De Draaihartigheid van Kool REIS naar Nederland Jeugdvereniging Redt U Zeiven. Op ZONDAG 18 JULI e.k. De te volgen reisweg is Aalst, Sint Niklaas, Hulst, Walsoorden, overzet over de Schelde tot Kruiningen op het eiland Zuid-Beveland (streek der overstromin gen) terug naar Terneuzen, Philippine, Biervliet, Breskens, waar de Schelde wordt overgevaren tot Vlissingen. Terug over Eeklo en Gent naar Aalst. Vertrek te Aalst aan lokaal De Koornbloem Grote Markt, te 7 uur. Mogelijkheid tot mis horen te St Niklaas. Waarschijnlijk uur van aankomst te Aalst te 20 uur. Inschrijvingen Deze dienen binnen te zijn ten laatste op MAANDAG 28 JUNI en kunnen gedaan worden voor AALST Bureel Redt U Zeiven. Café De Koornbloem. Van den Wijngaarde Joz. Ploegstraat, 63, Aalst, voor HOFSTADS Caudron Charles, Zijpstraat, 71, Hofstade. De Winne Frans, Eeckhoutstraat, 20, Hofstade. voor MOORSEL Van Limbergen Remi, Kapittelstraat, Moorsel. Caudron Frederik, Land van Aalststraat, Moorsel. voor ERPE Hespeels Michel, Oonegem, Erpe. PRIJS 90 fr. te betalen bij inschrijving. Voor de leden, die hun lidkaart zullen voorleggen is een speciale verrassing voorzien. Speciale attractie Gans de reis zal opgenomen worden in lichtbeeld. De deelnemers zullen in de komende winter kans krijgen hun reis op het filmscherm te zien herleven. Wij rekenen dan ook op een talrijke opkomst en op snelle in schrijvingen. Dit laat ons immers toe tijdig de geschikte autocars te bestellen. Verleden week hadden wij het over de bestrijding der koolvlieg, een plaag die elk jaar veel slacht offers maakt onder onze kolen. Ieder van onze lezers teelt op kleine of grote schaal koolsoorten en heeft uiteraard dan ook af te rekenen met de vijanden dezer kruisbloemige planten. Daarom willen wij vandaag een uiteenzetting wijden aan een ander insect dat onze koolsoorten aantast; waarvan ieder van ons het schade beeld zeker reeds opgemerkt heeft, zonder evenwel de oorzaak van die schade te hebben opgespoord en dan ook zonder de gepaste be strijding te hebben uitgevoerd. Het gaat hier over de koolgal- mug die de draaihartigheid der kolen verwekt. Alhoewel het ziektebeeld wel wat verschilt volgens de aangetaste koolsoort of het ontwikkelingssta dium waarin deaantasting gebeurt, komt het in grote trekken overeen met een harteloosheid, afwezigheid van krop of kool of aanwezigheid van een gedraoid hart. Daar een doelmatige bestrijding van de koolgalmug alleen mogelijk is wanneer wij een duidelijk inzicht hebben in de levenswijze van dit insect, zullen wij deze hieronder breedvoerig bespreken. Het brengt tevens voor ieder van onze lezers een brokje natuur dichter bij hen en geeft hun een inzicht in een voor hun tot nu toe minder bekend domein van het insectenleven, dat zich dag na dag afspeelt om hun achterdeur en waarvan zij mis schien niet het minste vermoeden hebben. Levenswijze. De koolgalmug is een klein bleek geel gekleurd muggetje van 1,5 tot 2 mm lang met grote vleugels en lange pootjes. De vrouwelijke galmuggen leg gen met hun betrekkelijk lange leg- buis talrijke eitjes tussen de jonge hartblaadjes. Na 4 tot 5 dagen komen uit deze eitjes geelwitte spoelvormige en pootloze larven te voorschijn van 1 mm tot 2 mm lengte. Deze larven zuigen aan de basis der pas ont wikkelde hartbladeren en veroor zaken daardoor opzwellingen aan de voet dier hartbladeren. Het hart van de planten groeit krom, draait en in de meeste gevallen is er geen kropvorming. In sommige gevallen gaat het hart zelfs rotten. Bij spruit- kolen rotten het vegetatiepunt en de spruiten weg. Na 2 tot 3 weken zijn de maden van de koolgalmug volwassen, springen van de planten en gaan in de grond verpoppen. Zij spinnen een cocon op onge veer 5cm diepte inde grond, waar uit dan ongeveer 4 weken later op nieuw knolgalmuggen te voor schijn komen. Over het algemeen komen drie generaties voorwaarvan de lar ven der 3e generatie overwinteren onder de vorm van made. De eerste generatie verschijnt rond begin Juni. Terwijl de eerste draaihartige kolen zichtbaar wor den rond half tot einde Juni. De tweede vlucht heeft gewoonlijk plaats in de maand Juligevolgd van een derde vlucht in Augustus. Schade. Over het algemeen wordt de grootste schade aangericht door de larven van de eerste generatie, om dat op dat tijdstip de meeste kool soorten vatbaar zijn. Gedurende de tweede vlucht is de schade aange richt aan de kabuiskool meestal gering omdat zij op dat tijdstip reeds gekropt zijn en de jonge hart blaadjes derhalve niet meer toe gankelijk zijn voor de mugjes. Zo merbloemkool kan echter op dat ogenblik nog sterk aangetast wor den. Tijdens de derde vlucht bestaat er praktisch geen gevaar meer voor aantasting aan bloemkool of kabuiskool, echter wel voor merg- kool en boerenkool. De ziekteverschijnselen worden over 't algemeen zichtbaar onge veer 10 dagen na dat de insecten hun eieren hebben afgezet. Als gevolg van de aantasting be ginnen de bladstelen der jonge blaadjes op te zwellen en te draai en. De groei wordt sterk geremd waardoor de jonge delen beklemd geraken tussen de gezwollen blad stelen. Later wijken de oudere bla deren dikwijls uiteen waardoor het gedraaide hart heel duidelijk zicht baar wordt. Vandaar de typische naam van draaihartigheid voor dit schadebeeld. Soms ook groeien de andere bla deren normaal uit terwijl er zich een groeistilstand voordoet in het hart van de planten. De maden van de koolgalmug kunnen ook galvor- mige opzwellingen veroorzaken op de bladstelen, ofwel de bladeren doen gekroesd worden. Terwijl in sommige gevallen het groeipunt vernield wordt waardoor er begrij pelijker wijze van dergelijke plan ten niets kan terecht komen en ge woonlijk zijscheuten worden ge vormd men spreekt dan van har teloosheid. Zoals reeds hoger gezegd ver schilt het ziektebeeld al naar ge lang de koolsoort en ontwikkelings stadium waarin de schade wordt veroorzaakt. Hieronder geven wij een over zicht van de ziekteverschijnselen zoals ze meest bij de verschillende koolsoorten voorkomen en zoals zij door de Plantenziektenkundige Dienst van Wageningen (Neder land) werden omschreven. luchtruimte vormt, wat het gewen ste milieu is voor de koolgalmug. Het feit dat wachtbedden door gaans op dezelfde plaatsen worden aangelegd verhoogt uiteraard nog de kans op aantasting. De jonge koolplantjes bestemd als nateelt na de vroegere aardap pelen worden meestal in sterke mate aangetast tijdens de eerste vlucht. De periode van vatbaarheid ver schilt eveneens volgens de kool soort. Witte en rode kabuiskolen zijn niet meer vatbaar als de kool- vorming begint omdat de jonge hartblaadjes alsdan ingesloten zijn. Bloemkool daarentegen blijft vat baar tot het bloemhoofd zich begint te vormen. Koolraap kan geduren de de gehele groeiperiode aange tast worden omdat bij deze kool soort de jonge hartblaadjes gemak kelijk bereikbaar blijven. Bestrijding. Het uitvoeren van bestrijdings maatregelen wordt dikwijls geremd door het feit dat het niet van te voren vast staat of merkbare scha delijke draaihartigheid zal optre den. In sommige jaren is inderdaad deze schade door gunstige weers omstandigheden van weinig be lang. Bovendien is soms de aantas ting zeer plaatselijk en komt het normaal voor dat wij dicht bij mekaar gelegen percelen in ver schillende mate worden aangetast; waarvoor tot op dit ogenblik nog geen verklaring kan worden gege ven. De bestrijding tegen de koolgal mug zou een aanvang moeten nemen rond begin of half Juni om dat de jonge larven moeten vernie tigd worden vóór dat zij enige schade hebben aangericht aan de hartbladeren. Het beste resultaat wordt bekomen door het spuiten met een para- thionpreparaat. Hiervoor bevelen wij aan te spuiten met het product Fosfern 45. Dit is een sterk gecon centreerd vloeibaar parathionpro- duct dat uiteraard zeer geschikt is voor dit gebruik. Fosfern 45 wordt gebruikt aan 35 cc voor 100 1. water. Met deze spuitoplossing worden de koolplan- ten zorgvuldig en goed bespoten. Met een tussenpoos van 1 week moeten de behandelingen enkele malen worden herhaald. Voor het bekomen van een gun stig resultaat speelt echter de toe gepaste sproeitechniek een over wegende rol. Terwijl bij een andere besproeiing getracht wordt naar het bedekken van de bladeren met een fijn laagje insectendodend middel is dat bij de bestrijding der koolgalmug uiteraard niet nodig en moeten de buitenste bladeren in het geheel niet geraakt worden. Waar echter hier bij de bestrij ding der koolgalmug wel moet naar gestreefd worden is dat de bespuiting met kracht uitgevoerd wordt zodat met een sterke straal de spuitvloeistof diep in het hart der planten binnen dringen kan. Daarom wordt hier geen gebruik gemaakt van een dubbele sproei- dop of vernevelaar maar om één enkele met weinig brede sproei- kegel, waarvan de spuitvloeistof met kracht overal in het hart terecht komen zal zodat de eieren enlarven weggespoeld en gedood worden. Daarenboven om zo wei nig mogelijk spuitvloeistof te ver liezen is het aan te raden de sproei- dop zo dicht mogelijk bij het hart der planten te houden. Om te besluiten wil men met kans op welslagen de bestrijding der koolgalmug doorvoeren dan moet men op tijd spuiten, verschil lende malen herhalen en met een krachtige sproeistraal het hart der planten raden. Ziekteverschijnsel of schadebeeld Koolsoort Witte en rode kool Bloemkool Spruitkool Boerenkool Mergkoöl Koolrapen Vatbaarheid. De jonge koolplantjes zijn reeds vatbaar wanneer zij min of meer 4 blaadjes hebben, wat zeggen wil dat zij reeds kunnen aangetast wor den op het wachtbed. Harteloosheid, vorming van zijscheuten. Harteloosheid. Wegrotten van het regetatiepunt en van de spruiten. Onregelmatigheid in de bladeren en ontwik keling van zijscheuten. Ontwikkeling van zij scheuten. Inrotten (kaal worden) van de knol en ont wikkeling van secundaire spruiten. Op het wacht- of zaaibed zijn de omstandigheden over hetalgemeen veel gunstiger dan in volle veld, omdat zich tussen de jonge planten een vochtige, besloten of luwe (Zie vervolg 3e kolom hierneven.)

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Koornbloem | 1954 | | pagina 3