Sproeitoestellen
Het Verenpikken
bij Kiekens.
DE KOORNBLObM 14 Oogst 1954
3
Ge weet het niet
VRAAG Mijnheer de Be
stuurder van ons blad De
Koornbloem
Ik ben blij gebruik te kunnen
maken van uw vriendelijk aanbod
en wil dan ook volgende vraag
stellen
Mijn kiekens die vrij rondlo
pen hebben veel lust in het ve
renpikken. Zo heb ik er een tien
tal die blote plekken kregen en
daardoor zeker moeten lijden.
Bestaat er geen middel om
deze lelijke gewoonte van de hen
nen af te leren
In afwachting de nodige uitleg
te ontvangen of in ons blad te
lezen, teken ik met dank en hoog
achting. Z. B.
ANTWOORD Uw vraag is
ongetwijfeld van groot belang,
want talrijke pluimveehouders heb
ben met hetzelfde heuvel te kam
pen. Voor wij U echter een ant
woord geven wensen wij U en ook
onze andere lezers op iets te wij
zen.
In ons nummer van 22 Mei 1.1.
verscheen een zeer goede bijdrage
over het veren- en bloedpikken bij
kuikens en hennen. Dat genu deze
vraag stelt doet ons vermoeden
dat ge dit artikel niet hebt gelezen.
Dat is toch wel jammer, want het
is juist geschreven voor mensen in
uw geval. Dat is trouwens iets wat
wij meer tegenkomen. Het ge
beurt niet zelden dat onze leden
inlichtingen vragen over dingen
die pas een paar weken voordien
in 't lang en breed in De Koorn
bloem werden uiteengezet.
Laat ons toe U een goede raad
te geven Begin vooreerst met alle
artikelen te lezen. Zeg dus niet op
voorhand dat ze niet voor U be
stemd zijn. Dat kunt ge toch maar
beoordelen als ge ze gelezen hebt.
Als het blijkt dat een of ander u
van nut kan zijn, knip het dan uit,
bewaar het zorgvuldig op een wij
ze dat ge het steeds gemakkelijk
kunt terugvinden. Zo zult ge na
zekeren tijd beschikken over een
rijke documentatie, die ge op uw
bedrijf zonder twijfel goed zult
kunnen gebruiken.
Wat nu het verenpikken aan
gaat
Door de kwekers worden daar
over heel wat theoriëen verkocht
en iedereen weet zijn eigen reme
die aan te prijzen. Jammer helpen
ze doorgaans heel weinig. Dat is
trouwens niet te verwonderen,
daar men de ware oorzaak van het
verenpikken nog niet altijd kent.
Wel kennen wij verschillende fac
toren die een invloed kunnen heb
ben bij het optreden van de kwaal,
maar met absolute zekerheid de
vinger op de wonde te leggen is
steeds zeer moeilijk.
In het vernoemd artikel worden
enkele van die faktoren besproken
zo oefenen zeker een slechte in
vloed uitte hel verlichte hokken,
met veel glas, hokken die over
bevolkt zijn, onevenwichtige voe
ding waarin een of meer noodza
kelijke elementen ontbreken. Het
is bijna zeker dat nog verschillende
andere factoren hun invloed kun
nen doen gelden.
Wil men dus de kwaal te keer
gaan, dan zou men eerst zekerheid
moeten hebben van wat er eigen
lijk in de hokken is gebeurd. Vol
gens we uit uw schrijven menen
te kunnen opmaken dient bij u de
oorzaak niet gezocht in de hokken,
kwestie van te veel licht of te wei
nig plaatsruimte, daar uw hennen
gans de dag buiten lopen. Naar
alle waarschijnlijkheid zal hier de
voeding wel de oorzaak zijn.
Bij onjuiste of onevenwichtige
voeding krijgen de hennen wel de
buik vol, ze krijgen dus globaal ge
zien niet te weinig voeder, maar ze
krijgen daarin dan niet alle grond
stoffen, die voor de normale ont
wikkeling en voor de eierproduc-
tie nodig zijn. Ontbreekt een van
de nodige voedingsstoffen dan zul
len de dieren instinctief daarin wil
len voorzien en overal zoeken
waar het doorgaans niet te vinden
is. Gemakkelijk komen ze er in be
paalde omstandigheden dan ook
toe eikaars pluimen te gaan uit
trekken, ja zelfs in de ergste ge
vallen treedt bloedpikken op. Eens
dat ze dat gewoon zijn leert men
hen dat niet gemakkelijk af.
Wanneer ge zo spreekt met tal
rijke kwekers dan hoort ge zeer
uiteenlopende remedies aanprijzen.
De ene kreeg een goede uitslag
met een haring in 't kot te hangen,
een andere stelde verbetering vast
wanneer hij wat krijt in t voeder
mengde, nog een andere vond baat
wanneer hij keukenzout toediende
enz. enz.
Het wondere nu is, dat iemand,
die met hetzelfde heuvel van ve
renpikken geplaagd zit, het ge
neesmiddel gebruikte dat hem
door zijn gebuur wordt aangera
den en waarmee deze laatste eens
veel succes heeft gehad, en dat het
nu helemaal niets uithaalt.
In de grond is dat gemakkelijk
te begrijpen. Wij zegden reeds
dat veel factoren een rol kunnen
spelen, en zelfs in de voeding kan
men zo maar niet zeggen wat er
zou ontbreken. Dat uw gebuur bv.
resultaat heeft gehad met een of
ander middel komt wellicht door
dat hij juist daardoor de ontbre
kende voedingsstof heeft toege
diend, misschien zonder het zelf te
weten. Wie zegt er dat in een an
der hok of op een ander bedrijf
dezelfde voedingstekorten oor
zaak zijn En dat dus dezelfde
middelen zullen helpen
Zoals overal is het ook hier
weer het is beter te voorkomen
dan te genezen. Dus niet alleen
wat aangaat de inrichting van het
hok, maar ook en misschien voora'
de voeding. Geef de dieren steeds
een voeder dat gewaarborgd van
prima hoedanigheid is en veel
miserie zal voorkomen worden.
VRAAG Gebruik makende
van uw nieuwe rubriek wil ik U
vertellen hoe ik het dit jaar met
mijn aardappelen gehad heb. Op
een perceel land waren de aard
appelen vroegere jaren steeds ge
rapt. Ik had reeds dikwijls ge
hoord dat dit zou toe te schrijven
zijn aan te veel kalk die in de
grond zou zitten. Angstvallig heb
ik dan ook steeds vermeden kalk
aan dit perceel toe te dienen. Re
sultaat heeft dit echter niet gehad
want telkens was het hetzelfde
met de patatten. Omdat ik van
plan was er dit jaar eerstelingen
op te verbouwen heb ik dan verle
den jaar die grond eens laten ont
leden om op die manier misschien
iets meer te weten te komen. De
uitslag zegde dat deze grond sterk
zuur was, dus zeker geen kalk
teveel. Nochtans zijn mijn eerste
lingen dit jaar weerom gerapt.
Hoe zit dat nu en wat moet ik
aanvangen om zuivere aardappe
len te kunnen winnen
ANTWOORD De gerapte
aardappelen waarover sprake, in
sommige streken ook pokken
geheten, zijn een gevolg van een
ziekte "aardappelschurft,, welke
veroorzaakt wordt door een zwam.
Tot nu toe wordt algemeen aan
genomen dat deze ziekte het meest
tot ontwikkeling komt in kalkrijke
gronden. Dit is een reden waarom
voor aardappelen een zure bemes
ting wordt aangeraden.
In de praktijk zijn echter vele
gevallen bekend van zelfs uiterma
te zure gronden, hetwelk door
onze vragensteller eveneens werd
opgemerkt, waar toch regelmatig
schurftaantasting optreedt. Ook
worden gevallen gemeld van be
trekkelijk kalkrijke gronden waar
geen spoor van aardappelschurft
is te bespeuren.
We staan hier dus voor een
raadsel, waarvoor zelfs de weten
schap tot op heden nog geen be
vredigende verklaring heeft weten
te geven. Zoals trouwens nog on
eindig veel zaken in landbouw en
veeteelt geheel of gedeeltelijk door
de natuur in het duister worden
gehouden. De wetenschap echter
blijft niet bij de pakken zitten. Het
onderzoek wordt stelselmatig over
de gehele wereld voortgezet en
onafgebroken worden de gehei
men aan de natuur ontfutseld.
Zo gaat het ook met het aard
appelschurft. Onlangs lazen we in
een Nederlands landbouwblad dat
door het Nederlands Landbouw-
kalk-bureau de meninig geopperd
wordt dat schurftaantasting bij
aardappelen zou kunnen in de
hand gewerkt worden door bo-
riumgebrek.
Het was aan de onderzoekers
opgevallen dat meerdere faktoren
die de ontwikkeling van schurft
bevorderen dezelfde zijn als deze
welke de boriumopname van de
plant bemoeilijken. Er worden ge
noemd droogte en een oneven
wichtige plantenvoeding, zoals
bv. overmaat aan potas.
Bij verminderde boriumopname
zou de schil van de aardappel
knollen zwakker worden en bar
sten vertonen terwijl de schil dan
minder afweerstoffen zou bevatten
tegen de indringende ziektekiemen.
Potproeven werden aangelegd
met de schurftgevoelige Eigen
heimer en Doré. Er werd duidelijk
vastgesteld dat met een toene
mende boraxbemesting de schurft
aantasting sterk verminderde. Bij
veldproeven waren de resultaten
nog niet zo uitgesproken. In die
richting wordt verder gezocht.
Er is dus iets gevonden, doch
zover zijn we nog niet dat we
algemeen kunnen aanraden borax
voor aardappelen te gebruiken om
schurft te voorkomen. Want met
borax moet men ook voorzichtig
zijn. Een te hoge boriumgift kan
een storende werking op de plan
tengroei tot gevolg hebben.
Het is wel eens te proberen
door op een klein hoekje, waar
van men weet dat het een schurf
tige grond is, 1 kg borax per are
vóór het planten van de aardap
pelen toe te dienen.
Evenwel moeten we voor alge
meen gebruik voorlopig nog de
raad geven de oude voorzorgs
maatregelen niet te veronacht
zamen. Deze zijn een zure bemes
ting voor aardappelen en wat
minder algemeen bekend is het
onderploegen van een groenbe-
mesting, bv. snijrogge of iets der
gelijks.
Wanneer we het hebben over
een zure bemesting voor aard
appelen wil dit geenszins zeggen
dat men het op peil houden van
de kalktoestand van de gronden
moet verwaarlozen. Vele land
bouwers zondigen daarin. Omdat
ze bevreesd zijn voor gerapte
aardappelen worden ook beten en
graangewassen verbouwd op zure
gronden. Dit is totaal verkeerd en
is zeker niet van aard om aan de
boer hoge opbrengsten te verze
keren.
Men zorge er beter voor jaar
lijks een gedeelte van de gronden
te bekalken om zodoende om de
3 a 4 jaar ieder perceel een beurt
te geven. Op die manier kan, mede
door een oordeelkundige vrucht
afwisseling, er voor gezorgd wor
den dat de kalktoediening geen
gevaar meebrengt voor de aard
appelen.
Merken we ook op dat een
kalkgift, onmiddellijk vóór of
onmiddellijk na het planten toege
diend, hetzelfde jaar meestal geen
invloed heeft op de verbreiding
van aardappelschurft.
Er zijn nog goede en goedkope
De reeds lang gekende en ge
waardeerde platte rugsproeier,
volledig in koper, eenvoudig van
bouw en onderhoud, aan onge
looflijke lage prijs van 980 fr.
taks inbegrepen.