lets over Argentina AMMONIAKSULFAAT Van ons Jeugdfront Opfokvoeders Hoe zal men bemesten voor Witloof Witloofvette R. U.Z. Snelle en aanhoudende Werking Krachtda digheid Lagen prijs voor kiekens. A Volledige Samengestelde Meststoffen R* IL Z* Volledige Het Hoekske van Tijl Uilenspiegel HMSHBIHHnMn ftft K00RN BJLOftftl IV. De Frigorlficos. pDit woord klinkt onvermijdelijk vreemd in Vlaamsche ooren.Doch erger is dat men in vele Europeesche talen waaronder het Vlaamsch of Neder- landsch er geen passende benaming voor vindt. Een frigoriflco is een soort fabriek als men wil, waar het vleesch van het slacht vee een passende behandeling ondergaat (hetzij bevriezing, hetzij koelhoudingjom het voor een min of meer langen tijd te kunnen bewaren, en waar bovendien de meeste andere onderdeden van het vee tot nuttige produkten verwerkt worden. De opkomst der frigoriflcos is van betrekkelijk jongen datum. Sinds langen tijd kende men welis waar de bewarende werking van de koude. In de Vereenigde Staten vervoerde men vleesch van Chicago naar New- York nadat men de spoorwegwagens met natuurlijk ijs had gevuld. Met de zelfde middelen had in 1871 de eerste verzending vleesch plaats tusschen New- York en Londen. Doch het was de Fransche Ingenieur Tellier die eerst de kunstmatige koude uitvond, om met wetenschappelijke middelen de bewaring van het vleesch te verzekeren. Door snel bedervende eetwaren bloot te stellen aan een temperatuur lager dan 0, was hij er toe gekomen ze gedurende ver scheidene weken te bewaren, zonder dat ze er hun eigenschappen bij verloren. Deze ontdekking van Tellier trok zooveel te meer de belangstelling op zich dat het Noord-Amerikaansch systeem van vervoer van vleesch met bijna even zooveel ijs erbij en toepassing van ven tilatoren praktisch niet was door te voeren. De procédé Tellier was gesteund op het samenpersen en vervluchtigen van methylisch ether en scheen voldoening te geven. Aan boord van het stoomschip Fri- gorifique geladen te Rouaan, kwam dan ook op 25 December 1876 de eerste lading vleesch te Buenos-Aires toe. De Sociedad Rural Argentina (Land bouw Maatschappij van Argentina) die sedert hare stichting steeds geijverd had voor de uitbreiding van den landbouw, dadelijk het belang inziende voor den Argentijnschen veeteelt van deze nieuwe uitvinding, nam gauw het initiatief voor een nieuwe proefneming. Geld en dieren werden bijeen geza meld en 21 000 kgr. vleesch op het schip gebracht. Een maand nadat het schip geladen was en vóór het afvoer naar Europa, [werd aan boord ervan een avondmaal gegeven waarop men van het bewaarde vleesch proefde en moest toegeven dat het zich heel dien tijd goed gehouden had. Nochtans kwam het vleesch niet meer in goeden staat ter bestemming daar de overvaart naar Europa meer dan twee maand in beslag had genomen. Een ander stelsel werd uitgevonden door Carré, die in 1877 een nieuwe proef deed op de stoomboot "Paraguay,,. De uitvinding van dezen Franschman bestond in een machien dat een stand vastige verlaging der temperatuur toe liet tot 30 graden onder nul, door het rvaporeeren van ammoniak. De koel- kamer van deze boot had een capaciteit van 150 ton en de lading kwam na 47 dagen overtocht in uitstekende toestand in Zuid Amerika aan. In hun verslag zeggen Guillermo White en dokter Pedro Arata Het bevroren vleesch verschilde noch door zijn uitzicht, noch door zijn voedende krachten van het versch geslagen vleesch De moeilijkheden waren dus overwonnen. In 1882 kwam de River Plate Fresh Meat C° Ltd„ tot stand dat wil zeggen de Versch-vleesch Maatschappij van den Plata-stroom die te Campana, aan den stroom, de eerste frigoriflco van Zuid Amerika bouwde. In 1883 deed deze Maatschappij hare eerste zending naar Londen, bestaande uit 7.851 scha pen. In 1884 richtte Sansinena, in een voorstad van Buenos-Aires, de frigorifl co op, die nog zijn naam draagt. Op wei nige jaren ziet men links en rechts nog reusachtige inrichtingen oprijzen, voor het bewaren van vleesch. De Zuid-Afrikaansche oorlog in 1902, en in hetzelfde jaar de ramp die de Australische veeteelt teisterde, brachten een gevoeligen opslag voor het Argen- tijnsch vleesch. De frigoriflcos maakten buitengewone vinsten en gaven dividenden die tot 50 °/0 gingen. Op deze overvloedige winsten volgde het oprichten van de frigoriflcos La Blanca, El Argentina en Smithfleld. In den wereldoorlog zag men een aanzienlijke verhooging van den uitvoer der veeproducten van Argentina. Van *0 °/o die deze vertegenwoordigden in den totalen uitvoer, liep deze uitvoer in 1919 op tot 68 °/o met een waarde van 400 millioen goud pesetas. De Argentijnsche frigoriflcos hebben gedurende den oorlog 1914-'18 aan zienlijk bijgedragen tot bevoorrading der legers van de Verbondenen. In 1914 werden J 3.000 ton vleesch gezonden, in 1918 niet min dan 190.000 ton. De voornaamste koopers van Argen- tijusch vleesch zijn volgens hunne be langrijkheid Groot-Brittanje, Italië, Duitschland, Frankrijk, België en Hol land. Argentina bekleedt de eerste rang, onder alle landen, voor den uitvoer van rundvkesch (45 der wereldproductie) en de tweede voor den uitvoer van schapenvleesch. In 1937 bestonden in Argentina 22 frigoriflcos en 55 vleeschkonserven- fabrieken. Daartusschen zijn er zooals b.v. de "Anglo de Buenos-Aires„ die ingericht zijn om op 8 uren 5000 rund beesten, 10.000 schapen en 1000 var kens te slachten. De gezamenlijke capaciteit van deze 22 frigoriflcos, gedurende een werkdag van 8 uren, bedroeg in 1937 28 000 rundbeesten, 67.0C0 schapen en 8000 varkens. De nijverheid der frigorlficos in Ar gentina werd geloofd door al de offi- cieele kommissies die door de verbrui kende landen er werden heengezonden om ter plaatse de werking dezer inrich tingen na te gaan. Het zijn reusachtige moderne fabrie ken met zeer vervolmaakte mekanische uitrusting en alle wenschelijke hygië nische elementen, die werken onder het strenge toezicht van den staat. Bijna allen zijn ze gelegen aan den oever van groote stroomen of aan zee in de voornaamste- havens van het land en de vreemde schepen die er komen aanleggen bezitten ook op hunne beurt de noodige koelinstellingen noodig voor het vervoer hunner produkten. In de frigoriflcos kan het vleesch op twee wijzen behandeld worden, de eerste bestaande in het koelen van het vleesch (chelled meat) en de tweede bestaande in het werkelijk bevriezen ervan (frozen meat). Het gekoeld vleesch bewaart volledig dezelfde eigenschappen als het versch, omdat het van na de slachting tot den uitverkoop in Europa geen andere tem peratuur dan tegen nul graden zal heb ben doorstaan. Het is dus niet bevrozen. Ook houdt het zich niet langer goed dan 40 dagen en moet het met de grootste zorg van de groote koelkelders, veelal langs tunnels, naar de koelkamers der booten gebracht worden. Alleen het vleesch van allereerste hoedanigheid wordt aldus behandeld. Het is in hoofdzaak bestemd voor het rijke Engeland. Daarnaast bestaat het bevroren vleesch dat in België beter gekend is, en dat men in Argentina aan duidt als "type continental», daar het vooral op het Europeesch vasteland (continent) zijn afzetgebied vindt. Dit vleesch is werkelijk bevroren geweest tot op 10 a 12 graden onder nul en wordt ook gedurende den ganschen be- waartijd op ongeveer deze temperatuur gehouden. Vanzelfsprekend is dit vleesch dan ook stijf en hard als hout, wat het vervoer ervan in zakken die men opeen stapelt, toelaat. Het houdt zich ver scheidene maanden goed. Het hoeft niet gezegd dat het werkelijk bevroren vleesch niet meer volledig dezelfde eigenschappen vertoont van het versch geslagene of gekoelde vleesch. De be vriezing op meerdere graden onder nul heeft de fijne weefsels van het vleesch natuurlijk niet onverlet gelaten en heeft het veel van zijn jeugd doen verliezen. Het is juist om die reden dat men in de mate van het mogelijke de voorkeur geeft aan de eerste procédé (koelen van vleesch) doch hierbij moet men onver mijdelijk afrekenen met hoogere kosten, niet het minst van het vereischt snel- vervoer en ook met de soms verre af standen die niet altijd binnen de 40 da gen kunnen afgelegd worden. Aldus bedraagt de overtochtduur van de Engelsche Dominions Australië en Nieuw-Zeeland tot Londen respectie velijk 32 en 39 dagen, te veel dus om nog toe te laten dat het gekoeld vleesch van deze streken de Engelsche markt zou kunnen voorzien. Doch een nieuwe procédé van voorbereiding volgens professor Moran heeft den bewaar- tijd van het gekoeld vleesch kunnen ver lengen zoodat Australië nu ook op de Engelsche markt zelfs voor het gekoeld vleesch een mededinger is geworden van Argentina, dat slechts 21 dagen varens van Engeland ligt. Dank zij echter aan de hoogere kwaliteit van het Argentijnsch vleesch heeft de vinding van professor Moran de Engelsche ha vens niet kunnen sluiten voor den vleesch-invoer uit Argentina. ('t Vervolgt). De hoedanigheid van het fosfoor- zuur in het "THOMASSLAKKENMEEL. alsmede de inhoud van kalk en mineralen verleenen aan dit pro- dukt een eerste rang plaats onder de phosphaatinhoudende meststof fen. (Ingezonden.) M%stik: V Landbouwleergang. 4. BEMESTING. De Kalkmesten. De planten gebruiken niet veel kalk, maar 1) Kalk verbetert de struktuur der klei gronden. 2) Bevordert de vertering der orga nische stoffen 3) Regelt de zuurgraad van den grond. 4) Vervult een belangrijke rol bij de absorptie der meststoffen. 5) Maakt fosfoorzuur meer oplosbaar. 6) Behoedt voor sommige zwamziek- ten. We zagen reeds dat vele stikstof- en fosfoorzuurmesten ook kalk bevatten. Deze hoeveelheden zullen allicht vol staan voor de voeding der planten. Daarom ook zullen we slechts kalken wanneer de gronden het noodig hebben, t.t.z. om de organische stoffen tot ont binding te brengen en vooral om den zuurgraad van den grond te beïnvloe den. Hier komt dus weer het belang van het kennen der grondreactie naar voor. A. Gebrande kalk Men maakt onderscheid tusschen vette en magere kalk. De vette kalk is de zuiverste en bevat 90 °/0 kalkoxyde, de magere bevat er 60 a 80 °/o. De magere kalk meest gebruikt om te bouwen, terwijl de vette meest gebezigd wordt in den landbouw, en daarom landkalk heet. In de landkalk onderscheiden we 1) Uitgekozen kalk of kluitkalk. 2) Schepdoor of "tout-venant„ (niet- uitgekozen). 3) Kalkasch, het overschot der kluit- kalk. De schepdoor wordt meest verkocht omdat de kluitkalk tamelijk duur is. Op zware gronden mag men cr nogal veel van gebruiken, terwijl op lichte gronden omzichtigheid geboden is. Op het land legt men de kalk op hoopjes en bedekt hem met aarde, zoo dat hij langzaam bluscht. Voor weiden mengt men hem veelal met den compost- hoop en moet gelijkmatig ondergewerkt. B. Mergel Wordt soms wel gebruikt op zand gronden op kleigronden is hij niet voordeelig. Alleen de mergel met hoog gehalte kan gebruikt, daar de vervoer kosten te hoog oplooptn. C. Beetenschuim of schuimaarde. Bevat 20 a 30 kalkcarbonaat en een kleine hoeveelheid stikstof, fosfoor en potasch. Is niet geschikt voor trans port, wegens zijn laag gehalte. Moet in groote hoeveelheid gebezigd worden. D. Plaaster, Pleister. Schijnt zeer goed vlinderbloemigen voor (luzerne) maar zijn werking, die in vele opzichten verschillend is bij deze van kalk, is nog niet goed gekend. E. Magnesiakalk. Bevat 50 °/o kalk en i 30 magnesia. Hij is volgens zijn inhoud veelal te duur, doch wordt nogal gebruikt daar hij minder slechten invloed heeft op de schurftziekte der aardappelen. De magnesia kan ook noodig zijn voor de plantenvoeding, doch verschil lende andere meststoffen, als sylviniet, patent-kali en metaalschuim bevatten reeds een deel magnesia. Hoeveel kalk hoeft men te gebruiken Dit hangt af van zuurgraad, kleigehalte en humusgehalte van den grond, alsook van de toegediende bemesting en de vruchten zelve. Over 't algemeen is het niet goed groote hoeveelheden kalk ineens te ge bruiken, zooals het nu veelal gebeurt en voorzeker zou men beteren uitslag be komen met regelmatig kleinere hoe veelheden te bezigen. P.S. Een weide, die men wil om ploegen, vraagt veel kalk. Meststofmengsels. Deze verdienen wel een woordje meer toelichting. 1) De eenzijdige en onvolledige be mesting wordt uitgesloten en na al wat we zagen denken we toch wel op het groot belang ervan niet meer te moeten steunen. 2) Iedere plant heeft een verschillende samenstelling, zoodat ook het voedsel een aangepast mengsel zal moeten zijn. Het is dus niet genoeg een mengeling te maken die de noodige voedende elemen ten bevat maar we moeten ook nog kennen de hoeveelheid die van elk dezer elementen vereischt is. Zoo zullen blad gewassen veel stikstof vragen, granen meer fosfoorzuur, knolgewassen meer potasch. De juiste verhouding kan dan ook slechts na meerdere, oordeelkundige proeven vastgesteld worden. 3) De noodige elementen moeten in den vereischten vorm voorkomen. Zoo is het niet om 't even of een mengeling nitrlsche, ammoniakale of amidische stik stof bevat. De fosfoorzuurmesten kun nen, zooals we zagen, ook veel verschil len de potaschmesten eveneens. Wat zouden we zijn met een mengeling voor chloorvreezende planten, als aardappe len, tabak en groenten, wanneer de pot asch onder vorm van chloorpotasch aan wezig ware Het gehalte zegt dus nog niets. 4) De reactie der mengeling moet aan gepast zijn, want iedere plant verlangt een eigene, juiste reactie om een maxi male opbrengst te kunnen geven. Uit dit alles mogen we besluiten dat het aankoopen van meststofmengsels een kwestie is van vertrouwen zoodat we slechts bij betrouwbare firma's onze noodige aankoopen zullen doen. P. S. Ik denk niet uit de biecht te zullen spreken als ik schrijf dat er op verschillende plaatsen, proeven werden aangelegd op allerlei vruchten, met de volledige meststofmengsels R.U Z. Ik hoop maar dat onze Jeugdfronters eens zullen uitgenoodigd worden deze proefvelden te gaan bekijken gedurende dezen zomer. Iedere kiekenkweeker die verzuimt een proef te nemen met de Opfokvoeders R.U.Z. benadeelt zich zelf. Laag voedergebruik I Sterke en snel groeiende kiekens I Groote weerstand tegen ziekten I Parlementarisme. We bezitten hier in België een parle mentaire staatsvorm, Tijl. het is te zeg gen dat 's lands bestuur samengesteld is uit menschen die door het volk verko zen worden om de onder scheidelijke belangen der verschillende maatschap pelijke standen en partijen van het land te verdedigen. Het lijkt me haast onnoodig te zeggen hoe die schijnbare volksmedezeggings- schap per slot van rekening maar boe renbedrog is, want vaak genoeg zien we hoe het meesendeel der volksvertegen woordigers, eenmaal in veilige haven aangeland, met zwier hun hakken va gen aan wat ze in verkiezingsperiode met heiligen ernst aan de goegemeente beloofden. En het kiezerskorps, hoe men het draaien moge of keeren, is feitelijk niets anders dan een groot kind, dat zich met een kluitje in 't riet laat sturen en bij wien de verkiezingskomedie met succes om de vier jaar wordt herhaald. We moeten echter toegeven, dat er stilaan een kentering komt in de geesten der kiezers, dat er reeds velen zijn die beginnen klaar te zien, en er zoo stille- kens aan hun buik beginnen van vol te krijgen. Dat het parlementarisme niet als de ideale staatsvorm begint aanzien te wor den, is juist de schuld van het parlemen tarisme zelf. Ik wil een paar voorbeelden aanhalen. Eerstens de walgelijke komedie die zich afspeelde rond de jongste kabinets vorming. Wat een gesjacher en gekuip I Enge partijbelangen die voorgingen op die van het land misselijke personen- kwesties l En dat alles op een oogenblik van dreigende internationale spanning en benarde binnenlandsche economische moeilijkheden Tweedens het bestaande kabinet zelf. Men hield geen rekening met de be kwaamheden der kandidaat-ministers voor wat zekere departementen aangaat tenminste. We hebben daar de Minister van Landbouw. Verre van ons de bedoe ling den heer d'Aspremont- Lynden als een onwetende of een moedwillige te doen doorgaan men kan gemakkelijk een verstandig mensch zijn en tevens geen enkel begrip hebben van landbouw- aangelegenheden. Maar het gaat toch niet op een Minister van Landbouw te nemen die nooit met de landbouwmid- dens in aanraking kwam. wijl er genoeg andere en bevoegde mannen zijn die voor dat ambt in aanmerking konden komen. Men vindt het logisch dat b.v. aan het Departement van Landsverdediging een generaal, een vakman dus, als Minister fungeertWaarom dan niet hetzelfde gedaan voor Landbouw Maar ja, daar hebben we dan weer den invloed van het verfoeilijk partijen stelsel, voor hetwelk niet de bekwaam heid maar wel de gezindheid en kleur van de Ministers telt I Alzoo komt het dat onze belangén door het parlementair regiem verwaar loosd worden en dat datzelfde regiem, door zijn volharding in de boosheid, zijn eigen graf zal delven l Lamme Goedzak. LEDEN 1 Houdt de nummers van ons blad samen, want heel dikwijls kunt U er raad vinden voor vele gevallen. Het ontbreekt bij de landbouwers noch aan raadgevingen, noch aan propagandisten om dit of dat produkt aan te prijzen. De ondervinding der laatste jaren heeft echter geleerd dat de een buitengewonen uitslag gaven en niet te vergelijken zijn met andere produkten. Duizende landbouwers hebben dit reeds ondervonden en klein is het getal der leden van Redt U Zeiven die geen Samengestelde Vetten R.U.Z. gebruikte. Voor witloof gebruikt men enkel en alleen de Dit geeft U gezond en krachtig loof, vaste kroppen en be- invloedt smaak en gewicht. Honderden proeven hebben de hooge waarde van onze volledige meststof aangetoond. Onze Volledige Witloofvette bevat de passende hoeveelhe den Stikstof, Phosphoorzuur, Potasch en Kalk. Ze is GEWAARBORGD onder lood en etiket van de Samenwerkende Maatschappij Redt U Zeiven.

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Koornbloem | 1939 | | pagina 3