ONZE WEIDEN.
Snoeilessen*
Oordegem*
MOTTFN Gebruikt in Uwe
DE KOORNBLOEM 23 Jan. 1954
Stalvoeding bij het Rundvee»
(Vervolg van 2de bladzijde)
Wat dienen wij nu in beide gevallen
te doen
In alle bei de gevallen stellen wij een
tekort vast in ons rantsoen aan verteer
baar ruw eiwit. En dan moeten wij aan
vullen met eiwitrijke voeders die wij
moeten gaan kopen.
In het eerste geval hebben wij een
tekort van 90 grammen. Wij kunnen dat
aanvullen met een halve kg krachtvoeder
van 20 eiwit, zodat wij dan 100 gr
bijvoederen, waar wij 90 gr tekort had
den.
In het tweede geval is er een tekort
van 275 gr eiwit, dat dient aangevuld
met 1 kg krachtvoeder van 28 °/0 eiwit,
waarin 280 kg eiwit voorkomen, waar
wij er 275 gr te kort hadden.
Wannes Ja maar, volgens uw reke
ning is er ook droge stof te weinig. Wat
doet ge daar mee
DolfDat is voor geen enkele boer
een vraagstuk. Wat gehakt stro regel
matig ter beschikking van de dieren
stellen en de kwestie van de droge stof
is daarmee opgelost. Spijtig genoeg gaat
dat niet zo voor het eiwitWant eens
dat een boer op zijn hof eiwitvoeders te
weinig heeft en dat is doorgaans het ge
val, dan kan hij er Diet uit, of hij moet
bijkopen, ofwel zijn koeien laten onder
komen.
Wannes Maar wat eigenaardig is.
Onze rantsoenen hebben eiwit tekort en
zetmeelwaarde te veel, Hoe komt dat
Dolf: Dat is de normale toestand van
bijna al onze bedrijven in de streek. De
nadruk wordt te veel gelegd op de teelt
van aardappelen, beten, rapen, granen,
enz. dus allemaal voeders met een over
wegend zetmeelgehalte.
Aan eiwitrijke voeders zoals jong gras,
luzerne, klaver, enz. wordt heel wat
minder belang gehecht.
Willen de boeren daarin verandering
brengen dan zouden zij zich meer moe
ten toeleggen op het winnen van eiwit
rijke voeders. Dat zou hun veestapel on
getwijfeld ten goede komen. Zo zou
iedere boer toch ten minste voor zijn
koeien het eiwit moeten winnen voor
een rantsoen van 10 kg melk. Dat zou
het minimum moeten zijn. Wat hij dan
boven die 10 kg te kort komt zou hij dan
kunnen bijkopen onder vorm van kracht
voeder.
Wannes Ge spreekt daar altijd van
krachtvoeder. Maar is lijnmeel dan niet
goed
Dolf Voor deze avond zal het al wel
zijn. De rest zullen wij maar nemen
voor een volgende keer.
Ministerie van Landbouw.
Door het Rijkstuinbouwconsulent-
schap van Oost-Vlaanderen met de
medewerking van de Provinciale Porno-
logische Vereniging wordt een reeks
snoeilessen ingericht.
De lessen gaan door te Aaigem op:
Practische lessen van 13,30 tot 18,30u.
in de boomgaard van dhr Dorsan Mou-
lart, Gotegemstraat, Aaigem.
Theoretische lessen van 17,30 tot 20 u.
in de Gemeenteschool te Aaigem.
De lessen zijn kosteloos.
Alle belangstellenden worden verwacht.
Inschrijvingen en nadere inlichtingen
bij dhr Moulart, Gotegemstr., Aaigem.
Inschrijving voor kalk.
Landbouwers die op statie kalk wen
sen te lossen, dienen zich te wenden tot
de zaakvoerder Jozef Casteels, Steenweg
Oordegem.
III.
De vorige keer vertelden wij hoe een
goede welde is. Dat zulke weiden er niet
dik liggen zult ge wel kunnen denken
hebben, maar hebt ge u dan ook eens
afgevraagd waarbij dat komt?
De oorzaak hiervan is niet altijd de
arme of slechte grond. Het grootste deel
van de slechte weiden komt door de
verzorging die onvoldoende is. De an
dere voedergewassen als beten en aard
appelen krijgen de beste zorgen en ook
de voorrang. Heel zeker moeten deze
teelten op tijd geplant, gehakt of gedund
worden, maar daar het in de lente en in
de zomer zo van het één naar het ander
is, worden de weiden vergeten; ze blij
ven liggen zoals ze zijn. Hoogstens vindt
men nog eens wat tijd om er wat am-
moniaknitraat in te werpen na een be-
grazing, om zo de groei wat aan te
wakkeren. Een andere reden is ook nog
West- Oost-
Vlaanderen Vlaanderen
Zeer goed grasland 16,08 14,78 °/o
Goed grasland 29,78 21,30
Matig grasland 47,79 56,35
Minderwaardig grasl. 4,04 7,55
het feit dat de onkruiden en de minder
waardige grassen in het weiland zo niet
in het oog springen. Integendeel wan
neer een boer zijn betenveld laat over
woekeren door het kruid wordt deze met
de vingers gewezenhet wordt hem
schande gesproken. Daarbij kan ook de
opbrengst zo niet vergeleken worden.
Hier is immers geen sprake van Ik
heb zoveel zakken van het dagwand.
Door deze zeer stierfmoederlijke be
handeling komt het dan, dat er in ons
land en in onze streken, nog zeer veel
minderwaardig grasland voorkomt.
Volgens Ingenieur A. Andries ziet de
hoedanigheid van het Belgisch grasland,
gesteund op 5.000 ontledingen er als
volgt uit
Zeer goed grasland 18,2
Goed grasland 21,4
Matig grasland 48 °/o
Minderwaardig grasland 12,4 °/o
Brabant Antwerpen Limburg
4,55
13,63
60,60
21,21
7°
8,86'
16,18
56,62
18,38
22,44 °/o
19,56
43.48
14.49
Uit deze cijfers blijkt genoeg dat er
inzake weideverbetering nog veel te
doen is in ons land en ook in onze
Vlaamse provincies.
Het najaar en de wintermaanden ge
ven aan de landbouwer de kans en ook
de tijd veel verbeteringen aan te bren
gen, Dan kan hij verschillende zaakjes
doen welke hij maar moeilijk zou kunnen
uitvoeren op andere tijdstippen van het
jaar, omdat hij dan weinig tijd heeft en
het veelal niet het gepaste ogenblik zou
zijn. Door deze kleine werken nu goed
te doen zal hij in het voorjaar daarvoor
ruim vergoed worden door een grotere
opbrengst van zijn weiland. Het jonge
eiwitrijke gras, dat tevens een gepaste
verhouding geeft tussen zetmeel en eiwit,
zal hem krachtvoeder doen uitsparen en
hem een grotere hoeveelheid melk ver
schaffen. Daarom is de verzorging van
de weiden ook tijdens de winterperiode
van het allergrootste belang. Welke zijn
nu deze onderhoudszorgen
Ortderhoudszorgen tijdens de
winter.
1) Het droogleggen van de natte
weiden.
Natte weiden zijn onvermijdelijk zure
weiden. Nog een groot procent van onze
weiden zijn te nat en dus te zuur. In
zulke weiden sterven de goede grassen
en groeien de minderwaardige grassen
en sommige onkruiden zeer gaarne. Aan
de vele boterbloemen, biezen, zurkel en
madeliefjes zijn de zure weiden heel ge
makkelijk te herkennen, vooral in de
lente als ze meer op bloemenvelden ge
lijken dan op weiden.
Voor zulke weiden is droogleggen en
draineren noodzakelijk. De verbetering
die men zo kan teweeg brengen loont
meer dan de moeite. De samenstelling
,van de graszode verbetert in aanzienlijke
mate, vele onkruiden verdwijnen, de
kwaliteit van het gras verhoogt en ver
schillende veeziekten als leverbotziekte
worden op die maDier voorkomen. Daar
waar drainering niet mogelijk is kan er
veel verbetering gebracht worden door
het regelmatig open houdeD der grach
ten. De afwatering voor de weiden is het
meest dringend tijdens de wintermaan
den. Daarom doet elke verstandige boer
zijn grachten uit in het najaar of tijdens
de winter.
2) Het verluchten der weiden.
Evenals wij hebben de planten lucht
nodig om te leven. De wortels der plan
ten kunnen het niet stellen zonder een
voldoende aanwezigheid van lucht, zon
der dewelke de scheikundige omzettin
gen bijna of helemaal niet plaats hebben.
Trouwens al de in de grond levende or
ganismen, die op de gesteldheid van de
grond zulke invloed uitoefenen kunnen
het voor het grootste gedeelte niet zon
der lucht. Daarom wordt voor de ge
wone gewassen, de grond telkens goed
bewerkt. In een goed bewerkte grond
ontwikkelen de wortels ook beter en de
lucht en de warmte kunnen er voldoende
indringen. In ontelbare weiden laat deze
verluchting oneindig veel te wensen
over, omdat gedurende tientallen jaren
de grond altijd maar vaster en vaster is
getrappeld door het vee en er nog nooit
meteen eg of een weideregenerator werd
ingereden.
De verluchting is nochtans een zo
belangrijke factor voor een goede op
brengst dat ze niet mag verwaarloosd
worden. Daarom moet men regelmatig
de weiden verluchten. Met een eg kan
men het oppervlakkig doen, met een ge
schikte weideregenerator gebeurt het
veel dieper, tot 15 a 20 cm. Een diepte
verluchting is goed voor enkele jaren en
de herfst of de lente zijn hiervoor de
beste tijdstippen. De voordelen van het
regenereren of het verluchten zijn zeer
belangrijk. Vooreerst kan de lucht beter
in de grond dringen en krijgt het gras
een kans om een optimale ontwikkeling
te bereiken. De vele bacteriën, vooral de
luchtwinnende die een grote invloed
hebben op de verbranding van de humus
en het opneembaar maken van het plan-
tenvoedsel, kunnen beter werken en ont
wikkelen. De insijpeling van de schei
kundige meststoffen gebeurt sneller en
gemakkelijker, waardoor dus een vlug
gere werking van deze intreedt.
3) Het bemesten van de weiden.
In 't algemeen is de toegediende be
mesting nog te éénzijdig. Een goede be
mesting is altijd volledig, dat wil zeggen
dat zij de bijzonderste voedingsbestand
delen moet bevatten. Het kalken gebeurt
het voordeligst in het najaar, terwijl
fosfoorzuur- en potasmeststoffen in de
winter of zeer vroeg in 't voorjaar toe
gediend, eveneens de beste uitslagen
geven. Voor de stikstofmeststoffen moet
gewacht worden tot in de lente.
Een doelmatige bemesting heeft een
grote invloed op de kwaliteit van het
gras, op de plantkundige samenstelling,
op de gezondheid, de vruchtbaarheid en
de melkgifte van de dieren. Door een
goede bemesting kunt ge dus verschil
lende vliegen in één slag hebben, doch
verwacht geen wonderen vanaf het
eerste jaar, vooral wat betreft het ver
dwijnen der minderwaardige grassen.
De slechte grassoorten omtoveren in
goede kan de bemesting niet. Talrijke
proefnemingen hebben ncchtans bewe
zen dat een evenwichtige bemesting ver
heugende uitslagen geeft. De slechte
grassoorten verdwijnen geleidelijk en
worden vervangen door meer voedzame
soorten. Sommige meststoffen zijn daar
bij goede onkruidverdelgers.
4) Het indelen in percelen.
Tegenwoordig wordt er heel veel ge
sproken van weideparcellering. Wat
moet men daardoor verstaan? Weide-
parcelling is niets anders dan de rantsoe
nering van het vee op de weide. Wan
neer het vee vrij rondloopt in een grote
weide gebeurt het heel zelden dat het
gras op de ganse oppervlakte wordt af
gegraasd. Op verschillende plaatsen
wordt het plat gelopen en op andere
blijft het staan. Zo wordt het gras oud
en hard en niet meer gelust door het
vee. Hierdoor gaat dus veel goed gras
verloren. Deze verspilling kan alleen
maar voorkomen worden door parcele-
ring of de onderverdeling van de grote
percelen in kleinere. In de wintermaan
den spant het werk er niet en dan is er
tijd om hier eens aan te denken.
Als wij de stijlen zelf maken kost het
niet zoveel en de voordelen zijn ruim
dtze meeruitgave waard. De voornaam
ste voordelen van de parcellering kun
nen als volgt samengevat worden
1. Minder verspilling van het gras en
geen oud minderwaardig gres meer.
2. De melkgifte wordt verlengd.
3. Het gras geniet van een rustperiode
vóór het heruitschieten.
4. Eens de dieren het perceel verlaten
hebben kan men de nodige onderhouds
zorgen als bemesting, openspreiden der
koeplakken en afmaaien der grashalmen,
polken zonder moeilijkheden uitvoeren.
5) Het afkappen of uitdoen der tron
ken.
De tronken hebben een zeer slechte
invloed op de goede grassen. In de
schaduw en het lommer vindt men bijna
uitsluitend minderwaardige grassen,
vooral wollig zorggras, struisgras en
ruw beemdgras, die heel gaarne order
de bomen groeien. Zelden zal men er
witte klaver of ander vlinderbloemige
planten vinden.
Op een boomgaard kunt ge heel goed
nagaan waar het beste gras staat. Daar
kunt ge zien dat de koeien het langst, het
meest ea dus het liefst grazen op c*e
opene plaatsen. Daarom is het in uw
eigen belang dat ge tijdens de winter
maanden de tronken afkapt of verwij
dert. Zo kunt ge immers uw weide veel
verbeteren...
Een ander noodzakelijk werk is
6) Het afmaaien der graspolken.
Waar de uitwerpselen van het vee
liggen vindt men min of meer grote pol
ken of grasbossen. Deze vormen in de
winter een geschikte schuil- en kweek
plaats voor allerlei insecten en vijanden
van het gras. Daar verhinderen ze in het
voorjaar de groei van het jonge gras en
zo ontstaan er opene plekken, plaatsen
waar het gras is weggestorven. Daarom
is het verstandig deze polken in het
najaar nog eens speciaal af te maaien.
7) Openspreiden der koeplakken.
Ook het openspreiden der koeplakken
loont de moeite. Immers ze verteren heel
langzaam en wanneer men ze laat liggen
zullen de grassen daaronder verstikken.
Rondom wordt het gras niet meer gelust
en zo ontstaan er polken en dode plek
ken. Door het openspreiden ervan wordt
dit alles voorkomen.
Eeu volgende keer bespreken we het
aanleggen van nieuwe weiden.
1*1 V/ A A A-ril» linnenkassen steeds
het speciaal product om motten te
verdrijven. Geen onaangename reuk
meer. Beschikbaar in al onze ma
gazijnen.
26 Januari, 2 en 9 Februari.
Per provincie ziet de
toestand er zo uit