DE ind
RINGER
LANDBOUWBERICHTEN.
Landbouwers,
6
DE KOORNBLOEM 26 Jutii 1954
BINNENLAND
Premiën aan bepaalde inlandse
zuivelfabrieken.
Het ministerieel besluit van 1
Juni 1954 (Stsbl. 19 Juni) bepaalt de
premiën die voor de maand Juni
worden toegekend aan de zuivel
fabrieken die uit Belgische melk
zekere kazen, melkpoeder, inge
dikte melk en casëine voortbrengen.
De uitvoer van kersen.
De uitvoer van kersen naar Ne
derland is sinds enkele dagen toe
gelaten. De aanvragen om priori
teitsattest en vergunning bij de uit
voer mogen in de gewone voor
waarden ingediend worden bij de
Nationale Dienst voor Afzet van
Land- en Tuinbouwproducten, Wil-
lebroekkaai, Brussel. De vergunnin
gen zullen één maand looptijd
hebben.
De controle van de kersen zal
geschieden aan de grensposten
van Wuust-Wezel, Moelingen en
Lommel-Barreel.
Te Wuust-Wezel zal een besten
dige controle (van 10 u. af) werken
binnen de openingsuren van deze
douanepost.
Voor Moelingen zijn de aanvra
gen om controle 24 uren op voor
hand te richten aan de Nationale
Dienst voormeld te Brussel 1.18.90.05.
Te Lommei-Bareel zal een besten
dige controle werken van Maan
dag 21 Juni af, datum waarop deze
post opengesteld wordt.
Het eerste kersencontingent voor
uitvoer naar West-Duitsland ten
bedrage van 420.000 D.M. (onge
veer 5.000.000 B. fr.) werd vrij gege
ven de uitvoer naar West-Duits
land kan dus dadelijk een aanvang
nemen.
België en de Amerikaanse
landbouwoverschotten.
Baron d'Otreppe, leider van de
Belgische afvaardiging op de 25ste
zitting te Rome van de producten
commissie van de F.A.O., heeft na
het einde dezer zitting een verkla
ring afgelegd betreffende de hou
ding van België in verband met de
Amerikaanse landbouwoverschot
ten.
Ons land heeft bijzonder nadruk
gelegd op de afzet dezer overschot
ten in de economisch onderont
wikkelde gebieden. Deze oplossing
bevordert de wereldeconomie en
vermijdt tevens de normale han
delsbetrekkingen te storen en aan
de landen met evenwichtige land
bouweconomie nadeel te berok
kenen. De Belgische afvaardiging
heeft willen vermijden dat de be
dreiging van een wanordelijke
likwidatie van de Amerikaanse
voorraden zou blijven drukken op
onze productie en op de arbeid
van onze landbouwbevolking.
Een subcommissie, die te Was
hington zal zetelen zal de mogelijk
heid nader onderzoeken.
BUITENLAND.
DUITSLAND.
Het plan tot invoer
van levensmiddelen.
De Regering van de Bondsrepu
bliek heeft het levensmiddelen-
voorzieningsplan 1954/55 goedge
keurd. De invoer van rogge ten
bedrage van 150.000 ton is onge
wijzigd ten opzichte van het voor
gaande jaar, de invoer van tarwe
zal 2,4 tot 2,5 millioen ton omvat
ten. De invoer van voedergranen
is vastgesteld op 1,25 millioen ton.
In totaal zal de graanreserve van
de Bondsrepubliek voor het jaar
1954/55 met deze hoeveelheden
zich op het peil houden van het
voorgaande jaar.
In de sector vlees werd aange
nomen dat de Bondsrepubliek een
eigen productie zal hebben van
2,1 millioen ton en dat de invoer-
behoefte met 150.000 ton zal kunnen
gedekt worden. Voor het jaar
1954/55 heeft men nl. een verbruik
van 43 kg per hoofd der bevolking
aangenomen, wat 1 kg meer is dan
voor het jaar 1953/54.
Met het oog op de stijging van
de binnenlandse boterproductie.
zijn geen hoeveelheden voor de
invoer van dit product genoemd.
Evenmin werd een invoerbehoefte
aan suiker bepaald, daar nog in-
voerverplichtingen op lange ter
mijn bestaan en bovendien wordt
aangenomen dat de met suikerbie
ten beteelde oppervlakte in West-
Duitsland voor het jaar 1954/55
10 tot 12 °lo hoger zal liggen dan in
het voorgaande jaar.
De landbouwproductie in 1954.
Volgens de West-Duitse Minister
van Landbouw Lübke, zal de land
bouwproductie in West-Duitsland
dit jaar waarschijnlijk voldoende
zijn om de behoeften aan boter
voor 98 °/o, die aan vlees voor 93
die aan suiker voor 96 en die
aan groenten en vers fruit voor
ruim 80 te dekken. De Minister
sprak in dit verband van een door
leveringswensen ontstane belasting
van de handelspolitieke betrekkin
gen van West-Duitsland met de
landbouwlanden Zweden, Dene
marken en Nederland. Hij zegde
dat deze belasting niet kan wor
den opgeheven voor verdere vrij
geving van de handel. Naar ver
wachting zal echter een oplossing
worden gevonden in de reeds ge
nomen en voorgenomen maatre
gelen, die beogen het verbruik van
landbouwproducten, in het bijzon
der van melk, te doen stijgen.
MEXICO.
Aankoop van
landbouwwerktuigen.
Onlangs werd de Financiera de
Maquinaria opgericht welke als
taak heeft de aankoop van land
bouwwerktuigen voor de boeren
gemakkelijker te maken, waardoor
de productie kan worden verhoogd.
Het kapitaal dezer instelling be
draagt 10 millioen peso en is bij
eengebracht door middel van bij
dragen van de Mexikaanse invoer
ders van machines, de Banco Na-
cional de Mexico, de Bank of
Amerika en de National Finan
ciera.
PAKISTAN.
De rijstaanplant 1953/54.
Blijkens de laatste ramingen is in
het seizoen 1953/54 een totale op
pervlakte van 23.692.000 acres met
rijst beplant, hetgeen een vermeer
dering betekent van 3 procent ver
geleken met de definitieve cijfers
van het vorig seizoen. Met uitzon
dering van de Noordwestelijke
Grens-provincie, valt in alle pro
vincies en staten een uitbreiding
van de aanplant vast te stellen,
wat deels is toe te schrijven aan
gunstiger weersomstandigheden
en hogere rijstprijzen, maar ander
deels aan de krachtige campagne
van de regering om de voedsel-
voortbrengst te verhogen.
De rijstoogst van dit seizoen is
geraamd op 8.806.000 ton schone
rijst. Vergeleken met het cijfer van
het vorig seizoen zou dit een stij
ging betekenen van rond 8
leest en verspreidt uw blad.
heiligdag van maken. Ginder in de
hoek beginnen ze al te kaarten.
De notaris en zijn helpers kramen
op. Ook de boterkoopman en de
brigadier hebben plots geen tijd
meer. En nu komen de tongen voor
goed los. De Hazeberg moet er aan
geloven.
Verzopen grond allemaal zegt
Witte-Jan.
"Ge riekt er de zurigheid,, smaalt
Mon van de Donk.
Ze zeggen nu alle mogelijk kwaad
van het zo begeerde goed. Niets
dan biezen en distels vindt ge in die
beemden van Peer Geuns, en penen
in zijn akkers. En een half uur regen
is voldoende om er een leger slak
ken te zien kruipen. Ge kijkt er los
door het dak van de schuur. En ga
nu maar eens kijken in de stal, na
zulk een vlaag. Tot aan de buik
staan de koeien er in het water.
Neen, geen tweehonderdduizend
willen ze nog geven voor de Haze
berg.
Ginder bij de toog klinkt weer
die heel zware stem ...En veer
tien dagen later had onze Jef nog
kalverhaar tussen zijn tanden! De
hele groep daar valt aan 't lachen.
Massen-Gust is weer aan de
gang. Daar staat hij, in zijn onder
vest en met opgestroopte hemds
mouwen. Zoals hij zijn koren stond
te pikken, met nog het stof van de
droge akker in zijn ogen. Massen-
Gust van de Broekkant, waar er
zeven krotboeren wonen. In de
winter verkopen ze hun spek en ze
krengen een baksken haring mee
naar huis. Maar wie dat over hen
zeggen durft, blijft best zijn hele
leven van de Broekkant weg. Want
om hun armoe willen ze niet beke
ken worden. Wordt voortgezet.
3 door Leo
Bosbeek, dat is over de vaart gin
der, naar Mol toe. Veel weten de
boeren niet te vertellen van dat
dorp. Ze reden er weieens langs in
de tijd dat ze met de boterkorf naar
de Molse markt gingen. In Bosbeek
stopte de tram. Ge zaagt daar een
herberg en een paar werkmans
huizen. Het dorp zelf ligt een flink
eind buiten de baan. Zo van uit de
tram bekeken, lijkt de grond er
maar dun. Geen heeft er ooit horen
vertellen dat er zulke dikke boeren
wonen, die een hofstede kunnen
kopen vijftig duizend frank boven
de waarde.
Toon Peters, zo zullen ze hem
maar noemen, schijnt echter vol
komen op zijn gemak te zijn. Ze zien
hem met vaste hand zijn naam zet
ten op de papieren welke de nota
risklerk hem voorschuift. En op een
vraag horen ze hem rustig antwoor
den Hoe eer, hoe beter, 't Geld
ligt gereed
Buiten slaat de ene bliksem op de
andere en de regen drijft langs de
ruiten. Er komt een bezorgde trek
op de meeste van die boerenge
zichten. 't Zal er lief uitzien met het
koren op de akkers.
Even wordt er de Hazeberg bij
vergeten. Maar dan trakteren de
boterkoopman en de brigadier,
't Kan er wel af. Peer Geuns mag
boffen en de goede faam van de
Hazeberg heeft er bij gewonnen.
De notaris bestelt ook een ronde.
Voor hem is het niet minder een
goede dag.
)P DE BEECK
Toon Peters is het grootste slacht
offer. Van zijn geld zitten ze nu
allemaal pinten te drinken. Hij heeft
de Hazeberg. Maar vijftig duizend
frank te duur. En daar houdt het
niet mee op. Want daar zal heel wat
komen kijken aan hoeken en kan
ten. Aan woonhuis, stal en schuur
valt er veel te lappen. Iedereen
weet het van de oude Geuns, dat
die alles zo maar liet waaien de
laatste tijd. Als ge dat goed over
denkt, had die Peters zijn geld wel
beter kunnen besteden. Ruw ge
schat, de beschrijvingsrechten er
bij, gaat hij er bij de vierhonderd
duizend moeten neertellen. Hij zal
zijn rug moeten zetten om van zulk
kapitaal een behoorlijke intrest te
kunnen oprapen.
Zo wordt er gesproken achter
Toon Peters zijn rug.
Intussen is de dag weer wat
opengegaan. De vlaag is afgedre
ven en de donder rommelt al ver
weg. Buiten ruist nog de naregen.
Die duurt wel tot de avond. Toon
Peters neemt afscheid van de nota
ris. Hij heeft nog wat te regelen
met Hertenheer. Ze zien hem geld
neertellen op het zink van de toog.
Met een brede zwaai van zijn hand
groet hij de mensen. Buiten staat
hij even naar de lucht te kijken. Hij
zoekt zijn fiets uit de hoop tegen
de gevel en dan is hij weg.
Daarbinnen hebben ze hem
nagekeken. Ze gingen er voor bij
de venster staan, 't Lijkt wel een
wondermens, die Toon Peters uit
Bosbeek.
Witte-Jan staat midden in de ka
mer met een rode kop en de klak
in de nek.
Hertenheer,,, commandeert hij,
voor mij ook een rondeken... Om
dat ik vandaag vijftig duizend frank
heb verdiend met de Hazeberg niet
te kopen
Hij heeft nog gave tanden, die
Witte-Jan, en daar komen zijn
woorden kort en hard tussenuit.
Mon van de Donk staat daar ook,
met zijn kiel nu helemaal los.
Twee pinten de man, Herten
heer... Ik heb er vandaag ook vijftig
duizend in mijn zak gehouden
De twee dikke boeren lachen
luid om hun geestigheid en klop
pen malkander gul op de schouder.
Hertenheer is daar al met zijn
schenkblad. Daar draagt hij wel
een dozijn pinten op.
't Zijn drie pinten voor elk,,,
kondigt hij aan. Toon Peters heeft
zijn welkom betaald
Hier en daar wordt er bravo ge
roepen, maar dat houdt seffens op.
Want Witte-Jan en zijn vriend wil
len geen glas aannemen. De andere
boeren staan verlegen te kijken,
de meesten al met een glas bier in
de hand. Tot er iemand, met zo'n
zware stem die over alles heen
klinkt, durft zeggen dat het er niet
slechter om zal smaken, al komt het
dan ook van een zot.
Dat is het juiste woord. Een zot,
dat is die Toon Peters, een janmaker
en een windblaas. En hij moet het
zelf maar weten, wil hij zijn geld zo
te grabbel gooien.
Hertenheer heeft al zijn leven
goed bier verkocht. Het gaat er in
bij de boeren. Van werken komt er
vandaag toch niets meer met die
regen. Ze zullen er dan maar een