DE INDRINGER Dc teelt van rapen en hun bemesting. Sproeitoestellen Koloniale Loterij DE KOORNBLOEM 17 Juli 1954 Voor het noordelijk deel van België en in 't bijzonder voor de zandgronden van Midden-Vlaanderen, blijft de raap een belangrijk en goedkoop voeder voor de winterveevoeding. De teelt van rapen is voor onze ge westen, met vochtig klimaat, zeer ge schikt als stoppelvrucht. Daar deze vrucht zeer gevoelig is voor langdurige droogte, past een droge grond niet voor haar kuituur. De grondbewerking is eenvoudig. Men stoppelt zodra mogelijk om en zaait onmiddellijk. Zoals alle tussenvruchten is de raap zeer gevoelig aan de bemesting. Een opbrengst van 25.000 kg knollen en 10.000 kg loof, welke de middelmati ge opbrengst per ha is, onttrekt aan de grond volgende voedende elementen 75 kg stikstof 30 kg fosfoorzuur 100 kg potas en 55 kg kalk. Deze cijfers tonen aan dat de raap veeleisend is. Defosfoor- en potasmeststoffen wor den, bij voorkeur, voor de hoofdvrucht toegediend. Op de stoppel is een toe diening van ale zeer gepast. De goede opbrengst hangt nochtans vooral af van de dosis toegediende stik stof want het is de stikstof waardoor, zoals ook voor de knollen, bijzonderlijk de opbrengst aan loof vermeerderd wordt. Dit is van groot belang. Het is immers bekend dat het gehalte aan droge stof en aan eiwit in het loof groter is dan in de knollen. Ter illustratie geven wij hierna de'ge- kende ontledingscijfers droge stof eiwit Knollen 7 tot 10°/o 0,8 tot 1,7 Loof 9 tot 14 °/o 1,4 tot 2,3 °/0 Ook dient alle aandacht besteed te worden aan het voorkomen der knol- voetziekte, waaraan de raap onderhevig kan zijn. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de zwam Plasmodiophora Brasicae die zich gemakkelijk ontwikkelt in een zuur midden. In een grond welke neutraal tot licht- basis is (pH van 7 tot 7,8) wordt deze ziekte sterk geremd. Het spreekt dus vanzelt dat rapen zeer dankbaar zijn voor bekalking. Een basis werkende stikstofmest ver dient diensvolgens de voorkeur voor rapenteelt. De kalkcyanamide is dus de aan gewezen stikstofmest. Het vervult hier een dubbele rol 1. Het ontzuren van de grond, door het toedienen van kalk (100 kg cyanami de bevatten namelijk 60 kg kalk waar van 20 kg onder vrije vorm). 2. Het verbranden van de zwam die de knolvoetziekte veroorzaakt en voort zet. De kalkcyanamide moet onderge ploegd worden bij het ontstoppelen, zo niet zal men enige dagen wachten alvo rens te zaaien. De aan te raden dosis is 300 tot 400 kg per ha. Voor hen die menen dat de werking van amidische stikstof te traag is om de rapen goed te laten groeien, wijzen wij er op dat de ontbinding van cyanamide sterk in de hand gewerkt wordt door het warm weder dat we altijd hebben op het ogenblik van het zaaien der rapen, zodat de werking van cyanamiden prak tisch zo vlug verloopt als deze van de andere stikstoimeststoffen. (Ingezonden.) Waarschuwingsbericht. Het Opzoekingsstation vanGorsem„ bericht ons Het schurft der Appelbomen. (Venturia inaequalis Ad.) Wij noteren heden het einde der spo- renvluchten van de primaire infectie. Degenen die tot op heden al de no dige behandelingen tegen deze zwam doorgevoerd hebben, behaalden onge- getwijfeld een gunstig resultaat. U dient nochtans regelmatig uw schurftgevoelige variëteiten te onder zoeken en bij het minste teken van infecr tie, onmiddellijk in te grijpen, bij regen achtig weder. Er zijn nog goede en goedkope De reeds lang gekende en ge waardeerde platte rugsproeier, volledig in koper, eenvoudig van bouw en onderhoud, aan onge looflijke lage prijs van 980 fr taks inbegrepen. ;De winnaars van de 9de tranche. Volgens de uitbetalingen TdieTtot'op heden werden gedaan zijn het de steden: Athus, Anderlecht, Antwerpen, Brussel, Elisabethstad, Gent, Jemeppe a/Maas, Luik, St Joos-ten-Node, Schaarbeek en leper, die door het lot werden begun stigd voor de grote loten van 100.000 fr tot 2.500.000 fr. Onder de geluksvogels treft"(men aan een aannemer, een bediende,' een boekhouder, een concierge van' een school, een gezin van gepensionneerden, een industrieel, een kolonist, een snijder, een uurwerkmaker, een vloerlegger ;en een potje van 20 Hollanders, Andere winnaars hebben hun loten doen innen door banken. Loten van 25.000 tot 50.000 frank, geheel of in tienden, werden gewonnen te Athus, Antwerpen, Brussel, Char leroi, Doornik, Frameries, Gent, La Hestre, Kampenhout, Luik, Neerpelt, St Gillis, Verviers, Vroenhoven. Buiten de winnaars die eveneens hun loten hebben doen incasseren door ban ken, zijn er onder de anderen een arbeider, gepensionneerde arbeiders, een bakker, een bediende, een burgervrouw, een ingenieur, een meestergast, een politieagent, een pontonnier, een potje van 10 vrienden, een van 3 personen, een van 4 bedienden en een van 3 land bouwers. Laatste betaaldag voor de loten van de 9de tranche 1954 26 October 1954. door Leo OP DE BEECK 2. Over het land hangt de grote rust van de komende winterdagen. Wonderstil en met een klare, volle maan staat de eerste vriesnacht over het dorp en over de Broekkant en over de Hazeberg daar tussenin. Op de Broekkant staan de lage boerenhuizekens aan weerskanten van de diep uitgereden aardeweg. Hier en daar blinken er nog plasjes van de laatste najaarsbui en daar zit nu overal de maan in. In een van die zeven hoevekens daar zit Tjeen rechtop in zijn bed. Hij stoot zijn vrouw uit haar eerste slaap. Marie... hoor dat eens bezig zegt hij. "Hoor dat eens lelijk doen!,, De maan schijnt op het venster ken in de gevel en tekent een wit vierkant op de vloer van het kamer ken. Buiten, ergens in Tjoen zijn hof, wordt een kattenruzie uitgevoch ten. Met een ruk is Marie overeind gekomen en een poos zit ze daar met een daverende vrees op haar lijf. Ze hoort dat rauwe, razende krijten, dat sissen en blazen en grommen, zo heet en zo woest. En ze weet niet wat dat alles te bete kenen heeft. God nog toe Tjeen Onze Moor... hijgt Tjeen. En die rosse van de Fret Zijn ogen blinken en hij zit al met een been uit bed. Nu is de vrouwj'eindelijk goed wakker. Moet ge daarvoor een mens de schrik op 't lijf jagen, gromt ze kwaad terwijl ze huiverend weg- wriemelt onder de warme dekens. En het houdt maar niet op daar buiten. t Lijkt wel of er honderd katten aan 't vechten zijn, zo lelijk gaat het er toe. Tjeen kent dat. 't Is het grote gevecht tussen de twee felste katers van de Broekkant, de eindelijke afrekening van een gans jaar kattengeheimen. Robbedobbedob... Rappe poten roffelen over de harde grond vlak bij de gevel. Hoor dat toch eens bezig Tjeen is uit zijn bed gesprongen, rukt het vensterken open... en daar is nergens nog een kat te zien. Tjeen vloekt en speurt snuivend rond. Hij ziet twee vuurkogels in de donkerte langs de houtmijt en nog twee andere ginder onder de haag van van de Fret. 't Is wel zoals hij dacht: Moor en die rosse van zijn gebuur, Moor bij de houtmijt en de andere onder de haag. Ze zitten elkander soms de hele dag te beloeren. Tjeen moet weten wie van de twee de sterkste is geweest. Op de Broekkant is dat van groot belang. Hij buigt zich verder uit het ven sterken en dan meent hij wat te zien liggen daar beneden op de grond. Hij trekt zijn broek aan, kijkt nog even om naar het bed. Het kamer- trapken kraakt en daar piept ergens een deur open. Tjeen is rap terug en schudt hij zijn vrouw wakker. Marie, kijk eens hier... Maar kijk dan toch eens, mens Tjeen is fel opgewonden en in het maanlicht toont hij zijn dwaas geeuwende vrouw een grote pluk vaal-rosse kattenharen. Allemaal van die van de Fret... en geen van onze Moor, geen enkel Marie slaat woedend naar zijn gezicht en verdwijnt hijgend in de diepte van haar polk. Dat stuk vent van haar moet wel stapelzot zijn om daarvoor uit zijn bed te komen. Tjeen stoot het vensterken toe en staat daar nog wat te hijgen en te schudden, 't Is koud buiten en hij was maar in broek en hemd en op zijn blote voeten. Hij kleedt zich verder aan. Beneden bij het trap- ken vindt hij zijn klompen. Hij loopt een wijl over en weer te klossen door het stille huis, maakt het vuur aan onder de schouw, stopt zijn pijp en gaat in de hoek zitten. Slapen kan Tjeen nu toch niet meer. Omdat zijn Moor die rosse van de Fret heeft overwonnen. En omdat ze morgen in de dag de nieuwe boer van de Hazeberg gaan halen. Daar hoort hij wat bij de achter deur. Tjeen is seffens uit zijn hoek. Kom, Moorken, ko-om De grote, zwarte kater trippelt naar binnen en draait flemend rond de benen van zijn baas. Tjeen zet zich weer in de hoek met het ruige beest op zijn schoot. Moor is viese- lijk om zien met zijn verstruivelde pels vol modder en ander vuil. En daar bibbert een rode druppel in 't hoekje van zijn linkeroog. Tjeen houdt de kater dicht bij het vuur, kijkt en tast en lacht tevreden. Moor is met alle eer uit de strijd geko men. Niets gebroken en geen kale vlekken op zijn vel. Die van de Fret zou ik nu ook eens willen zien... monkelt hij. Dan haalt hij een kommeken wa ter en een voddeken en dopt en wrijft het gekwetste oog. Daar hoeft niemand van te weten. En Tjeen begint te strelen, te strelen maar, tot al het vuil uit Moor zijn pels is en er geen haartje meer verkeerd zit. Mooi glanzend ligt de kater op de knieën van zijn baas, met zijn ogen toe,pronkend van wellust bij het vuur en onder het zalvend strij ken van de grove boerenhand. Bij het eerste grauwen van de morgen staan de Broekkanters in de straat. Ze troepen samen bij het eerste huis, waar Massen-Gust woont. Uit de korte, zwarte schou wen stijgt de lichte houtrook kaars recht naar de bleke hemel. Ginder boven het bos zit de maan nog in j I de lucht. En op de daken en de bomen ligt helwit de eerste rijm van het jaar. Het weder wordt goed vandaag. Maar Tjeen komt daar aan, met zijn zwarte kater in de arm. Hebt ge 't gehoord, dat lawaai van de nacht Ze hebben het ein delijk uitgevochten, onze Moor en... Maar wacht eens... Hij grabbelt in zijn broekzak. Kijk, Fret, kent gij die En hij houdt zijn buurman een greep kattenharen onder de neus. De Fret neemt er wat van tussen twee vingers, kijkt er wat naar en ruikt er eens aan. Van onze rosse geeft hij toe. Hm... ze hebben er lelijk aan ge- plokken En onze Moor mankeert niets triomfeert Tjeen. Ja ze mogen hem gerust eens be kijken. En de kater gaat van hand tot hand. Hij trekt wat met zijn linkeroog» meent Massen-Gust. Altijd gehad, mee geboren, verdedigt Tjeen. Moor heeft gewonnen, besluit de Fret. De eerste keer dat onze rosse onder mijn ogen komt, stamp ik hem dood. Zo'n kater wil ik niet meer in mijn huis hebben Ze geven hem daar allemaal ge lijk in. Moor wordt op de grond gezet. Hij geeuwt en rekt zich en loopt dan met korte, stijve spron getjes weg. Moor mag er zijn prijst Mas sen-Gust. «Een echte Broekkanter». Maar nu hebben ze geen tijd meer. Gauw koffiedrinken en dan spannen ze in. Geen half uur gaat er overheen of daar zijn ze alle maal terug met hun schoenen aan, hun jekker en hun zondagse klak. De hele bevolking van de Broek kant is intussen wakker geworden en staat, ongewassen nog, in de straat te kijken. Wordt voortgezet.

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Koornbloem | 1954 | | pagina 6