WELDOENER
DER MENSHEID.
LANDBOUWBERICHTEN
ratnn
DE KOORNBLOEM 23 Jan. 1954
door Johan FALK.
Meester, zeide hij ontroerd. Hoc
vind ik u. Ik ben onmiddellijk hierheen
gesneld toen ik vernam dat mijn oude
vriend Louis Pasteur ziek was Het
nieuws heeft een grote beroering ge
bracht in de wetenschappelijke kringen,
geloof mij. Maar, voegde hij er gemaakt
opgewekt aan toe, terwijl hij recht wilde
staan en zijn instrumententas grijpen,
wij zullen u direct eens onderzoeken en u
gauw weer opknappen.
Laat dat, antwoordde de zieke, het
is niet daarom dat ik u hierheen liet
komen.
Maar... protesteerde de andere.
Geen maren, ik ben mij volkomen
bewust hoe het met mij gesteld is. En ge
gelooft toch dat dokter Louis Pasteur
nog in staat is een diagnoze te maken,
is 't niet vroeg hij met een glimlach.
Louis Pasteur kan alles, zei dokter
Bardou plechtig en eenvoudig.
Uitgenomen zichzelf nog redden,
mompelde deze.
Dan zal ik het doen, sprak Bardou,
heftig. Ik of iemand anders, al moest ik
al de befaamdste doktors van al de
Europese universiteiten er bij sleuren...
Maar ik wilde niet toezien hoe de grote
dokter Louis Pasteur, zonder strijd ver
loren gaat.
Ik wil uw geweten gerust stellen,
glimlachte de zieke. Onderzoek me maar,
maar trek het niet te lang, want veel tijd
heb ik niet meer te verliezen.
Dokter Bardou onderzocht hem, lang
en zorgvuldig. Zijn mond bleef gesloten,
maar in zijn ogen verscheen langzaam
<een machteloze, een wanhopige blik.
Eindelijk haalde hij met een moedeloos
gebaar de schouders op hij gaf zich
gewonnen.
Ziet ge nu vroeg de zieke. Ik wist
het immers wel. Hier helpt geen pleiste
ren meer aan. Mijn tijd is gekomen en
ik ben bereid te gaan.
Zijn siem klonk effen, gelaten.
Ik liet u dan ook niet daarom ko
men, dokter, maar om u nog eenmaal als
mijn trouwste en beste vriend te zien en
te spreken. Want buiten u heb ik nie
mand meer waar ik van hou, mijn ouders
ïija beide dood en ook mijn lieve vrouw
werd van mij weggerukt. Ik kan nu met
gerust gemoed weggaan, er is niets meer
dat mij nog aan deze aarde bindt.
Vermoei u niet te zeer, Louis, spaar
uw krachten, maande dokter Bardou
hem stil.
Louis Pasteur glimlachte. Hij liet het
hoofd zachtjes in de kussens neer en
sloot de ogen. Zijn adem ging onregel
matig.
Dokter Bardou zag dat hij insluimerde.
Stillekens stond hij op, liep op zijn tenen
naar het raam en trok behoedzaam de
zware hanggordijnen voor de venster
ramen dicht alsom met het licht ook alle
geluid uit de kamer te verwijderen dat
de zieke zou kunnen storen in zijn slaap.
En Louis Pasteur droomde...
Hij bevond zich in een grote zaal. Op
een podium, rondom een tafel in hoef
ijzervorm met groen vilt overtrokken,
zaten leraars in toga's met strenge scher
pe gezichten. Een van hen stond rechtop
in het midden. Lang was hij en slank. In
de hand had hij een lange lijst, die hij
met eentonige stem afdreunde
Behaalden het diploma met de
grootste onderscheiding een reeks
namen volgde.
De jonge Pasteur voelde het koud
zweet hem uitbreken, en keek met schuine
blik naar het strak gelaat van vader, die
hij op de vijfde rij tussen het publiek zag
zitten.
Nu hoorde hij weer, vaag als kwam
het van ver, de stem weerklinken
Met onderscheiding de volgende
leerlingen.
En weer een rij van namen. En zij die
afgeroepen werden stonden één voor één
recht en gingen hun diploma in ont
vangst nemen.
Met grote vrucht...
Met vrucht...
Het werd Pasteur al raarder en raar
der te moede. Nog steeds geen sprake
van hem, en vaders gezicht was zó
ongelukkig.
Toch wist hij dat hij zich geen moeite
gespaard had. Nachten en nachten had
hij, alleen op zijn kleine kamertje, ge
worsteld en gevochten tegen al de
wetenschappelijke ballast die hij verteren
moest. Het was erg moeilijk, vond hij,
maar steeds had hij volgehouden.
Er waren momenten geweest dat een
groot heimwee hem te pakken kreeg,
heimwee naar zijn mooie wouden van
de Jura. Toen had hij op staande voet
alles willen inpakken, de rug keren aan
deze vreemde stad.
Maar steeds dacht hij dan aan zijn
ouders, dacht aan de opofferingen die zij
voor hem brachten, dacht aan het be
trouwen dat zij in hem stelden. En hij
st jrtte zich opnieuw hals over kop in de
studie.
Hij wist dat hij een erg middelmatige
student was. Alleen de natuur- en de
scheikunde waren interessant voor hem.
Om zichzelf moed in te pompen studeerde
hij deze vakken dan ook met verbeten
heid.
ThaDS voelde hij zich diep ongelukkig.
Al de leerlingen die met vrucht gepas
seerd waren, waren afgeroepen en hij
was er niet bij. Wat nu nog volgde was
alleen maar kaf, het staartje, en hij be
hoorde tot dit kaf.
Daar klonk weer de stem van de
leraar
Behaalde zijn diploma met voldoe
ning Louis Pasteur.
Hij hield even op en hernam toen
Alhoewel aan deze leerling slechts
voldoening werd toegekend, komen
hem een paar zeer bijzondere vermeldin
gen toe. Het is namelijk de eerste maal
in de geschiedenis van dit college dat
door een leerling het maximum-punten
behaald wordt voor de natuur- en de
scheikunde. Het beheer van het gesticht
rekent het zich dan ook tot plicht hem
voor dit resultaat van harte geluk te
wensen.
Een gemompel van bewondering ging
door de zaal. De jonge Pasteur voelde
zich de koning te rijk toen hij langzaam
naar voren trad en zijn diploma in ont
vangst nam. Een blik op vaders ontroerd
gelaat, en Pasteur wist welke weg hij
voortaan te volgen had de natuur- en
de scheikunde waren de vakken die hij
beheeren kon en daar zou hij zijn volle
aandacht aan wijden...
De zieke in het bed bewoog zich even
onrustig. Dokter Bardou kwam nader
maar het bleek dat Pasteur nog steeds
sliep.
Inderdaad, de stervende beleefde zijn
droom verder...
Op een Zondagmorgen, het was een
mooie Meidag en de natuur had haar
schoonste feestgewaad aangetrokken,
stond in de stedelijke boekerij van Be-
sangon een jonge man die aandachtig de
titels der boeken nakeek.
Hij scheen niet te vinden wat hij zocht
en ten slotte wendde hij zich tot de bibli
othecaris en vroeg naar een boek over
scheikunde, waarvan hij de titel opgaf.
Dat is een wonder, zei deze. Jaren
lang reeds staat dit werk in het rek te
beschimmelen zonder dat iemand er ooit
om vroeg, en nu, in een tijdperk van
één minuut, zijt gij de tweede die er om
komt. (Wordt voortgezet).
BINNENLAND.
Het Staatsblad van 13 Januari 1.1. pu
bliceert het koninklijk bzsluit van 17
December 1953 waardoor de bewaring
van eieren en de handel in eieren wor
den gereglementeerd. Wij komen op de
bepalingen van dit besluit terug in ons
volgend nummer.
Een tweede koninklijk besluit van de
zelfde datum stelt de voorwaarden vast
waaraan ingevoerde eieren en uit te
voeren eieren moeten voldoen. Ook
daarover zullen wij uitweiden in ons
volgend nummer.
Het ministerieel besluit van 1 Januari
1954 (Stsbl. 14 Januari) stelt de premiën
vast die voor de maand Januari 1954
worden toegekend aan de zuivelfabrie
ken die uit Belgische melk zekere kazen,
melkpoeder, ingedikte melk en caseïne
vervaardigen.
Het koninklijk besluit van 23 Decem
ber 1953 (Stsbl. 14 Januari) bepaalt het
bedrag der toelaaen welke aan de door
de Minister van Landbouw erkende
provinciale comité's voor kunstmatige
inseminatie worden toegekend en de
voorwaarden dezer toekenning.
Daar de prijs van de inlandse druiven
gedaald is onder het vastgesteld mini
mum, hebben de Belgische overheden
bij toepassing van het landbouwprotocol
de invoer van Nederlandse druiven stop
gezet.
BUITENLAND.
IERLAND.
[Moeilijkheden in de vleesuitvoer.
Reeds enige maanden geleden is in het
Ierse vleesuitvoerbedrijf een inzinking
ingetreden, na een grote opbloei in de
voorafgaande twee jaren.
Deze achteruitgang schijnt te zijn ver
oorzaakt door de daling van de vlees-
prijzen in de Verenigde Staten, die een
des te sterker gevolg had, omdat vele
slacht- koel- en vriesbedrijven dikwijls
zonder voldoende financiële basis waren
opgericht. Een van de grootste dezer
bedrijven, Frigorifico of Ireland Ltd.,,,
zou tot likwidatie willen overgaan.
SPANJE.
De productie van kuastmeststoffen in
Spanje wordt voortdurend vergroot ten
einde de invoer daarvan in de toekomst
te kunnen staken. Verwacht wordt, dat
dit in 1957 het geval zal kunnen zijn,
wanneer de productie zoals de bedoe'
ling is, tot ruim 250.000 ton zal zijn ge
stegen.
De voortbrengst verliep sinds 1951
als volgt
1951 11.500 ton;
1952 36.500 ton;
1953 57.000 ton;
In bet verslag over het jaar 1952 van
het meststoffenbedrijf Abonos Medem
S.A. wordt de aandacht gevestigd op
het feit dat de Spaanse landbouw in
toenemende mate de gevolgen blijkt te
ondervinden van de daling van de
vruchtbaarheid van de bodem als gevolg
van het feit, dat gedurende jaren is na
gelaten aan de bodem die mineralen, cie
door het gewas eraan zijn onttrokken
opnieuw toe te dienen. Het gevolg hier
van is een kwaliteitsvermindering van
het gewas en van het vee, dat in na
tuurlijk voedsel niet de voldoende on
misbare minerale stoffen vindt, vooral
fosfoor en kalk.
VERENIGDE STATEN.
De opbrengst van de Amerikaanse
boerenbedrijven in 1953 is in volume
ongeveer gelijk gebleven aan die van het
recordjaar 1952 en was 44 procent hoger
dan het gemiddelde over de jaren 1935-
1939. De grote productie van de laatste
jaren wordt vooral toegeschreven aan
de hogere opbrengst per hectare, een
gevolg van de steeds verdergaande ver
vanging van paarden en muildieren door
tractoren, het gebruik van verbeterde
soorten landbouwmachines en de toe
passing van wetenschappelijke methoden
in de boerenbedrijven.
De productie van rund-, kalfs-, schaaps-,
lams- en varkensvlees steeg in 1953 tot
een totaal van 11.204.000 ton.
Ook de pluim veestapel rees tot onge
kende hoogtezo waren er op 1 Octo
ber 485 millioen leghennen. Op de ge
specialiseerde eierenproducerende be
drijven kon de jaarproductie per hen
gemiddeld van 180 tot 200 eieren wor
den verhoogd. Ongeveer 1.555 millioen
cuikens wrrden voor directe consumptie
gefokt, bovendien 56 millioen kalkoenen
en grote aantallen ganzen en eenden.
In Juni j 1. waren er in de Verenigde
Staten 22 millioen melkkoeien.
Ofschoon door lang aanhoudende
droogte in verschillende streken, vooral
in het zuiden en zuidwesten, schade
werd berokkend aan de oogst van vee
voeder, werd dit door een behoorlijke
oogst in het noorden weer goed gemaakt
zodat de totale opbrengst zelf iets groter
was dan verleden jaar. Het inkuilen van
gras werd meer en meer toegepast.
Voedergranen zijn in overvloed voor
handen, ofschoon de oogst van de vier
belangrijkste soorten nl. maïs, haver,
gerst en sorghum iets lager ligt dan in
1952.
De granen voor menselijke consump
tie zullen meer dan voldoende zijn voor
de bevolking van de Verenigde Staten
en de landen waarheen deze in normale
gevallen geleverd worden. De tarwe
oogst (31.809 402 ha.) bedroeg 410 mil
lioen hectoliter. De opbrengst van de
andere graansoorten bedroeg 6 millioen
hl rogge en 2.336.000 ton rijst.
De productie van eetbare vetten was
wederom hoger dan het verbruik die
van boter bedroeg 4.131.000 ton, van
aardnoten (gedorst) 640.483 ton.
Lijnzaad dat in de Verenigde Staten
hoofdzakelijk voor de er in aanwezige
olie wordt verbouwd, bereikte een pro
ductie van 14 millioen hl. De opbrengst
van katoenzaad bedroeg 6 millioen ton.
De productie van soyabonen was, tenge
volge van de droogte, de laagste sedert
1949.
De opbrengst van verse groenten was
vier precent hoger dan het vorig jaar; de
opbrengst van kool, wortelen, sla, bieten
tomaten, komkommers en zoete maïs
was, evenals die van selderij, sperciebo-
nen, boerenkool, spinazie, sjalotten en
paprika, hoger.
Volgens een raming van het Ameri
kaans Ministerie van Landbouw is het
verbruik van blikgroenten ongeveer
even hoog als in 1952, maar het verbruik
van diepvries groenten was hoger.
De aardappelenoogst bedroeg onge
veer 133.5 millioen hectoliter, d.i. zeven
procent meer dan in 1952. Door gunstige
weersomstandigheden en een verbeterde
bevloeiing kon de suikerbietenoogst op
11.5 millioen ton worden gebracht.
De katoenoogst bedroeg 18 millioen
balen van 227 kilogram tegen 15 millioen
balen ia 1952.
De opbrengst aan ruwe wol daalde in
1953 tot 104.000 ton, de opbrengst pee
vacht was echter hoger.
-
Handel in, en het bewaren van
eieren.
Premiën in Januari 1954 voor de
Belgische zuivelproducten.
Toeslagen tot bevordering van de
rationele toepassing der
kunstmatige inseminatie.
Stopzetten van de invoer van
Nederlandse druiven.
Productie van kunstmeststoffen.
Onvoldoende bemesting.
De landbouwvoortbrengsten
in 1954.