Eigrootte
Rantsoen voor het i
>ij Kippen.
testen van vaarzen.
Eiermarkt 7 Dec. 1954.
Landbouwers,
3
Ge weet het niet...
VRAAG Men beweert dat men
invloed kan uitoefenen op het gewicht
van de henneneieren door een goed
verzorgde voeding. Is dat juist
ANTWOORD De bewering dat
men invloed kan uitoefenen op de
grootte van een ei door de voe
ding, is juist. Maar toch maar tot
op zekere hoogte. Het maximum
gewicht dat een bepaalde kip kan
bereiken is erfelijk vastgelegd. En
boven dit gewicht zal die bepaal
de kip zeker nooit geraken, zelfs
niet bij de beste voeding. Dit maxi
mum is afhankelijk van de erfelijke
eigenschappen van het dier, dus
van het ras en de stam waarvan
het afkomstig is. Maar het is een
bewezen feit dat een bepaalde kip
dat maximumeigewicht nooit zal
bereiken bij een minder goede
voeding. En hoe slechter de voe
ding is hoe lager het eigewicht
kan dalen (om dan niet te spreken
van een kleiner aantal eieren).
Nemen wij bv. een kip die bij een
minderwaardige voeding eieren
legt van slechts 45 gram. Dit ge
wicht zal gauw stijgen wanneer de
voeding in orde komt. Maar die
stijging zal nooit het gewicht over
treffen dat de kip, volgens haar er
felijke aanleg kan bereiken. Daar
is de grens getrokken, die ze niet
kan overschrijden.
Wat betreft het gewicht van de
poeljeneieren willen we nog op
merken dat hierop door de kippen
houder een grote invloed kan uit
geoefend worden langs de voe
ding om. Het is namelijk door er
varing genoegzaam bekend dat
poeljen, welke voortijdig legrijp
worden lange tijd doorgaan met
kleine eieren leggen. Weliswaar
zijn de meeste bedrijfsrassen ge
fokt op vroegrijpheid (wat op zich
zelf een nuttige eigenschap is) doch
we vinden het verkeerd te over
drijven of deze vroegrijpheid al te
zeer te forceren. We raden dan ook
meestal aan de erfelijke neiging
tot vroege geslachtsrijpwording iets
te remmen door de voeding der
wijze te regelen dat de jonge hen
nen tot een ouderdom van onge
veer 4,5 a 5 maanden geen te hoge
eiwitvoeding ontvangen.
Ons voorschrift luidt niet te vlug
overschakelen van poeljen- op
legmeel en nogal ruim zijn met de
graangifte. Dit geeft steeds goede
resultaten.
VRAAG Ik heb twee vaarzen te
mesten die ruim 400 kg wegen. De voe-
dervoorraad is echter nogal krap zodat
ik de beschikbare voederbeten liefst zou
voorbehouden voor de melkkoeien. Wat
ik aan die dieren zou kunnen geven per
dag 1,5 kg hooi en een 10 tot 15 kg ra
pen. Verder beschik ik nog over een gro
te hoeveelheid voederaardappelen Voran,
dewelke ik desnoods ook in het rantsoen
zou kunnen inschakelen. Geburen heb
ben mij verteld dat deze aardappelen
heel goed zouden zijn voor het mesten.
Ik kom u nu te vragen of op die manier
een rantsoen zou kunnen samengesteld
worden en welke hoeveelheid van uw
rundveemestmeel ik zou mogen bijvoede
ren
ANTWOORD .- Laten we u voor
eerst geruststellenook zonder voe
derbeten is gedurende de stalpe-
riode voor het rundvee een goed
rantsoen samen te stellen op voor
waarde natuurlijk dat andere voe
dermiddelen kunnen aangewend
worden. Wat ge hier voorstelt
voederaardappelen te gebruiken
Wat de voeding van de leghen
nen betreft wijzen wij erop dat het
beste maar juist goed genoeg is.
Dus een legmeel van de hoogste
kwaliteit aangevuld meteen graan -
mengeling, die aangepast weze,
zowel wat hoeveelheid als samen
stelling betreft, aan de conditie en
de legprestatie van de dieren. Ie
dere toom hennen moet afzonder
lijk bekeken worden. We zijn steeds
bereid aan onze vragensteller ter
plaatse advies te komen geven.
Om het belang van een goede
voeding voor de leghennen duide
lijker te illustreren vermelden we
nog volgend praktijkgeval. Een
viertal weken geleden werden we
ontboden bij een kippenhouder.
De hennen waren reeds een drie
maanden aan de leg. Niettegen
staande echter de dieren gezond
waren en een betrekkelijk goede
verzorging ontvingen bereikte de
leg nauwelijks 30 °/0. Er werd een
voeder verstrekt dat een 40 fr.
goedkoper was dan het onze. Deze
kippen werden op ons voeder ge
bracht. Resultaat na vier weken
DE LEG IS VERDUBBELD EN BE
REIKT REEDS DE 60 °/0.
Maken we die mens zijn maan
delijkse rekening. Nemen we aan
dat elke kip ongeveer 2 kg legmeel
per maand verbruikt. Er zijn 200
kippen. Meeruitgave met het duur
dere voeder 400 kg a 40 fr. 160 fr.
Vroeger werd ontvangen 60
eieren gedurende 30 dagen a 2,5 fr.
(veronderstellen we deze prijs) is
4.500 fr.
Nu wordt ontvangen 120 eieren
gedurende 30 dagen a 2,5 fr. is
9.000 fr.
Er wordt meer ontvangen tegen
over vroeger 4.500 fr. 160 fr. is
4.340 fr.
Waar vroeger gewerkt werd met
verlies, wordt nu reeds winst ge
maakt. Voor wie mocht twijfelen
aan de echtheid van deze cijfers
houden we naam en adresvandeze
kweker ter beschikking om zich bij
die mensen zelf over deze gege
vens in te lichten.
Ons besluit een goede voeding
helpt mede om zo dicht mogelijk
de maximum grootte (die erfelijk is
vastgelegd) van het ei te benade
ren. Een goede voeding is dus nood
zakelijk om een hoge productie te
bekomen.
is heel goed. Waar we geen voor
stander zijn aardappelen te gebrui
ken, voor melkvee, althans niet in
grotere hoeveelheden, mogen we
dit voedermiddel wel aanraden
voor mestvee. Laten we reeds op
merken dat ge deze aardapelen
best gekookt geeft. Dan werken ze
beter op de vetaanzet dan rauw.
Hoe we het rantsoen zouden sa
menstellen
De normen geven voor groeiend
mestvee van ongeveer 450 kg in
het begin van de mestperiode een
behoefte aan van
Droge stof :9a 12,5
Verteerbaar ruw eiwit0,790
Zetmeelwaarde 4,600
Het basisrantsoen zou er kunnen
uitzien als volgend
dr.st.
vre
zw
1,5 hooi
1,275
81
486
10 kg rapen
en loof
0,900
130
610
15 kg aardap.
3,450
224
2.700
5,625
436
3.796
11 Dec. 1954
Vergelijken we met de vastge
stelde normen
Droge stof het tekort kan aan
gevuld worden met stro.
Eiwit een tekort van 354 gr.
Zetmeelw. een tekort van 804 gr.
Deze tekorten vullen we aan met
rundveemestmeel. Dit heeft een in
houd van verteerbaar ruw eiwit
van 17. Met 2 kg bij te voederen
voldoen we ongeveer aan de norm
voor eiwit terwijl daarmede ook
voldoende voorzien wordt in de
zetmeelwaarde.
Voor het begin van de mestpe
riode geeft men dus een aanvulling
van een 2 kg rundveemestmeel.
Naarmate de mestperiode vordert
GEMEENTE KRUISHOUTEM
Aanwezig de heren
Namens het Ministerie van Land
bouw L. Vandenmoortel, adm. se
cretaris.
Namens de gemeente R. D'Huy-
vetter, gemeentesecretaris.
Namens de handel
L. Buseyne, te Kortemark,
A. Gijselinck te Zulte,
R. Holvoet te Olsene
F. Van Dessel te Borgerhout.
H. Van Rijckeghem te Kruishout.
Namens de pluimveehouders
F. D'Huyvetter te Kruishoutem.
G. Michiels te Kruishoutem.
Belet Dhaens H., handelaar te
Gavere.
De prijzen worden aangeduid a.v.
Producentenmarkt
-f- 60 gr. - 2,30 a 2,40 fr.
gr' - 1,80 d 2,10 fr.
60 gr.
50 gr. - 1,60 a 1,80 fr.
Prijs op tournée
55 gr. - 2,00 fr.
50/55 gr. - 1,80 fr.
50 gr. - 1,60 fr.
ofwel 55 gr. - 1,70 fr.
Groothandelsmarkt
65 gr. - 2,80 fr.
60/65 gr. - 2,30 a 2,35 fr.
55/60 gr. - 2,05 d 2,10 fr.
50/55 gr. - 1,90 d 1,95 fr.
55 gr. - 1,70 fr.
Marktbeschouwingen
-j- 65 gr. zeer vast.
Algemeen zeer prijshoudend.
Aangevoerde hoeveelheden
1.250.000 eieren
Botermarkt1135 kg. - 80 a 86 fr.
Doelmatige bemesting der weilanden.
De doelmatige bemesting der
weilanden en boomgaarden wordt
nog niet algemeen toegepast.
Nochtans is het van belang onze
weilanden op een intensieve wijze
uit te baten om het aantal dieren
oer Ha te verhogen.
De weilanden en boomgaarden
zijn ten anderen zeer gevoelig aan
de werking der meststoffen. Hunne
toediening verzekert altijd een op
brengstvermeerdering van het gras
of van het hooi en een verbetering
van de hoedanigheid van het
voeder.
Kortom het gebruik van een doel
matige bemesting op weilanden en
boomgaarden laat toe meer melk,
meer boter, meer vlees en meer
vruchten voort te brengen aan een
lagere kostprijs.
Het zijn vooral de scheikundige
meststoffen welke de opbrengstver
meerdering veroorzaken, en tussen
hen zijn het bijzonder de fosfoor en
de potasmeststoffen welke de basis
vormen der bemesting.
3G0 tot 500 kg chloorpotas 40% o
800 tot 1200 kg sylviniet 17°/0per
hectare in mengeling met 300 kg
Fertiphos geven een hoge op
brengst van zeer voedzaam gras.
verhoogt men gaandweg deze hoe
veelheid om te komen tot een 4 a
4,5 kg. Bij het mesten komt het erop
aan dat de dieren zoveel mogelijk
voer opnemen. Men kan dus ook
op het einde van de mestperiode
de hoeveelheid aardappelen nog
iets hoger nemen. Men houde ech
ter de dieren goed in de gaten en
kontrolere regelmatig het mest.
Merken we ook nog op dat de
staltemperatuur voor mestdieren
wat hoger mag liggen dan voor
melkvee.
En tenslotte laat deze tijd van het
jaar uw mestvee niet buiten lopen,
zoals dat in sommige streken nog
gebruikelijk is.
Draag zorg voor uw
Plantaardappelen.
(Vervolg van le bladzijde)
Kiembakjes zijn het aangewezen
gerief om de knollen te bewaren.
Ze geven het voordeel dat de knol
len luchtig kunnen bewaard wor
den, dat het licht er 't allenkante
omheen kan en dat ze gemakkelijk
te verplaatsen zijn naargelang de
temperatuurschommeling zulks
noodzakelijk maakt.
We hebben gezegd dat plant
goed tijdens de winter kan bewaard
worden in een kelder. We moeten
hier echter enig voorbehoud ma
ken. Het is immers zo dat deze kel
ders over 't algemeen reeds dienst
doen voor het opslaan van eet- of
voederaardappelen. Tussen deze
knollen zijn er steeds aanwezig die
met een of andere ziekte (virus
ziekten) besmet zijn hoewel dit niet
is te bemerken. Het is bij de meeste
boeren wel bekend dat in zulke
aardappelbewaarplaatsen zeer
dikwijls bladluizen worden aange
troffen.
Deze blijven niet stilzitten en ge
neren zich niet om van de eetaard-
appelen naar de planters over te
gaan. Hebben ze nu toevallig ge
zogen aan de kiemen van de eerst
genoemde en komen ze dan op de
kiemen terecht van de plantaard
appelen dan kunnen ze meteen ook
vele ziektekiemen hebben meege
bracht. Dit bemerkt men dan pas
aan het gewas het volgend seizoen.
De boeren geven dan wel de plan
ters de schuld en denken er niet
aan hun eigen geweten te onder
zoeken.
Is een kelder al een noodoplos
sing als plantgoedbewaarplaats
omdat er niet voldoende licht kan
binnendringen dan is hij zeker to
taal ongeschikt wanneer er ook
andere aardappelen zijn in opge
slagen. Denken we daaraan geen
planters bewaren waar ook andere
aardappelen in de omgeving zijn.
Wanneer nu de tijd van het plan
ten begint te naderen mag de tem
peratuur van de bewaarplaats wat
hoger worden. De natuur trouwens
helpt ons hierin wel mee. We hou
den de planters echter nog steeds
zoveel mogelijk in het licht. Alsdan
krijgt men korte, goed gevormde
kiemen, welke niet zo vlug afbre
ken bij het planten. Laat men voor-
kiemen in het donker dan zullen de
scheuten wel langer worden, doch
tenger blijven en zonder kracht.
Wij doen al het mogelijke om
aan onze leden goed en gezond
plantgoed te bezorgen. Aan de
boeren is het aan de planters alle
zorgen te besteden die noodzake
lijk zijn om in de lente over knollen
te beschikken met een krachtige
eerste kiem. Dan pas kan men zeg
gen dat men zijn best heeft gedaan.
leest en verspreidt uw blad.
DE KOORNBLOLM