De Invloed vc von Kalven op in het Tijdstip de Opbrengst. 2 Okf. 1954 3 Het is door onze melkveehou ders voldoende bekend dat de voortbrengst van melk over het ganse jaar ongelijkmatig verdeeld is. Het voorjaar en de vroege zo mer vormen de periode, waarin de melkerijén de grootste aanvoer van melk kennen, terwijl de winter maanden een merkelijk mindere totaalproduktie geven. Nu is het ook zo dat de aanvoer van de melk in grote mate de prijs bepaalt. Dat is begrijpelijk. Te gro te aanvoer stelt heel wat moeilijk heden aan de afzet en de stockage, met als gevolg dat de melkerijen dan ook lagere prijzen betalen. Zo iets is trouwens een algemeen voorkomend verschijnsel. Ten einde de aanvoer te regelen is er reeds dikwijls op aangedron gen dat onze veehouders bij het laten dekken van hun dieren, daar mee rekening zouden houden. En dat zou dan niet alleen als gevolg hebben een betere verspreiding van de aanvoer over hetjaar, maar daarenboven heeft men vastge steld dat koeien, die in het najaar kalven (vooral de maand Novem ber) over het ganse jaar een hoge re botervetproduktie geven, dan koeien die in een andere tijd van het jaar kalven. in dat verband lezen wij zeer interessante gegevens in het maandblad van de veekweeksyn- dikaten van Oost-Vlaanderen, die wij dan ook hier voor onze lezers overnemen Van verschillende zijden werd er reeds op gewezen dat de landbou wers er moeten naar streven om de koeien zoveel mogelijk in het na jaar en de vóórwinter te laten kal ven. De enen onderlijnen de nood zakelijkheid om de hoeveelheid voortgebrachte melk beter te ver delen over de verscheidene maan den van het jaar ten einde een te hoge produktie gedurende de lentemaanden te vermijden, en om in de Herfst tot een verhoogde melkproductie te geraken. Ande ren vestigen er de aandacht opdat de prijs voor de melk in najaars maanden merkelijk hoger ligt en de boer er dus alle belang bij heeft om in dat seizoen enkele versgekalfde koeien opstal te heb ben. Beide opvattingen worden dui delijk belicht door de volgende ta bel, waarin voor de jaren 1948-53, per maand, de hoeveelheid aan zuivelfabrieken geleverde melk en de netto-prijs op de hoeve wordt medegedeeld voor de be drijven aangesloten bij de dienst voor boekhouding van het Rijks station voor Landbouweconomie te Gent (uitgedrukt in van jaar gemiddelde). Maand Hoeveelheid Prijs Juli 117,6 91,0 Augustus 105,8 95,0 September 88,8 101,7 October 83,1 105,0 November 76,1 109,5 December 77,0 112,4 Januari 81,3 111,4 Februari 82,7 105,9 Maart 101,3 98,6 April 118,9 91,1 Mei 137,9 87,8 Juni 129,3 88,6 gemiddeld over het jaar 100,0 100,0 Er is echter nog een andere zijde langs waar men de kwestie kan bekijken, en wel in hoeverre de melkgifte gedurende het ganse jaar volgend op de kalving - de controle uitslag wordt beïnvloed door het tijdstip van kalven. Het is een gekend boerenspreek- woord dat koeien die kalven vóór Nieuwjaar nogmaals kalven als ze in de weide komen. Aan de hand van de melkcontroleuitslagen van de Oost-Vlaamse stamboekkoeien gedurende de laatste drie dienst jaren hebben wij onderzocht in hoeverre die mening juist is en hoe groot het verschil is tussen de uit slagen van dieren kalvend in de verschillende maanden van het jaar. Voor de berekening werd er enkel gebruik gemaakt van de uit slagen van dieren die opnieuw kalfden na ongeveer 1 jaar. Als de gemiddelde produktie van al de dieren voor heel het jaar 175 kg botervet bedraagt dan is de controleuitslag van dieren kalvend in de verschillende maanden zoals in onderstaande tabel is aangege ven. Maand kgr botervet Juli 16 7 163 165 165 Augustus 175 166 175 172 September 180 180 181 180 October 184 183 187 185 November 191 190 183 188 December 187 186 180 184 Januari 181 183 185 183 Februari 169 174 172 172 Maart 169 170 167 169 April 169 167 172 169 Mei 165 168 167 167 Juni 162 170 165 165 Wat leren deze getallen 1° De hoogste botervetpro duktie wordt tweemaal bereikt (in 1949 en in 1953) door dieren die kalven in November en éénmaal door deze kalvend in Oktober over een periode van drie jaar ge ven de dieren die in November kalven de hoogste controleuitsla gen en wel 7,5 °/0 meer dan het jaargemiddelde. Er zijn vijf maanden, van Septem- ter tot Januari, dat de uitslagen van de dieren boven het jaargemiddel de liggen. 2° De laagste uitslagen wor den bekomen door dieren die kal ven in Juni en Juli, en er zijn vijf °/0 van het jaargemiddelde 95,2 92,9 94,2 94,1 100,1 94,9 100,1 98,3 103,1 102,7 103,6 103,1 105,5 104,4 107,0 105,6 109,4 108,7 104,3 107,5 106,8 106,4 103,1 105,4 103,2 104,8 105,8 104,6 96,7 99,7 98,5 98,3 96,7 97,2 95,5 96,5 96,6 95,5 98,4 96,5 94,1 96,0 95,4 95,2 92,5 96,9 94,2 94,5 maanden - van Maart tot Juli - voor dewelke de uitslagen duide lijk kleiner zijn dan het jaargemid delde. 3° - Het verschil tussen de beste en de slechtste maand bedraagt 14 °lo (Juli) 94,1 X 1,14 107,5 (Nov.), m.a.w. een groep koeien kalvend in Juli, met een gemiddel de botervetproduktie van 165 kg, zou indien die dieren in November kalfden een uitslag van 188 kg be reiken, wel te verstaan indien ze telkens verzorgd werden zoals de doorsnee Oost-Vlaamse stamboek koeien gevoederd worden. Het verschil tussen de vijf goede en de vijf slechte maanden is in doorsnee 10 ten honderd. 4° - Als men bedenkt hoe groot de invloed van het weder is op de hoeveelheid en de hoedanigheid der veevoedergewassen liggen de uitslagen van dezelfde maand ge durende de drie jaren vrij dicht bijeen de seizoenschommeling is een standvastig verschijnsel. Door het nastreven van najaars- kalvingen kan de melkproductie der dieren ongetwijfeld verhoogd worden. Met koeien gaat het in 't algemeen moeilijk door het uit blijven, of het niet bemerken, van de tochtigheid gedurende de stal- periode, voornamelijk van dieren met hoge melkgifte, worden de meeste koeien gedekt in de maan den Mei en Juni; er schijnt een natuurlijke neiging te bestaan bij koeien om in het voorjaar te kal ven. Daarentegen is het gemakkelij ker om vaarzen drachtig te krijgen rond Nieuwjaar. In Ons Vee van Mei 1954 schreven wij dat de meest gunstige ouderdom voor de kalfvaarzen ligt tussen 2 jaar 4 maand en 2 jaar 6 maand. Als men ook met de seizoenschommeling rekening wil houden is het nodig om al de vaarzen die geboren wer den b.v.b. in 1953 te laten kalven in 1955. De vaarzen geboren in het voorjaar kunnen gedekt worden in November of December om te kal ven in Augustus-September op een ouderdom van ongeveer 2 jaar 6 maand deze geboren in het na jaar en gedekt in Januari tot Maart kalven dan in November-Decem ber op een ouderdom van onge veer 2 jaar 3 maand. De gunstige invloed van kalvin gen in de herfst- en wintermaan den is ongetwijfeld toe te schrijven aan de stijging van de melkpro- duktie eens dat de dieren in de weide komen. De dieren die gekalfd hebben in de periode van September tot Ja nuari hebben in April van 7 tot 3 maand gekalfd, zijn dan 4 maand of minder drachtig (het gaat over dieren die na 1 jaar herkalven). Het zijn deze dieren die een pro- duktievermeerdering vertonen. In tegendeel, dieren die in Augustus of vroeger gekalfd hebben, 8 maand of meer dus als ze in de weide ko men, en dan 5 maand of meer drachtig zijn vertonen geen stijging van de controleuitslag. Evenmin is er een gunstige uitslag van het jonge gras waar te nemen op de uitslagen van dieren die kalven in Februari of later, en die nog in volle melkgifte zijn als ze buiten komen. Samenvattend de invloed op de uitslag der jaarcontrole van de overvloedige voeding in de weide is enkel waar te nemen bij dieren die 3 tot 7 maand gekalfd hebben, en het sterkst bij dieren die vijf maand hebben gekalfd (van No vember tot April) en dan ongeveer twee maand drachtig zijn. Is de voeding met jong gras wel licht moeilijk te evenaren toch zit er in hetgeen voorafgaat een be langrijke les geborgen zonder de invloed van een goede voeding gedurende de eerste drie maand na de kalving te willen miskennen menen wij toch dat de meest be langrijke periode voor het beko men van goede melkcontroleuit slagen deze is van vier tot acht maand na de kalving het is ge durende deze periode dat de voe ding van de dieren zeer goed moet verzorgd worden indien men een goede jaarproduktie wil bekomen. (Zie vervolg onderaan hierneven) Een wetsvoorstel tot regeling van het verkrijgen van grondeigendommen door de landbouwers. (Vervolg van le bladzijde) Bepaalde bijdragen kunnen zwaarder zijn dan anderen. Leest ze dan op het best geschikte moment, vaak liefst in den beginne. Alles ineens lezens? Liefst niet want dan wordt het dra een hutse pot. Veel doelmatiger is het de lezing te onderbreken, na te denken. Feitelijk in twee of drie splitsen, al naar het belang en de omvanq van het blad. Natuurlijk is niemand verplicht alles te lezen. Bepaalde bijdragen kunnen U misschien op geen en kele wijze aanbelangen, laat ze dan maar ongelezen. Wanneer U echter enkel en al leen de lichte zaakjes leest en alles wat degelijker is systematisch uit sluit dan kan uw keus niet goedge praat worden. Desgevallend herlezen. Bijna onmiddellijk of een paar dagen later wanneer U een of ander niet duidelijk begrepen hebt. Ofwel een week later wanneer het er U enkel om te doen is alles nogmaals klaar voor uw geest te stellen. Het schijnen allemaal kleinighe den, maar juist het totaal der klei nigheden brengt het lezen van een vakblad tot zijn volle waarde. Nog wat nuttigs. Eens gelezen is de rol van een vakblad niet afgelopen Waarom het wegwerpen? Zou het niet veel beter zijn het zorgvuldig te bewa ren, liefst niet geplooid, tussen twee stevige kartons? Wanneer u het dan nodig acht kunt U er terug om grijpen. Waarom dan ook niet elke jaargang laten inbinden? EENS ZO VERRE bestaat echter het gevaar dat U deze bladen een eerste klas begrafenis bezorgt en ze stilaan vergeten geraken. Zo doende verliest het bijeenhouden of verzamelen natuurlijk elke zin en elk nut. U kunt gans de verzameling springlevend maken op zeer een voudige wijze. Legt een aantal fichen (licht kar ton, ongeveer 14 op 21 cm groot) aan ofwel een schrijfboek met bijv. volgende indelingen Bemesting. Plantenteelt. Zuivel. Veeteelt en veevoeding. Kleinvee. Landbouwmachines. Wetgeving en maatschap pelijke vraagstukken. Fruitteelt. Groenteteelt. Bloementeelt. enzenz In elke rubriek schrijft U dan titels samen met datum en nummer van het blad van al deze artikels die U bijzonder aanbelangen. Hebt U ze dan later terug nodig dan zal het volstaan deze lijsten te raad plegenen bovendien houdt U leven in uw verzameling vakbla den. Vergeet tevens niet dat U op deze wijze een spotgoedkope en degelijke dokumentatie kunt aan leggen. Akkoord Vermits de meeste koeien kalven van Februari tot April mogen wij zeggen dat de dieren vanaf Juli tot in November doelmatig moeten bijgevoerd worden. Eenflinke meer opbrengst zal de beloning zijn. DE KOORNBLOLM 1949-50 1950-51 1951-52 gemid. 1949-50 1950-51 1951-52 gemiddeld

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Koornbloem | 1954 | | pagina 3