a voor onze boeren Rijkszuivelschool te Gent 2 DE KOORNBLOEM 14 Oogst 1954 (Vervolg van le bladzijde) Niet alleen, dat deze volgorde vrijwel vast is, maar ook binnen een bepaalde groep veren, ver loopt de rui regelmatig. Dit kan men het best vaststellen bij de vleugel. Zoals bekend mag worden verondersteld, bestaat de vleugel uit twee gedeelten. Bij de uitge- spreidde vleugel zitten de grote slagpennen het verst van het lichaam en de kleine slagpennen het dichtst bij het lichaam. Tussen deze veergroepen bevindt zich een kleine veer, de tussenpen, terwijl geheel aan de buitenkant, dus het verst van het lichaam nog een klein bundeltje veren, het duim- vleugeltje, zit. Bij de rui van de vleugel vallen de grote slagpennen eerder uit dan de kleine slagpen nen. De eerste grote slagpen die uitvalt is de binnenste slagpen, welke direct naast de tussenpen zit, daarna valt de daarnaast zit tende slagpen uit en dat gaat zo door tot de laatste slagpen is uitge vallen. De volgorde, waarin de kleine slagpennen ruien is niet zo regel matig als die van de grote slag pennen. Demeest voorkomende volgorde is, als de kleine slagpen nen worden genummerd van de tussenpen af naar het lichaam toe 11, 12, 13, 14, 10,2, 3, 4, 5,6, 7,8,9, 1. De tussenpen valt uit als de naast- zittende kleine slagpen is uitgeval len. Zoals reeds is opgemerkt, is in de meeste gevallen een zeer goede leghen een snelle ruister, terwijl een slecht producerende hen zeer lang over de rui kan doen. Nu heb ben echter nauwkeurige onderzoe kingen aangetoond, dat er geen verschil bestaat in de snelheid, waarmede de veren groeien, zowel bij goed als bij slecht producerende hennen, maar dat er wel een be langrijk verschil is in de mate, waarin de oude veren uitvallen. In geen geval is een grote slagpen volledig uitgegroeid in minder dan 6 weken, terwijl sommige veren 7 weken nodig hebben om geheel uit te groeien. De veren groeien ongeveer 20 van hun uiteinde lijke omvang in elk van de eerste drie weken en 12 tot 15 geduren de elk van de tweede drie weken. Van de rui van de slagpennen kan men gebruik maken voor het bepalen van de ouderdom van een hen en wel aan de grootte en de vorm van de kleine slagpennen. Het is namelijk zo, dat met de rui in het eerste levensjaar de eerste kleine slagpen, gerekend van de tussenpen af, na de rui iets korter en aan de top meer afgerond terug komt dan de overige kleine slag pennen. In het tweede jaar wordt de tweede kleine slagpen korter en ronder en zo elk jaar de daarop volgende kleine slagpen. Van het feit dat de rui meestal gepaard gaat met het einde van een legperiode en vooral bij goede leggende hennen dit einde dan valt net in de tijd dat de eieren duur zijn, namelijk in September- October, maken sommige pluim veehouders wel eens gebruik om de rui vroegtijdig te forceren, n.l. in Juli, zodat de hennen dan door de rui en weer aan de leg kunnen zijn als de eieren een goede prijs opbrengen. Aan deze zg. geforceerde rui zijn soms wel voordelen verbonden, maar over het algemeen vallen de resultaten niet mee. In de eerste plaats moet men voor deze gefor ceerde rui uitstekende hennen ge bruiken, hennen dus die in de af gelopen legperiode goed hebben gelegd en nog zo in conditie en van een zo goede kwaliteit zijn, dat zij in aanmerking komen om een tweede legjaar, althans een gedeelte daarvan te worden aan gehouden. Men moet dus beginnen met de hennen heel streng te selecteren, zodat alleen de beste hennen wor den aangehouden. Dan moet men trachten deze hennen in een ge forceerde rui te laten vallen. Dit nu valt niet altijd mee, want het mag ook weer niet zo gaan, dat de hen nen door het forceren van de rui in conditie en kwaliteit achteruit gaan, want dat zou het paard ach ter de wagen spannen zijn. Afgezien van een eventuele be handeling met bepaalde hormoon preparaten, kan men op verschil lende manieren de rui forceren. Een van de eenvoudigste manieren maar die niet altijd tot het beoogde doel leidt, is het overbrengen van de hennen naar een ander hok en indien zij gewend zijn uitloop te te hebben, ze dan ook in dat hok opgesloten te houden. Voorts kan men dan de dieren het eiwitrijke meelvoer onthouden en ze gedu rende een paar dagen alleen een beperkte hoeveelheid graan, b.v. haver geven, terwijl men ze ook nog de eerste dag of dagen geen drinkwater ter beschikking kan stellen. In de meeste gevallen zal een dergelijke drastische behandeling vooral als zij enige dagen wordt volgehouden, de hennen in de rui doen vallen, maar hierbij zal veel afhangen van de conditie, waarin de hennen verkeren. Hoe beter deze conditie is, hoe langer de be handeling moet duren, maar zoals gezegd, men moet ermee oppassen. Zodra de hennen in de rui zijn, geeft men ze weer geleidelijk aan het meelvoer. Men moet niet direct weer volop meelvoer geven, want dan loopt men het gevaar, dat de hennen weer direct aan de leg komen en de rui zich pas later voortzet. Is de rui goed op gang, dan moet men reeds eind Augustus, maar in elk geval begin September met ver lichten beginnen. Loopt alles goed dan kan men van dergelijke hen nen heel wat grote, goed betaalde wintereieren rapen en de hennen dan vroeg in het voorjaar voor de slacht opruimen. Door verschillende omstandig heden kan een tussentijdse rui op treden. In vele gevallen beperkt deze zich tot een nekrui, maar ook kunnen de slagpennen aan de rui deelnemen. Door een goede ver zorging kan de hen zich vaak tijdig herstellen, zodat de rui als het ware blijft steken. Dit is dan goed in de vleugel te zien, daar men dan later naast oude, niet geruide veren nieuwe veren kan zien zitten. Ook bestaat er een duidelijk ver schil in de vleugels van een snel- ruiende, meestal dus een goed leg gende hen en een langzaam ruien de, meestal dus een slecht leggen de hen. Bij een snel ruiende hen zullen namelijk de slagpennen in de vleugel niet een voor een uit vallen, maar een paar tegelijk, dus ook een paar tegelijk nieuw wor den gevormd, die dan even groot zijn. Bij een langzaam ruiende hen daarenregen vallen de pennen een voor een uit en worden ook een voor een nieuwe gevormd, zodat tijdens de rui de nieuwe veren alle verschillend van grootte zijn. Bij de selectie tijdens de rui geeft dan ook het beeld van de uitgesreide vleu gel een goede aanwijzing voor de selecteur betreffende de kwaliteit van de hen. (Uit De Bedrijfsplaitnveehouder Meer en meer machines. Neen, thans valt er geen ont komen aan. Ook in ons land moet de landbouw de weg der mecha nisatie op. In sommige streken zijn we trouwens heel wat verder dan men vrij algemeen denkt. Mecha nisatie is niet meer te stuiten. Men moet zich bij de feiten neerleggen of beter zich aanpassen en aan de spits staan. Een belangrijk vraagstuk blijft echter nog steeds op te lossen. Dit is het aanpassen der machines aan gemiddelde en vooral kleine be drijven. In deze richting werd wel een en ander verwezentlijkt maar er valt nog heel wat te doen. Fouten bij aankoop en gebruik. Het is een vaststaand feit dat vooral onze Vlaamse boeren niet voldoende voorbereid zijn. Bij aankoop laat men zich nog veel te veel leiden door de praatjes van verkopers en agenten. Zijn deze ernstige mensen die objektief raad geven en er niet alleenlijk op uit zijn snel hunne waar aan de man te brengen, dan is het kwaad nog zo erg niet. In het tegenover gestelde geval kan men wel zeer onaangename en bijzonder zeer kostelijke verrassingen beleven welke men best kan missen. Niet alleenlijk bij de aankoop worden grove fouten en flaters begaan, ook bij het gebruik. Bij wijlen is het eenvoudig weg de schuld van de landbouwer zelf die de aangegeven richtlijnen niet volgt. Vaak echter heeft hij ze niet begrepen... of erger nog werd hij niet op de hoogte gebracht. Herstellingen en defekten zijn steeds duur. Heeft men eenmaal goed gekocht, zoals het hoort, dan zal men er tevens zorg voor dragen de machine werkelijk te behande len zoals de constructeur heeft aan geduid. Voor de jeugd. Enkelen onder de jongeren van te lande tonen ernstige belang stelling voor mechanica... maar velen onder hen landen uiteinde lijk in de automechaniek zodat hunne kennis voor eigen bedrijf of dat van hun vader grotendeels verloren gaat. Ook de jongeren die blijven boe ren behoeven thans mechanica en bijzonder de praktische toepassin gen voldoende te kennen om met machines om te gaan, ze te gebrui ken... en eventueel een klein defekt te kunnen herstellen. In alle landbouwscholen, van welke graad ook, dient veel meer aandacht besteed aan landbouw machines. Waarom zou er tevens in elk arrondissement geen speciale kur- sussen in landbouwmechanica ge geven worden. Reeds vele jaren vóór de laatste oorlog heeft de pro vincie Henegouwen nochthans overwegend industrieel op dit gebied pionierswerk verricht. Ook onze Vlaamse provinciebesturen wacht hier een uiterst nuttige taak. Voor onze boeren. Scholen voor de aankomende boeren, voor de jongeren zijn uit stekend maar dit volstaat niet. Ook de volwassenen, de boeren die thans in hun bedrijf staan be hoeven wat meer dan losse voor lichtingen op dit gebied. In dit verband zouden we reeksen van levendige voordrachten met practische oefeningen en behan delingen der machines als zeer nuttig kunnen aanzien. Dit vergt geen reuzensommen en zou snel vruchten afwerpen. In elk kanton om de drie jaren, zulke reeks... tot dat de aankomende jeugd in scho len. enz., voldoendegevormd wordt. Anderzijds wensen we ook te wijzen op een leemte in onze Vlaamse landbouwpers. Land bouwmachines en landbouwme chanica worden nog steeds stief moederlijk behandeld... of vinden onze bladen de passende mede werkers niet Voor allen. Op het gebied dat we hier be handelen zijn enkele nieuwigheden welke uiterst nuttig zijn voor jong en oud. We vernoemen o.m. 1. Demonstraties. Er worden er af en toe ingericht met de mede werking van het ministerie van landbouw. Het is uitstekend... maar te weinig. Zulke demonstraties brengen de boer heel wat korter bij de machine en daarom is het gewenst hun aantal, binnen rede lijke perken, thans nog merkelijk te verhogen. 2. Practische oefeningen. Deze kunnen vaak samen gaan met de monstraties maar even goed afzon derlijk. Het gaat hier om machines welke door de boer op eigen be drijf gebezigd worden en waartoe anderen uitgenodigd worden. Best metkommentaar door een bevoegd technicus. 3. De getuige-hoeven of zg. fer- mes pilotes kunnen even goed dienstig zijn voor de verspreiding van landbouwmachines in de ge zonde zin als voor bemesting, vee voeding, enz... 4. Het bezoeken van fabrieken van landbouwmachines verdient zeer warme aanbeveling. - Dit wordt tot nu toe werkelijk veel, veel te weinig gedaan. Men moet des noods de kansen opzoeken. Een nieuw beroep. De smid heeft allengs uitgediend, niet helemaal, maar dan toch gro tendeels. Velen hebben zich aan gepast en werden handelaars in landbouwmachines. De gestadige verspreiding van landbouwmachines vergt fataal meer en talrijker herstellingen. Hier ligt voor jongeren welke niet op het vaderlijk bedrijf kunnen blij ven en bijzondere zin hebben voor mechanica een ruim arbeidsveld dat hen tevens blijvend met het dorp verbindt. Voor éénmaal gaan traditie en moderne tijd samen. Inrichting van nieuwe specialiteiten. Vanaf het eerstkomend academisch jaar zullen bij de Rijkszuivelschool te Gent de studiën aanvangen leidende tot drie nieuwe specialiteitsrichtingen, nl. technisch ingenieur in de scheikunde der voedingsnijverheden, in de landbouw en in de koloniale landbouw. Voor degenen die niet in de voor waarden verkeren voor rechtstreekse toegang tot de studiën wordt een toela tingsexamen ingericht op 21 en 22 Sep tember e.k. De inschrijvingen hiertoe kunnen ge nomen worden Dinsdag en Vrijdag van 9 tot 12 en van 14 tot 17 uur. Verdere inlichtingen en prospectus knnnen bekomen worden bij de Directie der Rijkszuivelschool, Coupure Links, 233, te Gent.

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Koornbloem | 1954 | | pagina 2