DE IN Di UNGER VAN DE HAK OP DE TAK. 28 Oogst 1954 5 Vorige Zondag had in de IJzer- vlakte van Diksmuide voor de 27e maal de pelgrimstocht der Vlamin gen plaats. Het dient erkend dat de Bede vaarten naar de Ijzer in het Vlaam se volksleven een meer en meer voorname rol beginnen te spelen. Men brengt er niet alleen hulde aan de nagedachtenis van de Vlaamse soldaten die in de oorlog van 1914-18 als slachtoffers van de wereldwaanzin gevallen zijn. De Ijzerbedevaarten zijn ook de uit drukking van de Vlaamse volks kracht, van het streven naar poli tieke en sociale rechtvaardigheid en naar het beogen van de eens gezindheid onder alle staatsbur- Op de jongste Bedevaart werd een lans gebroken tot het bekomen van amnestie voor politieke mis drijven, de overdrijvingen van de epuratie werden aan de kaak ge steld. Er werd fel opgekomen tegen de publicatie van de vervalste ta lentelling van 1947, waardoor Vlaanderen eens te meer in zijn grensgebieden bedreigd wordt. Men mag gerust zeggen dat deze Bedevaart, die een waardig en kalm verloop had, een nieuwe mijl paal betekent in de strijd voor de Vlaamse herwording. Het groot gebeuren op interna tionaal gebied is vorige week zon der twijfel de Conferentie van Brus sel geweest. De Ministers van Bui tenlandse Zaken van de Benelux- landen, van West-Duitsland en van Italië waren samengekomen met de Franse eerste-minister Mèndes- France om te trachten er toe te komen een atmosfeer te scheppen die het aan Frankrijk mogelijk zou maken tot de Europese Verdedi gingsgemeenschap toe te treden. Het practische resultaat van deze conferentie is nul in cijfer geworden. De verschillende standpunten lie pen zover uiteen dat geen overeen komst kon bereikt worden. De goe de bedoelingen en tegemoetkomin gen van de 5 eerste landen stuitten af op de onwil van de Fransen die daardoor eens te meer blijk geven van onverantwoordelijkheid ten opzichte van de verdediging van Europa. Of hierdoor het prestige van Frankrijk in de vrije wereld toegenomen is, is een andere vraag. Het is thans de beurt aan Enge land om het hoofd te bieden aan koloniale moeilijkheden. Nu de Britten noodgedwongen de bezet ting van de kanaalzone van Suez opgegeven hebben, hebben ze er niet beter op gevonden dan een nieuwe militaire basis op te richten op het eiland Cyprus in de Middel landse Zee. Zeer tot ongenoegen van de inwoners aldaar en van gans Griekenland die dit eiland terecht als Grieks grondgebied be schouwen en die door de Engelse beslissing, alle hoop op een komen de onafhankelijkheid als rook zien vervliegen. De toestand is dan ook uiterst venijnig geworden tussen Engeland en Griekenland, waar reeds verscheidene hevige mani festaties tegen Engeland plaats vonden. Professor Offenhauser, van de Universiteit, van Göttingen (Duits land), beweert dat het einde van de muggen nakend is en dat binnen zeer korte tijd deze insecten volle dig zullen uitgeroeid worden. Hij heeft een soort apparaat ge bouwd dat zeer natuurgetrouw de lokstem van de vrouwelijke mug gen nabootst. De mannetjes-mug gen, aangetrokken door deze] ver leidelijke roepstem, storten zich te gen het apparaat en vallen dood neder, want het spul is met electri- citeit geladen. Alleen de wijfjes zullen dus blij ven leven, maar daar deze zonder mannetje zich niet kunnen voort planten, zullen zij zonder nakome lingen sterven en zal het muggen- ras verdwijnen. Eerst zien, zei de blinde. De luiheid is het oorkussen van de duivel, zegt men. Maar overdre ven ijver kan soms ook schadelijke gevolgen hebben. Dit moesten 2 gangsters van Chi cago (Amerika) tot hun scha en schande ondervinden. Hun idee was echter niet slecht. Verkleed als gemeentelijke werklieden kwamen zij met een vrachtauto in een stapel huis van de gemeente binnengere den en begonnen met vlijt deze te laden met een groot aantal loden staven en buizen. De bewakers van de werkplaats, zonder argwaan, hadden de twee mannen zonder meer laten binnen rijden. Toen de geladen auto weer buiten wilde rijden, werd hij echter tegenhouden en de gangsters be landden in de gevangenis. De reden dat de bewakers toch lont geroken hadden lag aan de overdreven werklust van de twee dieven. Het konden geen arbei ders van de gemeente zijn ver klaarden zij, "want deze werken over 't algemeen minstens twee maal zo traag Of zulks bij ons in België ook het geval is De gewezen Duitse generaal Walter Dornberger, die tijdens de voorbije oorlog het toezicht had over de bouw van de beruchte vliegende V-2, heeft zich sindsdien verder gespecialiseerd in de bouw en het ontwerpen van nieuwe raketten, ditmaal in Amerikaanse dienst. Op een persconferentie die hij vorige week te Innsbrück (Oosten rijk) hield, verklaarde hij dat hij thans bezig was aan de bouw van een raket dat in 2 uur tijd de af- stand Londen-Tokio zou afleggen en zou aangewend worden voor het vervoer van mensen. Ja, de wereld gaat vooruit en het volkse gezegde dat de mensen nog zo slim zouden worden dat ze zou den leren met hun g vliegen te vangen, lijkt ons door de feiten reeds vooruitgestreefd. Meer en meer blijkt het dat het de geleerden ernst wordt de ver binding met de maan tot stand te brengen. Vroeger werd hier veel om gelachen, maar eerlijk gezegd, wij zijn lang zo zeker niet meer dat al deze beweringen louter klets praat is en het product van de over spannen geest van een of andere halve gare. De reis naar de maan zou met een tussenlanding geschieden. Met dat doel zou men in het luchtruim een kunstmatig eiland bouwen. Ook in verband met deze fantastische plan nen komt de naijver Amerika-Rus- land tot uiting. De Russische geleer den die met de studie van dit plan gelast zijn, staan onder de kundige leiding van professer Dobronravov. Bij de Amerikanen is het de geleer de, dr Frederick C. Durant, die de verantwoordelijkheid draagt. Ondervraagd over de mogelijk heid van een reis naar de maan in het jaar 2000, verklaarde de geleer de op de hogergenoemde conferen tie van Innsbrück, dat naar zijn me ning de mens zelfs vóór het jaar 2000 er zal in slagen de voet op de maan te zetten. Afwachten is de boodschap. een kring om de Hazebergjongens heen. Onze akker... waagt Jan nog. En dan breekt het los Ons paadje Ons paadje schreeuwen de jonge Broekkanters en ze kletsen in de handen en stampen op de harde grond. Jan houdt Geert bij de hand. Hij heeft nog de moed om even te glimlachen. Dat is te veel voor Sooi van de Fret. Hij schudt zijn zware vuist en dreigt Manneken, zeg dat nog eens Jan Peters is hoofd en hals klei ner dan Sooi. Maar hij lijkt hele maal niet bang en kijkt de brutale Broekkanter vrank in de ogen. Wel is hij wat bleek om zijn neus en zijn onderlip trilt. Kleine Geert wil hem meetrekken. Kom, Jan... Maar Jan gaat niet. Voor Sooi van de Fret wordt het een lastig geval. In zijn rakkers leven heeft hij reeds menig roem vol gevecht geleverd. Korte tijd geleden nog had hij het met Wies en Bert van de smid aan de stok. Dat zijn tweelingbroers. Waar de een is, ziet ge ook de ander, en ze helpen elkander door dik en dun. Ze waren toen na de school rap naar huis gelopen en stonden de Broekkanters af te wachten, elk met een stuk ijzer in hun handen. Als een kwade hond vloog Sooi er op los. Eer de smidjes fijn begrepen wat er met hen gebeuren ging, had Sooi dat ijzer uit hun handen ge wrongen en hun koppen tegen el kander geknotst. Gelukkig dat hun vader hen hoorde huilen en uit zijn smis kwam geduveld, of ze hadden nog erger dingen beleefd. (Wordt voortgezet 11door Leo 1 4. Het is een wit huis met rode pan nen. Op elke hoek van het dak zit een klad (donderbloemen. Een breedgetakte druivelaar kruipt te gen de zijgevel op tot de schouw en dan heeft hij nog een lange arm op de nok van het dak hangen. De stal met de halfronde venster- kens is tegen het woonhuis aange bouwd. Schuur en wagenhuis staan elk aan een kant van het neerhof, dat uitloopt op een grote en schone boomgaard. En voor het huis, in de laagte aan de overkant van de straat, is de Hazemortel, een bos van biezen en kattestaarten rond een brede plas, waarop roodge rande visblaren drijven. Als een burcht zit het grote, witte huis op de hoogte midden in dat lage land. Er is iets aan dat huis en zijn omgeving, dat een zekere eer bied afdwingt bij het volk van de streek. De meester vertelt van de Hazeberg dat er ooit koningen en prinsen hebben vertoefd. Hebben er die wellicht wat van hun voor naamheid achtergelaten?OokPeer Geuns en zijn volk hadden iets vreemds over zich en in hun ma nier van spreken en doen, dat hen scheen te verheffen boven hun dorpsgenoten. Nu woont Toon Peters daar. Ze hebben hem die eerste Zondag naar de kerk zien komen, met zijn vrouw. Eenflink paar, met een vaste en fiere tred. Voor elkeen hadden ze een vriendelijke groet, maar ze >P DE BEECK bekeken niemand f, langer dan strikt nodig was. Hun twee kleine jongens, Jan en Geert, hebben veel bekijks als ze voor de eerste keer naar de school komen. Dat is steeds het geval met nieuwelingen. Maar bij deze duurt het langer. Het zijn geen gewone boerenkinderen, het zijn die van de Hazeberg. Ze steken goed in de klederen en ze hebben schoenen aan de voeten. Hoge, stevige rijg schoenen met een dikke zool. Dat valt dadelijk op. De andere jongens lopen allemaal op klompen. Alleen 's Zondags en als ze eens naar de stad moeten, ziet ge de boeren schoenen dragen. En in de winter gaan ze met zwartgeteerde klom pen naar de kerk. Het wordt die middag overal ge zegd, als een zeer bijzonder nieuws Die van de Hazeberg hebben schoenen aan. Die schoenen en de rustige, on verlegen blik van Jan en Geert houden de jongens van het dorp op afstand. Er wordt met hen niet gesold en ze worden niet uitge vraagd. Ze worden alleen maar goed bekeken en ze worden zwij gend toegelaten bij het spel. Ka meraadschap wordt hun echter niet geboden. Met de kinderen van de Broek kant gaan ze naar huis. Een have loos bendeken, dat er steeds op zint een of ander kattekwaad uit te halen. En de meisjes zijn al even vlug en durvend als de jongens. Jan en Geert kijken dat alles rustig af en lopen nooit weg als de deug nieten voor een moegesarde boer aan de haal gaan. Daar waar de wegen uiteenlo pen, wachten de kleine Broekkan- tersop de jongens van de Hazeberg. Jan en Geert wachten ook als zij er het eerst zijn. Ze doen mee aan de spelen onderweg. Maar aan de school houden ze zich niet meer met de Broekkanters op. Ze horen niet bij het dorp en ze horen niet bij de Broekkant. Ze zijn die van de Haze berg. Daar bij de tweesprong ligt de eerste akker van de Hazeberg. De weg naar de Broekkant loopt in een wijde boog om het veld heen. De oude Geuns heeft dat land de laatste zomer niet meer bewonnen en de mensen van de Broekkant, en al die daar zijn moeten, lopen en rijden dwars over de akker heen. Dat verkort de afstand met een paar honderd meter en het is daar al een harde weg geworden. Op een avond als ze van de school komen, zegt de kleine Jan Peters Na de winter ploegt vader de akker om en dan moet ge langs de straat gaan. Dat is groot nieuws voor die jon gens en meisjes van de Broekkant. Ze staan daar een poos bedrem meld te kijken. Dan begint die grote Sooi van de Fret te lachen. Dat doen wij niet, hoor 't Is onze akker... En 't is ons paadje. Sooi kijkt al bokkig. Hij is er zo een die niet veel nodig heeft om kwaad te worden. En de hele ben de, er zijn er wel twintig, staat in DE KOORNBLOEM 9ers- i

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Koornbloem | 1954 | | pagina 5