UIT BEWOGEN DAGEN Een nieuw Voeder voor Zwijnen ZITDAGEN FILTER MARCO N° 6 N° 7 VARKENSMELEN BELANGRIJK Indien Landbouwers, Hoe de Kalander bestreden wordt» KERSTNOVELLE DOOR F. W. We bevinden ons in het najaar van 1792. Het waren bange tijden voor Vlaanderen. Vanuit het Zuiden waren j de have'ooze legers der Fransche Re publiek komen oprukken, moordend en brandend, plunderend en stelend, alles meenemend wat niet te zwaar of te heet was. Het waren deze legers die onze 'men- schen kwamen "bevrijden,, van honder den jaren lange verdrukking en ver knechting. Ook voor de Vlamingen zou voortaan de'leuze "gelden "Vrijheid, Gelijkheid, Broederlijkheid 1 En om zulks te bestendigen jwerden de L kerken gesloten en honderden priesters gevan gen en verbannen en vele burgers neer geveld of mishandeld. Op dezen grijzen Decemberdag van voornoemd rampzalige jaar, kwam een ruiter te vierklauw het dorp, binnenge reden. Hij.zag er moe uit en afgemat, maar toch.'spoorde^hij zijn paard tot grooteren spoed aan,,tot*hij 7het tot stil- staan bracht op het dorpplein. Hij rende.dadelijk de gelagkamer bin nen van de afspanning "De Gouden Leeuw» en hortenden stootend kwam het er uit De Franschen komen 1 De Fran- schen komen 1 Baas Vercruysse schrok geweldig. 't En doet zeker Ik heb ze met eigen oogen gezien. Ze zijn te Antwerpen binnengevallen. Wat een hoop bedelaars en gemeene tronies. Ze hebben reeds de kerken ge plunderd en ze eischen al het goud op dat ze met papieren munt betalen 1 Ze brallen daarbij allerlei onverstaanbare liederen en ze zijn voor den „helft dronken. Nu ja, zei de baas kleintjes, maar ze zijn daarom nog niet hier. Antwerpen is zoo ver. Ze zullen hier komen, baas Ver cruysse. Let er op 1 Want weet;ge wie hun kommandant is Dorus, de wegge- ioopen zoon van Kreiis den Stoel- vlechter Baas Vercruysse verschoot zeer. Die nietdeug 1 Is die hun chef Goeie genade, wat zal er ons te wach ten staan I Hij zal ze vast en zeker hier- brengen om zich op ons allen te wreken. Heere God, sta ons bij Die Dorus was destijds het groote verdriet geweest van zijn vader en de schande van het heele dorp. Van jongsaf aan stal hij waar hij maar bij kon, lachte met godsdienst en alles wat onze men- schen zoo heilig was, en maakte het zoo bont, dat op een goeien dag zijn braven vader hem het huis verbood. Sindsdien was hij vertrokken zonder ooit nog tee- ken van leven te hebben gegeven. En zoo iemand was thans officier bij het Sansculottenleger I Laten we op God vertrouwen, mijn jongen, vervolgde baas Vercruysse wijsgeerig. Laat ons vertrouwen en ho pen, want de wegen Gods zijn ondoor- grondbaar. En wat ons ook overkomen moge, dat Zijn wil geschiede... Veertien dagen waren heengegaan, toen een afdeeling Fransche soldaten het dorp binnenviel. De notabelen waren zich tijdig in het naburig bosch gaan verbergen. Met veel moeite hadden ze den dorpsherder kunnen overhalen hen te vergezellen. Aan het hoofd der soldaten reed Do rus. Vóór "De Gouden Leeuw» deed hij stilhouden. Samen met twee luitenanten, loensche kerels als hjj, trok hij met rinke lende sporen de gelagkamer binnen. Niemand bemerkend gaf hij een for- schen slag op de toonbank. Baas Ver cruysse kwam, bleek maar waardig, uit de keukendeur. Dorus 1 stotterde hij. Wat lachte de ander gemeen. Dorus 1 Pas op, citoyen Vercruysse I Ik ben officier van de groote Fransche republiek en geen Dorus 1 Geef ons drinken, gauw, van den besten wijn 1 Vooruit citoyen, en niet tegenspar telen. Na het ledigen van enkele glazen, riep hij den waard toe Vercruysse, kom eens hier, bralde Dorus. Vergezel ons eens naar de wo ning van uw schoonen zwartrok. Ik brand van verlangen om hem terug te zien. Ik heb wat met hem te bespreken. De waard, die wel wist dat de pastoor er niet was, voldeed willig aan het bevel. Zoo trok dan de troep naar de pastorij, die ze natuurlijk verlaten vonden. Hel en duivel 1 schreeuwde Dorus woest. De zwartrok heeft de plaat ge polst 1 Maar we moeten hem vinden. En zich tot Vercruysse wendend, vervolgde hij Sta daar niet zoo valsch te grinni ken. Gij weet er voorzeker alles van. Vooruit, vertel op, waar heeft die zwarte wolf zich verscholen Onverschrokken antwoordde de baas Ik weet het niet. En moest ik het weten, denkt dan maar niet dat ik het zou zeggen Het gelaat van Dorus was één don derwolk. Dreigend zijn pistool trekkend en het op de borst van Vercruysse zet tend, siste hij Voor den laatsten keer, in naam van de heilbrengeude Republiek, beveel ik u mij te antwoorden 1 Waar is de pastoor Ik weet het niet I Vaar dan ter helle I vloekte Dorus, terwijl hij zijn pistool aftrok. Zonder een kreet te uiten zakte baas Ver cruysse in elkaar. De schurken der bloedige republiek hadden hun eerste slachtoffer neergeveld in het vreedzame dorp. De dagen die volgden waren dagen van terreur. Burgers werden gesard en bestolen, hofsteden en huizen platgelegd, terwijl een verwoede jacht op den ge- vluchten pastoor gehouden werd. Zon der hem te kunnen vinden evenwel. Zoo waren de dagen elkander opge volgd. tot op zekeren morgen een Fran sche commissaris aankwam, die gelast was om alles te kontroleeren. Hij koesterde een gloeienden haat tegen Dorus. daar deze hem vroeger eens een aardige kool gestoofd had. Volgend gesprek nu had plaats tus- schen hen beiden in de pastorij, alwaar Dorus zijn hoofdkwartier had opge slagen Citoyen officier, zegde juist de commissaris, het spijt mij te moeten vaststellen dat ge er tot hiertoe nog niet in geslaagd zijt de pastoor van dit dorp die evenals de andere van zijn soort een vijand is der groote republiek te snappen. Ik veronderstel dat ge daar de gevolgen van zult kennen, citoyen Dorus was even bleek geworden. Hij had duidelijk de sombere dreiging ge hoord uit die woorden. Inderdaad, citoyen-commissaris. Maar u zult moeten toegeven dat ik mijn uiterste best doe, Mogelijk, citoyen, mogelijk. Maar weetals ge er voor het einde van het jaar niet in gelukt zijt dien ouden zwart rok bij de lurven te pakken, dan zullen we u zelf een toontje lager doen zin gen... Dat het u wel ga, citoyen, veel geluk I Sprakeloos bleef Dorus achter. Hij werd bang, want zooais alle lafbekken had hem den schrik te pakken wanneer zijn eigen vel gevaar liep. Dit stond vast: hij moest ten allen koste de pastoor vóór Nieuwjaar gevangen hebben, zooniet zag het er maar povertjes voor hem uit, Op meedoogen vanwege den commissa ris moest hij niet rekenen. Deze zou blij genoeg zijn van hem ontslagen te zijn. Den zelfden dag nog deed hij de op- sporingsposten verdubbelen. Hij zelf zou eens een kijkje gaan nemen in het na burig bosch. Hij herinnerde zich almet- eens een vaag beeld uit zijn vlegel jaren dat er midden in het bosch een oude verlaten boschwachterswoning stond. Wie weet of daar misschien... 's Avonds sloop hij geruischloos tot bij de blinden der genoemde woning, en wat hij door een kier zag, vervulde zijn hart met wilde vreugd. In de kamer, rond het vuur geschaard, zaten én de pastoor én de gevluchte burgers. Hij luisterde aandachtig naar wat binnen gezegd werd. De pastoor was juist aan het woord Mijn broeders, de tijden die God ons gezonden heeft zijn zwaar. Doch laten wij ons leed verduldig dragen, want het is niets vergeleken bij dat wat Hij doorstond voor de bevrijding van het menschdom. Laten wij bidden opdat Hij de kelk der beproeving wegneme, doch dat Zij a wil geschiede... Mijn broeders, vervolgde de pas toor. Nog enkele dagen scheiden ons van de heuglijke herdenking van de ge boorte van het Heilige Wicht. Dien nacht zullen verscheidene andere ge- loovigen in het diepste geheim naar hier komen en samen zullen wij, biddend bij de kribbe, de zoete balsem vinden die ons leed verzachten zal. La ten we thans scheiden, iedereen gaat terug naar zijn schuilplaats. En dat God u bescherme... Dorus had genoeg geboord. Een dui- velsche grijns vertrok zijn gelaat. Nog enkele dagen en dan zou hij de vogels op hun nest komen vangen. Een weinig geduld nog. Het uur der afrekening na derde... Kerstnacht... De duisternis had zijn zwarten mantel over het stille bosch uitgespreid als een ondoordringbaar gordijn. Maar de stilte rond de boschwachterswoning werd soms even verbroken door het geritsel van een binnensluipende gedaante. Rond middernacht was Dorus met zijn Sansculotten aangekomen. Ze trok ken een dicht kordon rond de woning. Ook de commissaris was bij hen. Binnen in de woning stonden de ge- loovigen geschaard rondom de kribbe waarin het kerstekindeke lag. Allen wa ren in gebed verslonden. De geest Gods omhulde hen. Plots, brutaal, werd.de deur ingebeukt en de Sansculotten met Dorus aan het hoofd, stormden binnen. Ia naam der Republiek 1 kreet hij. Verwarring en ontzetting greep de aanwezigen aan. Sommigen poogden te vluchten, maar werden neergesabeld. Daar stonden de overigen nu, gegroe peerd om den pastoor, als schapen rond hun herder. Mooie groep 1 hoonde Dorus. Het spijt me zeer dat ik uw spelletje zoo maar kom onderbreken. Neem me niet kwalijk. De pastoor trad vooruit, onversaagd. Dorus, zei hij. Zoon van een bra ven man die door uw wangedrag vroeg tijdig naar het graf werd gesleurd, zet gij thans de kroon op uw werk met uw eigen volksgenoten aan die vreemde huurlingen over te leveren Dorus, laat de anderen gaan. Ik bezweer het u bij het Heilig Wicht dat in dezen nacht ge boren werd. Hou uw grooten mond maar 1 snauwde Dorus. Of denkt ge me te kunnen overhalen met uw oude wijven- gebazel En wat uw fameus wicht be treft dat daar in die kribbe ligt, ik zal het even buitengooien. Hij naderde de krib en wilde het Jezus-beeld er uit grissen. Toen gebeurde het Wonder... Het Wonder dat alleen Dorus betrof. Want zie, een lichtkrans omgaf plots dat engelengelaat de kalken oogen werden levend, ze bezagen hem met een zoo wonderen blik dat hem het bloed in de aderen stolde. En een kind sprak tot hem, met een stem vol van hemelsche muziek en nooit gehoorde akkoorden Dorus, wat gaat gij doen Wat heb ik u misdaan In dezen nacht, hon derden jaren geleden, ben ik ook gebo ren voor U I Toen zweeg de stem. De lichtkrans verdween, de oogen van het beeld wa ren weer koud als killig marmer. Maar Dorus stond verstijfd. Er beer- schte een ondraaglijke stilte in de kamer. De pastoor had hem strak bekeken. Had hij een vermoeden van wat gebeurd was Zeker is het, dat hij een hand be moedigend op zijn schouder lei. Vooruit 1 zei de commissaris, wien het wachten te lang duurde. Vooruit met die troep zwijnen. We zullen>:%ên morgenochtend naar de stad overbren gen alwaar ze voor den Krijgsraad zul len verschijnen. De gevangenen werden voortgedre ven naar het dorp. Dorus, zonder één woord te spreken, ging mede. Er was iets gebroken in hem. In het dorp aan gekomen, zocht hij dadelijk zijn kamer op. Den ganschen nacht bleef er licht branden. Hij rustte niet. Toen eindelijk de morgen klaarde, was het hem aan te zien dat zijn besluit genomen was... Ook de gevangenen hadden niet ge slapen. Ze hadden den nacht biddende doorgebracht, 's Morgens heel vroeg kwam Dorus in hun kamer. Allen ver schoten. Vreest niet, mannen, zei hij met een stem vol droefenis en spijt. En zich tot den pastoor wendend, viel hij vóór hem op de knieën en bad Vergiffenis 1 Vergiffenis j De pastoor was ontroerd. i Hoe... stamelde hij. Deze nacht heeft mij veel geleerd, onderbrak hem Dorus. O, het Kerste kindeke heeft mijn oogen geopend.Thans eerst aanschouw ik mij als het groote monster dat ik in werkelijkheid ben. Vergiffenis, heer pastoor 1 De pastoor richtte hem op. Sta op, mijn zoon, zei hij. Groot zal de vreugde in den hemel zija om uw bekeering. Ik vergeef u, want uw be rouw is oprecht. Ga nu, en dank het Kerstekind. Buiten op het plein waren de Sans culotten bezig met alles in gereedheid te brengen voor het vervoer der gevange- nen. Dorus snelde naar den commissaris en vroeg hem de pastoor en de burgers in vrijheid te stellen. Citoyen-officier 1 antwoordde de commissaris. Weet ge niet welke straf de vijanden der Republiek wacht Toch dring ik er op aan, commis saris. De Republiek straft ook diegenen die haar ontrouw worden, citoyen 1 Er is nog plaats bij hen... Dorus werd bleek. Welnu 1 riep hij plots.. Houd mij dan ook maar aan. Ik spuw op uw Re publiek en op haar verdei flijke leerstel lingen. Ik ook ben een kristen Vlaming, een diepgezonken kristen helaas. Doch ik wil boeten, en dat God zich mijner ontferme. En dit zeggende stapte hij in de richting der gevangenen, wierp zijn sabel en geweer op den grond en zette zich neven den pastoor. Zoo kwam het dat Dorus, samen met al de andere dorpelingen, gevankelijk naar de stad gevoerd werd. Een maand later werd het vonnis ge veld De burgers werden in vrijheid ge steld, hun goederen verbeurdverklaard. De pastoor werd tot verbanning naar de hel van Cayenne veroordeeld. Dorus onderging hetzelfde vonnis wegens on trouw aan de Republiek. De Hemel zou den pastoor echter ge nadig zijn. De onmenschelijke behande ling op het drportatieschip was den ouden man te zwaar en hij overleed, nog voor Cayenne bereikt werd. Dorus echter kwam behouden aan en ginds, in die hel onder de tropische zon, leefde hij nog talrijke jaren tot, eindelijk doodgemarteld, de Heer hem de eeuwige rust schonk. Nooit echter was er een woord van wrok over zijn lippen gekomen, hij on derging gelaten de straf voor zijn vroe ger losbandig leven en zijn laatste ge peins was er een van dankbaarheid aan het Wicht, dat in dien wonderen Kerst nacht hem den weg naar zijn bekeering getoond had. Maandelijksche zitdagen van den Heer Van den Noortgate, Hoofdrijks- landbouwkundige te Oudenaarde, Dijk- straat, 15 j te Oudenaardealle Donderdagen van 9 1/2 tot 11 1/2 uur in Hotel de la Pomme d'Or Groote Markt te Ninove den eersten Dinsdag van 9 1/2 tot 11 uur, in café De Keizer Burchtstraat; te Geeraardsbergenden 3n Maandag van 9 1/2 tot 11 uur, in café De Kat bij den Heer Imbo te Zottegemden 4" Dinsdag van 9 1/2 tot 10 1/2 uur, in café "Katholieke Kring» Markt; te Ronseden 1" en 3" Woensdag van 9 1/2 tot 11 uur, in café "Aux Armes de la Belgique Markt te Deinzeden 2n Woensdag van 9 1/2 tot 11 uur, in café St. Cecilia Markt. De heer Derwa, Rijkslandbouwkun- dige der omschrijving Dendermonde- St Niklaas-Aalst, zal voortaan te spre ken zijn te Dendermonde in Den Hertalle Maandagen van 10 tot 11 uren te St Niklaas in De Hoop» iedere 3e Donderdag der maand van 10 tot 11 u te Aalst in Het Paviljoen iedere 3e Zaterdag der maand van 10 u. tot 10 u. 30; te Aalst in De Koornbloem iedere 3' Zaterdag der maand van 10 u. 30 tot 11 uur. Voor gezonde en sterke Kweekkalveren is het noodig de voeding zoo te regelen dat de noodige elementen voor groeikracht en beendervor- ming aanwezig zijn. Het KWEEKKALVERMEEL R.U.Z. is voor dit doel bijzonder samengesteld. De stijgende vraag voor deze melen bewijst dat de bijzonderste kweekers overtuigd zijn van hun ne groote waarde. Voor het vetten is het VET- KALVERMEEL R.U.Z. niet te vergelijken met gelijk welke sa menstelling. Wie onze kalvermelen eenmaal BEPROEFT zal overtuigd zijn van de waarheid onzer beweringen. Vooraleer het graan op den zolder komt, wordt deze grondig gereinigd en gelucht. Alle restanten van graan en stof worden opgeveegd, omdat hierin eitjes en larven aanwezig zijn. Nadien wordt de gansche zolder geschuurd of gesproeid met een oplossing van 1 liter GRODYL op 9 liter water zoodat men 10 liter sproeistof bekomt, dewelke bij middel van een borstel of beter met een hand of rugsproeier overvloedig wor den gesproeid op vloer, zijkanten en zoldering. Voor de bereiding raden we aan eerst 1 liter GRODYL in 3 liter water op te lossen en daarna nog 6 liter water toe te voegen. Gedurende de behandeling blijven vensters en deuren geopend. Bijzonder zal men de vloeistof doen doordringen in de spleten, tusschen de planken waar voornamelijk kevers en hun broedsel schuilen. Daarna wordt de zolder verluchtde geur der Grodyl zal spoedig verdrijven en de zolder is klaar om het graan te ontvangen. Gro- dyl is onbrandbaar. Met 1 liter GRODYL plus 9 liter wa ter kan men 100 m2 behandelen Grodyl is te verkrijgen in onze magazijnen te Aalst. ge iets wilt verkoopen moet "ge dit eerst aan het publiek kenbaar maken, plaats daarom een aan kondiging in De Koornbloem ge blijft alzoo uwe klanten be houden. leest en verspreidt UW BL AD I Indien ge melk van kwaliteit wilt voortbrengen en verkoopen, schaft U dan een filter MARCO aan. De ge vaarlijkste en de minst zichtbare vuilnis sen worden door den filter Marco uit de melk verwijderd. Filters en watten, in alle grootten, zijn verkrijgbaar in onze magazijnen te Aalst. Bestellingen kunnen gedaan worden bij onze magazijniers en zaakvoerders. Reklaamplaten worden gratis afgele verd aan de bezitters van een filter MARCO Drakkerfj De Koornbloem Zee- bergkaai A sis* Speciaal bereid om met Aardappelen te worden vermengd. Gezien de huidige toestanden de hooge prijzen van meelvoeders en de lage prijzen van de aardappelen, zijn we tot het besluit gekomen een speciaal voeder samen te stellen welke, gemengd met gekookte aardappelen, een volle dig en krachtig voeder zal uitmaken. Teneinde alle verwarring te vermijden, zullen we in onzen prijslijst deze voeders vermelden met N° 6 en N° 7. De kweekers gelieven wel te letten op de volledige aanduidingen bij de aanvraag en op de manier om deze melen te gebruiken. Hier volgen de genoemde voeders voor zwijnen van 30 tot 80 kg., met bijvoeding van gekookte aard appelen. 1 kg. meel N° 6 op 5 kg. aardappelen.. (3 maal per dag toe te dienen). voor zwijnen boven de 80 kg., met bijvoeding van gekookte aard appelen. 1 kg. meel N° 7 op 5 kg. aardappelen. (3 maal per dag toe te dienen). Genoemde melen mogen niet vermengd worden met andere meelsoorten, doch enkel met gekookte aardappelen zooals hierboven vermeld. ROGGE mag niet worden bijgegeven. We meenen ten andere dat de bezitters van rogge nu meer dan ooit belang hebben dezelve te verkoopen aan goede prijzen. Bij gebeurlijk gebruik van de nieuwe voeders gelieve men strikt de voor schriften te volgen van onze berekening 1 KG. MEELVOEDER N° 6 OF 7 VOOR 5 KG. AARDAPPELEN (GEKOOKT). Aan het gebruik der bestaande Varkensmeien N° 1, 2, 3, 4 en 5 is niets veranderd. Deze moeten evenals vroeger worden gebruikt, zonder een enkele bjjvoeging. i

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Koornbloem | 1939 | | pagina 4