brandgf.val. bewierrooking en verheffing verspilt. M. Malou was niet onbewust dat het staats geld hem niet toevertrouwd is om lolreden in La Paix te koopen, ten voordcele van zijn bud- jet <-n de militaire uitgaven. Hij wist wel dat hij onze zuur gewonnen centen van hunne bestem ming afkeerde met 200 fr. aan M. Coomans te betalen voor zijnen polilieken artikel. Hoe moet men zulke feiten belittelen Welke woorden zullen krachtig genoeg zijn om dit gedrag te la- ken En noglhans heel de katholijkc partij juicht dit verachtelijk gedrag toe De Kamerleden.zoowel als de dagbladschrijvers die de zitting bijwoonden,schenen diep getroffen te zijn geweest van medelijden bij hel zien der verslagen en verpletterende houding van minis ter Malon. liij is onschuldig, hij bekent eene misgreep begaan te Ik bhen. maar zoottTs een be rouwvolle leeiing aan zijn meester, belooft hij den Kamerleden in het vervolg met meer om zichtigheid te werk te gaan. hij zal de Staats kas vergoeden en nimmer die zonde bedrijven. Maar daar wij den man kennen, nemen wij die verschooning niet aan. een scholier magdit al les inroepen,maarscholicrsslreken hij een minis ter passen niet. Neerveen man die tol zulke middelen zijnen toe vlucht neemt om zijn wankelend bestuur recht te houden en de liberale partij, die de aandacht op den slechten toestand van de slaatsforluin roept, voort volksbedriegers wildoen doorgaan, een man die alle eergevoel verloren heeft en kruipt voor zijne portefolie is niet meer waardig mi nister van Belgie te zijn en ons,Belgen,de w et ten voor te schrijven. f ALLE GEVOELENS UITGEDOOFD. Aalslis voor weinige weken, ter gelegenheid cener begraving, nogmaals getuige geweest van de onverdraagzaamheid en de zachtmoedigheid onzer tegenstrevers. De verachtelijke har delwijs van het dweepzuchtige grauw kan echter nie mand bevreemden die eenen oogslag werpt op het gedrag der zoogezegde navolgers van Christus twee-en zeventig discipelen. Priester Delbove vanPoperinghe heeft onlangs de bevolking zijner geboortestad geslicht door zijne houding tijdens de begrafenis zijns vaders. l)e verontwaardiging over dit ontaard gedrag was zoo groot dat zijne moeder de pen heeft op gevat en in de Toekomst van IJperen haren zoon de volgende regelen heelt toegestuurd: IT April 1875'. Aan J. Delbovepriester Zondag laatst heb ik in de Toekomst gele zen en ik heb niet weinig verwonderd geweest van te zien dat gij naar den lijkdienst van uwen vader gekomen zijl als priester. Gij spreekt nogtans van uwe kindergevoe- lens en van uwe teedere liefde voor uwen afge storven vader. 't Is spijtig dat deze gevoelens bij u maar ge komen zijn na zijne dood. het zou hem veel aangename genoegen verschaft hebben deze ge voelens bij u Ie ontdekken gedurende zijn leven. Gij zoudl veel belet enkelijk als kind naar de begraving gekomen zijn. want gij had als kind. in de tegenwoordigheid van meer dan 800 tref felijke personen de gedachtenis van uw en vader niet durven hoonen. Maar wat durft een priester niet. Zien wij niet dagelijks al de vijandschappen welke zij in de familien doen ontstaan, zij die zich de dienaars en navolgers van den God van vrede durven benoemen. Ook de deken en de professors hebben u wel gcoordield. Uwe koppigheid, uwen dwazen hoogmoed waarborgden hun uwe medewerking. Maar hunne pogingen zoo wel als uwe ontaar de handelwijs zullen legen de Philharmonic en de Sociëteit der Oude Pompiers vruchteloos blijven. Gedurende de laatste ziekte van uw en vader is den deken meer dan honderd keeren gekomen om zijne demissie te verkrijgen. Hij deed al de deuren sluiten en om mijn ver trouwen beter in slaap te wiegen, hij gehaarde vermaningen over d'eeuwige zaken te w illen gi- ven; hij verhoopte dal uwen vader, overvallen en 'afgemat dooi de ziekte, zijne demissie zou geteekend hebben. 't Was al vruchteloos, want na 23 jaren lang in de Sociëteit zooveel genoegen gevonden te hebben, hi j w as te zeer aangekleefd aan den Pre sident en aan de medebroeders, om hun te ver loochenen en hij zond den deken wandelen,tel kens dat hij hem van die nieuwe zonde kwam •spieken. En gij durft onbeschaamd doen verslaan dat uwen vader, in geval van genezing, de zaal zou verlaten licbhen en. dewijl gij alzoo vrijwillig lieg!, gij roemt u van eenen priester te zijn van den God van eeuwige waarheid Als gij mij vroegt om uwe studiën voortezetten tot hel seminarie, gij moest mij zeggen dat met het priesterdom alle kinderlijke gevoelens niet meer kuilden nog moogden bestaan en dal wij uw e ootmoedige dienaar en dienaresse moesten wezen, maar in dat geval, gij zoudt het niet ge raden gehad hebben. Gij zoudt veel beter treflelijken plafonncurge- weest zijn. onderdanig aan uwe ouders en met uwen arbeid een eerlijk bestaan verdiend heb ben Gij zoudt niet hebben durven schrijven dat uwe hoedanigheid van priester u boven uwe ou ders plaatst, wanneer de jongens in 't zwarte zijn. voor hun maar de rol van dienaar en die naresse meer te spelen hebben. Gij hakkelt, zegt gij, ja gij hakkelt als gij de overhandniet kunt verkrijgen, want alsdan de gramschap en den vernederden koppfgen hoog moed versmachtende stem in uwe keel,maar als gij gelooft te zegepralen en dat gij met andere kw ezelaars de rechten van uwen broeder kunt ondermijnen en miskennen, gij kraait toen wel zonder hakkelen. 't Is te lang dat uwen drummenden koppigen aard mij bekend is, omdat ik er mij ooit zou kunnen over misgrijpen. Gij zoudl willen dat de deken de politie van de lijkstoeten zou hebb< n en dat hij meester zou zijn op straat gelijk in de kerk. Hoe 't was ik die de deken vroeg en die hem betaalde om naar het huis te komen en 'tis den deken die zou commandeeren en zeggen w ie aan den lijksfot I zal deel nemen en wie hij er tegen mijnen wil zou uitsluiten. Kent gij dan liet spreekwoord niet: Die betaalt, comman deert. Indien de deken lijkstoeten wilt comman deeren; dat hij gaaloni d'arme behoeftige men- schcn in te halen, maaralsdan gaat hij nauwlijks tegen tol aan de kerkedeur en zijnen kapellaan zegtpas d'argent pas de suisse. Gij spreekt ook van vonnissen die de kerk rechten aldus vastgesteld hebben. Vermits er be slaan noemt ze, maar gij zult er u van wachten wel wetende dat gij nog eens vrijwillig liegt. Indien gij begeert nog beter van iedereen ge kend te zijn en aldus nieuw e titels bij uw en bis schop te verkrijgen, en nog eens van uwe con- 1 ra Iers gefeliciteerd te zijn gelijk op den dag van «ten lijkdienst, keert maar w eder naar d'Ezel- slraal te Brugge, om door uwen advokaateen nieuwen schimp artikel te doen schrijven. Ik zal u nog eens zelve antwoorden en, al hoewel gij hebt durven schrijven dat de ouders, die het ongeluk hebben priesters onder hunne jongens te lellen, schaars verstand genoeg blij ven houden om de dienaars van die uitstekende lichten te worden, ik hoop nochtans dat God mij "enoeg gezond versland zal oierlaten, om te be wijzen dat hel vierde der tien geboden nietver- dwenen is, sedert dat gij en de uwe het wilt ver vangen door zijl de slaven van uwe jongens, in pluals dat er geschreven staat: Eert uwen va der en uwe moeder. weduwe DELBOVE-BOUCQUEY. WEG MET DE SCHOLEN Men telde in 1869 in het arrondissement IJ peren, een en tw intig scholen van volwassenen, en héden beslaan er maar vier meer. Wat vooruitgang. Is het wel mogehjk bij dit feit tot een andei besluit te komen dan dat de klerikale besturen, gehoorzamen aan eenen noollottigcn invloed, de onwetendheid aankwcckenen ons volk in de domheid w illen houden. Dat frauschc bladen, wanneer zij over dingen in Belgie gebeurd, spreken, en naar tasten als de blinde naar liet ei, is meermaals gebleken en valt te begrijpen zij toch kunnen naar hoogstens met de franschsprekende gedeelten der natie in aan raking komen. Maar dat Hollanders, die we zoo gaarne onze Hollandsche broeders noemen, over ons land en aldaar beleefde feiten met zoo veel onkunde als de gekste Franscfrmau spreken, is onvergeeflijk. Weken lang hebben al de bladen van liet land zich bezig gehouden met de schilderijtjes, te recht of ten onrechte aan F rils van den Kerkho- ve toegeschreven, ledereen weel dat dit kind te Brugge in twnalf jarigen ouderdom gestorven is. Welnu, de nieuwe Amsterdamsche Courant Algemeen Handelsbladdrukt in zijn nummer van 27 AprilHet wonderkind Frederic van der Kerkhove,dat op vierjarigen leeftijd te Gent overleed. Doen ze 't opzettelijk, onze holland sche broertjes, of is het ezelarij Immers ieder vlaamsch blad heeft minstens twintig maal ge drukt dal Fritz van den Kerkhove tc Brugge iu twaalfjarigen ouderdom is gestorven. Woensdag is cr brand uitgeborsten in bet pakhuis van Mev. de wede De Schaepdrijver-De Gheest in gebruik bij M. De Clipped, koopman in hop en dranken. Wel dat het rond den middag voorviel, want ware het bij nacht geweest, heel de lange Rid- dei straat en wellicht ook een gedeelte der Leo- polstraat zouden het duur beKocht hebben. Zooals steeds heeft de borgerij gewedijverd om de vlammen meester te worden en op drij kwaart uurs tijds is zij er ingclukt. De betaalde brandblusschers alias pompiers, zijn niet te voorschijn gekomen te minste in hunne wettige uitdossing, zoo dat wij ze niet erkend hebben; en het personiiecl dat aan de spruiten gespannen was,heeft weinige en om be ter te zeggen hoegenaamd geene be'-ijzen van ervarenheid in zijn vak aan den dag gelegd: zonder de hulp van overal ieverigc burgervrien den zouden zij in w erkstelling niet geraakt zijn; want de zoogezegde huidige onontbeerlijke per- sonnaje der stadswerken was afwezig er wierd gepast en crpast en nog gepast om de op- vijzing der darmen op de pompen te bew erken, maar vruchteloos, tot dat er eindelijk zich een, ongeoefende in titelman aanbood die op een twee diij alles in den schik bracht. Het stadsmaterieel liet niet te w cnschen.maar de liefhebbers die er aan gcbiuikt worden weten liet eerste letter niet van den A. B. der brand- blussching.Waar er drij mannen zouden benoo- digd zijn worden er honderl en nog gebruikt, en daardoor verliezen zij meer dan de helft hunner bluschmiddelen. Sladsschepen der werken had alles te huis gelaten behalve zijne kiesche onbeschoft heid, waarvan hij een staaltje aan den dag legde ten opzichte van een moedigen heer die in afwe zigheid van de zoogezegde geoefenden de plaats van een hunner had waargenomen cn zich met kennis zijns werk aan 't kwijten was. Verscheidenen om van hen te doen spreken, ofschoon meer kwaad dan goeds verrichtende, zetteden zich ten toon op dedakken;anderen bra ken en kapten om het verinaak te genieten en het schouwspel te geven van eene gymnastieke oefe- ning;anderennog,om de aandacht op hunne kris- telijke gevoelens gaande te maken,namen plaats in de ketting der eemerkensmans. die hier noo- dig waren gelijk het vijfde wiel aan den wagen, kenden de brand- en blusch bestierders bet ge bruik hunner elementen, maar verdienen slechts dat men de schouders voor ben en hunne rodinssluwheden ophale. En op zulke moedigen zullen de landhuis- mannen hel oog trekken der bevoegden, om een eerteeken of belooning te doen schenken im mers altijd soort bij soort de duivel en de schouw veger htbben elkander niets te verwij-

Digitaal krantenarchief - Stadsarchief Aalst

Den Yker | 1875 | | pagina 2