Het Atoomonderzoek ten dienste van de Landbouw Wintertijd, Studietijd Mond- en Klauwzeer 13 Nov. 1954 Het is een verheugend verschijn sel dat de wetenschappelijke on derzoekingen zich niet alleen be palen tot het maken van oorlogs tuigen, maar dat er toch ook aan dacht besteed wordt aan het vre delievend gebruik van de moderne uitvindingen. In de Verenigde Staten van Amerika, waar het atoomonder zoek wellicht het verst is gevorderd werden dit jaar, in de laboratia van het Departement van Landbouw, meststoffen voortgebracht, welke radioactief gemaakt zijn' en die gratis ter beschikking van de land bouwkundigen werden gesteld om persoonlijk studiewerk uit te voeren. Die radioactieve meststoffen worden verkregen door de radio actieve fosfoor uit de atoomfabrie- j ken toe te voegen aan de fosfoor- houdende meststoffen, zoals ze in de handel voorkomen. Bij het gebruik van de op zulke wijze radioactief gemaakte mest stoffen heeft men niet de bedoeling een zekere invloed uit te oefenen op de plantengroei. De bedoeling is alleen na te gaan op welke wijze de meststoffen door de planten worden opgenomen, rondgevoerd en verwerkt. Men weet wel dat de plant uit de bodem bepaalde voe dingsstoffen opneemt. Maar tot nu toe was het zeer moeilijk, zoniet onmogelijk uit te maken welke van die opgenomen voedingsstoffen in de plant afkomstig waren van voor raden in de grond ofwel van de meststoffen die de landbouwer heeft toegediend. Het ligt voor de hand dat deze vraag van buiten gewoon belang is. Het gebruik van radioactief ge maakte meststoffen zal nu de on derzoekers toelaten na te gaan welke hoeveelheden van de toege diende meststoffen in de plant te recht komen. Met de Geigermeter (dat is een toestel waarmee de ra dioactiviteit van bepaalde voor werpen wordt gemeten) kunnen gemakkelijk de radioactieve be standdelen in de plant worden opgespoord en hun hoeveelheden gemeten. Men zal dus in staat zijn uit te maken of de fosfoor, die bij een scheikundige ontleding van de plant wordt gevonden, afkomstig is van de toegediende meststoffen of niet. Men zal ook kunnen bepalen in welke periode van de ontwikke lingsgang de plant het meest be hoefte heeft aan meststoffen, waar en wanneer deze zullen moeten toegediend worden en uit welke producten de meststoffen zullen moeten bestaan om de hoogste opbrengsten te verzekeren. Op het gebied van de landbouw en met behulp van de radioactief gemaakte meststoffen heeft men reeds belangrijke vaststellingen kunnen doen. Zich steunend op de reeds verkregen resultaten menen de Amerikanse geleerden dat het weldra zal mogelijk zijn de hoeda nigheid en de omvang van de oogsten te verbeteren. Om de doeltreffendheid van een bepaalde meststof te schatten, be schikte men tot nu toe enkel over metingen, uitgevoerd op de snel heid van de groei en de opbrengst wan culturen, die met verschillende meststoffen waren behandeld. Dat was een langzame en zeer onvol maakte methode. Door de aanwending van de ra dioactieve meststoffen heeft men bv. kunnen vaststellen dat het fos faat, dat in de samenstelling van de planten treedt, door de wortels wordt opgeslorpt onmiddellijk na dat het toegediend is. Men heeft insgelijks kunnen waarnemen dat de planten in de weide deze zouten bij middel van hun bladeren en wortels verwerken en dat een uit geput weiland aanzienlijk kan ver beterd worden door toediening van een fosfaatbemesting. Men heeft gevonden dat maïs, tabak, katoen en suikerbeten slechts gedurende de eerste periode van hun groei behoefte hebben aan fosfaat. Men heeft kunnen bewijzen wat men tot nu toe enkel had vermoed, nl. dat de meststoffen zonder uitwerking zijn als zij te laattijdig worden toe gediend. De aardappelen daaren tegen verwerken het fosfaat dat ze krijgen, gedurende gans hun groei periode. Natuurlijk is dat alles slechts een aanvang, maar een doorgevoerd onderzoek zal binnen afzienbare tijd waarschijnlijk met belangrijke verbeteringen voor de dag komen. Wanneer men rekening houdt met het feit dat de Amerikaanse land bouwers jaarlijks meer dan voor 750 millioen dollar superfosfaat gebruiken, is het niet moeilijk zich een gedacht te vormen van de be sparingen, die kunnen gedaan worden bij een juiste aanwending van deze meststof. Terwijl wij dit schrijven bereikt ons het bericht dat DrTukey, hoofd van hetlandbouwdepartement van het Michigan State College, de resultaten heeft bekend gemaakt van zijn onderzoek naar de wijze waarop de planten hun voedende bestanddelen opnemen. Dit onderzoek had eveneens plaats bij middel van radio-actief gemaakte fosfoor en potas. Hierbij is gebleken dat de planten hun voedsel niet alleen langs de wor tels opnemen, maar ook langs de stengels, de takken, de bladeren, de bloemenen zelfs langs de vruch ten. De voedende elementen ver tonen daarbij de neiging zich op te hopen in de nabijheid van de knoppen, en in 't algemeen in de nabijheid van die delen waar de vermeerdering van de cellen het actiefst is, dus daar waar de groei het felst is. Er werd ook aangetoond dat de plantenvoedende oplossingen snel langs hun bladeren kunnen op nemen. Dr Tukey komt tot het besluit dat het toedienen van mest stoffen, ten minste deze die in wa ter oplosbaar zijn langs de blade ren (dus door bespuiting), wel eens de meest doelmatige methode zou kunnen blijken. Hij stelde namelijk vast dat de bladeren tot 95 van de meststoffen opnamen, die er op gespoten werden, terwijl deze die in de grond werden toegediend slechts voor 10 °/o werden opgeno men. Zo worden talrijke vliegen met D.D.T. in zijn verschillende vormen en concentraties behandeld, waar na men ze terug in vrijheid laat, waar ze dan, indien ze de behan deling overleven, verder kunnen kweken. Men zou nu graag weten of de afstammelingen van die be handelde en weerstandbiedende vliegen die eigenschap hebben overgeërfd. Maar wie kan nu uit maken welke vliegen nu de af stammelingen zijnen welke niet? Een heel eenvoudige methode stelt de onderzoekers hiertoe in staat. De vliegen waarop de proef wordt uitgevoerd worden een be paalde vloeistof gevoederd die op voorhand radioactief is gemaakt. Deze vliegen blijven dan onver biddelijk gemerkt en kunnen steeds terug herkend worden met de Gei germeter. Zeer onlangs deelde een Ameri kaanse atoomgeleerde mee, dat aardappelen, blootgesteld aan ra dioactieve stralen, misschien onbe perkt zullen kunnen bewaard wor den. In het nationaal laboratorium van de AEC te Brookhaven heeft men bij wijze van proef geatomi seerde aardappelen twee jaar lang opgeslagen. Ze werden na behan deling met Roentgenstralen bij nor male temperatuur in openlucht- bakken geplaatst. Na 24 maanden waren ze nog uitstekend bewaard, wat werkelijk een ongelooflijke uitslag is. Het uitzicht en de smaak van de knollen was in niets gewij zigd. Ook proefnemingen om vlees te bewaren zijn goed meegevallen. Door de atoombehandeling wer den alle bacteriën gedood en het gevaar voor bederf wordt groten deels uitgeschakeld. Zo heeft men vlees gedurende 3 maanden be waard bij een warmte van 40 gra den Celcius, zonder dat ontbin ding optrad. De Amerikaanse geleerde ver telde ten slotte dat de kosten, die met de behandeling gemoeid wa ren, onbetekenend zijn. Alleen zul len eerst afgeschermde betonnen kelders moeten gebouwd worden. Vermoedelijk zullen afvalproduk- ten van de atoomsplitsing, die an ders toch onbenut blijven, bij deze methode aangewend worden. Uit deze enkele feiten blijkt dat wij tegenwoordig op alle gebied drastische dingen mogen verwach ten. En dat wij zeker nog niet aan het einde van de vooruitgang staan, zal iedereen wel aannemen. Ook op andere gebieden maakt men gebruik van radioactieve stof fen bij wetenschappelijke onder zoekingen. Men heeft bv. de laat ste jaren vastgesteld dat bepaalde vliegen een onverwachte yreer stand vertonen tegen D.D.T. Ter wijl doorgaans de vliegen zeer ge voelig zijn voor dit insectdodend middel, schijnen zekere stammen zich er niets van aan te trekken. Allerlei proeven worden nu natuur lijk uitgevoerd om te achterhalen wat hiervan de oorzaak zou zijn. Oproep tot de jonge Boeren Het is niet de eerste maal dat wij een oproep richten tot onze boeren en in 't bijzonder tot onze jonge boeren, om zich steeds meer en meer in hun vak te bekwamen. De winter is daarvoor de aangewezen tijd. De avonden zijn lang en het werk spant niet meer. Wij hoeven zeker niet aan te to nen dat de toekomst behoort aan hen die verstandelijk en technisch voldoende onderlegd zijn. Dat is niet alleen het geval voor allerlei vakmensen, als meubelmakers, werktuigkundigen,enz. maareven- zeer voor de landbouwers. Reeds een drietal jaren heeft Redt U Zeiven, bij wijze van proef, een studiekring ingericht, waar in een beperkte mate, jonge landbouwers bijeengeroepen werden om hun vak verder in te studeren. Die proef heeft ons aangemoedigd op grotere schaal met die studiekring door te gaan. Daarom nodigen wij al die jonge landbouwers, die er belang in stel len, uit, om deze winter aan de stu diekring deel te nemen. En ze mogen zich daarbij niet la ten afschrikken. Ze moeten niet denken dat het daar gaat zoals op school, waar lessen moeten ge leerd worden en achteraf examens moeten gedaan. Neen. De opvat ting van onze studiekring is zoda nig dat er voor een rijke afwisse ling is gezorgd, allerlei onderwer pen, die van belang zijn, worden daar onder elkaar besproken, nu en dan wordt er een leerrijke film afgedraaid en worden de bespre kingen opgeluisterd met lichtbeel den. Kortom, een avond in de stu diekring betekent een gezellige avond, een leerrijke avond en dus een welbestede avond. De samenkomsten worden be legd om de 14 dagen op een Dins dag, dat in een daarvoor speciaal ingericht lokaal van ons hoofdma gazijn te Aalst. Begin te 6 uur. Zij die wensen toe te treden of zij die verder inlichtingen wensen kunnen ons hiervoor een eenvou dig briefje schrijven en de zaak komt in orde. Ieder deelnemer ont vangt dan op tijd en stond de uit nodiging voor de eerste bijeen komst. Jonge landbouwers, en vooral leden van de jeugdvereniging, toont dat het U ernst is met uw streven naar een beter vakman schap, naar een betere stiel kennis. Stuurt ons daarom on middellijk uw toetreding. Ministerie van Landbouw. Inenting tegen De epizoötieën van mond- en klauwzeer herpakken vooral in de herfst, wanneer de dieren terug op stal komen; het verplaatsen der dieren, de commerciële verhande lingen die zich gedurende deze periode van het jaar voordoen ver menigvuldigen de gelegenheid tot besmetting. Dusdanige besmettingsgevallen doen zich thans voor. Er worden in derdaad drie haarden vastgesteld op één dag. De kwekers worden eraan herin nerd dat het hen mogelijk is hun dieren te laten inenten tegen mond en klauwzeer. De immuniteit opgewekt door de trivalante entstof tegen de types O, A en C der ziekte duurt ongeveer 1 jaar. De weerstand tegen de ziek te die de dieren tijdens het vorige jaar, door de inenting, verworven hebben begint af te nemen en bij gevolg stijgt het aantal dieren, dat vatbaar is voor de ziekte, van dag tot dag. De docters in de veeartsenijkun de kunnen bij het laboratorium voor diagnose en veeartsenijkundi- ge opsporingen te Ukkel de nodige entstof bekomen voor de behande ling van het vee van hun klanten die dit vragen. Om de volledige be scherming van de uitbating te ver zekeren dienen de belanghebben den al hun runddieren, jonge en volwassenen, te laten inenten. De entstof wordt geleverd tegen de prijs van 20 fr. per dosis van 20 cc die aan ieder runddier in te spuiten is, de honoraria van de op tredende veearts, belast met de in enting niet inbegrepen. DE KOORNBLCtM

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

De Koornbloem | 1954 | | pagina 3