De Sint Elooifeesten
(Vervolg van le bladzijde)
zij de eerste moeten zijn om een
helpende hand uit te steken, naar
hen die het elders gaan zoeken.
Er zou moeten gewaakt worden
dat de belangen van de uitwijke
lingen zouden verdedigd zijn, dat
een voldoende voorbereiding
wordt gegeven op het nieuwe le
ven dat de uitwijkelingen te wach
ten staat. Pas als deze met een
dankbaar gevoel de hulp en de
voorkomendheid zullen gedenken
die zij van het moederland hebben
genoten, zal hun land werkelijk
voor hen een moeder land zijn
geweest en dan zullen zij in de
vreemde ook een positieve factor
kunnen worden voor het land dat
zij hebben verlaten. Dus niet nood
zakelijk een verlies.
Het is niet met het vraagstuk te
ontwijken dat men het oplost. De
lakse en onverschillige houding van
ons bestuur is langs geen kanten
goed te keuren an getuigt van een
schuldige nalatigheid.
Wat dat aangaat hebben wij heel
wat te leren van onze Noorderbu
ren. Daar wordt het vraagstuk niet
ontweken, maar heel nuchter beke
ken als een zaak van algemeen be
lang, als een dringende noodzaak.
Daar wordt de uitwijkeling zorg
vuldig voorgelicht en voorbereid.
Niets wordt aan het toeval
overgelaten. Cursussen wor
den ingericht, waar de kandidaat
uitwijkelingen op de hoogte wor
den gebracht van de taal, de ge
woonten, de aardrijkskunde, de
economische toestand, enz. van het
land waar zij naar toe willen trek
ken. Zodoende is iedereen die ver
trekt op de hoogte van wat hem te
wachten staat, kan hij beter beslui
ten of hij het avontuur al dan niet
zal wagen, loopt hij niet zo gauw
een teleurstelling op. En als hij dan
in de vreemde is aangekomen en
hij stelt daar vast, dat daar landge
noten hem opwachten, met zijn lot
zijn begaan, hem met alle moge
lijke middelen op gang helpen dan
zal hij zich veel sneller aanpassen,
dubbel zoveel kansen krijgen en hij
zal zich ten slotte niet zo ontwor
teld voelen als iemand, die er zo
maar op goed valle 't uit komt aan
gezeild. Ook daarvoor zorgen ze
in Nederland, dat de uitwijkeling
in het vreemde land ontvangen
wordt door landgenoten, door de
zgn. ontvangstcomités. Óp die wij
ze voelt men er zich vlugger thuis
en houdt men ook nauwere ban
den met het moederland.
In Nederland beschikt men te
genwoordig over een systeem dat
uiterst doelmatig werkt, hoewel het
ook wel wat geduurd heeft eer de
overheid zich voor het geval begon
te interesseren. Maar onder de druk
van de private organisaties, die zich
reeds met de uitwijking bezig hiel
den en die er van overtuigd waren
dat het hier ging om een kwestie
van algemeen belang, is de over
heid zich dan toch met de zaak
gaan bemoeien.
Momenteel bestaan er in Neder
land 3 organisaties die zich het lot
van de uitwijkelingen aantrekken
een katholieke, een protestantse
en een neutrale. De eerste twee
ontplooien zowat dezelfde activiteit
terwijl de neutrale van minder be
lang is. Elk van deze organisaties
heeft zijn vertakkingen over het
ganse land, zodat men op ieder ge
meente omzeggens een vertegen
woordiger vindt, die u kan inlichten
indien u wenst uit te wijken.
In de schoot van het Ministerie
van Sociale Zaken is een commis
sariaat opgericht, waarvan een
ambtenaar, als vertegenwoordiger
van de Minister, samen met de af-
gevaardigden van de drie genoem
de organisaties zetelt en besluiten
neemt, die kracht hebben van wet.
Het zou ons te ver voeren in bij
zonderheden het Nederlandse sys
teem uiteen te zetten, maar het
staat wel vast, dat Nederland, niet
tegenstaande zijn voortdurende
bevolkingsaangroei tot op heden
kans heeft gezien zijn mensen aan
het werk te houden. Werkloosheid
is er daar voor 't ogenblik weinig
of niet en dat wil wat zeggen als
wij in verschillende landen de sta
tistieken over de heersende werk
loosheid inkijken. Het feit dat Ne
derland sinds de laatste oorlog
reeds honderdduizenden geholpen
heeft een nieuw vaderland te zoe
ken is daar voorzeker niet vreemd
aan.
Alhoewel niet in zulke sterke
mate als in Nederland, toch bestaat
er in België een gelijkaardig vraag
stuk. Dat hebben wij wel voldoende
aangetoond. Er mag hier dus ook
wel een begin gemaakt worden
met een degelijke organisatie van
de uitwijking. Wij mogen daar
trouwens niet te eng zijn en zo
maar klakkeloos aannemen wat
statistieken ons zo allemaal kunnen
voorspiegelen. Er wordt wel eens
beweerd dat statistieken van die
dingen zijn om leugens op een
wetenschappelijke manier te ver
kopen. Hoewel dat niet noodzake
lijk is, toch bestaat er daar altijd
gevaar voor. Zo zou het inderdaad
kunnen dat onze bevolking tegen
het jaar 1980 met een millioen zou
achteruitgegaan zijn, als wij
in het huidige tempo blijven
voortgaan. En als de toestand in
ons land blijft zoals hij nu is, lopen
wij alle kans dat dit tempo mis
schien nog zal versnellen. Hoe wilt
ge? Mensen, die zelf geen voldoen
de levenskansen zien, stellen het
zeker niet erg op prijs veel kinde
ren te krijgen. Wij weten wel dat
dit niet de enige reden is voor de
ontvolking, maar een rol speelt het
alleszins.
Maar wie kan ons verzekeren
dat, voor het geval dat door aller
lei effectieve maatregelen, waar
onder wij ook de uitwijking willen
plaatsen, die levensmogelijkheden
niet ruimer kunnen worden Wie
zal ons zeggen dat in de demogra
fische ontwikkeling van ons land
geen verandering mogelijk is Of
denkt men dat Nederland, indien
het geen afdoende maatregelen
had getroffen, waaronder de uit
wijking wel in de eerste plaats, zich
lang in een bevolkingsaangroei
zou mogen verheugen Levens
ruimte is er nodig en waar die in
de vreemde kan gevonden wor
den moet er ook gebruik van ge
maakt worden.
Op het besproken studieweek-
eind werd er dan ook op aange
drongen dat men in België de eer
ste stappen zou zetten. Zo werden
volgende maatregelen voorgesteld
1)Een studie van het vraagstuk
zou moeten gemaakt worden,
waarin dan zou onderzocht wor
den de behoefte aan uitwijking in
ons land, de groepen van mensen,
die hiervoor het meest in aanmer
king komen, welke vreemde lan
den de meeste en de beste kansen
bieden, enz.
2) De overheid zou haar nega
tieve houding moeten laten varen
en actief moeten meewerken aan
een vraagstuk dat voor velen van
groot belang kan zijn.
3) Indien de overheid zelf niet
actief wil optreden zou zij voldoen
de steun moeten verlenen aan de
vrije organisaties die, laten wij het
maar zeggen, de staat het werk
uit de handen moeten nemen.
(Zie vervolg onderaan hierneven)
13 Nov. 1954
Dit jaar komt het feest van de Heilige Eligius of Sint
Elooi op een Woensdag. Het is wenselijk deze dag als feestdag
te verkiezen.
Meer en meer krijgen de feestvieringen van de schuts
heiligen een officieel karakter. We zien dat alle ambachtslieden
met luister hun patroonfeest vieren en het wordt stilaan
een gevestigde traditie.
Van vóór heuglijke jaren werd op onze dorpen Sint Elooi
door de smeden gevierd en hierin werden de landbouwers
klanten betrokken, zodat Sint Elooi voor onze boeren geen
onbekende is.
Redt U Zeiven heeft de heilige Eligius als Schutsheilige
gekozen en van dat ogenblik werd dan ook ieder jaar door
de meeste Redt U Zeivers op 1 December het werk stil
gelegd en werd er gefeest.
Teneinde deze viering aan te moedigen besloot het bestuur
onzer vereniging in 1924 een jaarlijkse toelage te geven onder
de vorm van een teruggave op de aan de afdeling afgeleverde
waren.
Deze toelage wordt nu nog elk jaar gegeven aan de
afdelingen die feest vieren en er de aanvraag voor doen.
Deze premie moet dienen tot het dekken der onkosten voor
het feestmaal of ook voor een tombola of andere manieren
van vieren.
Het feest kan ingericht worden naar goeddunken van de
plaatselijke afdelingen feestmaal, tombola, filmvoorstelling,
voordracht, toneel, enz.
Het is gewest, maar niet verplichtend, te beginnen met
een H. Mis.
We vragen aan de besturen der plaatselijke afdelingen
het feest van onze Schutsheilige Sint Elooi op waardige wijze
te vieren en hiervoor op tijd de nodige schikkingen te willen
nemen.
Aan de zaakvoerders wordt gevraagd de leden bijeen te
roepen, ten einde overleg te plegen en de regelingen voor het
feest te treffen.
4) Een Belgische afgevaardigde
zou moeten te vinden zijn in ieder
land dat voor uitwijking in aan
merking komt. Ter plaats zou hij
dan de vestigingsmogelijkheden
moeten onderzoeken en na uitwij
king zou hij regelmatig met zijn
landgenoten in verbinding moeten
blijven.
5) De oprichting van een ont
vangstcentrum in het vreemde land
is zeer gewenst. Dat zou als taak
hebben de nieuwelingen te ver
welkomen, hen de weg te wijzen,
aan werk te helpen, hen alle moge
lijke steun te verlenen enz. Terloops
mogen wij hier wel aanstippen dat,
aangezien het grootste deel van
onze uitwijkelingen Vlamingen
zijn, die Belgische afgevaardigde
en dat ontvangstcentrum in staat
zou moeten zijn onze mensen in hun
eigen taal te woord te staan. Hoe
vanzelfsprekend ook zo iets mag
lijken in België durft men dat wel
eens vergeten.
6) Ten slotte zou op verschillen
de punten de Belgische wetge
ving moeten aangepast worden.
Een treffend staaltje maakt dit dui
delijk iemand, die België durft
verlaten, vóór hij zijn militaire
dienstplicht heeft volbracht, dient
hiervoor terug te keren. Zoniet
wordt hij aanzien als vaandel-
vluchtige. Vertrekt hij echter, na
zijn dienst, dan loopt hij alle kans
in zijn nieuw vaderland opnieuw
soldaat te moeten worden.
Wij kunnen dus besluiten uit
zondering gemaakt van een paar
private initiatieven met een be
perkt, plaatselijk karakter, wordt
er in België niets gedaan voor de
uitwijking. Alleen wat onze kolonie
aangaat zijn er zekere maatrege
len en voorschriften, die wij echter
in ons volgend nummer zullen be
spreken.
Kon. Vlaamse Schouwburg Brussel.
Heksenjacht
Zondag 14 November te 15 en te
20 uur, worden in de Koninklijke
Vlaamse Schouwburg, te Brussel,
2 vertoningen gegeven van Hek
senjacht een tooneelspel in vier
bedrijven van A. Miller. Het stuk
schildert ons in scherpe kleuren de
gruwelijke heksenjacht en de hek
senprocessen die in 1692 in de staat
New-England aan zovele onschul-
digen het leven hebben gekost.
Scherp en raak tekent Miller toe
standen en personen. De regie is
van de hand van Gust Maes en
de vertolkers zijn Cyr. van Gent,
Josée Puissant, Magda Kleyne,
Jeanne de Backer, Huib van Hel-
lem, R. Verschueren, enz.
Van Heksenjacht gaan nog
voorstellingen Maandag 15, Don
derdag 18 en Zaterdag 20 Novem
ber, telkens te 20 uur. Zondag 21, te
15 en te 20 uur. Maandag 22 No
vember, te 20 uur.
DE KOORNBLOEM