Bloemen voor Maria
h
AMMONIAKSULFAAT
BERICHTEN
LANDBOUW-
De Druiventeelt in
ons Land
Snelle en aanhoudende Werking
Krachtda
digheid
Lagen
prijs
Het Hoekske van
Tijl Uilenspiegel
van hier en elders*
Zondag 30 lull 19,39.
öfi kOOKti BLOISin
'k Heb wat bloemekens gevonden,
Tot een tuil te saam gebonden
'k Ga ze zetten aan den voet
Van Maria ons zoo zoet.
't Zijn geen pracht van witte rozen
Die ik voor Haar heb gekozen,
't Needrigst her ft Zij lie fst van al
't Zijn maar bloemekens uit het dal.
'kjjBracht Hear madeliefjen mede
Dat, te zemen met mijn bede
En de liefde van mijn hert.
Voor haar voet getfferd werd.
Liefde, bede en bloem te saam,
Zijn Haar zeer aangenaam I
van
België behoort niet tot de landen die
door de natuur het meest werden be
gunstigd. Het grootste deel van zijn bo
dem bezit geen natuurlijke vruchtbaar
heid zijn regenachtig en veranderlijk
klimaat kent de zachtheid der streken
rondom de Middelland°che Zee niet.
Nochtans neemt België onder de land-
bouwlanden een vooraanstaande plaats
in. Dit heeft het te danken aan den
onverpoosden en volhardenden arbeid
van zijn landbouwgeneraties. Door ge
durige verbetering van den grond, en
met behulp van een vernuftige techniek,
hebben deze de nadeelige gevolgen van
de geografische factoren verzacht, soms
zelfs heelemaal uitgeschakeld zoo zijn
zij er in geslaagd op Belgischem bodem
planten te kweeken, die het voorrecht
der zonnige landen schenen te moeten
blijven. De heden zoo belangrijke drul-
venvoortbrenging in België is een tref
fend voorbeeld van de uitslagen door
den arbeid en de wetenschap behaald
in hun kamp tegen de natuurelementen.
In België is de druiventeelt met com-
mercieele doeleinden van betrekkelijk
jongen datum. De wijnstokken worden
gekweekt in serres voorzien met een
nauwkeurig geregeld verwarmingssys
teem en waarvan de grond eerst een
vernuftige voorbereiding ondergaat. De
teelt, uitsluitend op de voortbrenging
van tafeldruiven gericht, is vooral ge-
localiseerd in de gemeenten Hoeilaert,
Overijssche en enkele omliggende
dorpen.
Sedert enkelen tijd bemerkt men een
uitbreiding in de richting van Brussel,
naar Sterrebeek en Ter vuren een klein
centrum is ook meer in 't noorden
het land rondom Hasselt tot stand
komen.
De laatste landbouwtelling, in 1929,
schatte de uitsluitend voor de druiven
teelt benutte broeikassen op ongeveer
23.000daarvan bevinden zich meer
dan de 2/3 in de omgeving van Hoei
laert. Gedurende de tien laatste jaren is
dit getal nog geweldig verhoogd.
Felfx Schie, afkomstig uit Hoeilaart, is
de stichter en tevens de ijverigste be
vorderaar van den Belgischen druiven
teelt geweest. Na een stevige technische
vorming in de Tuinbouwschool te Vil
voorde, begon hij prot faemingen te
doen teneinde de opbrengst van de teelt
onder glas te verhoogen en er commer-
cieele uitbatingsmogelijkheden uit te
trekken. Tot dan was de druif hier te
lande slechts op zeer geringe schaal en
alleenlijk voor persoonlijk verbruik ge
kweekt geworden.
In 1865 bouwde Schie zijn eerste
inrichting als practische toepassing van
zijn proefnemingen één jaar later wer
den reeds elf broeikassen uitgebaat.
De moeilijkheden der eerste jaren
(slechten verkoop, ziekten van den wijn
stok, schade door wind en hagel aange
bracht) werden snel overwonnen. Van
1872 tot '74 werden meer dan 70 nieuwe
broeikassen bijgebouwd. Door den snel
len vooruitgang van Schie aangespoord,
volgden vele andere landbouwers uit de
streek weldra zijn voorbeeld. De heuvels
van Hoeilaart en omstreken dekten zich
stilaan met serres waarvan de uitbating
de voornaamste bedrijfstak van de
streek werd.
Voor gansch België \yordt de door de
druiventeelt ingenomen bodemopper
vlakte op circa 300 Ha. geschat.
Het bedrag der belegde kapitalen zou
600 millioen frank overtreffen. De jaar-
lijksche productie bereikt 8 tot 10 mil
lioen kg. wat een gemiddelde van 250
tot 300 kg. vertegenwoordigt per serre.
Deze zijn gewoonlijk 20 m. lang, 7 meter
breed en 2,75 m. hoog en worden door
middel van een geperfectioneerde tech
niek uitgebaat.
Het verwarmingsstelsel laat toe de
oogst te vervroegen of te vertragen,
naargelang de behoeften zoo bekomt
men het gansche jaar door versche
druiven.
Voor de verwarming worden de
warme gassen van magere kolen ge
bruikt. De stookplaats is tegen de
gevels aangebracht en de gassen drin
gen langs gemetselde buizen naar bin-
pen. Het jaarlijksch kolenverbruik be
draagt nagenoeg 150.000 ton. De
grond wordt tot op ééa meter diepte
omgespit en vermengd met 10.000 tot
20.000 kg. mest per serre.
Het onderhoud van de broeikassen
eischt veel zorgen en een bestendige
bewaking.
Men schat dat er zoowat 15.000 per
sonen werkzaam zijn. De Belgische
druivenkweekers zijn meestal kleine
uitbaters met 10 tot 50 serren. Slechts
enkele groote ondernemingen tellen er
200 a 300.
Na den oorlog kende de Belgische
druiventeelt een grooten voorspoed.
De uitvoer steeg gedurig en bereikte
zijn toppunt in 1929 met 3.(95.000 kg.
wat in waarde meer dan 60 millioen
frank vertegenwoordigde. Een kente
ring deed zich voor vanaf 1931, tenge
volge eenerzijds van de uitwerksels van
de economische crisis en anderzijds van
de protectiemaatregelen door Engeland
getroffen.
Groot Brittanje is steeds de grootste
afnemer van de Belgische druif ge
weest.
In 1929 bv. had de Engelsche markt
2 660.000 kg. voor een waarde van 50
millioen frank opgenomen wat dus meer
dan 80 procent van onzen totalen uitvoer
vertegenwoordigde.
In 1931 legde de Britsche Regeering
een recht van 3 pence of ongeveer 4 fr.
per kilo op den invoer van versche
druiven.
Deze maatregel bracht aan de Bel
gische druivenkweekers een gevoeligen
slag toe. De uitvoer naar Engeland ver
minderde ineens met meer dan den helft.
Het tolrecht is tot nu toe behouden ge
bleven en de uitvoer nam dan ook niet
veel toe.
De algemeene economische herop
leving die van 1935 tot 1937 intrad, liet
toe de uitvoer van Belgische druiven
naar andere landen dan Groot-Brittac je
in zekere mate te verhoogen zonder
evenwel de cijfers uit de bloeiperiode
vóór 1931 terug te bereiken.
België had gedurende langen tijd een
quasi-monopolie voor de productie van
aangejaagde druif behouden.
Die superioriteit sproot voort eener
zijds uit de ongeëvenaarde kwaliteit der
Belgische druiven en uit het feit dat
al'één België in staat was het gansche
aar door versche druif te leveren.
Sedert enkele jaren echter is een sterke
concurrentie komen opdagen uit Spanje,
Californië. Zuid-Afrika en vooral uit
Nederland.
De Hollandsche druif bezit zeker de
prima-kwaliteit van de Belgische niet,
maar haar kostprijs is betrekkelijk lager.
Van een anderen kant, had België
zich in het kweeken van winterdruif
gespecialiseerd deze kostte duur, maar
had het voordeel de eecige te zijn, welke
van einde December tot Juni op de
markt verscheen.
Die bevoorrechte positie werd onder
mijnd door de massale verzendingen
naar Engeland, gedurende de Winter
maanden, van druiven uit de Kaap ook
hier is de kwaliteit geringer, maar de
Zuid-Afrikaansche druiven, gekweekt
in open lucht en in volle zon gerijpt,
zijn natuurlijk veel goedkooper.
Door het initiatief van openbare
machten en beroepsverenigingen aan
gespoord hebben de Belgische druiven
kweekers getracht zich aan den nieuwen
toestand aan te passen en de moeilijk
heden te overwinnen. De pogingen gaan
in een dubbele richting eenerzijds de
uitbatingsmethoden volmaken teneinde
de kwaliteit nog te verbeteren en tevens
den kostprijs te verminderen om aldus
doeltreffender de vreemde mededinging
te kunnen besttijden anderzijds nieuwe
afzetgebieden zoeken en de binnen-
landsche markt beschermen en uit
breiden.
De toekomst van de Belgische drui
venteelt schijnt meer en meer te liggen
in de specialiseering welke zij sedert
langen tijd aangenomen heeft, namelijk
het voortbrengen van luxe druiven.
Weinig buitenlandsche vruchten kun
nen de vergelijking doorstaan met de
hier te lande gekweekte "Frankenthal„,
"Royal,,, "Colman„, "Muscat d'Altx-
andrie,, en andere.
Succesvolle proefnemingen worden
gedaan om deze gamme van kwaliteits
vruchten nog uit te breiden.
Zoo wordt nu een prachtige nieuwe
variëteit gekweekt, de "Leopold III,,
met zeer dikke bessen.
In de techniek van uitbating werden
ook gevoelige vorderingen verwezen
lijkt verbetering vaq het bemestings-
systeem, moderniseering van het mate
rieel en van de verwarmingsinstallaties.
Een procédé werd uitgewerkt dat
toelaat nijverheidskolen voor de ver
warming te gebruiken, wat de kostprijs
merkelijk zou verlagen.
Verhooging van de totaal-opbrengst
der serres wordt ook gezocht in bijko
mende teeltenperziken, komkommers,
tomaten, latouw en andere.
Al deze pogingen worden geleid en ge
steund door de lokale studiekringen en
vooral door de Provinciale School voor
Druiventeelt te Ter Hulpen deze vóór
25 jaar gesticht, wordt druk bezocht
en bewijst de beste diensten aan de
druiventeelt.
Nieuwe afzetgebieden werden name
lijk in Polen en Scandinavië gevonden
bovendien vond de Belgische druif
ngang op de Duitsche markt.
Ook de mogelijkheden van de bin-
nenlandsche markt worden meer en meer
bewerkt. België met zijn dichte bevol
king waarvan een belangrijk deel in
groote centra leeft, kan wellicht een
aanzienlijke hoeveelheid opnemen.
Teneinde de binnenlandsche markt te
beschermen wordt de invoer van versche
druiven gecontingenteerd en met een
tolrecht van 2 fr. per kilo belast.
Tezelverlijd wordt een vernuftige en
aanhoudende propaganda gevoerd ten
einde de binnenlandsche cruif beter te
leeren kennen en waardeeren.
Een van de laatste uitingen daarvan
was de kampagne in October 1938 ge
organiseerd onder den naam van "Week
der Belgische Druif„.
Vele belangrijke firma's, vooral te
Brussel, verleenden bereidwillig hun me
dewerking voor het inrichten van spe
ciale uitstallingen en van massale ver-
koopen van druiven tegen verminderde
prijzen.
Zoo de druiventeelt niet tot een der
voornaamste takken van de nationale
bedrijvigheid kan gerekend worden, toch
is zij een belangrijke post in de handels
balans van België.
Zij verschaft betrekkelijk veel arbeid-
gelegenheid en al de grondstoffen welke
zij verbruikt glas, meststc ffen, steen
kolen, ijzer enz. zijn van Belgische
voortbrengst of fabrikaat.
Zij verdient dus zeker de pogingen die
gedaan worden om haar bloei te be
vorderen.
En die pogingen moeten aangemoe
digd en gesteund worden.
BINNENLAND
Mond- en klauwzeer.
Toestand van 17 Juli tot 23 Juli
1939:
Antwerpen 3 haardenBrabant 1
haardWest-Vlaanderen 12 haar
den Henegouwen 8 haardenOost-
Vlaanderen 12 haarden; Limburg 3
haardenLuik 4 haarden; Namen
0 haardenLuxemburg 5 haarden.
Totaal48 haarden.
Vorige week: 61 haarden.
Week van 3 Juli tot 9 Juli 44.
Week van 26 Juni tot 2 Juli 58.
Week van 19 Juni tot 25 Juni 53.
Week van 12 Juni tot 18 Juni 52.
Week van 5 Juni tot 11 Juni 66.
Week van 29 Mei tot 6 Juni 58.
Internationale tentoonstelling
van Gladiolen te Luik.
Deze Bloemenbetooging, vastgesteld
op 5, 6 en 7 Augustus e. k., belooft zeer
prachtig te zijn.
De vreemde deelneming zal bijzonder
belangrijk zijn, daar de beste Engelsche,
Nederlandscheen Fransche fuma's reeds
hun toetreding aan de inrichters lieten
geworden.
Deze vertegenwoordiging, aangevuld
door inzendingen van de beste Belgische
gladiool-kweekers, zal de mooiste en de
meest gevarieerde bloemententoonstel
ling uitmaken gewijd aan een enkele
soort bloemen.
Voor alle inlichtingen zich wenden
61, Volksregeeringstraat, Brussel.
De Kleinveeteelt in de Inter
nationale Tentoonstelling van
't Water te Luik.
Een cfflcieele internationale tentoon
stelling van kleine neerhofdieren (dui
ven, hoenders, zwemvogels, volière-
en parkvogels, konijnen) zal op 7, 8 en
9 October 1939 te Luik plaats hebben
in 't paleis der tijdelijke tentoonstellin
gen, welke zich in de omheining van de
Tentoonstelling van 't Groot inter
nationale Waterseizoen bevindt. Zjj
staat onder de hooge bescherming van
HH MM den Koningen de Koningin
Elizabeth, en onder 't patronaat van 't
gouvernement.
De reeds aangeworven vreemde be
langrijke deelnemingen en de kostbare
aanmoedigingen welke van overal toe
komen, laten een schitterend succes ver
hopen.
Deze manifestatie zal de groote klein-
veeteeltgebeurtenis van 't seizoen zijn.
Haar inrichting werd toevertrouwd aan
de Provinciale Federatie voor Kleinvee-
bonden van Luik.
Het reglement programma wordt ge-
j stuurd op aanvraag bij Mej. Poncelet,
commissaris - generaal, Sommeleville-
plaats, 30, Verviers.
De nieuwe Belgisch-Neder-
landsche handelsovereen
komst noodlottig voor onzen
tuinbouw.
In zijn nummer van 22 Juli bloklettert
"De Boer„ "De Belgisch-Nederland-
sche handelsovereenkomst moet grondig
gewijzigd worden, dat is een levenseisch
voor onzen tuinbouw». In zelfde artikel
luidt het verder in vette letters"De
Belgische Boerenbond heeft, zonder ver-
poozen, bij allen wien het aanging, de
onaanvechtbare stelling verdedigd de
binnenlandsche markt eerst en vooral
aan den Belgischen voortbrenger 1 De
Boerenbond heeft met alle eerlijke mid
delen, waarover hij beschikt, al zijne
krachten ingespannen om de kwade ge
volgen van het onverdedigbare Belgisch-
Nederlandsch handelsakkoord te keer
te gaan. Sommige verzachtingen werden
weliswaar bekomen, maar ze zijn heele
maal onvoldoende en worden overigens
niet toegepast.
De verantwoordelijke kringen moe
ten beseffen dat zulk een toestand niet
langer duldbaar en dragelijk i3hij is een
krenking van het levensrecht van onze
tuiniers. Het besluit van den Boerenbond
staat dan ook onherroepelijk vastHet
bestaande akkoord moet, kost wat kost,
onmiddellijk grondig gewijzigd worden.
De Belgische Boerenbond, bewust
van den ernst van den toestand, doet
uit alle kracht beroep op de verant
woordelijke organismen om dit besluit
dadelijk te doen uitvoeren.
Het slot van den levenseisch der tuin
bouwers waarvan de Belgische Boeren
bond als tolk optreedt is eerder flauw.
De Boerenbond doet beroep op de
verantwoordelijke organismen. Dat doet
hij sedert jaren, blijkbaar zonder al te
veelsukkes. Landbouwersstaking is door
den Boerenbond veroordeeld als strijdig
met de kristelijke moraal.
Doch de Boerenbond heeft talrijke
politieke vertegenwoordigers in Kamer
en Senaat, een lid van zijn hoofdbestuur
fungeert zelfs als Minister, niet van
Landbouw dech van Koloniën. We
stellen aan den Boerenbond de vraag
Zult gij aan enkele dier politieke ver
tegenwoordigers opleggen (een tiental
volstaat om de Regeering in minderheid
te stellen) in oppositie te gaan Zult gij
aan Minister De Vleeschauwer, lid van
uw hoofdbestuur, bevel geven de Re
geering te verlaten, indien zij thans aan
den alarmkreet door U geuit geen
gevolg geeft
Indien dit niet gebeurt, dan is al uw
geblokletter slechts bombast en een mid
del om de tuinbouwers koes te houden.
Reglement op den handel in
honig.
Bij koninklijk besluit van 20 Juli ver
schenen in het Staatsblad van 22-23 Juli
wordt voorgeschreven, ter aanvulling
van de bepalingen vervat in het konink
lijk besluit van 18 Januari 1939, dat de
benamingen honig en verhitte honig op
gelegd door bedoeld besluit, onmiddel
lijk dienen voorafgegaan van het woord
vreemde, wanneer het product geheel of
gedeeltelijk van vreemden oorsprong of
herkomst is.
De benamingen, door voorgaande
bepaling opgelegd, dienen geplaatst op
He verpakkingen en handelsbescheiden, j
overeenkomstig de voorschriften van j
artikel 5 van het koninklijk besluit van
18 Januari 1939.
Over vreemde inmenging gesproken.
Sinds de koninklijke rede van October
1936 heeft België afgebroken met zijn
vroegere buitenlandsche politiek, die
bestond in een militaire aanleuning bij
Frankrijk, om den weg op te gaan der
vrijwillige neutraliteit, die overigens
door de meerderheid van 's lands be
volking geëischt werd.
In den loop der afgeloopen twee
maanden is er in het Parlement en in de
pers veel gesproken en geschreven over
de duistere machten die onder dit of dat
masker de openbare opinie in ons land
trachten te beïnvloeden ten bate van deze
of gene vreemde mogendheid.
Wij zijn ten opzichte daarvan steeds
konsekwent geweest. De neutraliteit van
ons land moet niet alleen gediend wor
den met woorden maar vooral met da
den. Daarom moet iedere inmenging
van buiten uit in onze zaken streng be
teugeld worden. Desdoende zullen we
met geen enkel onzer naburen herrie
krijgen.
Nochtans zien we ons verplicht de
praktijken aan te klagen van sommige
pers, diemisbruik makende van het
neutraliteitsbeginsel, den Vlaamschen
ontvoogdingsstrijd trachten te remmen
door lasterlijke aantijgingen die geen
steek houden, waar zij zelf in de eerste
plaats op hun eigen borst zouden mogen
kloppen
We bedoelen in hoofdzaak zekere
Franschtalige pers, die door de jaren
heen bekend was om haar Vlamingen-
vreterij, die steeds heftig gekant is ge
weest tegen den door Vlaanderen ge-
formuleerden eisch i "Los van Frankrijk,
Zelfstandigheid,, en die haar politieke
beschouwingen thans nog uit Parijs
ontvangt.
Voor die pers is vreemde tusschen-
komst uit den booze vanaf het oogenblik
dat die bemoeiingen met binnenlandsche
aangelegenheden niet uit Frankrijk
komen I
Neen, heeren, wij Vlaamsche boeren
nemen de leuze der Vlaamsche front
soldaten tot de onze i Onverfranscht l
Onverduitscht I
Noch Frankrijk, noch Duitschland
hebben zich met onze zaken te bemoeien I
Er is ook nog een andere pers, zoowel
Vlaamsche als Franschtalige, die de
onbeschaamdheid zoo verre drijft van
aan andere eerlijke lieden dingen in de
schoenen te schuiven, waarin zij zelve tot
over hun oor en verzopen zitten.
Het is voor niemand, die zich een wei
nig van den stand van zaken op de
hoogte houdt, een geheim dat bedoelde
redacties volgepropt zitten met heer
schappen die uit andere landen verjaagd
werden, dat die sinjeurs in die bladen
den hoogen toon aangeven, en dat hun
proza er een is van de ergerlijkste soort
die de lezers aanhitst en rechtstreeksch
op oorlog aanstuurt l
Is dat geen vreemde inmenging I
Of moeten we ONS volk door die hee
ren ter slachtbank laten leiden om aan
HUN wraakgevoelens te voldoen
Er uit met die kerels die een niet te
onderschatten gevaar daarstellen én
voor ons eigen land én voor den wereld
vrede I
En is het niet klaar bewezen dat de
"kameraden,, van uiterst links slechts
betaalde agenten zijn van den rooden
dictator van Moskou
Geen vreemde inmenging, we herha
len het, en dit zoowel voor deze van
links als van rechts l
Tijl II.
's Lands bevoorrading aan
voedingsvetten.
Het koninklijk besluit van 17 Juli ver
schenen in het Staatsblad van 22-23 Juli
behelst volgende voorschriften
Art. 1. Elke margarinefabrikant
moet in het land voortdurend den voor
raad grondstoffen bezitten en bewaren,
verelscht voor een fabricatie gelijk aan
25 t. h. van de hoeveelheden welke zijne
firma gedurende het jaar 1938 heeft
voortgebracht.
Art. 2. Die voorraad moet zich
bevinden op de plaatsen van vervaardi
ging of in België, ter onmiddellijke be
schikking van den fabrikant. Hij zal
nochtans geschat worden met inachtne
ming van de grondstof verwerkt in de
producten die in fabricatie zijn.
Art 3. Deze voorraden zullen ge
vormd worden binnen een tijdbestek
van 15 dagen Ingaande op 28 Juli a.s.
Strafmaatregelen zijn voorzien tegen
de overtredingen van dit besluit.
De MINERALEN welke aan
wezig zijn in de uitstekende
phosphaatinhoudende meststof het
«THOMASSLAKKENMEEL»
zijn onontbeerlijk voor het normale
leven der planten.
(Ingezonden.)
Fons Van de Maele.
ge-