dat gij niet gekomen zijt om mij te
verraden.!???
Maar, vroeg Sprietvlechter, droom ik of is 't waarheid? Dat
ik u hier ontmoet, onder den naam cn met het ambt van Notaris
Vosselaer!
Ja. vnend, mijn oude naam Vosselaer heb ik teruggenomen-
Sir James Smids is dood en begraven; dal deze naam manner over
onze lippen kome!
Maar. Notaris geworden!!!
lk zal u dat later vertellen. Weet dat ik hier t'Aalst, als deftig
Ambtenaar gekend ben!
Zoodat de duivel eremijt is geworden!
<~,m te winnen, ja; mijn kantoor is 't grootste van heel
de Provincie; ge zult dit later alles weten; want ik veronderstel toch
dat gij bier zult blijven.
Ik was van zin in een Handelshuis te geraken!
Gij die uit 't Rasphuis komt dat is onmogelijk... Hoort «e
ziet mijn huis is groot genoeg; Sprietvlechter. gij blijft hier wonen
en wordt miinen meesterklerk; buiren mijn Notariaat heb ik nog
ander winstgevende zaken waarvan iku 't hehtim zal leeren
Spnetvlechter aanveerdde; voor d'opspraak ging hij eerst eenige
dagen in stad logeeren; kwam met dander klerken naar 't kantoor,
de Notaris prees de bekwaamheden van zijnen nieuwen klerk bij
eemegelijk maar bijzonderlijk bij de buitenlieden, aan welke Spiet-
vlechter zich met een gemaakte godvruchtigheid vertoonde
Kortom, eendracht maakt macht voor 't slecht zoowel als voor
t goed, en die twee rampzalige boosaardige en ?cd Jelooze zielen
stonden malkaar bij. om den schelmen handel vanNorarii Vosselaer
voort te zetten en nog meer fielterijen uit te vinden. Zelfs, voor dat
er een halt jaar verliep, was Sprietvlechter veel erger geworden dan
zijn meester, en dikwijls was hij het, die 's morgends den Notaris
verving, om in zijnen ondcraardschen kerker den gevangen Pastoor
van Onkerzele zijn water en zwart brood te dragen, en hem te be
spoiten en te mishandekn.
Die arme Grijsaard lag daar te verkerkeren; d'eerste dagenen
weken bleef hem eenige hoop over; doch nu verwachtte hij de dood
opid eene of d andere gruwelijke wijze; en dikwijls om de Man te
pijnigen, Vosselaer of Spnetvlechter kondigden hem met blijdschap
aan, dat zijn laatste snee brood hem toegeworpen was. De eerbied
weerdige Grijsaard bad in t begin alles uitgepeisd omzijne verdruk
kers tot betere gevoelens te brengen, doch ziende dat al zijn goede
redens niets voortbrachlen dan meerdere en helscuere spotternij
hij zweeg cn bad; bij vereenigde zijn lijden met betgeen duizendè
Geestelijken en getrouwe Katholieken op die dagen ie lijden hadden-
Boven t hoofd van den Martelaar, er was geen misdaad welke
daar met gepleegd werd: vafscbe handteekeningen; valsche differs-
ontvreemdingen; afpersing van t geld der weduwe en wees; ja de
voornaamste rooverijen en moorden der Binders waren beraa'md
tusschen Vosselaer, Sprietvlechter en nog een andere Aalsiersche
personnagie; d ander deden 't werk; doch zij haddeu ei 't meeste
profijt van; nogtans, voor gansch bijzondere gevallen, die niemand
mochten toevertrouwd worden, Sprietvlechter bleef niet ten achte-
ren om zich te verkl eden, naar 't omliggende te rijden, cn met mes
en dolk zijn arm-slachtoffers te treffen, om hun groote sommen
of gewichtige schuldbekentenissen te ontnemen. ('t Vervolgt).
KERKELIJK NIEUWS. Men verzekert dat Rusland in
vaste betrekkingen gaat komen met den H. Stoel; ook met Pruisen
staan de zake goed; er is een moeielijkhcid tusschen gekomen;
doch Kar. maal van Hohenlohen wordt in Roomen verwacht, en
reeds is er akk ord op de voornaamste punten. De vier Heilig-
verKlaarde van 8'" december deres jaars zijn: Jan Bapiista Rossi,
Priester; Laurenuus de Brin ies, Kapucien; Bcnedictus Labre; Pel
grim en Clara van 't Kruis, Kloosterlinge, alle vier nederige perso
nen, zonder fortuin, die niet schitterden dan door hunne heldhaftige
deugden en de volmaaktheid van hun leven. Daarin zier men dat
de armste en geringste mensch hoogc r in glorie en zaligheid kan
geraken dan Keizers en Koningen... Ach, e'ene zaak alleen is nood
zakelijk: de ziel zalig maken; ons geluk bereiden voor alle eeuwig
heid.En zelfs voor 't geen de wereld aangaat, 't is waar, watgeeft
het wat de menschen van ons zeggen, als de Groote Meester maar
te vrede is over ons: doch in werelsche glorie zelf-., K izers en Ko
ningen, Vorsten en diplomaten sterven en blijven vergeten- en een
arme chnstene ziel, die nederig geleefd heeft en tot d'heilig'heid ge
raakt, haar naam wordt vernoemd en vereerd, de gansche wereld
door en zoolang er 'ne wereld zal bestaan. DOE GOED AAN UWF
MEDEMENSCHEN. De Maarsc' alk vun Luxemburg zeide opzijn
stert bedde: Ach, hoe gaarne zou ik de schoonste mijner overwin
ningen willen verwisselen, regen een glas water gegeven in den
naam van Jesus-Christus' Het zekerste miidel om Gods gena
den te bekomen, is Hem die te vragen, terwijl meo de Mis hoort.
RECHTBANKEN. 't Is den"27cn dezer dat
dezaak van hetindedanszaal Vos-vitrioolgieten
voorde R-icatbank kofflt. Deschildor Lubrun
van Brussel Te Keyem, bij Veurne, wordt
oen katholieke Onderwijzer vervo'gi,omdat hij
twee kinderen éen uur na de school heelt doen
blijven. Onlangs t'Yperen in een offlciéele school
werd een kind 'nen ganschen nacht in een kas
vergeten,en er volgde geen» sc'&jjn van procés verbaaÏ!!!^Gêlijkhefd
■T.'