DE IN D
RI|MGER
De Ijzerbedevaart
van 22 Augustus.
Ministerie van Landbouw
6
DE KOORNBLOEM 14 Oogst 1954
lxXVII°ÜZER8EDEVAAiü'-22AUGUyTLlS1954|
De bloemenhulde is telkenjare
het ontroerendste ogenblik van de
Ijzerbedevaart. Gemeentebestu
ren, Verenigingen en particulieren
zorgenvoorde schoonste Helden-
hulde, door het inzenden van bloe
men, onze dierbare gesneuvelden
ter ere
Ten einde U de moeilijkheid van
het vervoer van grote bloemstuk
ken te besparen, kan het Bede
vaartsecretariaat er wederom voor
zorgen, dat deze te Kaaskerke op
het Secretariaat kunnen worden
besteld. De prijzen gaan van 120 fr.
(voor mooie tuilen) tot 600 fr. voor
kransen van 1,50 m doorsnee, lint
inbegrepen. Het is voldoende het
gewenste bedrag te storten op de
postrekening 946.60 van het Bede
vaartsecretariaat, met aanduiding
voor bloemenkrans en opgave van
de tekst voor het lint het secre
tariaat zorgt zelf voor het neerleg
gen van de krans.
De Gemeentebesturen wordt
dringend gevraagd ervoor te wil
len zorgen dat op Bedevaartdag,
22 Augustus 1954, ook hun Gemeen
tehuis bevlagd worde
IJzerbedevaarttentoon-
stelling te Aalst.
Onze rondreizende Bedevaart
tentoonstelling zal opgesteld wor
den te Aalst, in de zaal St Martinus-
kring, op 13, 14, 15 en 16 Augustus.
Gedurende deze dagen zullen er
op de tentoonstelling regelmatig
voordrachten met filmstrook ge
houden worden over de Geschie
denis van de Ijzerbedevaarten.
Alle Vlamingen, vooral onze
IJzerbedevaarders, worden drin
gend uitgenodigd een bezoek te
brengen aan deze tentoonstelling.
De inkom is vrij, doch iedereen
wordt verzocht aan de ingang een
steentje te kopen voor de
wederopbouw van de IJzertoren.
Welke stad of gemeente komt pa
Aalst aan de beurt Inlichtingen
IJzerbedevaartsecretariaat, Hoge
Brug, 86, Kaaskerke.
Aan de voerders van personen
wagens en organisators van
autocarreizen naar de
27e Ijzerbedevaart.
De Plaatselijke- en Gewestelijke
Bedevaartcomité's en andere orga
nisators van AUTOCARREIZEN
naar de Ijzerbedevaart, alsmede
de bedevaarders welke met per
sonenwagen naar Kaaskerke ko
men kunnen op het Bedevaartsecre
tariaat KOSTELOOS kleine plak-
briefjes 33 cm X 16 cm bekomen
waarop volgende tekst staat Naar
de 27e Ijzerbedevaart.
Elke toerauto welke op 22 Augus
tus naar de IJzervlakte komt zou
met minstens vier zulke plakbrief-
jes moeten voorzien zijn. Ook de
personenwagens moeten aan elke
zijde deze wekroep aanbrengen.
Vraag vandaag nog (kosteloos)
deze plakbriefjes aan op het IJzer
bedevaartsecretariaat Hoge Brug,
86, Kaaskerke.
MEDEDELINGEN
Betaling van Koeienhuiden.
Het Departement van Landbouw
brengt ter kennis van de landbouwers
dat de vilbeluiken ertoe gehouden zijn
de huiden der dierenkrengen te betalen,
die door hun toedoen weggeruimd
worden, met uitzondering nochtans van
de huiden van dieren aangetast door
koolvuur, kwade droes, hondsdolheid of
schaapspokken.
De waarde van deze huiden wordt
door het Departement van Landbouw
van ambtswege vastgesteld volgens
een forfaitaire prijs bepaald op de basis
der prijzen gemaakt op de lederhalle te
Brussel.
Deze prijs stemt overeen met die van
het leder van gemiddelde hoedanigheid
van dezelfde categorie, verkocht in de
maand vóór de wegruiming, en vermin
derd met 30 indien de huid losge
maakt is, en met 50 indien zij nog
aan de kreng vastzit.
De landbouwers worden eraan herin
nerd dat zij de betaling van de huid
moeten vragen, hetzij rechtstreeks aan
de aangestelde op het ogenblik van het
afhalen van het lijk, hetzij schriftelijk
ten zetel van de uitbating van het vil-
beluik.
Verdelging van schadelijke vogels.
De Minister van Landbouw deelt
mede dat luidens artikel 3 van het ko
ninklijk besluit van 25 October 1929 de
dagroofvogels (sperwers, buizerds, val
ken, enz.), de gaai, de ekster, de raven
en de kraaien te allen tijde mogen ver
delgd worden door de grondgebruiker
(d.w.z. de eigenaar van de oogst) of zijn
afgevaardigde, alsook door de houders
van het jachtrecht, door hun beëdigde
wachters, de agenten en aangestelden
van waters en bossen en de veldwach
ters.
Zo de grondgebruiker deze schade
lijke vogels zelf niet kan verdelgen mag
hij, bij eenvoudig geschrift, zijn recht
aan een ander persoon afvaardigen.
Er mag gebruik gemaakt worden van
het geweer, van giftige stoffen en van
klemmen Nochtans is het verboden
zich te bedienen van vogellijm of der
gelijke stoffen, van strikken, van de
paalklem en van vergiftigde graankor
rels.
C aar voormelde bepalingen een recht
uitmaken is geen enkele formaliteit ver
eist om er van gebruik te maken. Zo
naar de zin der wet van 3 Januari 1933
op de wapendracht de verdelging van
kraaien, eksters, enz., een wettige reden
is voor het dragen van een jachtgeweer
is het nochtans wel verstaan dat de
grondgebruiker, op straf van vervol
gingen, moet vermijden gelijk welke
jachtdaad te stellen, die als een inbreuk
op de wet zou kunnen aangezien wor
den.
men, meester.
Net of het hem helemaal koud
laat wat er met de Hazeberg mo
gelijk gebeuren kan.
De meester klopt hem op de arm
en kijkt even de kamer rond.
Luister, Hertenheer. Ge woont
hier al jaren en gij kent hier de
mensen. Maar hebt ge al ooit van
uw leven een boer achter een bo-
demkaart horen vragen
Nooit van gehoord, geeft
Hertenheer toe. En ik weet niet
eens wat een bodemkaart is.
Men zegt ook grondkaart. Daar
staan de hoogten en de laagten
van de streek op uitgerekend.
En daar vroeg Toon Peters
naar
Ja... Ik heb hier echter nooit
een bodemkaart geweten, ten min
ste in de school niet. Ik zei hem dat.
En wat kreeg ik toen te horen
Dat we hier achteruit zijn, want in
Bosbeek hebben ze een bodem
kaart
Hertenheer voelt zich op de tenen
getrapt.
Die Toon Peters, me dunkt...
Is geen dommerik, Hertenheer.
En vast en zeker loopt hij met plan
nen in zijn hoofd. Die had een doel
toen hij de Hazeberg kocht. Ze
zullen dat met de tijd wel zien.
De rug van de meester is een goe
de weervoorspeller. Het sneeuwt
al. Een enkel vloksken nog maar,
dat zoekend langs het venster
zweeft. De lucht is loodgrauw toe
gelopen. 't Is best voor de meester
dat hij maar dadelijk opkraamt.
Door zijn venster kijkt Herten
heer de meester na. En hij peinst
diepe rimpels in zijn voorhoofd.
Die grondkaart... Wat moet Toon
Peters met zo'n grondkaart begin
nen
Geen dommerik, zegt hij na
een poos tot zichzelf. De meester
heeft gelijk. De boer van de Haze
berg heeft van ons niets te leren.
(Wordt voortgezet)
9 door Leo
En die Peer gaat naar huis, kijkt
maar naar de hemel en ziet daar
sterren en sterren... Tot hij met zijn
suffe kop tegen een boom loopt.
En dan ziet hij er nog meer.
's Nachts droomt hij van beren en
stieren. De volgende avond roept
hij vrouw en kinderen buiten en
leert hun waar de Grote Beer en
de Poolster staan. Daar moet nog
ergens een jong van die beer zit
ten en een stier. En tweelingen zijn
er ook al in de lucht.
En bij klare avonden gaan ze
daar niet meer slapen, of ze moe
ten eerst even buiten geweest zijn
om de Grote Beer te zien.
Ware vriendschap is er echter
niet tussen de meester en de baas
uit Den Hert Ge ziet hen nooit
samen. En nog minder zult ge de
een van de ander horen spreken.
Wel is er het wederzijds waarderen
van elkanders kwaliteiten de ge
leerdheid van de meester, de men
senkennis en de handigheid van
de herbergier.
Eén zaak is er waar ze 't nooit
eens over geworden zijn. Dat is
het uithangbord boven Hertenheer
zijn deur. Daar staat een lopend
hert op geschilderd en daaronder
in vlammend gele letters Den
Hert En daar gaat het om.
Dat is foutief, zegt de mees
ter. Hert is onzijdig, men moet
zeggen en schrijven het hert.
Daar heeft de meester al veel
woorden aan verspild. Hij bracht
er zelfs zijn spraakleerboek voor
mee. Maar Hertenheer geeft zich
niet gewonnen.
Er zijn toch ook mannelijke her
ten, meester.
Die zijn er, Hertenheer. Maar
het gaat hier om het woord, het
dier zelf telt niet mee. En ware hert
)P DE BEECK
nu mannelijk, dan deugt uw uit
hangbord nog niet. Dan moest er
staan de hert. Omdat... kijk, hier
staat hetomdat het een benaming
is zonder voorzetsel.
Hertenheer kan het lezen in dat
boek van de meester. Het staat
daar gedrukt, en in vette letters
dan nog.
Och, meester, 't kan zijn...
Maar... het hert... dat gaat niet voor
een herberg, daar zit geen klank
in. Den hert, meester, den hert...
Dat laat zich gemakkelijker zeggen
ook.
Daar blijft het bij. De meester
kan daar met al zijn wetenschap
niets aan veranderen.
Zo is het vandaag weer een
Donderdag. Ze hebben biljart ge
speeld, een partij voor de meester
en twee voor Herténheer. De cijfers
staan nog op het bord. Ze zitten bij
de hoge kachel, 't Wintert buiten.
Het heeft een paar nachten gevro
ren, maar sedert de middag zit de
wind wat om.
We krijgen sneeuw, zegt de
meester. Ik word het al van giste
ren gewaar in mijn rug. Ik zie het
wel eens gaarne sneeuwen. Een
prachtig natuurverschijnsel en
prettig om er naar te kijken, als ge
zelf droog en warm binnen zit.
Als 't sneeuwt onder de klas leg ik
een zwarte lap op de vensterdor
pel. Ik laat daar enkele vlokken op
vallen en leer er over aan de jon
gens. Mooie sterrekens zijn dat en
allemaal verschillend...
Hertenheer stopt zijn pijp en zet
zich op zijn gemak, 't Gaat een
sneeuwles worden vandaag.
Dat wordt het echter niet. Want
de meester zwijgt plots en doet
peinzend een straffe haal aan zijn
sigaar. Hij laat de rook om zijn
hoofd walmen en komt dan met
zo'n heel onverwachte vraag voor
de dag.
Wat denkt ge van die Toon
Peters
Die vraag verrast Hertenheer.
Hij en de meester spreken samen
nooit over dorpsaangelegenheden.
Ditmaal is daar misschien wel
reden toe. De Hazeberg krijgt niet
zo dikwijls een nieuwe boer. Zij
hebben daar al hun leven een
Geuns weten wonen.
Hertenheer is traag met zijn
antwoord.
Ja, meester, ja... Wat kunt ge
daar al van denken Ik heb hem
twee keren hier gehad. Drie dagen
voor de verkoping en dan op de
dag zelf. Op 't eerste zicht zoudt ge
van hem denken dat hij precies
geen dommerik is.
Goed gezien, Hertenheer,
prijst de meester. Toon Peters is
geen dommerik.
Hij sprak met de Hazebergboer
toen die zijn twee jongens naar de
school bracht, 't Is er een die ma
nieren kent. Nam al van ver zijn
klak af. En ge wordt dat ook seffens
aan die jongens gewaar.
En onthoud maar goed wat ik
u zeg, Hertenheer, die Toon Peters
heeft plannen met de Hazeberg.
Denkt ge, meester
Ja, ik denk het niet alleen,
maar ik weet het.
Och kom, hij zal daar gewoon
gaan boeren lijk Peer Geuns dat
heeft gedaan.
De meester zwijgt. Hij weet iets
dat een ander niet weet. Dat prik
kelt Hertenheer, maar hij laat het
niet merken.
Och kom, wat zou hij plannen
hebben... En hij geeuwt opnieuw.
De Hazeberg zal blijven wat hij
altijd geweest is.
Hertenheer kijkt eens naar het
vuur in de kachel en begint ijverig
te poken.
We zouden ze zo nog uitwar-